Bekijk het origineel

Herdersleven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Herdersleven

3 minuten leestijd

Ik moet eerlijk bekennen dat mijn toewijding aan de kudde zijn onvolkomenheden kent. Geen mens die het ziet, maar ik besef het wel in de late en kleine uurtjes. Wanneer ik 's avonds naar de kooi ga om te zien hoe het lammeren verloopt, zeg ik hoopvol tegen mijn geliefde: „Ik ga nog even naar de schapen. Tot zo."

Maar al te goed weet ik dat het een halve of zelfs een hele nacht kan duren voordat het "Tot zo" bewaarheid wordt. De afgelopen nacht eiste het werpen van twee ooien zoveel van mijn aandacht, dat ik niet besefte dat het krieken van de dageraad niet lang meer op zich zou laten wachten. In de spanning van de geboorteproblemen vergat ik hoeveel energie zulke sores van mij vragen.

Een jonge ooi, nummer 222, stond op werpen. Al een klein uur stond ze te krabben met haar voorpoten, te schuren tegen de ruiven, te draaien op een en dezelfde plek van de kooi. Duidelijk was dat ze op dat plekje haar lam wilde werpen. De waterblaas was allang gesprongen. Je wilt nooit te snel ingrijpen en de natuur haar gang laten gaan.

Ik vind de natuur echter geen synoniem van "de beste weg". De natuur, door sommigen tot standaard verheven, is vaak gruwelijk en meedogenloos en verre van volmaakt. Het trage geboorteproces begon aan me te knagen. Met Bennie, mijn trouwe hulp, overlegde ik en we besloten dat we het lam moesten halen.

 „Doe jij het of doe ik het", vroeg ik. „Doe ie ut maor, dan hold'ik 'r wel vast", zei Bennie. Bennie hield het nerveuze schaap goed vast en ik vette mijn rechterhand in en schoof die in het schaap. Direct voelde ik de voorpoten en het kopje. Prima positie. Alleen was de geboorteweg wel erg krap.

„Ik ga trekken!", riep ik op dezelfde waarschuwende manier waarop houthakkers "Van onderen" roepen als de boom ter aarde valt. Ik moest zo hard trekken dat Bennie met alle kracht de ooi tegen zich aan moest klemmen. Het lam kwam gezond en wel in het stro terecht.

Het was een pijnlijke worp geweest. Mogelijk daarom wendde het moederdier zich vastberaden van het jong af Daar zaten we nu met een ooi die geen lam bij zich verdraagt en een lam zonder moeke. In een flits bedacht Bennie een grote gok.

„As we noe dezen in hok veertien d'r bie leggen, misschien geet ut goed." De ooi van hok veertien had al uren geleden haar lam geworpen. De kans dat ze nu nog een vreemd lam zou aannemen was wel heel klein. Nagenoeg nihil...

Niet geschoten, altijd mis. Dus de nieuwe boreling zomaar onder de neus van een vreemde ooi geschoven. Stomverbaasd waren we toen we onmiddellijk resultaat hadden. De stiefooi ontfermde zich teder over het vreemde lam en begon het ijverig af te likken. Ronduit mazzel!

We gingen pauzeren in de houten keet. Petroleumlamp aan, kachel hoog op en een warme kop koffie. Bennie draaide een shaggie en ik stopte mijn pijpje. Toen een uur later de ooi nog steeds het vreemde lam als het hare behandelde, viel er een herderlijke last van ons af.

Dit had een idyllisch slot kunnen wezen. Maar aan bedrust mochten we nog niet denken. Ooi 21 lag er bepaald niet florissant bij. De blaas was gesprongen, het lam bleef verborgen onder moeders warme wol... 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 maart 1995

Terdege | 80 Pagina's

Herdersleven

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 maart 1995

Terdege | 80 Pagina's

PDF Bekijken