Bekijk het origineel

Wintergasten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wintergasten

6 minuten leestijd

Voor ornithologen (vogelkenners) begint de winter als de zomergasten ons land hebben verwisseld voor warmere streken en als onze wintergasten voor de koude hun land zijn ontvlucht en in ons land zijn gearriveerd. Natuurlijk kun je geen datum vaststellen wanneer deze winter begint of eindigt, want er zijn altijd wel verplaatsingen. Vooral als hier ook de winter toeslaat in de vorm van sneeuwval of strenge vorst.

In de tuinen en parken van woongebieden verschijnen weer roodborstjes en winterkoninkjes, die na een broedseizoen in het Noorden vaak in dezelfde bosjes als vorig jaar komen overwinteren. Ook de voederplaatsen worden nu druk bezocht. Kool- en pimpelmezen, spechten, vinken, eksters en gaaien maken graag gebruik van aangeboden voedsel. Brood is lekker voor spreeuwen, mussen en kokmeeuwen, terwijl de bessen van de struiken als duindoorn, cotoneaster of meidoorn worden opgepeuzeld door merels, koperwieken en kramsvogels. In sommige winters krijgen we bezoek van pestvogels, die het ook op onze bessen voorzien hebben. Dat ze niets met een pestepidemie te maken hebben, zoals men vroeger dacht, zult u begrijpen. Langs de stranden profiteren grote groepen meeuwen en kleine steltlopertjes uit het Noorden (zoals drieteentjes en bonte strandlopers) van wat de zee op 't strand na vloed heeft achtergelaten. Soms zie je tussen de meeuwen een donker gekleurde roofmeeuw vliegen. Hij is wat ranker en sneller dan een meeuw en jaagt graag achter meeuwen aan, die van angst de zojuist genuttigde prooi uitbraken. BHksemsnel vangt de jager deze braakbal op voor hij op de grond of in zee valt. De meest algemene roofmeeuw is de kleine jager, terwijl ook de grote jager regelmatig gezien wordt.

Watervlakten
In de duinen, in de polders en langs de wegen zien we nu meer roofvogels dan in de lente of zomer. Een typische winterroofvogel is de ruigpootbuizerd, die veel op muizen of dode dieren aast. Hij is wat moeilijk te onderscheiden van de gewone buizerd. Alleen kenners zien aan het vluchtpatroon en aan de witte staart met zwarte eindbanen dat ze met een ruigpootbuizerd uit arctische gebieden te maken hebben. De zeearend en de slechtvalk, ook wintergasten, komen maar zelden in ons land voor. Wie 's winters grote open watervlakten afspeurt (Flevomeren. Noordzeekanaal of riviermonden) ziet hier en daar grote concentraties eenden en meerkoeten. Veel eenden die we zien zijn typische wintergasten. Ik noem de smient, de tafeleend, de brilduiker en de zaagbekken. Smienten zijn mooie eendjes met een bruine kop met een oranje kuif In het voorjaar, voordat ze weer terugkeren naar hun broedgebieden, kun je de mannetjes zien dartelen om de wijfjes, waarbij ze herhaaldelijk hun "smieuw smieuw" laten horen, wat hun de bijnaam fluiteend oplevert. Tafeleenden zitten vaak in grote groepen. Het mannetje heeft een mooie roodbruine kop met een donkere borst. Het zijn duikeenden. Langs de Oostvaardersdijk in het IJsselmeer liggen er vaak duizenden.

Boterbuiken
Brilduikers kun je in de verte herkennen aan hun grote glanzend groene kop met een witte vlek tussen oog en snavel. Als ze vroeg in het voorjaar baltsen, gooien de mannetjes hun kop achterwaarts, zodat de snavel o loodrecht omhoog wijst, terwijl ze in kringen om de wijfjes zwemmen. In de winter komen hier drie soorten zaagbekken voor. Grote zaagbekken zoeken hun voedsel (vis), meest voor de kust en rusten vaak in havens, zoals Lauwersoog, IJmuiden en Den Oever. Vanwege de geelachtige borst van het mannetje worden ze ook wel boterbuiken genoemd. De middelste zaagbek vist meestal ook buitengaats. De wijfjes hebben een mooie zwart-wit-tekening en blinkend donkergroene kop met kuif Ze worden zaagbekken genoemd omdat de snavelrand kleine insnijdingen heeft waarmee ze de vis gemakkelijker kunnen vasthouden. De kleine zaagbek of nonnetje (vanwege het witte habijt) vist heel vaak in grote groepen, net als de aalscholvers. De voorste vogels van een brede formatie duiken en de achterste vliegen op naar de voorste linies om hier met duiken te beginnen. Zo schermen ze een flink stuk water af om zo efficiënt mogelijk een school vissen te bejagen. De beste plaats om groepen nonnetjes te zien is in de Flevopolder bij het gemaal de Block van Kuffeler of bij Lelystadhaven, waar men het VOCschip "Batavia" aan het bouwen is.

Zwanen
Naast honderdduizenden ganzen zijn er in ons land in de winter ook enkele duizenden wilde en kleine zwanen. Wilde zwanen komen vooral voor op bieten- of aardappelakkers om zich te goed te doen aan de restanten van de bieten en aardappels. Vooral in en rondom de Lauwersmeerpolder en de IJsselmeerpolders kunnen we flinke groepen aantreffen. Naast het vaalwitte kleed is de snavel met de zwarte punt en gele teugel (plek tussen oog en wortel) het meest kenmerkend. Wilde zwanen zijn even groot als de algemeen bekende knobbelzwanen. De kleine zwaan heeft een zwartgele snavel en is duidelijk kleiner dan onze knobbelzwaan. Veel kleine zwanen vinden we op Texel, in de Eempolders en ook weer de IJsselmeerpolders, waar ze zich te goed doen aan het gras. Als het streng gaat vriezen, verhuizen de meeste vogels naar Zeeland of ze gaan door naar Engeland of Ierland, omdat watervogels nu eenmaal open water nodig hebben om te rusten, te drinken en te poetsen. Nederland neemt dus een belangrijke plaats in als overwinteringsgebied voor noordelijke vogels. Als we hiervan willen blijven genieten, moeten we zorgen dat er zo weinig mogelijk verblijfsgebied voor hen verloren gaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 9 februari 1994

Terdege | 68 Pagina's

Wintergasten

Bekijk de hele uitgave van woensdag 9 februari 1994

Terdege | 68 Pagina's

PDF Bekijken