Bekijk het origineel

Dag in, dag uit ....

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Dag in, dag uit ....

5 minuten leestijd

De beslommeringen van Jolanda, moeder van vier kinderen. Haar oudste dochter maakt de tekeningen.

Het is drie uur 's middags als de telefoon gaat. „Ha, mam ", klinkt een helder stemmetje aan de andere kant van de lijn, „met Stefan." „ Waar zit jij nou?", vraag ik verbaasd. Stefan is wel de laatste persoon die ik aan de telefoon verwacht op dit uur van de dag. „ Op school natuurlijk ", antwoordt hij verbouwereerd, „waar anders ?

Mam, wilt u morgenochtend meefietsen als we met de klas naar de bibliotheek gaan? Dat moest ik vragen van meneer. Als het niet kan moet u het zeggen hoor, want dan gaat meneer het aan een andere moeder vragen." Ik ben zo overrompeld door het feit dat ik mijn eigen zoon aan de telefoon heb, dat ik al "ja" gezegd en weer opgehangen heb voor ik er erg in heb.

Nog geen vijf minuten later heb ik al spijt van mijn beslissing. Tijdens het avondeten verwoorden mijn dochters precies datgene waar ik de hele middag ook al over heb lopen denken. „Op de fiets, mam? Helemaal naar Stefans school en dan naar de bieb? En ook weer terug? Dat haalt u niet, hoor", zegt de één. „ Weet u wel hoe hard die kinderen fietsen? Dat tempo houdt u nóóit bij!", plaagt de ander.

„Zal ik maar met de auto naar school gaan?", opper ik somber, „en mijn fiets achterin meenemen? Dat scheelt weer de helft."„ Welnee, je haalt het best", zegt Jelle overtuigend. „Gewoon ruim op tijd weg gaan en rustig fietsen." Zelf ben ik er nog niet zo gerust op, maar afbellen kan nu niet meer.

Tot mijn verrassing schijnt de zon de volgende dag en is het windstil. Prachtig fietsweertje. Op mijn gemak peddel ik naar Stefans school, ondertussen genietend van de frisse najaarslucht. De tocht naar de bibliotheek met achtentwintig tienjarigen verloopt heel wat minder sereen.

We zijn nog geen drie minuten onderweg of er moet al gestopt worden. Ketting van een fiets. De meester, die dit wel vaker bij de hand heeft, is er gauw mee klaar. De fiets moet op slot en tegen een boom gezet worden en de eigenaar bij een klasgenoot achterop. Uitgelaten en joelend zet de stoet zich weer in beweging.

Stefans meester heeft gevraagd of ik achteraan wil rijden en een oogje in het zeil wil houden. Niet één maar wel tien ogen heb ik nodig op deze plek. Vlak vóór mij rijden de belhamels van de klas, ver bij de meester vandaan. Om de haverklap kijken ze achterom om te zien of er ook een ontsnappingsmogelijkheid is.

Als ze merken dat daar weinig kans op is gaan ze van balorigheid dwars op hun fiets zitten. Sommigen presteren het om armen en benen tegelijk uit te steken. We kómen bij de bibliotheek maar vraag niet hoe. Eén ding is zeker: Over het tempo had ik me niet zo'n zorgen hoeven maken. Wèl over verkeersveiligheid.

                              ------------------------------

Frederique

Ze is 8 jaar, weegt nog geen 23 kg, meet 1 meter 26 en heeft energie voor drie.

„Mam, ik mocht ook iets opzeggen voor de kerstavond. Maar ik heb het niet gedaan hoorl", bekent ze me toch wel wat schuldbewust. „ Vind je het niet leuk?", vraag ik. „Jaahaa", geeft ze aarzelend toe, „maar ik vind het zo griezelig. Iedereen kijkt naar je en dan vergeet je vast wat ik zeggen moet."

„Och", zeg ik, „ meestal is het maar een klein stukje en is het voorbij voor je het weet." Ze kijkt zeer bedenkelijk en schudt dan opgelucht met haar schouders alsof ze zeggen wil: Nou ja, ik hoef gelukkig toch niet...

Eén dag ervoor is er generale repetitie in de kerk. Met een benepen gezicht komt ze thuis. „Mam ", zucht ze, „nu moet ik tochl" „Nee toch!", zeg ik verrast en meelevend terwijl ik het papiertje met de tekst aanpak dat ze me met een zwaarmoedig gezicht overhandigt. 't Is nog geen kleintje ook, zie ik bezorgd.

„ Tja, de meester was een tekst vergeten en toen riep één van de meisjes mijn naam en toen durfde ik geen nee te zeggen", legt ze me bedrukt uit. „ Gelukkig kun je goed leren, die kan je morgen makkelijk!", spreek ik haar moed in, al ligt de twijfel duimendik op haar gezicht.

Dan zegt ze in doffe berusting: „Ik zal 'm morgen best wel kennen, maar als ik 'm op moet zeggen weet ik 'm niet meer..." „Welnee", wuif ik haar sombere bezwaren weg. „Die spreekbeurt van toen was wel honderd keer zo lang en dat ging toch ook prima?"

„Dat is weer heel anders", blijft ze somber. „Nu zijn er zoveel mensen." „Die zie je niet eens", probeer ik positief te blijven. Die middag leren we intensief En onder de afwas kent ze hem al. Die hele middag hoor ik haar te pas en te onpas haar tekst prevelen. De andere dag idem dito. Thuis beuren we haar op met "peptalk " en op school zit de meester haar achter de vodden.

„Frederique, je tekst", zegt hij dan, waarop Fré foutloos haar tekst opzegt. Ook wordt bij oma, vlak voor we kerkwaarts gaan, nog even gerepeteerd. Een dikke tien. Maar dit alles sterkt haar zelfvertrouwen met geen millimeter. Ze loopt met loden voetjes mee naar de kerk. Als wij op onze plaats gaan zitten en zij alleen verder moet, heb ik met haar te doen.

Een smal wit snoetje met donkere ogen kijkt ons nog even hulpeloos aan. Dan zoekt ook zij haar plaats op. In het programma zie ik dat ze zo 'n beetje aan het eind van de avond pas aan de beurt is. Ook dat nog. Die hoort van de hele kerstavond niks en is doorlopend aan het repeteren. En ze luistert altijd zo graag naar het kerstverhaal...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 14 december 1994

Terdege | 96 Pagina's

Dag in, dag uit ....

Bekijk de hele uitgave van woensdag 14 december 1994

Terdege | 96 Pagina's

PDF Bekijken