Bekijk het origineel

Het botert niet tussen Unifil en Israël

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het botert niet tussen Unifil en Israël

"Wie denkt Libanon te begrijpen, is verkeerd voorgelicht"

17 minuten leestijd

In de roes om de "vrede" die Arafat en Rabin hebben gesloten, moet niet vergeten worden dat Israël ook een strijd voert tegen Libanon, of eigenlijk tegen de moslim-fundamentalistische HezboUah die vanuit dat land opereert. Sinds Israël een "veiligheidszone" heeft ingesteld tussen het eigen land en Libanon, is het keer op keer raak. Volgens de VN hoeft die zone er echter helemaal niet te zijn. Israël heeft een andere mening. Bezoek aan betwist niemandsland.

Langzaam draait het hek open. De Israëlische grenswacht stapt opzij. Hij gaat me voor naar het kantoor van de "douane". Ook deze douanebeambten blijken militairen te zijn. Al mijn reisdocumenten, verklaringen en officiële papieren zijn in orde. Een vrouwelijke militair zet met een harde dreun een stempel op het uitreisvisum. Twee soldaten lopen mee naar het niemandsland. Bij een slagboom houden ze halt. In het wegdek zit een hoge drempel. De ene soldaat geeft een handdruk, de andere knikt. De slagboom gaat omhoog en de begeleiders doen een stap terug. Enkele stappen en de slagboom daalt neer. De soldaten lopen terug naar het kantoor. Israël draagt geen verantwoordelijkheid meer voor hetgeen de vertegenwoordiger van Terdege zal overkomen. Libanon. Een rotsachtig, troosteloos landschap. Een stoffige weg. En in de verte een witte Toyota Landcruiser van de Verenigde Naties.

U bent verdwenen
Met een grijns op z'n gezicht stelt hij zich voor: Kapitein Michael Lindvall van de Unifil. Lindvall is een Zweed. „Al enkele jaren in Libanon", voegt hij er direct aan toe. „Laten we eerst enkele officiële zaken regelen. Als u in Europa een grens passeert, wordt u op hetzelfde moment uit het ene land uitgeschreven en in het andere land -als reiziger of toerist- ingeschreven. Hier in Libanon is dit niet mogelijk. De officiële regering van Libanon heeft geen gezag in het zuiden van het land. Daarom bent u Israël uitgereisd, maar u staat nergens in Libanon ingeschreven. U bent eigenlijk verdwenen. Daarom neemt Unifil u van Israël over: u krijgt een speciaal paspoort van de Verenigde Naties. Deze pas is slechts geldig, wanneer u in het gezelschap bent van personeel van de "United Nations Interim Forces in Lebanon". Als u gevraagd wordt u te identificeren, moet u deze pas tonen. Niet uw gewone Nederlandse paspoort. Dat is hier niet geldig..." We stappen in de Toyota en met een fikse vaart zet Lindvall koers naar het hoofdkwartier van de troepen van de Verenigde Naties in het gehucht Naqoura. Achter op de auto fladdert een grote lichtblauwe VNvlag in de wind.

Tijdelijk
Het hoofdkwartier van de "tijdelijke strijdmacht van de Verenigde Naties in Libanon" (Unifil) vormt eigenlijk het grootste deel van het dorp Naqoura. „Toen de vredesmacht van de VN hier in 1978 arrieerde, was Naqoura niet meer dan wat huizen aan een stoffige weg vol kuilen", vertelt Lindvall. „Dat is in vijftien jaar wel veranderd: in Naqoura zijn vandaag de dag enkele honderden van de ruim 6.000 VN-militairen gelegerd. Op het ogenblik bestaat het "leger" uit militairen uit Finland, Frankrijk, Ghana, Ierland, Italië, Nepal, Noorwegen, Zweden en soldaten van de Fiji-eilanden. Zoals de naam van de VN-macht al duidelijk maakt, is onze aanwezigheid hier van tijdelijke aard." Al pratend loopt Lindvall naar een thermoskan. „Koffie?" Met twee dampende bekers loopt hij terug naar z'n bureau en ploft neer in de stoel die erachter staat. Achter hem hangt een prikbord met kranteknipsels over de laatste Libanese ontwikkelingen, mededelingen, tijdschema's en spotprenten. Rechts hangen kaarten aan de muur. De grootste kaart geeft een overzicht van het gebied waar de Unifil-troepen gelegerd zijn. Eroverheen is een geel kranteknipsel geplakt: > „Wie denkt Libanon te begrijpen, is niet goed voorgelicht".

