Bekijk het origineel

Een artistieke paauwiaan

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een artistieke paauwiaan

14 minuten leestijd

Bijna veertig jaren zijn vergleden sinds de volgelingen van ds. Jan Pieter Paauwe bij de open groeve van hun overleden leraar psalm 74 vers 9 aanhieven. „Niet één profeet is ons tot troost gebleven." Een nieuwe generatie is opgestaan. Maar ook daaronder zijn er die de lijn van Paauwe begeren voort te zetten. Zoals Nanne Balyon, noodlijdend kunstschilder. „Het is niet iets waarvoor je kiest omdat je het leuk vindt. Het is gewoon de enige weg."

Het kan wonderlijk gaan in een mensenleven. Niemand die dat beter weet dat Nanne Balyon. Hij brak met het paauwiaanse milieu waarin hij opgroeide, leerde in de kroeg de rooms-katholiek Tineke kennen en ging na verloop van tijd met haar samenwonen. Maar toen ze zwanger raakte, kwam hij tot zichzelf. Het gedachtengoed dat hij van zijn ouders had meegekregen, liet zich niet wegdringen. Met het oog op de geboorte van een kleine stelde hij voor naar het gemeentehuis te gaan.
Ook de boeken van ds. Paauwe kwamen weer te voorschijn. Inmiddels is het vijfde kind op komst. Wat Nanne voor onmogelijk hield, werd werkelijkheid. In zijn kroost keert zijn eigen jeugd terug. Elke zondag zit het jeugdige viertal om hem heen, als hij een preek van Paauwe voorleest. In de voormalige gereformeerde pastorie van Gameren. Het statige pand vormt een eenheid met het kerkgebouw. Je kunt er op zondagmorgen de kerkgangers horen zingen. Maar de bewoners hebben geen behoefte om met de stammen van Gameren op te trekken naar enig kerkverband. De bediening is immers geweken.

Inspiratie
Hoewel een pastorie een vreemdsoortig onderkomen is voor een paauwiaan, voelt de kunstschilder zich er wonderwel thuis. „Ik doe hier enorm veel inspiratie op. Het is een heerlijk huis." Verliefd trekt hij aan de tussendeuren, waarmee de voor- en achterkamer gescheiden kunnen worden. „Waar vind je nog zoiets?" De kleine Jacobus klimt zonder iets te zeggen bij me op schoot. Tineke gaat rond met gevulde koeken. Ze combineert het uiterlijk van een kunstenares met het hart van een ongecompliceerde huismoeder. „Nee, ik schilder nooit, alleen zo nu en dan een plint." Achter haar wacht Mirthe ongeduldig tot haar moeder klaar is. Ze heeft beloofd met het meisje en Jacobus op kraambezoek te gaan bij vrienden in de buurt van Nijmegen. Met de gammele auto, die ondanks z'n droevige staat nog steeds de krachten vindt om het gezin te verplaatsen. Terwijl Nanne tekst en uitleg geeft bij smeedijzeren werkstukken van zijn vader, maken de overige gezinsleden zich gereed voor vertrek. Het lijkt hem allemaal wat te ontgaan. Maar als hij een deur hoort slaan, springt de expressieve kunstschilder op en draaft naar de gang. „Even Tienk en de kindjes een kusje geven."

Echte kunstenaar
Balyon senior is voor Nanne het inspirerend voorbeeld. „Dat is echt een kunstenaar. Die kan alles. Schilderen, etsen, tekenen, aquarelleren, houtsnijden, werken met gips, met smeedijzer... Bijna z'n hele leven heeft-ie op een staalfabriek gewerkt. Als-ie een minuutje over had, begon hij grappige dingetjes te maken. En van alles maar één exemplaar. Dan was de aardigheid er weer af Dat herken ik. In mijn werk is dat best een nadeel. Er zijn er die een landschap van me gezien hebben en precies hetzelfde willen hebben. Dat kan ik niet." De artistieke gaven van vader Balyon bleken dominant erfelijk. Twee van zijn zonen zijn grafisch ontwerper, drie kozen voor het kunstenaarsleven. De oudste ontwikkelde zich zelfs tot een van de meest toonaangevende kunstschilders van Amerika. Momenteel is hij bezig met een miljoenenproject: het vastleggen van de Hudsonbaai op een doek van 180 bij 18 meter. Geestelijk heeft de roem hem geen goed gedaan. Het christelijk geloof is voor hem een gepasseerd station. Maar de overige gezinsleden bleven trouw aan het erfgoed van Paauwe.

