+ Meer informatie

Hij komt, ondanks alles

5 minuten leestijd

„Kust den Zoon opdat Hij niet toorne." Psalm 2:12a

Hij komt. Dat was het steunpunt van heel het Oude Testament. Alle offers van het oude bondsvolk vonden hun steun in dit woord. Er was geen voorwerp in de tempel dat niet riep om de Messias. Ook nu in het laatste der dagen, klinkt boven al het rumoer der volken het geluid van Zijn roepstem: En zie, Ik kom haastelijk.

Toen het oude bondsvolk was uitgeleefd, het Farizeïsme ten top gestegen, de godsdienst vervallen was tot goedkope actie om God tevreden te stellen Tóen is Christus gekomen. Slechts enkele mensen hebben Hem met brandende harten verwelkomd. Ook de godsdienstige wereld had het te druk met hun eigengemaakte gosdsdienst om het beloofde Kind te zoeken. Er was een geweldige crisis in de wereld, maar ook in de kerk, net zoals nu.

Vorsten en volken maken zich op om de vuren te blussen. In Afrika en Oost-Europa zijn de brandhaarden maar niet te doven. De oorzaak van dit alles is de grote opstand tegen God en Zijn Gezalfde. Er is maar één weg voor de volkeren en voor ons elk persoonlijk: Kust den Zoon, opdat Hij niet toorne.

De volkeren van nu, ook in ons vaderland, hebben zich verenigd in een massale revolutionaire beweging, om het zachte juk van Christus af te schudden. Het is één grote samenzwering om alle banden met God te verbreken. De positie van de grote Koningszoon Jezus Christus schijnt maar wankel.

Wat zullen wij doen? Verzet plegen? Opstand verwekken? Naar de barricade? Laten zien dat er nog strijders zijn voor de oude waarheid? De dichter van de tweede psalm roept ons een betere weg te bewandelen: „Kust den Zoon, opdat Hij niet toorne." Ik toch, zegt God, heb mijn Koning gezalfd over Sion, de berg Mijner heiligheid. Niet de massale, revolutionaire beweging der volken is aan de macht, maar Mij is gegeven alle macht in de hemel en op aarde.

De positie van het christendom, ook in ons land, lijkt maar wankel. Maar houdt moed, kleine schare die God zoekt. Het Kerstfeest komt. Het Kind in de kribbe is Gods Zoon.

Wat ons bevolen wordt te doen -en dat is ons voorrecht, indien wij Hem hebben leren kennen als onze Verlosser-, is om Hem te kussen. Kussen doen wij iemand die van ons is. Die het naaste aan ons is.

Het is Hij, de Zoon, die ons alzo liefhad dat Hij de troon en kroon verliet om onze ongerechtigheden op Zich te nemen en in onze plaats al Gods geboden te volbrengen. Opdat wij met de hele last van onze zonden op Hem mogen nederzinken. Om te geloven dat God goedgemaakt heeft wat wij bedorven hebben en nooit meer goed kunnen maken.

Vreselijk is Zijn heilige toorn. Zijn toorn is beledigde liefde. Het is de toorn van het Lam. De toorn van Hem, die ons toeroept: „Wat heb Ik u misdaan en waarmede heb Ik u vermoeid?" Het Lam dat Zich overgaf ter slachting op Golgotha's top.

Het kruis van Christus heeft altijd tweeërlei uitwerking. Wij zien er onze zondeschuld in en buigen ons in diepe verwondering aan Zijn voeten, belijdende al onze zonden en komende tot Hem als onze dierbare Zaligmaker. Ook wij stoten ons aan deze Rots der ergernis en blijven Hem verwerpen.

Kussen is heilig, kussen is uiting van wat leeft in ons hart. Ik bedoel niet de gelegenheidskus. Nog veel minder de afschuwelijke Judaskus, maar de kus van wederliefde die uit het gereinigde hart voortspruit. De uiting van onuitsprekelijke liefde tot Jezus Christus, om alles wat Hij gedaan heeft en wat Hij zijn wil, voor mensen die Hem eerder als een vreemde, of erger nog als een vijand voorbij gingen.

Geen lust om voor Hem te knielen. Geen lust om Hem te aanbidden. Of dit te doen met slaafse gedachte om de straf te ontkomen. Alleen maar dienen om loon. Ja, als dat in ons hart leeft is godsdienst een knellend juk. Ons stenen hart wil nog wel profiteren van Gods genade om de ruimte te hebben om verder te leven met onze afgoden. Ons geld, ons werk, onze huisgenoten.

Maar de vrede van het Kerstfeest, de vrede van de kribbe en van het kruis is voor onze harten verborgen. Totdat het God behaagt om onze ogen te openen en ons hart te vernieuwen. Dan wordt het Kerstfeest zo wonderlijk groot. Dan begeren we met de herders het Kind te zien.

Het ware geloof bewondert niet alleen. Bewonderen kunnen wij ook schatten die niet ons eigendom zijn. Maar het geloof eigent toe. Het is door de Heilige Geest gewerkt. Dan roept Thomas: Mijn Heere en mijn God.

Bedenkt ook wat het tegenovergestelde is, want er zijn maar twee wegen. Hem niet te tellen, Hem niet lief te hebben, ja erger Hem te haten. Dan zullen we straks voor Zijn rechterstoel beschaamd staan. Dan is de genadetijd voorbij. Maar voor allen die naar Hem hongeren en dorsten is Hij het levende water uit Bethlehems bornput.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.