Humanitair
Lindvall nipt aan de kokend hete koffie. „De taak van Unifil is erg gecompliceerd. In 1978 werden we hier gestationeerd om toe te zien op de Israëlische terugtocht uit Libanon na "Operatie Litani". Verder had Unifil een humanitaire taak te vervullen: burgerlijk bestuur coördineren, hulp verlenen bij de wederopbouw van Libanon en het verstrekken van voedsel en medische hulp aan de plaatselijke bevolking. Naar aanleiding van een "commando-actie" in de buurt van Tel Aviv door de PLO trokken in de nacht van 14 op 15 maart 1978 Israëlische legereenheden de grens met Libanon over en bezetten het gebied tussen de grens en de rivier de Litani, even boven de stad Tyrus. De stad zelf werd niet bezet. Op 15 maart diende de Libanese regering een klacht in bij de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Twee dagen later nam de Veiligheidsraad een resolutie aan waarin de Israëlische invasie werd veroordeeld. De resolutie bevatte drie punten: 1. Israël moest zijn troepen terugtrekken, 2. De internationale vrede en veihgheid in het gebied moest hersteld worden, 3. De regering van Libanon moest geholpen worden haar macht over Zuid-Libanon te herstellen. De Veiligheidsraad besloot hiervoor een tijdelijke troepenmacht naar Libanon te sturen om deze drie punten te verwezenlijken. Unifil zou in Libanon blijven, zolang de Libanese regering dat noodzakelijk acht."

Schipperen
„We waren in oorsprong dus een "peace-keeping force", een vrede-bewarende eenheid. In de praktijk betekende dit schipperen tussen allerlei partijen: Israëliërs, Syriërs, druzen, christenen, moslims, Hezbollah, Israëls bondgenoot SLA (het Zuidhbanese Leger), enzovoorts, enzovoorts. Een eindeloze rij grotere en kleinere clubs die elkaar op leven en dood bestrijden. Ze worden gesteund door de PLO, Israël, Syrië, Iran, Saoedi-Arabië, Libië en de Russen. Gelukkig zijn die laatsten zo'n beetje van het toneel verdwenen... Israël maakte na 1978 een begin met het terugtrekken van zijn troepen. Echter, in 1982 had opnieuw een invasie plaats. Dit keer rukten de Israëliërs op naar de hoofdstad Beiroet. Opnieuw volgden resoluties van de Veiligheidsraad. Israël diende uit Libanon te verdwijnen. Ook Syrische troepen trokken Libanon binnen, maar dit gebeurde nadat de officiële regering van Libanon daarom had gevraagd. Syrië is uitgenodigd, maar de Israëlische bezetting van Libanees gebied is totaal illegaal. Israël handelde tegen de internationale rechtsorde en tegen de eisen van de Verenigde Naties. Je kunt over de Syrische aanwezigheid in Libanon denken wat je wilt, maar ze zijn hier wettig."

