Bekijk het origineel

Waardig soldaat van Christus

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Waardig soldaat van Christus

Th.J. Frelinghuysen

13 minuten leestijd

„Onder degenen die naar het Woord kwamen luisteren bevond zich ook een Nederlandse, calvinistische dominee genaamd Frelinghuysen,... een waardige oude soldaat van Jezus Christus... Hij was de beginner van het grote werk." Met die woorden typeerde George Whitefield de van oorsprong Nederlandse Theodorus Jacobus Frelinghuysen. De grote opwekkingsprediker beschouwde hem als de wegbereider voor de Grote Opwekking in Amerika.

Theodorus Jacobus Frelinghuysen ziet op 6 november 1692 het levenslicht in Hagen in Westfalen, een streek grenzend aan noordoost-Nederland. Vader Johan Henrich Frelinghaus is daar predikant bij de Duitse Gereformeerde Kerk. Deze kerk staat in nauwe relatie tot de Nederlandse Gereformeerde Kerk.

Theodorus vertoont al vroeg tekenen van godsvrucht en doet op 17-jarige leeftijd belijdenis van zijn geloof Hij kan goed studeren en weet zich geroepen tot het predikambt. Na volbrachte studie aan de universiteit van Lingen, waar de theologie van Voetius domineert, slaagt hij voor het classicaal examen en wordt beroepbaar gesteld.

In 1717 wordt hij bevestigd in Logumer Voorwerk in Oost-Friesland, nabij Emden. Deze streek staat sterk onder de invloed van het gereformeerde piëtisme. Theologen als Koelman, Meiners en Verschuir zijn geliefd bij het kerkvolk. Frelinghuysen verdiept zich in hun geschriften en wordt een bekwame exponent van de "bevindelijke godgeleerdheid".

Aan de vooravond van Kerstfeest 1718 overstroomt de omgeving van Logumer Voorwerk. Hierdoor komt de gemeente in zodanige armoede dat zij geen dominee meer kan onderhouden. De jonge pastor neemt daarom een benoeming aan tot assistent-rector aan de Latijnse school te Enkhuizen.

Naar New York
Slechts enkele maanden na zijn aanstelling krijgt hij een verzoek van de classis Amsterdam om een beroep naar Amerika in overweging te nemen. Vier kleine gemeenten in de Raritan Vallei in New Jersey begeren hem als predikant.

Ervan overtuigd dat dit Gods weg is, neemt hij het beroep direct aan en op 4 september 1719 stapt hij aan boord van het schip King George met bestemming New York. Begin januari 1720 zet Frelinghuysen voet aan wal in Amerika. Hij wordt verwelkomd door twee pastors van de Nederduits Gereformeerde Kerk in New York City: Gualtherus DuBois en Henricus Boel.

De nieuwe dominee wordt verzocht een dienst te leiden op de eerstvolgende zondag. De reactie van de gemeente is niet bemoedigend. Velen hebben bezwaar tegen zijn stijl van preken en manier van bidden. Op ds. Dubois maakt Frelinghuysen ook al geen plezierige indruk. In de pastorie van zijn oudere collega hangt een grote spiegel. De net aangekomen predikant ziet niet in dat zo'n grote spiegel nodig is in het huis van een dominee.

Twee dingen komen hier direct al openbaar: een kritische instelling en een overdreven neiging tot ascese, die veel wrijving zullen veroorzaken in zijn pastoraat.

Reformatie
De Raritan Vallei in New Jersey is een streek waar zich veel Hollandse boeren hebben gevestigd vanwege de vruchtbare grond. Hoewel lid van de Gereformeerde Kerk zijn de meesten van hen meer geïnteresseerd in materiële winst dan in geestelijke groei.

Frelinghuysen doet intree met een preek over 2 Korinthe 5 vers 20: "Zo zijn wij dan gezanten van Christus' wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus' wege: laat u met God verzoenen!" De preek maakt een diepe indruk, mede omdat de nieuwe dominee heel duidelijk uiteenzet hoe hij van Christus' wege onder hen hoopt te arbeiden.

De jonge pastor merkt al gauw dat de situatie ernstig is. Er heerst een geest van lauwheid en onverschilligheid onder het kerkvolk. Velen zijn meer geïnteresseerd in gokken, paardenrennen, drinken en andere vermaken, dan in de dingen van Gods koninkrijk. Zelfs het behoudender deel van de gemeente betracht Gods inzettingen meer uit plichtsbesef dan uit ware behoefte.

