Bekijk het origineel

AMCHA, omdat de tijd niet alle wonden heelt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

AMCHA, omdat de tijd niet alle wonden heelt

9 minuten leestijd

Verbeten werkten honderdduizenden overlevenden van de holocaust in Israël aan de opbouw van het herkregen vaderland. Een nieuw leven lag voor hen. Vijftig jaar later is duidelijk dat die conclusie te voorbarig was. Het verleden nam slechts tijdelijk afstand, om na tientallen jaren weer op te duiken. Ontredderd kloppen de slachtoffers aan bij de hulporganisatie AMCHA. Pleitbezorger en lotgenoot Maurits Cohen probeert in Europa fondsen voor het werk aan te boren. Omdat de tijd niet alle wonden heelt.

Vanuit zijn tot kantoor omgebouwde zolderkamer zet Maurits Cohen zich al negen jaar belangeloos in voor AMCHA-Israël. Het werk raakt hem persoonlijk. Niet dat hij daar breed over uitweidt. Voor sommige gebeurtenissen zijn woorden ontoereikend. Daarom laat hij het bij de mededeling dat hij de enige overlevende is van een familie van zestig personen. „Niemand die deze dingen heeft meegemaakt, is ongehavend uit de strijd gekomen. Elke keer als ik slachtoffers van de holocaust ontmoet, identificeer ik mij met deze mensen. Ik hoor ze voorlezen uit m'n eigen levensboek. Dat maakt me ongeschikt voor de hulpverlening. Ik kan mensen overtuigen van de bittere noodzaak van AMCHA, maar het therapeutische werk zou te veel loswoelen in m'n eige psyche."

Spankracht
De voormalige stafmedewerker van de Kinderbescherming stond in '79 aan de wieg van een organisatie die zich bezighoudt met psycho-sociale hulpverlening aan Nederlandse overlevenden van de holocaust die nu in Israël wonen. „In die tijd werd het "delayed traumatic effect" zichtbaar. De vertraagde psychische gevolgen van het opgelopen oorlogstrauma. De eerste tientallen jaren werd dat onderdrukt. Door het stichten van een gezin, de opbouw van een carrière en de ontplooiing van allerlei maatschappelijke activiteiten. Dan word je vijftig jaar. Je huid wordt een beetje dunner en de problemen beginnen. Heeft niks met een mid-Hfe crisis te maken, maar met het eenvoudige feit dat je niet meer de spankracht bezit om het trauma eronder te houden." In Nederland werd het fenomeen vooral onderkend door de hoogleraar prof J. Bastiaans, die internationaal bekendheid verwierf door zijn therapie voor patiënten met een kampsyndroom. Onder hen waren zeer veel joden. Ook organisaties als het Joods Maatschappelijk Werk, Joods Geestelijke Gezondheidszorg, ICODO, Pelita en de Stichting '40-'45 zetten zich in voor deze doelgroep. Cohen weet geen land ter wereld waar de hulpverlening beter geregeld is.

Verdringing
In Israël was minder oog voor de psychische erfenis die de overlevenden van de Shoa meedroegen. De overheid van de jonge staat werd in beslag genomen door duizend andere zorgen. De bevolking had al z'n energie nodig om het land op te bouwen en economisch te overleven. In de psychiatrie werd het probleem wel gesignaleerd, maar ontbrak het geld om er iets aan te doen. Het budget voor de gezondheidszorg werd grotendeels opgeslokt door de somatische geneeskunde, de behandeling van lichamelijke klachten. De psychiatrische hulpverlening bleef noodgedwongen beperkt tot symptoombestrijding, met behulp van pillen. Daarbij was er de algemene verdringing van de holocaust. De meeste ouderen konden de confrontatie met het verleden niet aan. En onder de naoorlogse generatie overheerste volgens Cohen het onbegrip. „Die zei tegen de ouders: Hoe konden jullie je als schapen naar de slachtbank laten leiden? Een gemiddelde weerbare Israëliër kan niet vatten dat ze niets hadden in te brengen. Dat ze naar de slachtbank werden geknuppeld. Dat onbegrip versterkte bij de slachtoffers de neiging om over hun ervaringen te zwijgen."

