Bekijk het origineel

Toon woont zoals hij dat wil

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Toon woont zoals hij dat wil

11 minuten leestijd

Het boerderijtje van Toon is niet aangesloten op gas-, stroom- of watervoorziening. Hij heeft er geen enkele behoefte aan. Zijn kleren wast hij door ze in de mist te hangen. Eén keer per jaar veegt hij de vloer van de woonkeuken aan en strooit er schoon wit zand op. Toon heeft liever geen vreemd volk over de vloer, maar Jan Bosch wist zijn vertrouwen te winnen. Hij kreeg zelfs een glaasje aangeboden...

Het erf van Toon oogt flink rommelig en wint daardoor aan schilderachtigheid. Een legertje krielkippen en evenzovele krielhanen onderwerpen het terrein dagelijks aan een grondige inspectiebeurt. Samen met het wild gevogelte en het ongewenst gedierte zorgen ze voor een ouderwets landelijke sfeer. Ik hou van die rommelige plekjes; ze hebben vaak een verrassing in petto. Scharrelend tussen de scharrelaars begeef ik me naar de deeldeuren van het boerderijtje, dat met de achterkant naar de landweg staat. De toegang tot de stal blijkt hermetisch gesloten. Wie de boer wil spreken, dient naar het voorhuis te komen. Dus struin ik langs de linkerzijde naar voren, maar loop daar vast in het struikgewas.

Bouwsels
Teruglopend ontdek ik enkele schuurtjes die nederig bukken onder zwaar geboomte. Hogerop rumoert een zwerm spreeuwen. De route die langs de rechterzijde naar voren leidt, maakt een flinke kronkel om de vlierstruik heen, die zich jaren geleden spontaan naast de muur vestigde. Twee krielhanen komen onder de struik vandaan en gaan een stoer schijngevecht aan. Even sta ik stil om van dit schouwspel te genieten, dan dwaalt m'n blik langs een sliert houten bouwsels die gemoedelijk tegen elkaar leunen. De eerste in de rij dienden ooit het economisch nut als wagenloods, kippenschuur en varkenshok. Ze zien er haveloos en bleek uit. Het is vele jaren geleden dat ze met de teerkwast op de huid werden gezeten. Wat verderop gaat een forse bijenstal schuil achter een rimboe van allerhande struweel; een bewijs dat de bijenhouderij hier al jaren tot het verleden behoort. Fraaie bijenkorven slijten een doelloze oude dag. Ook aan de voorkant van de boerderij boeit het erf met waterput en primitieve optrekjes.

"Kom d'r in!"
Razend benieuwd wie toch de eigenaar van al dit moois mag zijn, geef ik een klop op de verveloze deur. Geen antwoord. Na drie, vier keer kloppen werp ik een blik door het enige raam, waarvan de luiken niet gesloten zijn. Een tik tegen de ruit doet enkele tellen later een stel witte benen tussen de zwarte gordijnen van de bedstede uitsteken. Langzaam zakken ze naar de grond en komt Toon in beeld. Beleefd trek ik me terug, wachtend op de dingen die komen gaan. Het duurt niet eens zo lang of Toon opent behoedzaam de deur, onderdrukt moeizaam een geeuw en bekijkt me van top tot teen. > Z'n nog slaperige ogen, ingeraamd door zwarte brede lijsten, wegen me zorgvuldig. Z'n tong ploegt van wang tot wang en strijdt met weifelend wantrouwen. Als ik zeg wie ik ben en wat ik graag wil, slaat de beoordelingsschaal naar de gunstige kant door. Ik mag binnen komen, moet niet op de troep letten, want Toon wil wonen zoals hij dat wenst en daar heeft geen mens wat mee te maken. Zo, dat kan ik in m'n zak steken en ik mag dan plaatsnemen in een leunstoel, waarin Toon nog gauw een schone krant legt. Begerig verken ik de schemerige ruimte en steek dan van wal. Toon blijkt best om een babbel verlegen te zijn en ontpopt zich als een gezellige prater.

Multifunctioneel
Toons stulp is stokoud en heeft nooit zeil of vloerkleed gekend. Het open vuur, dat de ouders van Toon in 1947 verwisselden voor het witte fornuis, verdroeg geen brandbare spullen op de vloer. Echter, de warmtebron vertoont de laatste jaren steeds meer mankementen. Het laat hier en daar wat rookgassen ontsnappen die niet via de schoorsteen worden afgevoerd. Met als gevolg dat alles in de ruimte voorzien wordt van een laagje koolteer. Het zwartst kleuren de wand achter het fornuis, de schouw en de zoldering. Toon geeft daar niet om en beschouwt zijn woonkeuken als een multifunctionele ruimte. Hij kookt er z'n warme hap, zaagt er brandhout en hakt dat met de forse bijl, die tegen mijn stoel staat, in mootjes. Ook z'n fiets vindt hier onderdak, evenals een vracht oude kranten, diverse dozen en kisten, een koerduif in z'n kooi, een kist met kippevoer en een ton met brood.

