Bekijk het origineel

Bidden voor de overheid?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bidden voor de overheid?

5 minuten leestijd

Dit nummer van Terdege verschijnt in de tijd van enkele nationale gedenkdagen, Koninginnedag en bevrijdingsdag. Een goede aanleiding om stil te staan bij het gebed voor de overheid.

We zullen niet zo gemakkelijk tegen elkaar zeggen dat het gebed voor de overheid overbodig of onbijbels is, maar of het nu wel zo sterk leeft onder ons...? Wellicht is er reden toe om te pogen elkaar wat op te scherpen in dezen. We kunnen op dit terrein zo onze vragen hebben. Moeten we bidden voor een overheid die zich al duidelijker afkeert van de levende God en Zijn Woord? Hoe vaak is er de eeuwen door en tot vandaag toe geen sprake van overheden die de Kerk en de voortgang van Gods werk vijandig gezind zijn? In zo'n situatie is er toch allerminst reden om in het gebed de overheid op te dragen aan de Heere. Om nog maar te zwijgen van de doperse gedachte dat een christen en de Kerk eigenlijk niets te maken hebben met de wereldlijke overheid. Klinkt het niet erg aannemelijk wanneer iemand zegt: „Voor zo'n overheid als wij vandaag hebben kan ik niet bidden?"

Opdracht
De Schrift is op dit punt allerminst onduidelijk. In een brief die Jeremia zendt aan de ballingen in Babel, wordt hen van Godswege opgedragen om te bidden voor de stad waarheen ze verbannen zijn, „want in haar vrede zult gij vrede hebben" (Jer. 29:7). Om misverstanden te voorkomen: De ballingen hebben te maken met een volstrekt heidense overheid. Toch hebben ze die overheid te gedenken in het gebed, opdat deze overheid ruimte zal geven voor de dienst van de ware God. De levende God kan immers de harten zo neigen dat aan Zijn volk de gelegenheid wordt gegeven om Hem te dienen. Bovendien zal de vrede van Babel ook tot zegen voor Zijn volk zijn. Met name ook in deze geschiedenis van het volk in Babel komt naar voren dat Gods Kerk midden in de tijd en in de geschiedenis staat. Denk maar aan de geschiedenissen van Daniël. Deze gedachte ligt mede ten grondslag aan artikel 36 van onze Geloofsbelijdenis.

Romeinen
Heel bekend en leerzaam is in dit verband het woord van Paulus aan zijn geestelijke zoon Timotheüs, 1 Tim. 2:1,2. Weer betreft het een overheid die bepaald niet godzalig genoemd kan worden. Integendeel! Wel vermaant Paulus zijn zoon heel nadrukkelijk -ik vermaan dan voor alle dingen, vs. 1 - voorbede te doen voor koningen en allen die in hoogheid zijn. Is de Romeinse overheid in die dagen zo gehoorzaam aan de Koning der koningen? Allerminst. De Oude Kerk in de eerste eeuwen van onze jaartelling had het vaak hard te verduren onder de toenmalige overheid. Van Clemens, een man die in de Oude Kerk in hoog aanzien stond, is het volgende gebed voor de overheid: „Geef hun, Heere, gezondheid, vrede, eendracht, welstand, opdat zij de heerschappij, die Gij hun verleend hebt, zonder misbruik voeren. (...) Richt Gij, Heere, hun zinnen op datgene wat goed en aangenaam is voor U, opdat zij in vrede en zachtmoedigheid de heerschappij, die Gij hun verleend hebt, vroom mogen voeren en Uwer genade deelachtig worden."

Spanje
Toen onze vaderen door Guido de Brés in de begeleidende brief bij de Ned. Geloofsbelijdenis de koning van Spanje hun eerbied betuigden, wezen zij nadrukkelijk op hun gebed voor hem, de koning van Spanje, en de andere overheden. We zingen toch in ons volkslied: Den koning van Hispanje heb ik altijd geëerd. Van deze verering staat de voorbede niet los. Om welke dingen zal gebeden worden? Om wijsheid voor de overheden. Dat zij in rechtvaardigheid zullen regeren. Dat de Kerk ruimte zal hebben voor de dienst van de enige ware God. Ook zal het gebed om bekering van overheidspersonen niet ontbreken. Verder dat zij zo hun taak zullen uitvoeren dat wij bewaard worden voor de volstrekte chaos. In 1 Tim. 2 schrijft Paulus heel kort en krachtig: „...opdat wij een stil en gerust leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid." Lezen we verder in dit gedeelte, dan blijkt dat het er niet het minst om gaat dat zondaren toegebracht worden tot Christus.

Persoonlijk gebed
In dat alles leert de Schrift dat de Heere de God der ganse aarde is. Hij bepaalt het lot der volkeren en daarbij gebruikt Hij mensen. Verder vervult Hij Zijn Raad in het vergaderen en bewaren van Zijn Kerk. Het gaat hier dus bepaald niet om een splinterige bijkomstigheid! Zou de vraag soms aan de orde kunnen zijn, of de uitbreiding van Zijn Koninkrijk en de voortgang van Zijn werk ons lief geworden is? Verder gaat het om het gebed in de eredienst èn het persoonlijk gebed. Dan getuigt de vraag van de discipelen van wijsheid: Heere, leer ons bidden!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 3 mei 1995

Terdege | 88 Pagina's

Bidden voor de overheid?

Bekijk de hele uitgave van woensdag 3 mei 1995

Terdege | 88 Pagina's

PDF Bekijken