Twee werelden
„Wij zijn groot geworden met preeklezen en banden, 's Ochtends een band van dominee Paauwe, 's middags een preek. Zo doe ik het zelf ook nog. Dominee Paauwe en Kohlbrugge. Dat zijn de enige twee waar we prekenboeken van hebben. Ja, hoe ervoer je dat preeklezen? Zoals ik het nog steeds ervaar he. Er zijn wel leukere dingen te bedenken.
We woonden in de Molenwijk, een van de bekendste volksbuurten van Den Haag. Alles kon daar. Met m'n vijftiende jaar liet ik me al tatoeëren, om maar mee te doen. Maar zondags zaten we thuis. Je leefde eigenlijk in twee werelden. En nog. Ik ben een en al tegenstrijdigheid. Je weet hoe het is met een mens. Ik wil niet naar beneden he. Ik heb nog nooit gebogen, laten we het zo maar zeggen. Ik ben een wereldling, een vijand van God. Dat weet ik ook.
Als je in een maand tienduizend gulden heb verdiend, is het geen kunst om dankbaar te zijn. Maar ik heb het ook wel 's andersom. Dat ik gewoon niks kan betalen. Geen ziekenfonds, geen huur... Dan wordt het wel eventjes anders. Soms heb ik de neiging om de hele boel te verwensen. Daaruit weet je dat je geloof niet echt gefundamenteerd is."

Twaalf ambachten
Met z'n 21e jaar verliet hij het ouderlijk huis. Nadat hij van het vwo via de havo naar de mavo was afgezakt, wist hij een baan als grafisch technicus bij de Staatsdrukkerij te bemachtigen. Daar hield hij het precies een jaar uit. Daarna volgde een periode van twaalf ambachten met de bijbehorende ongelukken. Bij de Rotterdamse havens, de PTT, de plantsoenendienst, een transportbedrijf, de binnenvaart, de gemeentereiniging, in een magazijn, twee visverwerkingsbedrijven...
„Tussendoor schilderde ik. M'n oudste broer gaf me les. Op een gegeven moment ben ik voor mezelf begonnen. In Berg en Dal heb ik een kamertje gehuurd en ben landschapjes gaan schilderen. Daar kon ik net van leven. Na een jaar kwam er een dijkhuisje vrij bij een kennis in Weesp. Toen we gingen samenwonen, zijn we naar Honselersdijk gegaan. Daarvandaan naar Leerbroek. En nu zitten we dan in Gameren.
Dat is ook heel wonderlijk gegaan. Het huurcontract in Leerbroek liep af en we konden nergens iets anders vinden. Maanden hebben we gezocht. Ten slotte hebben we van ellende maar een advertentie gezet. Toen werd dit aangeboden. Daarin hebben we echt de leiding van God gezien. Een mooier huis kun je toch niet treffen."

Spontaniteit
De oude linnenpers in de gang is afkomstig van een kunstenaar die het antieke geval gebruikte om vouwen en ezelsoren uit zijn etsen te verwijderen. Erboven hangen wat zeegezichtjes van vader Balyon. Het werkvertrek van Nanne is boven. De slaapkamer aan de straatzijde is ingericht als atelier.
De werkstukken die her en der staan opgeslagen in de chaotische ruimte, tonen de ontwikkeling van de paauwiaanse kunstschilder. In tegenstelling tot zijn oudste broer, die het klassieke spoor bewandelt, is hij steeds op zoek naar nieuwe wegen. Commercieel is dat geen succes. Zijn financiële positie is wankeler dan ooit.
„Tot een jaar of drie terug maakte ik alleen landschappen. Daar konden we goed van bestaan, maar het bevredigde me niet meer. Financieel gezien wil ik geen kunstenaar zijn, maar ik vrees dat ik het wel ben. Het is begonnen toen ik m'n kinderen ook eens een schilderij liet maken. Dat was nog in Leerbroek. Ik hing ze in de woonkamer, naast m'n eigen landschappen. Toen zag ik ineens dat die schilderijen van hen veel mooier en leuker waren. Dat ik er gewoon naast zat. Ik kreeg behoefte aan de spontaniteit van die kinderen.

