+ Meer informatie

De oude Antwerpse haven

Straks luxe flats in plaats van vervallen pakhuizen

6 minuten leestijd

Lege kades, vervallen pakhuizen, roestige spoorrails, overwoekerd door onkruid. Beeld van het oude deel van de Antwerpse haven. Projectontwikkelaars willen er graag "hoogwaardige nieuwbouw" neerzetten onn het gebied "stedelijke dynamiek" te geven. Luxe flats, dure koopwoningen en nnoderne kantoorgebouwen. Maar mag er alsjeblieft ook nog wat sfeer blijven?

Wanneer ik op Antwerpen Centraal Station de trein uitstap, merk ik weer tevreden hoe zeer deze Vlaamse stad van Nederland verschilt. Een monumentale, hoge stationshal, stootblokken aan de spooreinden en een zangerige omroepstem met Nederlandse woorden in een altijd verrassend, Vlaams verband. Ik loop langs loket "Betwiste zaken" de marmeren trappen af en verlaat het station op de Keyserlei, waar de drukte mij helaas weer aan Scheveningen of de Utrechtse Vredenburg doet denken.

Maar dan, in de buurt van de rijzige kathedraal, kan ik weer verdwalen in smalle straatjes, hofjes en op fraaie markten. Even later onttrek ik me aan de sfeervolle achttiendeen negentiende-eeuwse wijken, om een bezoekje aan de Schelde te wagen, waar de stad per slot van rekening z'n groei aan te danken heeft.

Te grabbel
Op de Vlasmarkt weersta ik de verleiding die verschillende eethuizen en café's als de Stoemppot en de Smoelentrekker bieden en raak bij een drukke verkeersweg het spoor toch weer bijster. „Waar is de Schelde?" „Aan den overkant, meneer", roept een oude man met alpinopet. Met moeite steek ik de autoweg over, loop tussen twee loodsen door, tot ik uiteindelijk aan het brede water sta.

Nee, een bezoek aan de Schelde is een teleurstelling. Daar waar Antwerpen zijn oudheden zo sfeervol heeft gekoesterd, heeft ze het karakter van de haven flink te grabbel gegooid. Of het karakter zou gevormd moeten worden door die paar binnenschepen of het rondvaartbootje van de Flandria, die tegen de lege kade aan dobberen. De overzijde is ook niet om vrolijk van te worden. Aan de westoever bepalen flatgebouwen uit de jaren vijftig het gezicht.

Schaalvergroting
Nu is Antwerpen niet de enige stad waar oude haventerreinen hun functie verliezen. Hetzelfde gebeurt in Amsterdam, Rotterdam en Londen als gevolg van schaalvergroting en modernisering van de scheepvaart. Grote zeeschepen doen Antwerpen zelf niet meer aan. Ze laden en lossen hun goederen in een industriegebied noordelijk van de stad en dichter bij zee.

In plaats van het geluid van ratelende karren, scheepstoeters en ijzerwerkplaatsen, blaast de wind er nu door lege, brede straten, over met onkruid begroeide velden, langs roestigrode rails. Een functie heeft het niet meer, maar daarom hoeft iets nog niet lelijk te zijn. Het melancholieke niemandsland herinnert aan vergankelijkheid en is deerniswekkend en boeiend tegelijk.

Maar oude, rommelige plekjes worden vandaag de dag niet meer gewaardeerd. Vandaar dat projectontwikkelaars, architecten en aannemers bij burgemeester en wethouders over elkaar heen vallen om het "imago" van de stad te redden en een gebied te voorzien van "hoogwaardige nieuwbouw" of "stedelijke dynamiek". Zo verdwijnen talrijke karakteristieke havenbuurten om plaats te maken voor luxe flats, dure koopwoningen en karakterloze kantoorgebouwen.

Antwerpen moet weer een metropool van "internationale uitstraling" worden, de "relatie met het water" moet hersteld worden en "stedelijke milieus" moeten weer een sfeer van "stedelijke allure" oproepen.