Frelinghuysen trekt hieruit de conclusie dat de meeste leden van zijn gemeente nog onbekeerd zijn. In zijn preken richt hij zich daarom meer op de bekering van zondaren dan op de stichting van Gods volk.

Het is te verwachten dat de nieuwe dominee ook hoge eisen stelt voor het Heilig Avondmaal. Men moet verslag van zijn bekering kunnen geven. Leden die naar zijn oordeel de ware bekering nog missen, zoekt hij te weren van de Avondmaalstafel.

Reactie
Zoals te verwachten is, veroorzaakt deze aanpak grote opschudding in de gemeente. Sommigen voelen zich zo gegriefd dat zij zich gaan beklagen bij collega's, van wie ze vermoeden dat die anders denken dan hun dominee. Deze predikanten kiezen inderdaad partij voor de critici. Er zijn er echter ook die achter Frelinghuysen staan, hoewel niet allemaal voor honderd procent.

Sommigen vinden dat de jonge pastor wel wat hard van stapel loopt en dat hij de maatstaf voor het geestelijk leven van zijn leden te nauw aanlegt. Onder hen die het min of meer met hem eens zijn, is ds. Guiliam Bartholf (1656-1726), een rondreizend predikant die pionierswerk heeft verricht in New Jersey, lang voor de komst van Frelinghuysen.

Bartholf is een volgeling van Koelman en heeft het zaad van de bevindelijke leer overal gezaaid. Twee andere predikanten van dezelfde inslag zijn Bernardus Freeman en Cornelius van Santvoort. Vooral tussen Freeman en Frelinghuysen ontwikkelt zich een hechte vriendschap.

Al in het jaar van zijn aankomst trouwt Frelinghuysen met de 12-jarige Eva Terhune, een wees die Freeman heeft opgevoed na de dood van haar ouders. Hun huwelijk wordt gezegend met vijf zonen en een dochter.

Verdediging
De meeste predikanten van de Hollandse Gereformeerde Kerk zijn sterk anti-piëtistisch ingesteld. Zij steunen de critici uit Frelinghuysens gemeente. De situatie verergert als deze zijn tegenstanders "onbekeerde dominees" noemt. Daarmee doelt hij vooral op Boel en Dubois.

Zelfs Freeman begint zich af te vragen of z'n jonge collega wel altijd wijs handelt. Het bevreemdt hem zeer dat Frelinghuysen de vrouw van een vooraanstaand lid van de gemeente van het Avondmaal weert. Hij kent het bewuste echtpaar en is overtuigd van hun godsvrucht.

De toenemende kritiek laat de jonge predikant niet onberoerd. Hij gaat zich verdedigen, door drie preken uit te geven waarin hij de argumenten van zijn tegenstanders tracht te weerleggen op grond van Schrift en belijdenis. Het geschrift vermag echter niet hen het zwijgen op te leggen.

Integendeel, het conflict verergert er alleen maar door. Ds. Boel en zijn aanhangers zien het meer als een aanval dan een verdediging en nemen het Bartholf en Freeman zeer kwalijk wanneer die hun instemming met de brochure betuigen.

Breuk
Op 12 maart 1723 benadert een aantal ontevreden leden van Frelinghuysens gemeente ds. Freeman, in de hoop dat hij hen zal steunen. Zij beschuldigen Frelinghuysen ervan dat hij een valse leer brengt. Freeman geeft toe dat hun predikant zijn gebreken heeft, maar dat dit niet betekent dat hij een valse prediker is.

Als hij hun klachten heeft aangehoord, antwoordt hij: „Ik zie nu in dat jullie allemaal geleid worden door een geest van haat en wraak. Omdat jullie dominee de zonde scherp ontleedt, helpen jullie de duivel te trappen op de kerk van Christus." Zij moeten hun klachten maar indienen bij de kerkeraad, en als zij dit niet doen en overal gaan roddelen, zullen ze beschouwd worden als scheurmakers.

De "Klagers", zoals zij voortaan genoemd worden, storen zich niet aan Freemans goede raad en wenden zich tot ds. Boel en diens broer, die advocaat is in New York. Beiden staan direct klaar om hen van advies te dienen. Kort na de vergadering van de Klagers met ds. Boel, stelt de kerkeraad van Raritan een zogenaamde daagbrief op, waarin ze worden vermaand hun valse beschuldigingen in te trekken. Met de waarschuwing dat, indien ze dit niet willen, de kerkelijke tucht zal worden toegepast.