Doos van Pandora
Door psychologen werd de houding van de Israëlische samenleving getypeerd als de "conspiracy of silence", de samenzwering van de stilte. Het door Cohen opgezette werk werd daardoor ernstig bemoeilijkt. ,,Toen ik vijftien jaar geleden in gesprek was met de minster van sociale zaken, zei deze man: Begint u er alstublieft niet aan, want u opent de doos van Pandora. Die houding zag je bij zowel joden als christenen. Velen spreken liever over de doden van de holocaust. Het oprichten van gedenktekenen is veel makkelijker dan aandacht schenken aan de trauma's van overlevenden. Dat is een blijvende taak, die bovendien veel meer van je vraagt. Zo ontstond een vicieuze cirkel. Omdat er geen adequate psychologische hulpverlening was, hielden de mensen die er behoefte aan hadden hun mond. Waarmee voor het oog het probleem niet bestond."
Voor verwijten in de richting van de Israëlische overheid voelt Cohen niet. „Het waren voor een deel zelf overlevenden van de holocaust. Die ook nog eens geconfronteerd werden met alle problemen van een jonge natie, omgeven door aartsvijanden. Wie ben ik dan om met de vinger te wijzen. Ik stel alleen een feit vast."

AMCHA
In 1987 werd AMCHA (Jouw Volk) opgericht. Deze organisatie richt zich op alle Israëlische overlevenden van de holocaust, ongeacht hun oorspronkelijke nationaliteit. Het gaat om een groep van 300.000 joden. Van hen hebben 50.000 te kampen met ernstige psychische problemen: existentiële angsten, nachtmerries, depressiviteit en psycho-somatische klachten. De hulpverlening wordt door AMCHA gerealiseerd vanuit vier centra, in Jeruzalem, Ramat Gan, Be'er Sheva en Haifa. Zo'n 115 professionele psychologen en maatschappelijk werkers boden vorig jaar hulp aan circa 3.500 cliënten, in de vorm van individuele therapie en groepsgesprekken. „Daarmee proberen we mensen buiten het psychiatrische circuit te houden. We werken wat dat betreft preventief De psychiatrische instellingen beschouwen ons zeker niet als een concurrent. Integendeel." Cohen, die werd benoemd tot Europees directeur, functioneert als verbindingsofficier tussen het werkveld en de achterban in Europa. In Nederland richtte hij de Stichting Vrienden van AMCHA op, die inmiddels 10.000 donateurs telt. Ook in Duitsland, België, Oostenrijk en Zwitserland werden steunorganisaties in het leven geroepen. „Mijn belangrijkste taak is om mensen uit te leggen dat je vijftig jaar na de oorlog meer problemen kunt hebben dan een jaar na de oorlog."

Onderduikkinderen
Het merendeel van de hulpvragers van AMCHA zit in de leeftijdsgroep tussen de 55 en 70 jaar. Het zijn de zogenaamde kind-overlevenden, die in hun jonge jaren dreiging en deportatie, concentratiekamp en onderduik, medische experimenten en massamoord meemaakten. „Deze mensen zijn aangetast in hun basale veiligheidsgevoel", verklaart Cohen. „Hun "basictrust", zoals dat in psychologisch jargon heet. Wanneer je dat bij een kind ondergraaft, kan het uiterlijk lang goed gaan, maar onder het oppervlak sluimert latent een existentiële angst. Een angst die je ten diepste nooit kwijtraakt en die bij velen leidt tot herbeleving. Dat is een van de ergste dingen. Het verleden gaat niet voorbij. Het haalt je juist in. De tijd héélt niet alle wonden. Dat denk je van de tijd te mogen verwachten, maar de praktijk leert anders." De voormalige onderduikkinderen blijken er gemiddeld genomen niet beter aan toe te zijn dan de kampkinderen. „Misschien kon je nog wel beter in een kamp zitten met je ouders, dan op een relatief veilig onderduikadres zonder je ouders. Met na de oorlog de grote klap. Ik zeg altijd: Mijn oorlog begon in '45. Drie jaar lang had je je vastgeklampt aan de gedachte:Eens zie ik m'n familie terug. Dan komt de bevrijding en is het elke dag bidden en hopen. Langzamerhand tegen beter weten in. Tot het fatale bericht komt dat je voor niets hebt gebeden. Dat is in het kort het verhaal. Van velen."

