+ Meer informatie

Fortmond in de greep van het water

10 minuten leestijd

Heel Nederland hield de adem in. In gedachten verbonden met het volk achter bedreigde dijken, dat massaal werd geëvacueerd. Slechts een enkeling besefte dat in deze lage landen ook buitendijks mensen wonen. Onbeschermd, overgeleverd aan de elementen. Zoals in Fortmond, waar het water tot de lippen rees.

In eentonige cadans klotst het water tegen het iele dijkje dat vanaf het gehucht De Nul landinwaarts voert. De rondweg door de uiterwaarden loopt na een paar honderd meter dood. Waar grasland hoort te liggen, heerst nu de uit de band gesprongen IJssel. Zo ver het oog reikt.

Wilgen en elzen steken hulpeloos hun stakige kruinen boven het water uit. In de verte zijn vaag de woningen van Fortmond zichtbaar. Een simpel pontje van de gemeente Olst onderhoudt voor de bewoners van het buurtschap de verbinding met het vasteland. Twee medewerkers van de buitendienst zijn tijdelijk gepromoveerd tot pontbaas.

Eerst helpen ze postbesteller Gerrit Kluin met fiets aan boord. Dan de twee kinderen van Gerard Harmens en Doret Voulon. Doret is zwanger. De kinderen zijn koud en moe. Terwijl ganzen in trage vlucht overtrekken, zoekt het bootje een weg tussen het geboomte in de uiterwaarden. De toren van de voormalige steenfabriek van Fortmond dient als baken in zee.

Afwachten
Het gelegenheidspontje legt aan bij een provisorische steiger. Het simpele bouwsel is angstig smal. Met meer geluk dan wijsheid weet Kluin droog het vasteland te bereiken. Resoluut klimt hij op de fiets. Een paar honderd meter verder verdwijnt de polderweg onder water, maar hij wil zo ver mogelijk zien te komen, „'t Is weer eens wat anders."

Gerard en Doret wonen pal naast de aanlegsteiger. Binnen hebben ze het nog net droog. Buiten klotst het water tegen de muur. De kleine George plast enthousiast met z'n laarzen door een smurrie van verrot stro, dat door de stroom wordt aangevoerd. Voor de schuur, waarin Gerard in z'n vrije tijd wat aan auto's klust, dobbert een roeiboot.

De auto's dobberen nog net niet. Veel hoger moet het water niet komen, dan sijpelt het door de portieren. De alternatieve docent aan een technische school blijft er stoïcijns onder. „Je kunt je gaan lopen opwinden, maar daar bereik je niets mee. We wachten gewoon af en als het gezakt is zien we wel verder."

Ongemak
De bevolking van Fortmond is zich bewust van het risco dat verbonden is aan het wonen in de uiterwaarden. Het buitendijkse buurtschap, zo'n negentig hectare groot, ligt aan de binnenzijde van een lus in de IJssel. Treedt de rivier buiten z'n bedding, dan levert dat voor de pakweg honderd bewoners al snel ongemak op.

„Het is wel gebeurd dat we drie keer in een jaar achter het water kwamen", zegt Gerard. „In december door regenwater, in februari door smeltwater en in april door weet ik wat. Maar zoals nu hebben we het nog niet beleefd. Zelfs de buurman niet en die is toch 94."

Doret, medewerkster aan een antroposofische inrichting voor zwakzinnigen, heeft wat snipperdagen opgenomen. „Ik blijf nu liever thuis. Dit zie je niet elk jaar." Dromerig staart ze naar buiten, waar het zonlicht speelt met het opspattende water. Het fraai verbouwde boerderijtje aan de overzijde is verlaten. De IJssel heeft er bezit genomen van de woonvertrekken.

Camping
Camping 't Haasje had geen treffender naam kunnen hebben. De pakweg 230 stacaravans staan op z'n best met de voeten in het nat, op z'n slechtst half onder water. Een lege butagasfles drijft langzaam naar een verdronken grasmaaier. De paden zijn veranderd in zilveren beken, die glinsteren in een bedrieglijke winterzon.

Op het nog droog liggende deel van de camping draaft, ironischer kan het niet, een haas in doodsnood. Bij de verlaten toegangsweg naar het recreatieoord staat een zigeunerachtige kerel, met lieslaarzen aan. Hij heeft de schade aan zijn weekendverblijf opgenomen. De uitslag heeft hem droevig gestemd. „Er valt niet veel meer te redden. Maar je wil er toch bij zijn."