Veiligheidszone
„Ook worden wij bij het uitoefenen van onze taak gehinderd door het gedrag van Israël en zijn bondgenoten", vervolgt Lindvall heftig als hij de bekers opnieuw gevuld heeft. „Het was de bedoeling dat Israël zich in 1985 volledig uit Libanon zou hebben teruggetrokken. Maar die belofte werd niet nagekomen! Israël hield een zogenaamde veiligheidszone in het zuiden van het land bezet. De Israëlische autoriteiten verklaarden dat deze zone onmisbaar was voor de veiligheid van Israël. Onzin natuurlijk! Wij zouden na de terugtrekking de taak krijgen om toe te zien op de rust en orde in dit deel van Libanon. Wij kregen daarvoor niet de kans: Israël bleef en schiep op die manier een ministaatje in ZuidLibanon. Wat ik hier zeg, heeft niets met antisemitisme te maken. Het zijn de pure feiten die voor zichzelf spreken. Ik heb niets tegen Joden. Want wat zijn de feiten? Israël steunde in de jaren van de burgeroorlog de Libanese majoor Haddad. Haddad is christen. Toen Israël gedwongen was zich terug te trekken, voelde Haddad zijn machtspositie wankelen. Ook Israël voelde dat aan en besloot zijn trouwe bondgenoot te blijven steunen. Zodoende werd in de "veiligheidszone" het SLA, het Zuidhbanese Leger, opgericht. Deze nep-militie wordt door Unifil niet erkend. De groep heeft geen Libanese achtergrond. Het is puur een Israëhsche uitvinding."

Geen bestaansrecht
„Het SLA heeft op dit moment grote problemen. De burgeroorlog in Libanon is over, het SLA heeft geen bestaansrecht meer. Als Israël zich uit Libanon zou terugtrekken, zou 80 tot 90% van de eenheden van het Zuidhbanese Leger snel opgenomen worden in de nieuwe Libanese Strijdkrachten. Zonder problemen." Geen gevaar voor wraakacties? Geen machtsstrijd onder de officieren? > „Nee", meent Lindvall, „het is al vaker gebeurd. Je hoort toch niet meer van de militie van de christelijke generaal Aoun? Waar zijn de moslimmilities? Allemaal opgegaan in de Libanese Strijdkrachten." Plotseling grijpt Lindvall naar z'n koffiebeker. „Leeg", constatert hij, „het wordt tijd voor een kleine trip in de omgeving." Opnieuw wordt de witte Landcruiser gestart. Bij het hek presenteert een Franse Unifiller het geweer. „Kijk", grijnst Lindvall, „dat is nou typisch Frans. In het buitenland flink laten merken waar je voor staat." Voor de auto rijst een metershoge model-Eiffeltoren de Libanese lucht in. „Frankrijk heeft hier een mobiele brigade zitten." Voor enkele witgeschilderde barakken staan een paar pantserauto's. Eveneens wit geverfd. Op de zijkanten van alle auto's een zwart opschrift: UN, United Nations. „Helpt vaak weinig. In feite zijn wij vogelvrij. We kunnen toch niets doen. Iedere club die een oefendoel nodig heeft, kan zonder problemen op die mooie witte wagens schieten."

Eerst schieten
Opnieuw een stoffige weg. Kale heuvels met hier en daar een groepje huizen vormen het landschap. Soms zijn de huizen ingestort. Meestal dragen ze sporen van kogelinslagen. Praten met de schaarse voorbijgangers is niet mogelijk. Lindvall: , Je weet maar nooit. We zouden eens voor spionnen kunnen worden aangezien. Er wordt hier altijd eerst geschoten. Pas daarna stellen ze de vragen. Ook foto's nemen is riskant. We kunnen nergens stoppen om opnames te maken. Het Zuidlibanese Leger schiet op alles wat stilstaat; de Israëliërs alleen als je hun installaties observeert." Met een fors tempo raast de witte Toyota over de wegen. Dan remt Lindvall wat af „Kijk, daar op die heuveltoppen zitten de Israëliërs. Radarinstallaties en artillerieposten. Als er problemen in Libanon zijn, horen wij onmiddellijk het gedreun van het geschut. Meestal doen ze het 's nachts. Wij moeten er dan naar toe, om te protesteren. Het is onze taak de zaak hier rustig te houden, 't Zijn meestal vergeldingsacties voor de een of andere vermeende terreurdaad." De Toyota gaat weer sneller rijden. Maar hoe zit het dan met de moslim-fundamentalistische Hezbollah? Je leest toch altijd over die raketaanvallen op dorpjes in Noord-Israël? „Dat probleem heeft Israël aan zichzelf te wijten. Zo'n 99 procent van alle Libanezen wil dat Israël uit Libanon verdwijnt. Als dat gebeurd is, verdwijnt Hezbollah vanzelf Geen enkele HezboUah-strijder probeert de Israëlische grens over te steken. Dat proberen alleen de Palestijnen. Maar die zijn erg verzwakt na alle Israëlische acties. Hezbollah blijft in Libanon." Schamper: „Niemand is geïnteresseerd in het bevrijden van Jeruzalem..."