Kindertekeningen
Hij besloot het lijnenspel van kindertekeningen op panelen te projecteren, om ze vervolgens in te kleuren. Een volgende stap was het aanbrengen van dergelijk werk op dozen en houten boxen. „Dat is echt schitterend. Ik zag het helemaal voor me. Een nieuwe lijn voor kinderkamers. Op de commode, de gordijnen, het ledikantje... Maar dan moet je wel geld hebben om zoiets op te zetten. Een ton is niks. Daarom ben ik maar weer aan iets anders begonnen. Zo gaat het de afgelopen jaren aan één stuk door."
Ook de collages van oude melkpakken passen binnen de ontwikkeling die de Gamerense kunstschilder doormaakt. Zijn vader kan het allemaal niet meer volgen. Die mag graag een mooi landschapje zien en slaat met stijgende verbazing gade hoe zijn zoon molens en polderboerderijen, waarvan zelfs Van Agt er een paar heeft hangen, inwisselt voor ingekleurde koppoters. „Vanuit hem bezien kan ik dat wel begrijpen. Ik hoop dat er nog 's een moment aanbreekt dat ik kan zeggen: Kijk ouwe Nan, daar was het nou allemaal voor. Snap-ie. Daar kan je alleen maar op hopen." Een weg terug is er niet. „Als ik slim ben, maak ik alleen landschappen. Maar dat kan ik niet meer. Omdat ik voel dat er iets belangrijkers op me ligt te wachten. Door die kindertekeningen ben ik ook in m'n andere werk veel spontaner geworden. Voor die zonnebloem heb ik bijvoorbeeld geen kwast gebruikt, alleen een paletmes. Daardoor kun je de bloem gewoon voelen. Voel zelf maar."

Twijfel
„Nu ben ik heel vaak abstract bezig, met vorm en kleur. Dat is niets bijzonders hoor. Het hoort bij de ontwikkeHng van een schilder. Kijk maar naar Mondriaan. De ellende is alleen dat de groep die je nog kan begrijpen steeds kleiner wordt. Daarom moet ik zo snel mogelijk die landschappen zien te maken, om me in m'n vrije uren verder te kunnen ontwikkelen. Ik werk gemiddeld veertien uur per dag.
Omdat ik geen opleiding heb gehad, moet ik alles zelf uitvinden en ontdekken. Het is een soort inhaalrace. Dat heeft misschien ook wel een voordeel. Ik ben niet in een bepaalde richting gedrongen, maar laat me door alle stromingen beïnvloeden. Dat schijnt -laat Tienk het niet horen, want die wordt soms helemaal gek van me- dat schijnt in je voordeel te kunnen werken."
Een enkele keer wordt hij besprongen door twijfel. „Moet ik wel schilder zijn? Is dit wel een goddelijk beroep? Al moet ik aan de andere kant zeggen dat we echt onderhouden worden. De Heere zorgt echt voor ons. En een boer vraagt zich ook niet af of hij ermee op moet houden als het slecht gaat. Nee toch? Die man kan niet achter een bureau. Die moet tussen z'n varkens lopen. Wel word je soms moe van al die geldzorgen. Het liefst zou ik heel rijk zijn, om dan veel weg te geven aan arme mensen. En dan zelf ook nog wat houwen natuurlijk. Daar zit het hem juist op vast, snap-ie. Je moet arm zijn, en dan alles weggeven."

Eerlijk
Contacten met andere schilders heeft hij niet. Net zomin als met andere paauwianen. „Ik heb daar ook geen behoefte aan. Ik hoef nergens bij te horen. Ik ben eigenlijk voor niemand een goed voorbeeld. Voor mensen die nergens aan doen niet, omdat ik zondags niet werk. En mensen die echt naar de wet willen leven hebben aan mij ook niks, want ik drink net zo makkelijk een fles whisky leeg. Tienk stel ik ook vaak teleur. En een geweldige vader ben ik ook al niet. De ene keer waarschuw ik dat ze niet zo'n herrie moeten maken en even later sta ik zelf op de tafel te springen. Mensen denken vaak dat paauwianen zich als een soort elite zien. Dat is niet zo. Ik voel me geen haar beter dan mensen die wel naar de kerk gaan. Maar je weet dat er steeds meer ellende in de kerken komt. Dat zei niet alleen dominee Paauwe, maar ook Van der Groe. En de Heere Jezus zei het tweeduizend jaar geleden al. Dat de hele boel uiteindelijk toch ophoudt. Met vier van die kleine kinderen komt het ook hartstikke goed uit, om thuis te lezen. Je zit rustig met z'n zessen, niemand die je afleidt. Ten diepste heb je er natuurlijk geen behoefte aan. Daar kan ik wel eerlijk over zijn. Ik doe het nog niet uit liefde of zo. Maar het moet. En daarom doe je het."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 28 december 1994

Terdege | 80 Pagina's

Een artistieke paauwiaan

Bekijk de hele uitgave van woensdag 28 december 1994

Terdege | 80 Pagina's

PDF Bekijken