Bekijk het origineel

Jouw vragen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Jouw vragen

7 minuten leestijd

Huisbezoek. Wat kun je daar tegenop zien. Misschien probeer je er wel onderuit te komen door te zeggen dat je veel huiswerk hebt. Maar je hoort er wel bij te zitten!Een meisje vraagt wat er dan precies van je verwacht wordt. Want je vertelt niet gauw wat er in je hart omgaat.

„Wat moet ik zeggen als er huisbezoek is?"

Wat wordt er van de jeugd verwacht met huisbezoek? Moet je vertellen dat je een koud hart hebt? Datje soms niet kunt bidden. Meestal zeggen we niets. We weten niet wat we moeten zeggen. 't Is hartebezoek. Moeten we dan vertellen wat in ons hart omgaat? Waar iedereen bij zit! Dat kunnen we niet!

Het is heel belangrijk dat ook de jongeren bij het huisbezoek aanwezig zijn. Luister mee en misschien is er dan wel een gelegenheid om iets te vragen. In elk geval moet je antwoord geven op de vragen die er gesteld worden. Dat kan best moeilijk zijn. Inderdaad moet je dan misschien wel met je armoe en koudheid voor de dag komen. Maar wees daarin maar eerlijk. Zelf schrijf je in je brief het volgende: „We hebben veel vragen. Heel vaak komen ze onder een kerkdienst boven. Vragen over de Schrift; over onszelf Veel vragen blijven. Zelfs de belangrijkste: Hoe kom ik ooit met God verzoend? Het antwoord heb ik al vaak gehoord. Maar toch weet ik niet hoe."

Ik durf niet
Deze vragen mag je op huisbezoek aan de orde stellen. Graag zelfs. En dan vooral die belangrijkste vraag. Probeer die maar onder woorden te brengen. Ik denk zo maar dat de ouderlingen er graag op in zullen gaan. En wat je even verder schrijft, mag je ook best naar voren brengen: „'t Enige wat overblijft is bidden. Het beste ook denk ik. Maar 't is meestal met een koud hart. U kunt me ook Huisbezoek. Wat kun je daar tegenop zien. Misschien probeer je er wel onderuit te komen door te zeggen dat je veel huiswerk hebt. Maar je hoort er wel bij te zitten! Een meisje vraagt wat er dan precies van je verwacht wordt. Want je vertelt niet gauw wat er in je hart omgaat. niet verder helpen. Misschien zult u zeggen: Ga tot Hem. Maar 't is of de hemel gesloten is. Volgens mij komt het gebed niet verder dan het dak. Dat is mijn schuld." Ook deze dingen moet je maar eerlijk ter sprake brengen. Dat zullen de ouderlingen op prijs stellen. En ze zullen er ongetwijfeld op in willen gaan. Dat je dat niet durft, kan ik wel begrijpen. Maar misschien is het daarom wel heel goed dat er nu in Terdege iets over geschreven wordt. Dan knip je dit stukje maar uit en laat je dat aan de ouderlingen lezen met de vraag of ze daar op in willen gaan. Misschien zijn er wel meer jongelui die dat doen; maar dat is niet erg. Help er maar aan mee dat het gesprek over de Heere en Zijn dienst en Woord op gang komt en op gang blijft.

Luisteren
Je mag ook dingen aansnijden die je op school of op je werk meemaakt en die met de Bijbel en met de dienst des Heeren te maken hebben. Je moet niet dingen ter sprake brengen om de aandacht af te leiden; maar juist wel om een goed gesprek te stimuleren. Bid ook maar van tevoren of het een goed huisbezoek mag worden en of de Heere Zijn Woord wil doen opengaan en Zijn Heilige Geest zou willen geven. Luisteren is heel belangrijk op het huisbezoek. Dan kun je later over bepaalde dingen nog eens nadenken. Heel waardevol is het ook dat je bij het gebed bent waarin het hele gezin, en dus ook jij, aan de Heere wordt opgedragen.

                              ------------------------------

„Als je onvoorzichtig bent, ben je dan een moordenaar?"