Kirjat Sjmona
Enige tijd later. In de kleine stad is het doodstil. Niets beweegt. In de straten staan auto's langs het trottoir geparkeerd. Midden op de weg zitten een paar mussen. Geen kinderstem wordt gehoord. Geen geluiden van winkelend publiek. Geen geronk van vrachtwagens en bussen, 't Is beklemmend stil. En heet. Een wilde gil snijdt de stilte aan stukken. Een fluittoon. Snijdend; een aanslag op de trommelvliezen. Direct na de gil khnkt een dreunende slag. De aarde schokt. Gebouwen schudden; ruiten rammelen. Aardkluiten en puin vliegen hoog boven de huizen uit. Dan volgt rook. En de sirene van de brandweer. Kirjat Sjmona, augustus 1993. Dagelijks keert de gil terug. Al weken lang. Niets schijnt de woede van de Hezbollah te kunnen stuiten. Het regent raketten. Katjoesja's. Een uitvinding van de Russen. Al in de Tweede Wereldoorlog maakten de Duitse legers kennis met deze uitvinding. De Duitse soldaten gaven er een naam aan: Stalinorgel. Vanwege het fluitende, orgelende geluid dat je hoort vlak voor de raketten inslaan. De gil van de dood.

Heilige oorlog
Maandenlang was de spanning aan de grens met Libanon langzaam toegenomen. Eerst was er een schotenwisseling. Toen een bomaanslag. Daarna volgden hinderlagen en landmijnen. Toen volgde dag dag waarop de kranten schreven: „Acht Israëlische militairen bij een aanslag om het leven gekomen in de Veiligheidszone in Zuid-Libanon." Er volgde een Israëlische reactie: artilleriebeschietingen. Hezbollah, de moslim-fundamentalistische terreurorganistie, riep een heilige oorlog uit. Met de steun van Iran en Syrië. Het begon raketten te regenen op de dorpen en kibboetsen van Noord-Israël. De bevolking moest, voor de zoveelste keer, de schuilkelders opzoeken om daar dagenlang te bivakkeren. Schuilkelders die door de hitte al spoedig veranderden in bedompte catacomben. Vanuit Beiroet klonk over de radio een stem. Een stem die vervuld was met haat. Een stem die beloofde door te vechten tot er geen Jood meer in het Midden-Oosten zou overblijven, 't Was sjeik Nasrallah, de geestelijke vader van de Hezbollah. „Wij erkennen de misdadige Israëlische staat niet", deelde hij mee, „en we zullen die racistische eenheid, die Israël genoemd wordt, geen recht van bestaan geven, zelfs niet als het land teruggeeft aan de Arabieren en een deel van het Palestijnse grondgebied zal behouden. Wij blijven standvastig in onze strategie om Israël van de kaart te vegen."