Kentering
De laatste jaren zag de Europees directeur van AMCHA de mentaliteit in Israël opvallend snel veranderen. In de hele samenleving is een kentering te bespeuren, als het gaat om het negeren van de psychische problemen van oorlogsslachtoffers. „In februari had ik een bijzonder positief gesprek met minister Sneh van volksgezondheid. Die onderkent heel duidelijk het belang van ons werk. Op de dag van de holocaust komt de minister van gezondheid bij AMCHA op bezoek. En na tvuitzendingen over de oorlog wordt het telefoonnummer van AMCHA doorgegeven, voor mensen die behoefte hebben aan een gesprek. Dan komen honderden telefoontjes binnen. Langzaam maar zeker overwint men de angst voor de confrontatie met het verleden." Bij de recente aanslagen door Harnas werd AMCHA benaderd door Magen David Adom, het Israëlische Rode Kruis, met het verzoek de medewerkers die eerste hulp hadden verleend psychisch te begeleiden. Ook werd contact gelegd met de vrijwilligers van Chesed shel Emet ("Ware barmhartigheid"), de orthodox-joodse organisatie die de lichaamsdelen van de slachtoffers verzamelde, om die volgens de joodse wet te kunnen begraven.

Orthodox
De mentale klap die de bloedbaden veroorzakten, kwam hij de overlevenden van de holocaust dubbel hard aan. De continue dreiging, afgewisseld door uitbarstingen van terroristisch geweld, maakt hun leven nog zwaarder dan dat van lotgenoten elders in de wereld. Oude wonden worden in Israël keer op keer opengereten. Opvallend is voor Cohen dat ook het orthodox-joodse volksdeel de betekenis van psycho- sociale hulpverlening begint te zien. In deze kring werd de noodzaak daarvan het langst miskend. „Zoals ook orthodoxe christenen er moeite mee hadden om toe te geven dat ze last hadden van psychische problemen, die niet door een dominee verholpen kunnen worden. In dat opzicht zijn orthodoxe joden en christenen duidelijk aan elkaar verwant. En in beide groepen zie je de laatste jaren een verandering in deze opvatting optreden. De orthodox-joodse opperrabbijn Meir Lau is nu zelfs lid van het comité van aanbeveling van AMCHA. Dat spreekt toch boekdelen. Ook de algemeen directeur is een zeer orthodox man. Men is gaan begrijpen dat het orthodoxe geloof niet vrijwaart van de psychische gevolgen van de oorlog.''

Toekomst
Het jaarbudget van AMCHA ligt momenteel op vier miljoen gulden per jaar. De cliënten betalen naar draagkracht. Daarnaast levert de overheid een bescheiden subsidie. De rest moet van giften komen. Door de aanwas van hulpvragers kwam de organisatie eind '94 in ernstige financiële problemen. Noodgewongen werd een cliëntenstop ingesteld. Sindsdien heeft Cohen zich tot het uiterste ingespannen om het aantal vrienden van AMCHA te vergroten. Met redelijk succes. In het najaar zal in Tel Aviv een vijfde centrum worden geopend, het Simon Wiesenthal Huis. Van de benodigde twee en een half miljoen gulden is inmiddels de helft binnen. Als het aan de leiding van AMCHA ligt, worden in de toekomst ook centra in Tiberias en Eilat gesticht. Dan is de organisatie vanuit alle delen van het land gemakkelijk bereikbaar. Daarnaast probeert hij een fonds op te bouwen, om het werk voor de toekomst veilig te stellen. „Ik kan me voorstellen dat ik over een paar jaar niet meer in staat ben om steeds weer voor te lezen uit eigen werk. Dat houdt een keer op. En wie wil het verhaal dan nog horen? Maar als je naar de doelgroep kijkt, moeten we nog wel twintig jaar door."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 mei 1996

Terdege | 96 Pagina's

AMCHA, omdat de tijd niet alle wonden heelt

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 mei 1996

Terdege | 96 Pagina's

PDF Bekijken