+ Meer informatie

WINTERGASTEN

Vogelrijkdom aan de IJssel

6 minuten leestijd

Elke winter wordt ons land bezocht door grote groepen vogels uit het hoge noorden, vooral ganzen en wilde zwanen. Tijdens een tocht langs de IJssel in het begin van de winter zie je echter veel meer dan deze wintergasten. Geurt Besselink ontmoette zelfs de zeldzame ijsvogel!

Als ik vroeg in de morgen bij de IJssel aankom zijn de ganzen uit het noorden al gearriveerd. Er zit een groep van ongeveer driehonderd kolganzen. Door de kijker zijn de witte ringen om hun snavels goed te zien. Wat dichterbij zit een familie knobbelzwanen, pa en ma met twee jongen. De jongen hebben nog wat bruin in hun verenkleed. Mijn aanwezigheid maakt ze toch een beetje zenuwachtig en de familie zwemt wat verder van mij weg. Ook zijn de wilde eenden duidelijk aanwezig. Het gekwaak gaat constant door. Voeg daarbij het gegak van de ganzen en het is geen seconde stil.

IJsvogel
Het is nog niet helemaal licht; de zon zal over een kwartier opkomen. Ik ga op een wal zitten om straks de zonsopgang te fotograferen. Het is nu afwachten hoe de zon te voorschijn zal komen. Plotseling scheert er een klein vogeltje vlak over het water. Als ik de kijker pak is hij tussen wat takken en riet verdwenen. Het moet haast wel een ijsvogeltje zijn geweest.

Een ijsvogel zie je niet elke dag, alhoewel het de laatste jaren wat beter met de soort gaat. Dit komt doordat de afgelopen winters niet zo streng zijn geweest, waardoor de kleine visjes voor de ijsvogel bereikbaar blijven. Er drijft een wolk langs de horizon en ik kan de zonsopgang wel vergeten. De wolk kleurt aan de randen wel wat rood.

In de verte hoor ik een bootje aankomen, dat snel dichterbij komt. Ik zie het nog niet maar weet wel waar het zich ongeveer bevindt, want de ganzen gaan massaal de lucht in. Het gegak gaat onverminderd voort. Ik zie het scheepje nu, het vaart met een flinke gang stroomafwaarts. Nu alle ganzen in de lucht zijn kan ik leuke foto's maken. De enigszins rood gekleurde lucht en de ganzen leveren een aardig plaatje op. Het is net of het rode in de lucht de vlammen zijn van een vuur dat wordt gevormd door een rij bomen die onder de rode lucht staan.

Zingend geluid
Na vijf minuten vinden de ganzen dat het veilig genoeg is om weer neer te strijken. Het wordt weer wat rustiger. Als de zon door de bewolking heen komt, gaan de knobbelzwanen op de wieken. Na eerst een eindje watertrappen komt het viertal los van het water. Ze vliegen een stukje, maar landen dan weer op het water. Het is een mooi gezicht om deze grote vogels te zien vliegen. Dat gaat niet geheel geruisloos, want de vleugelslagen maken een soort zingend geluid.

Als ik de omgeving nog eens afspeur, zie ik een klein vogeltje in een struik boven het water zitten. Een ijsvogeltje? Als ik door de kijker kijk blijkt het inderdaad een ijsvogel te zijn, waarschijnlijk dezelfde als eerder op de ochtend. Hij blijft nog even zitten, maar houdt het dan voor gezien. Ik pak ook maar eens in en ga richting Deventer, want daar zitten nog wel eens wat wilde zwanen.

Onderweg zie ik een torenvalk naast de weg staan bidden. Als ik onder hem door fiets blijft hij zo 'staan'. Stoppen heeft geen zin, want dan is hij zo verdwenen. Vanuit de auto wil het nog wel eens lukken om zo'n torenvalk te fotograferen.

In de verte hoor ik ganzen. Al gauw blijkt dat er achter een dijk een groep kolganzen zit, nog vrij ver weg, maar ik maak toch wat opnamen. Op deze fourageerplaats zijn al gauw een vijfhonderd kolganzen. Ook zitten er wat brandganzen tussen. Met hun zwart-witte vederkleed zijn ze goed te onderscheiden van de kolganzen. Vanavond zullen ze naar hun rustplaats terugkeren om daar te overnachten.

Drijfjacht
Als ik verder fiets kom ik nog een aantal jagers tegen die een drijfjacht op hazen aan het houden zijn. Dat is zo vlak voor de Kerst te verwachten. Ik blijf even kijken maar ga dan snel verder, want uit ervaring weet ik dat ze het niet leuk vinden als je staat te kijken met een camera in je hand. Als ik bij Deventer aankom, vliegt er een groep van zo'n vijfhonderd kieviten op.

Waarschijnlijk is er een roofvogel in de buurt. Na een poosje gaan ze weer zitten, op een bouwland. Als het geen strenge winter wordt, zullen ze in ons land het voorjaar afwachten. Komt er echte kou dan vertrekken ze naar het zuiden. Helaas zijn er geen wilde zwanen te zien, wel zijn er veel smienten, kuifeenden en meerkoeten. Ze dobberen wat op het water rond.

Wilde zwanen
Voorbij Deventer zitten een paar wilde zwanen. Ze zijn onder water naar wat planten op zoek. Om wilde zwanen te zien moet je veel meer moeite doen dan voor de knobbelzwanen. De wilde zwanen zijn echte gasten uit het noorden. Knobbels zijn hier het hele jaar door en broeden hier dus ook. Ik maak nog wat opnamen van de zwanen en houd het voor vandaag voor gezien. Thuis aangekomen zie ik nog een andere wintergast uit het noorden, een roodborst.

Een deel van de roodborsten die hier hun jongen grootbrengen, trekt weg en maakt zo plaats voor soortgenoten uit het noorden. Opvallend is dat de vogel erg onverdraagzaam is ten opzichte van zijn soortgenoten. Dit komt omdat de roodborst niet alleen in de broedperiode. maar ook in de winter zijn voedselgebied verdedigt. Je zult dan ook niet gauw twee van deze vogels tegelijk op een voerplank zien. Dit in tegenstelling tot huismussen, die met z'n allen tegelijk aanvallen. Ook de kool- en pimpelmezen laten zich in kleine groepjes op de voertafel zien.

Sterfte
Andere vogels die zich laten lokken door het lekkers op de voertafel zijn de vlaamse gaai, de grote bonte specht en de boomklever, vooral als er kleine stukjes kaas te halen zijn. Maar ondanks de goede zorgen van de mensen sterft een deel van de vogels. Het zijn voornamelijk jongen die het afgelopen jaar zijn geboren.

Op zich is dat niet zo erg, als je bedenkt dat een paartje koolmezen in het voorjaar al gauw twaalf jongen grootbrengt. Door deze selectie zorgt de natuur ervoor dat de sterkste vogels voor het nageslacht kunnen zorgen. De sterfte zal van jaar tot jaar verschillen.

In winters met langdurige vorst hebben vooral kleine vogels als de winterkoning, het goudhaantje en de ijsvogel het extra zwaar. Het goudhaantje is met zijn 9 cm het kleinste vogeltje van Nederland. Het komt veel in naaldbossen voor.

Expositie
In het verzorgingshuis Talma Elim, Wilhelminapark 13 in Apeldoorn is t/m 3 januari 1992 een collectie natuurfoto's van Geurt Besselink te zien. Dagelijks geopend van 9-21 uur; toegang gratis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.