Bekijk het origineel

Een goede gave: invoelingsvermogen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een goede gave: invoelingsvermogen

7 minuten leestijd

„Er zijn maar heel weinig mensen die een groot invoehngsvermogen hebben." Een uitspraak die ik onlangs ergens opving. Achter zo'n uitspraak gaat vaak schrijnend leed schuil. Leed, verzwaard door onbegrip van de medemens. Misschien is het ook een uitspraak die ons aan het denken kan zetten. De gave van het invoelingsvermogen is een groot goed, dat we in allerlei situaties vaak nodig hebben, maar dat we veel missen! Als ouder, als echtgeno(o)t(e), als leerkracht, als verzorgende, als manager, als ambtsdrager, enz. We hebben door de allesverwoestende zondeval veel verloren. Ook een stuk invoelingsvermogen! Daardoor zijn we niet meer allereerst op de ander gericht, maar op onszelf. Vanuit een situatie van volmaakte en heerlijke harmonie zijn we terechtgekomen in een wereld waarin ieder het zijne of het hare zoekt, vaak zonder te letten op de ander, vaak zelfs ten koste van de ander.

Beschadigen
Wat is het ook moeilijk ons echt in te leven in wat er in anderen omgaat. Dat geldt allereerst onze verkeerde woorden en daden, waarmee we anderen beschadigen. Wat kost het al vaak veel om dat eerlijk onder ogen te zien, om dat niet weg te schuiven naar de achtergrond van ons denken of nog liever weg te wissen uit ons geweten. Maar het geldt ook onze woorden en daden die op zichzelf niet verkeerd zijn, misschien wel bedoeld zijn ten goede van de ander; maar die niet goed overkomen, omdat we niet eerst echt luisteren naar de ander. Wat zouden veel breuken voorkomen of alsnog geheeld kunnen worden, als we wat meer konden invoelen wat onze woorden en handelingen bij de ander teweeg brengen. Dat kost wel bijzondere moeite! Waarom? Soms omdat we zo overtuigd zijn van ons gelijk, dat we er niet eens aan denken dat een deel van het gelijk ook wel eens aan de andere zijde kan liggen. Soms ook omdat het gevaarlijk lijkt, bij voorbeeld in een conflictsituatie, echt te luisteren naar en in te gaan op de argumenten van de ander. Dat zou immers onze eigen argumenten kunnen ondermijnen!

Zelfhandhaving
Ten diepste gaat het vaak om zelfhandhaving. Een zelfhandhaving die de naaste schaadt, maar ook onszelf schaadt. Ook in die situaties waarin we misschien echt wel het gelijk aan onze kant hebben! Dan kan het zijn dat we ons eigen standpunt kunnen handhaven, maar zonder de ander te winnen. Dan kunnen we met de beste bedoeling en met de beste overtuiging toch soms meer stuk maken dan heel maken. Laat ik een concreet voorbeeld noemen: we zouden kritische jongeren kunnen winnen, als we begonnen eerlijk naar hun kritiek te luisteren en gewoon daarin als waar te erkennen wat ervan waar is. Dan verliezen we niet, zoals we vaak vrezen, maar dan winnen we. Misschien immers zijn ze dan bereid naar onze vragen over de inhoud van hun kritiek, maar vooral over de motieven van hun kritiek te luisteren.

Luisteren
Wat kan het, omgekeerd, pijn doen als we bij de ander de bereidheid missen echt naar ons te luisteren. Als we merken dat we met onze opmerkingen, onze inderdaad soms kritische vragen alleen maar bereiken dat de ander zich nog verder ingraaft in zijn stellingen. Wat kan dat bij voorbeeld in het gezinsleven en in het kerkelijk leven leiden tot verharding en polarisatie. Paulus zegt in in 1 Kor. 10: „Niemand zoeke dat zijns zelfs is; maar een iegelijk zoeke dat des anderen is." En de Heere Jezus zegt in de Bergrede: „Alle dingen dan die gij wilt, dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo." Dat is positiever (vanuit de liefde tot de ander gesproken) dan het spreekwoord van de wereld: „Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet." Het laatste is negatief, kan uit het zoeken van eigenbelang voortkomen („Pas op, want anders pakt-ie straks jou!"). Wat zou het ook een zegen zijn, als we ons soms wat minder weerbaar opstelden. Als we onze zwakheid, ons tekort, ons onvermogen zouden erkennen. Dat zou een gevoelige snaar kunnen raken in het hart van de ander, die zich dan niet meer hoeft te wapenen om zijn zwakheid, zijn tekort, zijn onvermogen te verbergen.

Zelfverloochening
Wat is hier het gebed om de genade van de zelfverloochening nodig, zodat we leren niet onszelf te zoeken, maar de ander. Dat is een genade die we alleen leren in de weg van het belijden aan de Heere van ons tekort, onze schuld. Dan kunnen we ook onze zaak aan de Heere toevertrouwen en dat kan ons bevrijden van een krampachtige zelfverdediging. En dat kan soms op wonderlijke wijze de weg vrijmaken naar de ander toe. Dat kan betekenen dat we over de brug kunnen komen met wat we wel erkenden voor onszelf, maar nooit tegenover de ander konden of durfden toegeven. Mijn vader hield ons als kinderen vroeger nogal eens voor dat de minste altijd meer heeft dan de meeste. Dat is een paradox met een wijze levensles. We leren er iets van als we dat invoelingsvermogen gekregen hebben, dat ons doet voelen hoe groot onze zonden zijn, niet in onze ogen, maar in Gods ogen. Dat breekt de diepste boze kracht in ons leven: de eigenliefde. Dan pas kunnen we de minste zijn. Dan leren we zuchten: O, kon het maar altijd!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 januari 1993

Terdege | 80 Pagina's

Een goede gave: invoelingsvermogen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 januari 1993

Terdege | 80 Pagina's

PDF Bekijken