+ Meer informatie

Walcheren

Het eiland van de "kerkedorpen"

10 minuten leestijd

Het hart van Zeeland, zo wordt Walcheren wel genoemd. Dit meest westelijk gelegen eiland heette in de middeleeuwen Walaehria. Door zijn ligging was het in de Romeinse tijd al een belangrijk militair steunpunt. We maken een roridrit ten westen van het kanaal van Walcheren, waarbij we de plaatsen Vlissingen en Middelburg laten liggen voor een dag met minder mooi weer.

Als Startplaats kiezen we Zoutelande met zijn prachtige stranden op het zuiden. Wat het eerst onze aandacht vraagt is de hervormde kerk. Hij ligt nu vlak achter de indertijd aangelegde dijk. We kunnen het ons bijna niet voorstellen, maar vroeger lag het bedehuis wel een halfuur gaans van de zee. Door veranderingen in de stroombedding kwam de zee steeds dichterbij, waardoor de duinen afkalfden en de zee steeds meer land wegnam. Toen er ten slotte geen duin meer overbleef moest een dijk de beschermende taak overnemen. Vanaf deze dijk hebben we nu een prachtig gezicht op het dorp en het eiland, en op de Westerschelde. Een heel mooi wandelpad loopt door en over de duinen tot aan Vlissingen toe. Tegenover de kerk staat de Willebrordusput, volgens de overlevering door de naamgever gesticht.

Geen biggen
Na een kilometer of vier rijden komen we in Biggekerke. De naam heeft niets te maken met biggen, maar is een verbastering van de oude naam Sint Bega's kerk. De toren van de kerk dateert uit ongeveer 1400. Zoals op veel plaatsen in Walcheren is ook hier een molen aanwezig. Men zegt dat de kerkring het mooiste dorpsplein van het eiland is. We rijden door naar Koudekerke. Ook hier weer een brink met de naam Dorpsplein, waar alles omheen is geconcentreerd. In het midden de kerk met een zeer misstaand "aangeplakt" wit gepleisterd gebouwtje. Verder een (nieuw gebouwde) travalje en een muziektent. Vanuit Koudekerke gaan we even richting Middelburg, maar we slaan na ongeveer een kilometer linksaf de Meinersweg in, waar we na enige tijd aan de linkerkant, net voor de wegkruising, de St. Maartenskapel zien. Op deze plaats werd in of na 1189 een kapel gebouwd voor omwonenden die de kerkgang naar Middelburg te onveilig vonden. Vermoedelijk in de 15e eeuw verrees er een nieuw kerkgebouw, gewijd aan St. Maarten. Na het beleg van Middelburg (1572-1574) bleef van de kerk alleen het koorgedeelte als ruïne over. In 1965 werd de ruïne als kapel gerestaureerd, voor R.-K. kerkdiensten en culturele activiteiten.

Jacob Cats
Nu komt Grijpskerke in 't verschiet, maar bij de volgende Tsplitsing gaan we eerst nog een bezoek brengen aan een imkerij, waar zeer boeiend over het leven en werken van onze nijvere bijen wordt verteld. Even verderop zien we een klein kasteeltje, de Munnikenhof Het is een voormalig buitenverblijf geweest waar o.a. Jacob Cats heeft gewoond. Het ligt vlak bij Grijpskerke en deze plaats vraagt nu onze aandacht. Ook hier is de naam weer afgeleid vanuit het verleden. Toen de Friezen het nog van de Lauwers tot aan het Zwin te vertellen hadden, werd de nederzetting vermoedelijk "Ga-riep" of "Ga-rijp" genoemd. Naderhand werd het Gripeskerc, waaruit dan Grijpskerke is ontstaan. De hervormde kerk ligt op een keurig onderhouden Kerkring, waaraan een travalje of hoefstal staat.

Veere
Via Serooskerke, dat hoofdzakelijk bestaat uit naoorlogse huizen, gaan we nu naar Veere. Zo'n klein stadje met zoveel moois mag je gewoon niet overslaan. Eerst weer iets over het ontstaan van de naam. Op een geschikt punt tussen NoordBevelend en Walcheren begon men met een pontveer; dat was bij het plaatsje Campen op Noord-Beveland. Aan de kant van Walcheren sprak men dan ook over het veer naar Campen. Dat werd Camperveer, Campveer, later verkort tot Veere. Door de aanleg van de Zandkreekdam in 1960 en de Veersegatdam werd Veere van het buitenwater afgesloten en ontstond het grote recreatiegebied het Veerse Meer. Bij het naderen van het stadje zien we al gauw de twee bekendste punten, de witte korenmolen "De Koe" en het slanke renaissancetorentje van het stadhuis, gebouwd in 1599. Er zou een hele reportage over dit mooie stadje te maken zijn, zoveel is er te zien. In het kader van dit verhaal noemen we alleen een paar dingen: het stadhuis, zowel het exterieur als het interieur, de Schotse Huizen, veel gevels uit de 17e en 18e eeuw, de kolossale en lelijke Grote of Onze Lieve Vrouwekerk en niet te vergeten de "Campveersche Tooren", een __ restaurant waar Willem de "% Zwijger indertijd een huwe-j lijksfeest heeft gevierd. '"^ Willen we Veere echt "proeven", dan moet dat eigenlijk gedaan worden op een dag buiten het toeristenseizoen, want in het seizoen is het er enorm druk. Maar in de rustige tijd kunnen we ons in een middeleeuws stadje wanen, als we de auto's tenminste even wegdenken.