Na twee jaar wachten gaat de kerkeraad ertoe over om vier van de voornaamste opposanten in de ban te doen. Deze daad brengt een geweldige schok teweeg en leidt tot een breuk in de kerk, die vijftien jaar zal duren.

Gilbert Tennant
Intussen doet Frelinghuysen zijn werk, in weerwil van de meedogenloze kritiek van zijn tegenstanders. Terwijl velen zich ergeren aan zijn ontdekkende prediking, worden anderen erdoor geraakt en komen tot waarachtige bekering. Zij die God al vreesden, krijgen voedsel voor hun ziel en worden bevestigd in het geloof.

Hoewel van Duitse afkomst en gevormd door de Nederlandse gereformeerde leer en cultuur, laat Frelinghuysen zich niet opsluiten in de Hollands-Amerikaanse gemeenschap. Hij onderhoudt ook contact met christenen van andere achtergronden en beïnvloedt velen buiten de Hollandse gemeenschap, onder wie Gilbert Tennant, een jonge presbyteriaanse dominee die naar New Brunswick is gekomen om te werken onder de Engels sprekende pioniers.

De begaafde predikant trekt al gauw de aandacht van zijn buurman, ds. Frelinghuysen. Omgekeerd is Tennant diep onder de indruk van de vele bekeringen die plaatsvinden onder de prediking van zijn Hollandse collega. Hij vraagt zich af waarom zijn eigen arbeid zo onvruchtbaar blijft.

Als hij ernstig ziek wordt, en door een bange periode van zelfverwijt en vertwijfeling gaat, schrijft Frelinghuysen hem een brief waarin hij zijn jonge vriend aanraadt meer ontdekkend en onderscheidend te preken.

Grote opwekking
Tennant neemt zich ernstig voor dit advies op te volgen. Hij gaat anders preken: scherper, meer ontdekkend, maar ook meer vertroostend. De resultaten blijven niet uit. Er komen mensen tot bekering. Eerst druppelsgewijze, dan bij tientallen. Zoals eerder bij Frelinghuysen, kan nu ook bij Tennant gesproken worden van een revival die straks zal uitlopen op de Grote Opwekking, waaraan de naam van Whitefield verbonden is.

Dat het inderdaad Frelinghuysen is geweest die het vuur heeft mogen ontsteken van deze geweldige beweging, wordt algemeen erkend door Amerikaanse kerkhistorici. Als de Grote Opwekking volop aan de gang is, preekt George Whitefield op zekere dag in de kerk van Tennant. Na de dienst ontmoet hij de bejaarde Frelinghuysen en maakt daarvan de volgende aantekenening in zijn journaal.

„Onder hen die kwamen luisteren naar het Woord, bevond zich ook een Hollandse calvinistische dominee, genaamd Freeling Housen, pastor van een gemeente ongeveer vier mijl van New Brunswick. Hij is een waardige oude soldaat van Jezus Christus en begon het grote werk waarmee de Heere, naar ik hoop, nog doorgaat in deze streken.

Hij heeft veel tegenstand ondervonden van zijn vleselijke broeders, maar God is hem altijd verschenen op een verrassende wijze, en heeft hem meer dan overwinnaar gemaakt door Zijn liefde. Hij heeft al vroeg geleerd alleen Hem te vrezen die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel."

Betekenis
Frelinghuysen wordt wel de vader van het Amerikaanse piëtisme genoemd. Vooral van Johannes Verschuir heeft hij veel geleerd. In zijn boek "Bevindelijke Godgeleerdheid" maakt Verschuir onderscheid tussen verschillende soorten hoorders, die allen behoren aangesproken te worden door de prediker.

Het doel van dit soort preken is de mens te ontdekken aan zijn verloren staat en hem te wijzen op het enige nodige, namelijk dat hij wederomgeboren moet worden. Hier hebben we het hart van Frelinghuysens theologie. Hier draait alles om in de prediking. Preek na preek worden de hoorders vermaand zich te onderzoeken of ze de kenmerken van het nieuwe leven bezitten.

Een belangrijke vraag is of de manier waarop Frelinghuysen en zijn geestverwanten de wedergeboorte preekten, wel de juiste was. Op dit punt is een duidelijk onderscheid waarneembaar met Calvijn en andere reformatoren van de zestiende eeuw.