Judo Jansen, zoon van de eigenares van de camping, sopt wat rond over het terrein. Geduldig wachtend tot het water gaat zakken. „De schade zien we straks pas. Vorig jaar zaten we op 50.000 gulden, maar dit jaar kan het wel een ton zijn.

Een groot deel van de stroom- en centrale-antennekasten staat in het water. Die moeten allemaal vervangen worden. Dan krijg je nog het herstel van de wegen en alle ellende die na verloop van tijd pas boven water komt. Als het nieuwe seizoen begint, zijn we totaal afgepeigerd, daar kun je wel op rekenen."

Vrij zijn
De belangrijkste schakelkast van de zwaar geteisterde onderneming is ondergebracht in het houten huisje tegenover restaurant 't Haasje. Tot verdriet van Frederik Wiltens, al 25 jaar de pachter van het eethuis. In het hokje staat pakweg anderhalve meter water. De deur naar de stroomkast is afgedekt met schotten, maar het is de vraag of die werkelijk waterdicht zijn.

Valt de elektriciteit uit, dan is de narigheid voor Wiltens niet te overzien. Hij heeft al verschillende partijen moeten annuleren, omdat z'n bedrijf onbereikbaar is. Zonder stroom ligt het restaurant ook bij laag water stil.

„Als ik vrij heb wil ik vrij zijn om te gaan en te staan waar ik wil", adverteert een felgele poster aan de voorzijde van het ondergelopen huisje. Erna van den Berg kan er de humor nog van inzien. Met een waadpak van echtgenoot Fons is ze naar 't Haasje gekomen, om de post op te halen. De vier kinderen zijn aan het "vasteland" ondergebracht, op vier verschillende adressen.

„Ze konden thuis niet meer naar bed, want alles van beneden staat op hun kamers. 't Is echt behelpen. Zelfs de vriezer hebben we op klossen, want daar staat ook water onder. Wassen kunnen we niet meer, naar de wc ook niet. Dat doen we nu buiten."

Fiets
De blonde boerin is niet benauwd voor water, maar dit jaar vindt ze het toch een beetje té. „Het vee staat nog net droog, al moet er niet veel meer bij komen. Dan staan de kalveren in het water. Kunnen we die weer hogerop gaan zetten. Het voer is al drijfnat, net als vorig jaar. Gelukkig hoeven we maar veertien koeien te melken. De rest hebben we droog gezet. Je hebt toch al je handen vol."

Achter de camping nadert Gerrit Kluin, de wielen van zijn fiets half onder water. Het is een waagstuk, want als hij het niet redt, gaat hij kopje onder. Verbeten trapt de postbesteller voort. Het water spat achter hem omhoog. „Zo, dat was dat", hijgt hij vermoeid, als hij droog bij 't Haasje is aangekomen, „'k Ben tot nummer twaalf gekomen. De rest lukt niet. Die moeten maar een paar dagen geduld hebben."

Voor ons is de ondergestroomde polderweg een onneembare barrière. Een jonge boer biedt uitkomst. We kunnen plaats nemen op de bak achter zijn trekker. Bij de hoeve van Klaas en Henk Klijn Velderman zet hij ons af. Klaas, een authentieke Overijsselse boer met een slappe hoed op het hoofd, staat kortademig te blazen voor de boerderij.

Afschuwelijk
Het melkvee is overgebracht naar Broekland, onder Wijhe. De schapen en het kleinvee staan in Eikelhof. Bij de graaf van Limburg Stirum, die nog een landbouwschuur beschikbaar had. Alleen de voorste stal van Klijn Velderman is zonder laarzen bereikbaar. Die is voor de ooien die recent nieuw leven hebben voortgebracht.

Ook de 21 vleesstieren zijn achtergebleven. Transport daarvan was te riskant voor de vervoerders. Ze staan in de achterste stal, op een plateau waar ze normaal voer krijgen. Eromheen golft het water. Klijn Velderman komt daar niet. Hij heeft zeven hartinfarcten achter de rug, mist een long, lijdt aan suikerziekte en tobt met een versleten heup.