Klederdracht
De volgende plaats waar we doorheen rijden is Vrouwenpolder, dat evenals Serooskerke hoofdzakelijk bestaat uit naoorlogse huizen. Het is in korte tijd een belangrijk toeristencentrum geworden, waar het Veerse Meer met de waterrecreatie debet aan is. Wat ons wel opvalt tijdens deze rondrit: de mooie klederdracht van het eiland kom je nog maar sporadisch tegen. Toch wel jammer, want het geeft zo'n specifieke sfeer in deze omgeving, naar je gevoel hoort het er toch bij. We rijden door naar Domburg, in het seizoen ook weer een mierennest van toeristen. Voor de rust moeten we hier dan ook niet zijn, maar een paar dingen vragen toch onze aandacht. Stedebouwkundig heeft de plaats niet veel te bieden. Alleen t> de korenmolen en het aardige raadhuisje uit 1667, waarvan het koepeltorentje pas in 1822 is geplaatst. De hervormde kerk was oorspronkelijk uit de 15e eeuw, maar na een brand in 1849 is er van het oude gebouw weinig meer overgebleven. Omstreeks het midden van de vorige eeuw vestigde zich hier een arts uit Wiesbaden, J.G. Mezger, die een zeer beroemde praktijk opbouwde met zijn massagetherapie en zoutwaterbaden. Patiënten van koninklijken bloede kwamen zelfs naar hem toe. Een borstbeeld op het plein 't Groentje herinnert nog aan deze arts. Ook bij de bekende schilders Toorop en Mondriaan was Domburg niet onbekend.

Aagtekerke
We wenden nu de steven naar Aagtekerke, weer zo'n "kerke"dorp. Deze naam is afgeleid van St. Agatha, aan wie de kerk in de 14e eeuw was gewijd. In de kerk is een heel mooi marmeren epitaaf tegen de muur aangebracht. Deze "steen" zal vroeger een graf hebben gedekt, want de tekst die er op staat begint als volgt: „Wie gij ook zijt, die bij het beschouwen van deze uitstekende door kunstvaardige hand uit marmer vervaardigde gelaatstrekken, begerig zijt te weten wie onder deze steen hun sterfelijk omhulsel hebben afgelegd, verneem in weinig woorden: Hier ligt de door allerlei deugden niet minder dan door zijne ridderlijke waardigheid en altijd gedenkwaardige verdiensten jegens het Vaderland aanzienlijke en Hoog Edele Heer: Hendrik Thibaut." Tot zover dit grafschrift; het is in totaal bijna 30 regels lang, dus er staat heel wat op. De tombe is in 1669 vervaardigd door de beroemde Rombout Verhulst. Onze route gaat nu naar Westkapelle, dat in de middeleeuwen een belangrijke haven was. Nu is er niets meer van een haven te bespeuren. Omdat de duinen hier ook, net als bij Zoutelande, steeds minder werden heeft men een zware zeedijk aangelegd. In oktober 1944 werd de dijk door Engelse bombardementen vernield, waardoor ongeveer 80% van het dorp verdween en er zo'n 180 mensen omkwamen. Door het instromende water is er een grote kreek ontstaan van wel drie kilometer landinwaarts. Het is nu een schitterend natuurgebied. De toren van de in 1831 gesloopte kerk fungeert al heel lang als baken voor de scheepvaart op de Noordzee. De witte "trommels" die er op staan zijn verre van fraai.

Vliedberg
Op weg naar ons laatste plaatsje komen we vlak langs een zogenaamde vliedberg, een soort heuvel waarvan we er trouwens al meer op onze tocht hebben gezien. Men heeft wel gedacht dat het een terp was om bij overstromingen een goed heenkomen te kunnen zoeken, maar het blijken toch een soort versterkingen te zijn geweest. Bovenop heeft men sporen van houten palissaden gevonden. We gaan nu nog even in Meliskerke een bezoek brengen aan de unieke schelpenschuur "Tridacna". Hier vinden we de grootste collectie tropische schelpen in Nederland, stenen en mineralen, met daarbij prachtige sieraden. Ook voor de kinderen is dit heel interessant; de toegang is gratis. Meliskerke heeft een mooie korenmolen. Hij is gebouwd in 1806. Walcheren zonder molens is niet denkbaar. Gelukkig dat er hier nog zoveel zijn overgebleven, het is een wezenlijk element in het mooie landschap. Ons beginpunt Zoutelande is weer in zicht gekomen. De tocht zit erop.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.