Handjeklap
Aan het Steen wacht Tinne Oris, medewerkster van "Stad aan de Stroom" me op. De stichting probeert de plannen voor de stad door middel van discussies en prijsvragen voor een ieder bespreekbaar te maken, wat geen slecht idee is. Veel voorkomend handjeklap tussen wethouders en projectontwikkelaars heeft in menige stad al tot weerzinwekkende flats en kantoorcryptes geleid.

M'n gids legt uit dat er drie gebieden zijn, waar men allerlei plannen voor heeft. De Kaaien, het Eilandje en het Zuid. De noodzaak van verandering van de Kaaien wordt kracht bijgezet door het overstemmende vrachtverkeer. Dit wil men in de toekomst omleiden, zo legt Oris uit, om het contact tussen de stad en de stroom te herstellen. Het openbaar vervoer moet terug en de overal geparkeerde auto's moeten straks in ondergrondse parkeergarages worden gestopt.

Dit alles, volgens Tinne Oris „om het maritieme karakter van de omgeving te behouden."

Bange bekoring
We lopen verder in noordelijke richting. Langs oude hijskranen, de gedempte Brouwersvliet, tot in een buurt met brede straten, pakhuizen en loodsen. Dit is het "Eilandje". Honderd jaar geleden het centrum van de haven. Het is het gebied van de "bange bekoring" zoals Jan van Alsem, collega van Tinne Oris, het gebied omschrijft, als hij zich later bij ons voegt.

Van Alsem: „Het is de haven die bekoort en miljoenen aantrok op zoek naar nieuwe continenten. Hier kwam men met de trein aan uit Oost-Europa om zijn heil elders te zoeken. En dat bange, ja, dat was de kerk die zei dat het hier verwerpelijk was en beter vermeden kon worden. Hier zat het proletariaat van de normloosheid. Hier zat de prostitutie."

Het moet volgens Tinne Oris wel een levendig spektakel geweest zijn: „Al die produkten die werden gelost en geladen, de fruitoverslag, werkplaatsen, ontluizingslokalen." Op het Eilandje wonen nu zo'n 1500 mensen. Onder hen vrachtwagenchauffeurs en in de dokken een paar honderd binnenschippers, de meesten wat ouder en werkloos. Sommige pakhuizen staan leeg, andere worden gerenoveerd en soms voor bewoning of als atelier gebruikt.

Pakhuizen
Wat zijn de plannen voor dit gebied? Volgens het "Dossier Eilandje" moet het "vernieuwd" en "hergewaardeerd" worden. Er moeten kantoren en woningen komen en de meeste pakhuizen, zoals het fraaie Montevideo, zullen worden gerenoveerd.

Maar onlangs is een oud monumentaal pakhuis toch gesloopt om plaats te maken voor een kantorencomplex? Van Alsem: „Ik denk dat er niet meer gesloopt zal worden, omdat de meeste pakhuizen bepalend zijn voor dit gebied. Als je dit wegdoet, doe je het karakter van het gebied weg en dat heb je nodig om een bepaald beeld te vormen. Voor de mensen die er nu wonen horen die pakhuizen d'r bij. Die kun je niet zo maar wegdoen."

En dan is er nog "het Zuid", een rommelige wijk aan de zuidkant van de stad met negentiende-eeuwse huizen en hoge flats uit de jaren zestig. Het is er een ratjetoe van huizen, wegen en opstelsporen. Vanuit een van de flatgebouwen kijk ik neer op het rangeerterrein. Veel kromme rails, goederenwagons en groen. Een gebied waar kinderen veel plezier aan zouden kunnen beleven.

Maar dat heeft niets met "stedelijke dynamiek" te maken, ligt er volgens het stadsbestuur "verkommerd" bij en moet dus plaatsmaken voor een (ook al) nieuwe, "hoogwaardige" woonwijk met "complementaire stedelijke functie." Zeg maar: dure flats en kantoren.

Aansluiting
Ik daal af en loop weer terug naar het centrum, waar ik na een bezoek aan de Smoelentrekker en 't Braatijser weer in de drukke Keyserlei terecht kom. Het is dan niet meer ver naar het statige Centraal Station. Als ik in de hoge hal de trappen opklim naar de perrons, kondigt een omroepstem aan dat de trein naar Roosendaal al gereed staat „alwaar aansluiting wordt verzekerd."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.