„Ik moet rustig aan doen. Henk kan gelukkig wel wat hebben." In een waadpak komt de boerenzoon aangeplonsd. Het water reikt tot boven z'n middel. Hij heeft de stieren van voedsel voorzien en komt nu naar het kleine veewagentje naast de deeldeur, waarin enkele jonge exemplaren zijn ondergebracht.

„Hij is er mooi druk mee", lacht Klijn Velderman. Z'n vrouw is minder laconiek. „M'n hele leven heb ik hier gewoond, maar zo erg heb ik het nog niet meegemaakt. Afschuwelijk. Het moet echt niet te lang meer duren, want ik ga ervan dromen. Voor de dieren vind ik het nog het ergst. Ze stonden te rillen als een riet toen ze weggehaald werden."

Melken
Over de schade denkt Henk maar niet. „Het is een zooitje. Ik weet nauwelijks waar ik beginnen moet. De mest komt de put uit. En vergoeding zal er wel niet komen. Je kiest er zelf voor, zeggen ze. Moet je maar niet in de uiterwaarden gaan zitten. Dat is natuurlijk zo. Maar geen mens rekent erop dat je zoiets twee jaar achter elkaar krijgt. Dit gebeurt één keer in de veertig jaar, zeiden de geleerden. Precies dertien maand geleden."

De middag loopt ten einde als de Commissaris van de Koningin een kijkje komt nemen in het ondergelopen gebied. In gezelschap van notabelen uit de streek en wat persmensen wandelt hij richting 't Haasje. Daarvandaan zal het gezantschap met een trekker naar enkele boerderijen worden verscheept.

Henk Klijn Velderman gelooft het wel. Hij heeft geen tijd voor praatjes. Aan de wal wacht nog een bult werk. Eerst moet hij gaan melken in Broekland. Dan naar de Eikelhof, om de schapen te verzorgen. Een fors deel van de kudde staat op lammeren. De resterende uren probeert hij wat te slapen in z'n Mercedes 190. 's Morgens rijdt hij terug naar Broekland, om opnieuw te melken. Halverwege de morgen kan hij weer op de boerderij zijn.

Bult geld
De volgende morgen maken we de oversteek met wat administratief personeel van Esselink daktechniek. De mannen worden bij de steiger opgehaald door een Fortmonder met een trekker. Het water is inmiddels een centimeter of tien gezakt. Dat maakt het mogelijk om zonder gemotoriseerde hulpmiddelen de woning van Jan Willem Sterken te bereiken.

De vutter woont zo'n honderd meter voorbij de boerderij van Klijn Velderman. Zijn ouders, die bij hem inwonen, vestigden zich zestig jaar geleden in de uiterwaarden. Ze laten zich niet snel verjagen door het water. „Als je 't huis maar droog houdt", is het standpunt van Sterken senior. „Dat is 't voornaamste."

„Kom maar even binnen hoor", noodt z'n echtgenote. „Had u misschien zin an koffie?" Op de beeldbuis belooft premier Wim Kok op aartsvaderlijke toon dat de regering aan elke gulden die wordt opgehaald door de tv-actie voor gedupeerden, een gulden zal toevoegen. „D'r is al een bult geld binnen", weet de 87 jaar oude Sterken.

Bij de buren meert een Fortmonder in legerkleding een roeiboot af waarin een jonge vrouw zit, achter weekendtassen en een gitaar. Naast de boot loopt een jonge kerel in waadpak, met een vuilniszak in de hand. Het zijn Silvia en Werner Bartelds, die door een behulpzame buurman zijn weggebracht.

„We hebben gewacht tot het water ging zakken", vertelt Silvia. „Nu dat het geval is gaan we naar m'n schoonouders in Deventer. Heerlijk douchen en een beetje bijwarmen, want de verwarming doet het niet meer." De plastic zak van Werner bergt vuil goed voor moeder Bartelds. De wasmachine is ook buiten bedrijf.

Bij de steiger wacht Fons van den Berg op een boot van Rijkswaterstaat, waarmee de melk in de tank op de aanhanger achter zijn trekker moet worden afgevoerd. Het vaartuig arriveert tegelijk met het pontje van de gemeente. De boer slaakt een zucht van verlichting als de handel heelhuids op de boot is geparkeerd. Aan de overzijde van het water staat al een tankwagen van Coberco gereed. Onderaan de dijk zit Henk Klijn Velderman op een gifblauwe ton. Wachtend op de pont.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.