+ Meer informatie

„Ik moet opgenomen worden" En dan?

6 minuten leestijd

„Goed dat er ziekenhuizen zijn!" „Ja, maar je kunt er maar beter niet mee temaken krijgen." En toch krijgen velen er wel mee te maken. Ieder verwerkt dat op zijn eigen manier. Maar zien we het ook als roepstem?

De een moet voor onderzoek naar het ziekenhuis. Bij een ander staat de aard van de kwaal al vast en moet er een operatie worden uitgevoerd. Een derde moet (weer) een kuur ondergaan. En als dan het telefoontje komt dan weet je het: Ik moet worden opgenomen. Ben je dan blij dat er een ziekenhuis is? Of zie je er als een berg tegenop om erheen te moeten? Vanzelfsprekend, elke kwaal is niet hetzelfde. En de ene opname is ingrijpender dan de andere. Maar met alle verschil, er komt toch een stuk spanning als de opname moet plaats vinden. Jazeker, er zijn gevallen waarin je blij bent dat er ernstig aandacht aan je klachten gegeven wordt. En als je weet dat de operatie toch moet gebeuren, dan kan het een opluchting wezen als je weet wanneer dit zal zijn. Maar ondanks dat, een ziekenhuisopname blijft toch iets waar je tegenop ziet.

Heel anders
Het is zo'n heel andere omgeving dan thuis. De vraag: Met wie kom ik samen op één kamer? Nog ingrijpender: Wat zullen ze vinden als ze me onderzoeken? En als er een operatie moet plaatsvinden komt de vraag boven: Zullen ze me wel echt kunnen helpen? En ook de gedachte: Kom ik wel bij uit de narcose? Het gaat toch ook wel eens niet goed en als ik nu eens degene ben bij wie het verkeerd gaat? En achter dit alles schuilt natuurlijk een nog veel belangrijker en indringender vraag: Hoe sta ik ervoor als ik sterven moet? Ben ik bereid? Ben ik geborgen bij de Heere? Heb ik kennis aan het bloed van Christus?

Sterkte hoor!
„Ik moet opgenomen worden." Behalve de patiënt zelf krijgt ook zijn omgeving een stuk spanning te verwerken. Snel wordt er nog een bezoek gebracht. Er worden wat algemeenheden gezegd. Misschien wordt er wat quasi-opgeruimd gedaan. Maar de innerlijke gevoelens blijven vaak verborgen. En bij het afscheid nemen klinkt er vaak niet meer dan een: „Nou, sterkte, hoor; van harte het beste!" Of was er ook iemand die Gods Woord opende en in een hartelijk gebed de noden aan de Heere voorlegde? Dat behoeft toch niet altijd en alleen een dominee of een ouderling te doen, al roep je die er natuurlijk wel bij.

We leven in "dit jammerdal", waarin de Heere ons, zoals de Catechismus zegt, ook allerlei kwaad "toeschikt". En dus zijn er ziekten en angsten en zorgen. We worden eraan herinnerd dat we hier geen blijvende stad hebben. En dat de zonde heel wat gevolgen heeft. Er wordt aan ons geschud. De vraag naar onze levensgrond komt aan de orde: Waar wortelen we in? God gaat ons apart nemen. Hij legt ons terzijde. En dan? Ja, wat dan? Zou het kunnen zijn, dat de Heere deze weg nodig keurt om ons eindelijk eens tot bezinning te laten komen? Hebben andere roepstemmen misschien gefaald doordat wij onbekommerd verder leefden? Moest de Heere wel voor dit middel kiezen? Of waren we afgedwaald en weer zo opgegaan in de aardse bezigheden, dat onze ziel schade begon te lijden? Moest God deze weg kiezen om ons weer op onze plaats te brengen? Of bedoelt de Heere die opname en die kuur of die operatie om ons onderwijs te geven in geestelijke dingen, opdat we zouden leren wie God in Christus wil wezen voor een onwaardig mens?
Ja, we leven in andere tijden dan de Joden tijdens Jezus' verblijf op aarde. Zij konden met al hun kwalen naar Hem toe en bij Hem terecht. Zo is dat nu niet meer. Maar het blijft wel waar dat Hij ook nu de Zaligmaker is, van Wie geschreven staat dat Hij onze krankheden op Zich genomen heeft. Hij is nog gewillig om te helpen.

Volg Mij
„Ik moet worden opgenomen." Verontrust u dat? Meer dan u kunt zeggen? Er kan inderdaad zoveel gebeuren. En dan? Maar als de Heere nu eens meegaat? Als Hij dit alles nu eens beschikt tot uw waarachtig heil? „Ja, kon ik dat dan maar geloven. Dat zou alles heel anders maken." Toen de Heere Jezus Petrus in het ambt hersteld had zei Hij hem, dat er een tijd zou komen dat hij gebracht zou worden naar plaatsen waar hij niet wilde zijn. Hoe dat dan moest? De Heere zei erbij: „Volg Mij!" Maar als we Hem mogen volgen, gaat Hij dan niet voorop? Voorop gaat Hij, voor al degenen die op Hem betrouwen. Voorop, ook als de ziekenhuisdeur opengaat en we naar binnen moeten. Voorop, ook als de O.K.-deuren opengaan, en we onder narcose daar binnen moeten. Die wetenschap geeft rust ook als het bericht gekomen is: „U moet opgenomen worden." Is ons leven dan inderdaad al een volgen van Hem?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.