Als je onvoorzichtig bent met jezelf en anderen ben je toch eigenlijk een moordenaar? Ik zag eens een klein meisje op een trap lopen met losse veters. Ik dacht nog dat ze er wel over kon vallen, maar ik maakte ze niet vast. Later voelde ik me heel schuldig en nu denk ik steeds dat ik een moord heb gepleegd. Dat is toch ook eigenlijk zo?

In antwoord op jouw vraag zou ik op twee dingen willen wijzen. Enerzijds moeten we inderdaad beseffen dat de Heere de zonde heel nauw neemt en dat Gods gebod zeer wijd is. De Heere Jezus spreekt hier over (Matt. 5:21 e.v.).

Hij wijst er daar op dat het in het zesde gebod niet alleen gaat over het letterlijk doden van iemand, maar „zo iemand te onrecht toornig is op zijn broeder" die is al een overtreder van het zesde gebod. Hoe vaak zijn wij niet ten onrechte op iemand boos? Die eerlijke en scherpe vraag stelt de Heere Jezus ons als Hij de wet uitlegt.

Zo geeft ook de Heidelbergse Catechismus een heel brede uitleg. „Dat ik mijn naaste noch met gedachten, noch met woorden of enig gebaar, veel minder met de daad, door mijzelf of door anderen ontere, hate, kwetse, of dode." (Lees ook maar verder in de antwoorden 105 -107).

Een ander niet haten of kwetsen met mijn gedachten of woorden... Wat doen wij ontzettend veel zonden. Wat lopen we er vaak gemakkelijk aan voorbij.

Niet licht
Als de Heere Jezus ons door Zijn Geest vanuit de wet gaat onderwijzen wordt het anders. Dan gaan we de wet en het Woord heel ernstig nemen. Dan zullen we de zonden, ook de "kleine" zonden, niet meer willen doen. Want als Hij Zijn liefde in ons heeft gegeven dan willen we de Heere dienen omdat Hij het waard is. En dan willen we dat zo doen als Hij dat van ons vraagt.

Dan zullen we het met de zonde zeker niet licht nemen. Maar dan zul je ook leren dat je niet in eigen kracht tegen de zonde kunt strijden. En als de Heere zaligmakend van zonde gaat overtuigen, zullen we ook dieper bij de ernst van de zonde gebracht worden.

De zonde is niet alleen iets tegenover een medemens, maar is zonde tegenover de goede en heilige God. Dat maakt de zonde zo erg. De zonde stelt mij schuldig voor de Heere, Die Schepper en Rechter is. Zo krijgt een mens kennis van de zonde door de wet en berouw over de zonde door de Heilige Geest.

Dan zal er ook hartelijk beleden worden: „Ik heb gezondigd en gedaan dat kwaad is in Uw oog." Maar dan mag ook het gebed zijn: „Vergeef mij al mijn zonden." Want de Heere overtuigt juist van zonden opdat men als schuldverslagen zondaar aan Zijn voeten zal komen. Want de Heere Jezus is immers gekomen om zondaren te zaligen, te redden.

Gewoon
Ook zou ik bij jouw vraag nog graag een tweede opmerking willen plaatsen. We moeten met de "gewone" dingen ook "gewoon" omgaan. Natuurlijk had jij die veters vast moeten maken. Maar er was toch geen haat tegen dat kind in jouw hart? De Heere Jezus en ook onze catechismus wijzen juist op de gezindheid van ons hart.

Is het een "gewone" nalatigheid, dan moet je er inderdaad uit leren dat je voortaan wel zorgzaam en behulpzaam moet zijn. Maar dan moet je er niet een "complex" van maken. Luther zegt dat we niet met allerlei beuzelarijen aan moeten komen. Dan zouden we de Heere maar vermoeien. Maar werkelijke zonden moeten we de Heere met oprecht berouw belijden, en ze dan ook verlaten.

En tot die belijdenis brengt het overtuigend werk van de Heilige Geest. Daarbij kan de Heilige Geest ons wel eens de diepe wortel van "kleine" zonden laten zien. Tot onze verootmoediging en opdat we te meer genade nodig zullen hebben. Maar intussen moeten we in de menselijke verhoudingen met deze "kleine" dingen wel gewoon blijven omgaan.

Ds. P. Mulder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 25 januari 1995

Terdege | 80 Pagina's

Jouw vragen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 25 januari 1995

Terdege | 80 Pagina's

PDF Bekijken