Reactie
Onder dit alles wachtte Israël af Het land wachtte op een reactie van de zijde van de westerse wereld. Van de Verenigde Naties. Een reactie die de praktijken van de sjeiks zou veroordelen. Een reactie die aan de aanvallen een einde zou maken. Een reactie die het normale dagelijkse bestaan zou doen terugkeren in Noord-Israël. Maar die reactie kwam nooit... Eindelijk, nadat de vijftigste raketaanval een feit was, besloot de Israëlische regering er een eind aan te maken. Israël sloeg met ijzeren vuist op de tafel: de Israëlische luchtmacht bombardeerde hoofdkwartieren en stellingen van de terroristen. Dagenlang was de lucht vervuld van het daverend geraas van straaljagermotoren. Dagenlang ook was de lucht vervuld van het orgelende gefluit en de dreunende inslagen van de katjoesja's. Want de Hezbollah besloot van een beproefde tactiek gebruik te maken. Men plaatste de kanonnen en raketinstallaties midden in de dorpen van Zuid-Libanon. Men vocht vanachter een menselijk schild. "Dien WeChesjbon", operatie Rekenschap en Verantwoording, duurde maar enkele dagen. Met precisie-bombardementen trachtte de Israëlische luchtmacht de commandocentra uit te schakelen. Daarna werd de burgerbevolkiing gemaand de dorpen te verlaten, zodat het leger de bases van de terroristen kon vernietigen. Talloze huizen moesten met de grond gelijk worden gemaakt. Dorpen verdwenen in stofwolken van vallend puin. Zo'n 300.000 mensen veranderden van eerzame burgers in vluchtelingen. Wie was hier schuldig aan?

Het werkt niet
Toen de wapens zwegen, was het voor de hele wereld duidelijk. De vredesbesprekingen waren weer eens in gevaar gebracht door die overgevoelige Israëliërs. Die konden de speldeprikken van een extreme organisatie niet negeren en moesten weer zo nodig weer eens ten strijde trekken. Was dit nu werkelijk zo? „Kijk eens, de veiligheidszone die wij in Zuid-Libanon hebben ingesteld, is vooral in ons voordeel, maar ook de bewoners aan de andere kant van de grens (de Libanezen) varen er wel bij". aldus kolonel Mosje Fogel van het Israëlische leger. „Natuurlijk beweert Unifil iets anders. Wij moeten uit Libanon verdwijnen. Liever vandaag dan morgen. Natuurlijk zouden ze gelijk hebben als Unifil werkelijk nuttig zou zijn hier in de regio. Maar dit is niet zo. Unifil werkt eenvoudig niet. De bedoeling van de Verenigde Naties was hier troepen te plaatsen om de omgeving rustig te houden: "peace-keeping forces", vrede-handhavende troepen. Maar er is en er was hier geen vrede te handhaven. Je zag het ook nu weer. Israël wordt aangevallen met raketten. Er vallen slachtoffers."

Niet territoriaal
„Wij protesteren gewoon door. De troepen van de Verenigde Naties in Zuid-Libanon zijn in feite machteloos. Vandaar dat wij zelf ingegrepen hebben. De veiligheidszone bewijst ook nu weer haar nut. De Hezbollah vuurde talloze raketten af op Noord-Israël. Slechts vijftig aanvallen waren succesvol. De rest van de raketten landde in zee of in de veiligheidszone. Maar toch is het niet zo dat wij onszelf beschermen ten koste van de bewoners van ZuidLibanon. Ook zij hebben baat bij de zone. Het grootste deel van de bevolking voelt zich Libanees. Men wil liever met Israël samenwerken, dan dat heel Libanon beheerst zou worden door Syrië. Men voelt verder wel aan dat Israël geen territoriale claims heeft op Libanees grondgebied. Als het rustig was in Libanon, zouden we er niets te zoeken hebben. Anders is het met Hezbollah. Zij willen van het Midden-Oosten een moslimgebied maken. Israël is daarbij een versperring. Een versperring die moet worden opgeruimd. Zoals hun leider zei: „Wij zullen onze jihad (heilige oorlog) voortzetten door bommen te plaatsen en hinderlagen te leggen, omdat dit een heilig doel is voor ons. (...) Er is een kleine minderheid (van de Arabieren) die vrede met Israël wil sluiten, omdat zij hun ziel verkocht hebben aan de Amerikaanse duivel..." Ik denk dat dat aan duidelijkheid niets te wensen overlaat."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 12 januari 1994

Terdege | 68 Pagina's

Het botert niet tussen Unifil en Israël

Bekijk de hele uitgave van woensdag 12 januari 1994

Terdege | 68 Pagina's

PDF Bekijken