Kippesoep
Al pratend komt Toon in de benen, loopt naar de kist met kippevoer en plenst met een brede armzwaai een regen van graankorrels over het inmiddels voor de deur verzamelde pluimvee. „Tegen vieren kommen ze uut d'r eige noar de deur. Dat zijn ze gewend, zie je. Ze zuuken varders zelfde kost wel bie mekaor, mar um ze an mien te binde, geef ik ze elke dag een bietje graan. Makkelijk die kippen um de deur. Elke week vang ik de vetste en maak dan een pan soep veur de hele week. Toen ik jonger was, had ik vaak een hoas of knien in de pan. Die lopen hier zat. Nou doe'k dat spurradisch; ik raap wel wat eieren. Een poar snee brood d'r bie en klaar bin ik weer. De mense maken zich veuls te druk, joh. Ik kan met driehonderd gulden in de moand makkelijk toe. Doarvan ben ik dan honderd gulden an de bakker kwiet. Dat liekt veul, mar m'n twee honden eten er meer van dan ik." Voordat Toon weer gaat zitten, steekt hij de brand in een fikse sigaar. Nu mijn ogen wat aan de schemerige ruimte gewend zijn, ontdek ik op allerlei richels, schapjes en kastjes van dat rookgerei. Verpakt in originele dozen, blikken en kistjes.

Jonge klare
Dan, onverwacht, vraagt Toon of ik wat wil drinken. Het fornuis is uitgegaan, dus koffie zetten gaat moeilijk. Maar een jonge klare is wel in huis. Met z'n verjaardag kreeg hij een aantal liters van z'n familie cadeau. Behoedzaam tovert de oude baas een borrelglaasje onder een slordige lap vandaan die over een doos ligt. Schielijk blaast hij wat rommel uit het glaasje. Dan schenkt hij in en vist de resterende ongerechtigheid met een niet al te schoon mes uit het pittige vocht. Daar zit ik dan... Toon neemt de draad weer op en vertelt zijn levensverhaal. Onderwijl zoek ik naarstig naar een mogelijkheid om de jenever clandestien te lozen. Geen bloempot in de buurt, wel een hakmes, een berg papier en drie oude brillen, omgeven door een massa muizekeutels. Dan verman ik me, neem een slok en let verder niet meer op de borrel.

Vremde wieven
Toon wordt steeds spraakzamer en vertelt over de "wieven" die plotseling in de keuken stonden. Toon bewaart daar slechte herinneringen aan, heeft sindsdien een geheim telefoonnummer en houdt de grendel > op de deur. Hij wil geen vreemd volk meer over de vloer. Ook geen wasjuffrouw. Kleren wassen is onzin. Je hangt ze een poosje in de mist en schoon zijn ze weer, meent Toon... „En je ondergoed dan, Toon", vraag ik belangstellend. „Ach joh, wat kost nou een hemd..." Ondanks z'n vervelende ervaringen met onbekenden wil Toon mij toch zijn telefoonnummer geven, zodat we contact kunnen houden. Om het kengetal door te geven, opent hij de koelkast, waarin behalve een pot jam, tien pakjes boter, zes kilo suiker en een stuk spek, ook nog twee telefoonboeken een plaatsje kregen toebedacht. Toon legt uit, dat muizen gek zijn op telefoonboeken. En de koelkast is de enige plek in huis waar de knagers niet binnen kunnen dringen. „Tja, die muzen is wat", mompelt Toon. „Ik zal toch us een katte anschaffen."

Veestapel
Toon is zeer behoedzaam geworden en vertrouwt me toe dat de gereedstaande bijl méér kan dan houtjes kloven. „Ik bin nog stark, joh. Dat komt omdat ik al m'n leven 'streupt heb en veul buiten gewarkt heb. Doar wor je krachtig van. Mar ik goa niet onnodig armoe zuuke. Doarum hangen die pakken doar ook." Hij laat zien hoe achter de kostuums die aan de wand hangen, de glazen deurtjes van de ingebouwde kastjes met prullaria schuil gaan. „Als ze door 't raam kieken, zien ze er niks van. Kom", zegt Toon, „nou mot ik de beeste gaon verzurge." Toons veestapel bestaat uit wat jongvee en enkele stokoude koeien. Om ze van drinkwater te voorzien neemt hij de putemmer en begint aan het zware ritueel van waterputten. Emmer na emmer trekt hij naar boven en daarmee vult hij de roestige melkbussen, waaruit zowel hij als z'n vee zich laaft. Een hele klus voor een man op leeftijd. Toon doet daar niet moeilijk over. Aansluiting op waterleiding en gasnet acht hij een overdreven zaak. Nóg minder belangrijk vindt hij het schoonhouden van zijn onderkomen. Eén keer per jaar, zo tegen zijn verjaardag, veegt Toon de vloer aan en strooit er wit zand op. „Als ik joarig bin, mos je ook mar komme", oppert de kluizenaar. Ik voel me zeer vereerd. Dat méén ik.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 augustus 1994

Terdege | 72 Pagina's

Toon woont zoals hij dat wil

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 augustus 1994

Terdege | 72 Pagina's

PDF Bekijken