Bekijk het origineel

Molens en het weer

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Molens en het weer

4 minuten leestijd

Als vrijwillig molenaar laat ik regelmatig een van de molens in het wereldberoemde molencomplex in Kinderdijk draaien. Om te begrijpen wat het weer met molens heeft te maken, is het nodig dieper in te gaan op de werking van een watermolen.

Om de werking van een molen duidelijk te maken, kijken we eerst naar de doorsnede van een watermolen (zie tekening). De meest belangrijke onderdelen van een molen zijn de wieken en (bij een watermolen) het scheprad. Als het scheprad in beweging wordt gebracht, wordt het water verplaatst. Aan de hand van de tekening is te zien dat de wieken en het scheprad door het bovenwiel en het onderwiel via de koningsspil met twee bonkelaars zijn verbonden. Twee andere belangrijke onderdelen van de molen zijn de vang en het kruirad.

Bediening
Een molen wordt altijd bediend door een molenaar. Hij mag een draaiende molen niet uit het oog verliezen, en -nog belangrijker- de molenaar moet altijd goed het weer (lees: de lucht) in de gaten houden. Een molen heeft vier wieken. Hierop kunnen zeilen geheel of gedeeltelijk worden uitgelegd. Dit hangt, net zoals bij een zeilboot, van de windsterkte af Voordat de molenaar de zeilen spant, moet de molen altijd precies op de wind staan. Met behulp van het kruirad, waarop een ketting is gewonden, kan de molen op de wind worden gezet. Deze ketting wordt aan een paal die stevig in de grond zit, bevestigd, en door draaiing aan het kruirad kan de kap van de molen in de gewenste richting worden verplaatst. De kap van de molen rust op rollen, die via zogenaamde wagens in een kuip liggen, aan de bovenzijde van de romp van de molen.

Kracht
Staat de molen goed op de wind, dan moet er zoveel mogelijk kracht worden uitgehaald. Daartoe worden de zeilen op de wieken gespannen. De molenaar laat de wieken draaien door de zogenaamde vang te lichten, die op de buitenkant van het bovenwiel werkt. Dat wiel is in de kap van de molen om de molenas vastgewigd. Deze vang kan vergeleken worden met de trommelrem van een fiets. Eerder zagen we al dat een molen altijd op de wind moet staan, dus de molenaar moet goed in de gaten houden of de wind niet draait. Draait de wind bijvoorbeeld snel van zuidwest naar noordwest, dan moet de molen met behulp van de vang worden stilgezet, waarna de molen door middel van het zogenaamde "kruien" weer precies op de wind wordt gezet.

Toenemende wind
Wanneer de molen draait, en de wind gaat geleidelijk toenemen, dan is er nog niet veel aan de hand. Natuurlijk moet de molenaar ervoor waken dat de molen niet al te hard gaat, maar bij een geleidelijke toename is er tijd genoeg om de molen stil te zetten en het zeil op de wieken wat verder op te rollen. In vakjargon wordt dit "zwichten" genoemd. Volgende keer ga ik dieper in op de onverwachte zaken waar de molenaar mee te maken krijgt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 17 mei 1995

Terdege | 84 Pagina's

Molens en het weer

Bekijk de hele uitgave van woensdag 17 mei 1995

Terdege | 84 Pagina's

PDF Bekijken