Bekijk het origineel

De rijkdom van Gods genade raakt nooit uitgeput

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De rijkdom van Gods genade raakt nooit uitgeput

5 minuten leestijd

"Want een iegeiljk die de Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden." Romeinen 10:13

Je komt wel eens mensen tegen die uitgeput zijn. Ik heb mensen op 't oog die in staat zijn om anderen te helpen. Zelf zijn ze namelijk zo sterk of zo vermogend, dat ze anderen kunnen helpen. Bovendien zijn ze mild. U begrijpt het: Ze kunnen niet alleen andere mensen helpen; ze willen 't ook graag. Doch ze zijn zo royaal in 't goeddoen, dat ze uiteindelijk zichzelf over 't hoofd zien. Tot slot raken ze zelf uitgeput. Hun eigen mildheid doet hun kracht, hun vermogen te niet. Dit laatste echter zal van onze God en Zijn genade nooit gezegd kunnen worden. Zijn overvloed wordt door Zijn mildheid nooit verminderd. Zijn mildheid doet namelijk Zijn overvloed nooit te niet. God put Zich nooit uit. Echt, wij behoeven niet te vrezen dat onze God ophoudt genadig te zijn in dit leven. Onze God is niet alleen overvloedig, maar ook mild in 't schuldvergeven. Hoeveel Hij ook geeft. Hij blijft even rijk, een zon gelijk, die niet armer aan licht wordt, hoeveel licht zij ook van zich uitstralen doet.

Onze God raakt nooit uitgeput. Op één ding komt het voor ons allen aan: een geopende hand. Naar niets vraagt Hij dan naar een geopende hand. Een geopende hand? Ja; om er Zijn schatten in neer te leggen... en dat keer op keer. En daar is toch tweeërlei reden toe. Allereerst: onze diepe schuldige armoede. Ten tweede: Gods bereidwilligheid om in al onze noden te voorzien. En wat is onze grootste nood? Toch zeker onze schuld?! De tekst zegt 't: „Want een iegelijk, die de Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden." "Zal zalig worden". Dat veronderstelt: niemand is zalig van nature. Een ieder staat namelijk schuldig voor God. Een ieder: elke jood/jodin; elke heiden/heidin; elke jongen; elk meisje; elke geringe; elke aanzienlijke; elke arme en elke rijke. Gods Woord zegt 't. Dus God Zelf zegt 't. Opdat ieder dit zou erkennen. Zou erkennen schuldig te zijn. Zou erkennen tijdelijke en eeuwige straffen verdiend te hebben. Schuld immers moet betaald worden. Doch -en dit nu is de rijkdom van Gods genade- zij kan vergeven worden.

Want onze God is niet alleen genadig, maar wacht ook om u, om jou genadig te zijn. Dat zegt de tekst namelijk ook. Hoor maar: „Want een iegelijk die de Naam des Heeren zal aanroepen." "De Naam des Heeren" wil zeggen: Gods Wezen. Gods Wezen? Ja; dat God in Christus gaarne alles wil vergeven wat u/jij hebt misdreven. Dat Hij in Christus voor u/jou de deur van Zijn genade openzet. Waarom? Opdat u, jij die deur zou gebruiken. Die Naam zou aanroepen. Met de tollenaar zou roepen: „O God, wees mij de zondaar genadig." 'k Zou zeggen: Neem eens een proef met die Naam. Met dat doel immers wordt die Naam des Heeren aan u, jou bekendgemaakt. Opdat u, jij uw, jouw hand zou ophouden; uw, jouw mond zou opendoen. Dan zult u, zul jij ervaren: „zal zalig worden". Zalig, dat wil zeggen: nemen en geven. Nemen: in Christus neemt God dan alles wat van ons is. Alles, al onze schuld, al onze smet en al onze straf neemt Jezus op Zich. Geven: in Christus geeft God ons Zijn vergevende en vernieuwende genade. Geeft Hij ons Zijn recht op het eeuwige leven.

Zalig, dat wil zeggen vol van God en leeg van uzelf Dat begeert u toch? Wat zegt u? Nee? Dan bent u dwaas. Dan ontkent u ten eerste uw eigen naam: zondaar. Ten tweede verloochent u Gods Naam: Jezus. U ontkent, dat God in Christus genadig is. In dat geval houdt u uw zonden, uw schuld en uw straf In feite loopt u dan met Kaïn met uw schuld van God af Dan bent u niet gelukkig. Dat geeft namelijk geen vrede met God. Weet bovendien: ontlopen kunt u uw God niet. Eenmaal -als u sterft- zult u voor deze uw God staan. Doch dan is Hij uw Rechter. Nu wil Hij uw Redder zijn. Laat u dan redden. Houdt uw hand op. Doet uw mond open. Er staat toch: "zal zalig worden". Zal. Zou God 't beloven en niet doen? Dat kan toch niet. Want God kan niet hegen. Nog biedt God u, jou Zijn genade in Christus aan. Dat is wat. Dat het voor God -Die wij beledigd hebben- niet te min is Zijn genade ons aan te bieden. Is het dan voor ons te min om genade te smeken? Zijn we dan daar te hoogmoedig voor? Roept toch Zijn Naam aan: „Heere Jezus, ontferm U mijner", want: HEER, door goedheid aangedreven, zijt Gij mild in 't schuldvergeven; wie Uaanroept in den nood, vindt Uw gunst oneindig groot. HEER, neem mijn gebed ter oren; wil naar mijne smeking horen; merk, naar Uw goedgunstigheên, op de stem van mijngebeên. (Ps. 86:3 berijmd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 28 juli 1993

Terdege | 68 Pagina's

De rijkdom van Gods genade raakt nooit uitgeput

Bekijk de hele uitgave van woensdag 28 juli 1993

Terdege | 68 Pagina's

PDF Bekijken