Terwijl Frelinghuysen de nadruk legt op het zoeken naar kenmerken van de wedergeboorte, wijst Calvijn veel meer op de beloften van het Evangelie die aan de gehele (verbonds)gemeente dienen gepreekt te worden, met de oproep tot geloof en bekering.

Verbond
Volgens Calvijn heeft God Zijn verbond opgericht met de gelovigen en heel hun zaad, al maakt hij duidelijk onderscheid tussen tweeërlei kinderen des verbonds. Frelinghuysens zicht op het verbond is anders. Volgens hem is het verbond opgericht met de uitverkorenen en zijn de beloften alleen voor hen bestemd. Vandaar de nadruk op kenmerken als bewijs van wedergeboorte en verkiezing.

Deze verbondsbeschouwing heeft ook consequenties voor zijn visie op de kerk en de sacramenten. Voor Frelinghuysen is de kerk een vergadering van ware gelovigen, waartoe eigenlijk alleen wedergeborenen moeten worden toegelaten. Hij begrijpt echter dat zo'n volmaakte kerk niet haalbaar is in deze onvolmaakte wereld. Daarom zet hij alles op alles om althans de Avondmaalstafel zuiver te houden. Vandaar de hoge eisen voor de toelating tot dit sacrament.

Zij die de toets kunnen doorstaan krijgen toegang tot de dis des verbonds en vormen samen de (kleine) kerk in de kerk. Hier verliest men het gezicht op de kerk als verbondsgemeente en komt men terecht in het conventikel. Frelinhuysen hield dan ook vaak gezelschappen die hij eerst alleen toegankelijk stelde voor "Gods volk", later ook voor anderen.

Hij vergat daarbij te veel dat alleen de Heere het hart aanziet. Je krijgt de indruk dat iedereen die het niet met hem eens was, al gauw bij de vijanden werd ingedeeld.

Milder
Toch heeft de Heere hem ondanks die gebreken willen gebruiken in Zijn dienst. Frelinghuysen heeft veel betekend voor Gods kerk en koninkrijk in Amerika. Hij was een moeilijk mens, maar tegelijk een moedig mens. Als het om de Waarheid ging, week hij voor niemand.

Bij het ouder worden heeft hij zijn fouten en gebreken meer leren inzien. Zo is hij milder geworden in zijn oordeel over anderen en heeft hij er spijt van gehad dat hij zijn collega's vaak onheus heeft behandeld. Ook is hij later ruimer geworden in de toelating tot het Avondmaal.

Ten slotte kan vermeld worden dat ds. Dubois van New York, die eerst niet veel van Frelinghuysen moest hebben, later toenadering heeft gezocht. Het is zelfs zo ver gekomen dat zij tijdens een opwekkingsdienst waar Whitefield voorging, broederlijk naast elkaar gingen zitten op het podium.

Hier zien we wat genade vermag en een verhoring van Christus' bede: „Opdat zij allen één zijn." Geve de Heere dat wij die ware eenheid ook vandaag mogen beleven met allen die de Heere vrezen en uitzien naar een opwekking zoals God die gaf in de tijd van Frelinghuysen, Tennant en Whitefield.

                              ------------------------------

Boek over schoondochter van Frelinghuysen

Vorig jaar verscheen bij uitgeverij Den Hertog een bundeling aantekeningen, brieven en een dagboek van Dina van den Bergh, schoondochter van Frelinghuysen. Ze was gehuwd met Johannes Frelinghuysen, die zijn vader na diens dood opvolgde als predikant in de Raritans.

Het materiaal werd "ontdekt" door de historicus dr. J.H. van de Bank, tijdens een bezoek aan New Brunswick, waar hij enkele gastcolleges verzorgde. In de inleiding van het fraai uitgegeven boek geeft Van de Bank niet alleen achtergrondinformatie over Dina van den Bergh, maar schetst hij ook een beeld van de Nederduits Gereformeerde Kerk in Amerika

N.a.v "De leiding van des Heeren liefde met Dina van den Bergh", ingeleid en toegelicht door dr. J.H. van de Bank; uitg. Den Hertog, Houten; 228 blz., ƒ 52,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 december 1995

Terdege | 96 Pagina's

Waardig soldaat van Christus

Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 december 1995

Terdege | 96 Pagina's

PDF Bekijken