Bekijk het origineel

Elke dag hoopte ze dat haar ouders de tent zouden binnenstappen, vier jaar lang...

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Elke dag hoopte ze dat haar ouders de tent zouden binnenstappen, vier jaar lang...

Kinderen van de rekening

11 minuten leestijd

Ze heten Tirhas, Mogos en Jemila. De een is wees, de anderen hebben hun ouders nog. Bij de een geloven ze in God, bij de ) ander in Allah. Maar gemeenschappelijk hebben ze de bittere armoede. Het zijn de kinderen van de rekening, die na een desastreuze burgeroorlog werd gepresenteerd. Alleen met steun vanuit het rijke Westen is er toekomst voor hen.

De dertienjarige Tirhas Chekol leeft in een van de vluchtelingenkampen in Dessie. Ze woont alleen, in een hoekje van een grote tent, waar honderden andere vluchtehngen hun thuis hebben. Een paar versleten lappen geven de grens van haar terreintje aan. Tirhas Chekol werd tijdens de Eritrese bevrijdingsoorlog geboren in Asmara, de hoofdstad van het huidige Eritrea. Haar moeder noemde haar Tirhas, kussen. Ze is comfortabel voor iedereen. De moeder van Tirhas komt uit Eritrea, haar vader is Ethiopische soldaat. Na de onafhankelijkheid van Eritrea, in 1991, verhet het Ethiopische leger Eritrea. Ook Tirhas en haar moeder moesten het land uit, omdat haar moeder getrouwd is met een Ethiopische soldaat. Ze vluchtten naar Dessie. Daar woonden ze tussen honderden vluchtelingen, in een grote tent. Op een dag, in 1991, ging Tirhas' moeder met de bus naar Gonder, om haar man te zoeken. Het meisje was toen negen jaar. Ze vond het erg om alleen achter te bhjven. Toch vroeg ze haar moeder niet of ze met haar mee mocht. Transport is een groot probleem in Ethiopië, en haar moeder zou een extra buskaartje niet kunnen betalen. Bovendien dacht Tirhas dat haar moeder direct zou terugkomen als ze haar vader gevonden had. Ze weet niet of haar vader en moeder nog leven. Vier jaar lang keek ze naar hun terugkomst uit. Elke dag hoopte ze dat haar ouders de tent zouden binnenstappen. Nu is ze gestopt met wachten en hopen. Want elke dag wachten op je vader die niet komt, kun je niet volhouden. En het is ondraaglijk om elke dag te hopen op de terugkomst van je moeder, die nooit thuiskomt. Toch zou Tirhas wel graag een keer naar Gonder gaan, om haar ouders te zoeken. Ze is bang alleen. Op de oude meelzakken, de muren van haar 'huis' in de grote vluchtelingentent, hing ze een papier op, om zichzelf wat steun te geven. „Waar ik ook ga, Gabriël en Michael zullen me begeleiden", schreef ze erop.

Bonen
In een grote ton heeft ze nog wat kleren van haar moeder, stille getuigen van het drama dat zich in haar leven voltrok. Als ze naar de kerk gaat, kleedt ze zich met die kleren. Twee jaar geleden trok ze de blouse en de rok van haar moeder ook aan om op haar eerste schooldag netjes voor de dag te komen. Die school van Hope Enterprises veranderde haar leven. Eerder was Tirhas verantwoordelijk voor haar eigen levensonderhoud. Van 's morgens vroeg school van tot 's avonds laat zocht ze koffiebonen uit, voor zes en een halve cent per kilo. Als ze twaalf uur lang gewerkt had, kreeg ze ongeveer tachtig cent. Van dat geld kon ze wat brood kopen. Daarnaast moest het meisje ook nog koken, wassen en haar 'huis' schoonmaken. Voor school had ze geen tijd en geen geld. Maar sinds Tirhas op school zit, hoeft ze zich geen zorgen meer te maken voor haar levensonderhoud. Ze krijgt schoolkleren, schoolspuUen en een maaltijd per dag. Ook is ze opgenomen in een voedselprogramma van Hope Enterprises. Elke avond krijgt ze in het vluchtelingenkamp een maaltijd. Daarvan eet ze 's avonds een groot deel op. Een klein deel bewaart ze tot de volgende ochtend, voor het ontbijt. Bovendien beheert een vrijwilligster van de school voor Tirhas veertig bir per maand (ongeveer tien gulden). Als het meisje geld nodig heeft voor grote uitgaven als een handdoek of zeep, krijgt ze dat van haar begeleidster. Op haar vrije dagen sorteert Tirhas nog wel eens koffiebonen, maar ze hoeft het niet meer dag in dag uit te doen. Na schooltijd blijft ze altijd nog wat spelen op het plein. Soms komen er vriendinnen bij haar thuis, soms gaat ze bij hen op bezoek. Wat ze later wil gaan doen, weet ze nog niet. Ze is zó met haar dagelijkse besognes bezig, dat ze geen seconde over haar toekomst kan nadenken. Ze is nog steeds niet bezig met leven, maar met overleven.

Twee bedden
Niet alleen kinderen van vluchtelingen komen voor de school van Hope in aanmerking. Ook kinderen van arme gezinnen uit Dessie worden voor het project uitgekozen. Zoals bijvoorbeeld een kind uit het gezin van Tobia Mohammod en Wondosson Giday. Zij wonen met hun gezin in een één-kamerwoning, samen met nog twee gezinnen. De lokale overheid verdeelde de ) woning in drie kleine ruimtes door er 'muren' in te laten bouI wen. De huur van de hele woning bedraagt drie bir per maand, elk gezin betaalt een bir (ongeveer een kwartje). Tobia is wel tevreden met de woning, al is er nauwelijks licht. Een paar straaltjes zonlicht piepen door de gaatjes in het dak. Daardoor drupt ook het regenwater naar binnen als het regent. In de kamer staan twee bedden opeengepakt. Het zevenkoppige gezin verdeelt zich er 's nachts over: drie in het ene bed, vier in het andere. Moeder Tobia weet niet precies hoe oud ze is. Ze schat zichzelf op 32 jaar. Haar vader en moeder leefden met hun gezin op het platteland. Een jaar voor de de revolutie, in 1973, vertrok de jonge Tobia naar de grote stad Dessie. Een vriend vertelde haar dat het leven in de stad beter was. Ze liet haar ouders, haar zus en haar broer achter.

Mager
Als bediende werkte ze in verschillende huizen. Nog steeds vindt ze het leven in de stad beter dan op het platteland. Je hebt werk in de stad, en water. Tobia trouwde en kreeg op haar vijftiende haar eerste kind. Haar eerste man stierf, vijftien jaar geleden. Een paar jaar leefde ze zonder man, en had ze alléén de zorg voor haar kind. Toen trouwde ze opnieuw, nu met Wondosson Giday. In 1987 ontvluchtte Tobia's oudste zoon Yohannes Solomon, uit haar eerste huwelijk, het huis. Hij was toen elf jaar oud. Ze kon niet voor hem zorgen. Acht jaar lang zag ze hem niet. Ze wist niet waar hij was en hoe hij zich in leven hield. Dit jaar kwam hij terug. Tobia herkende hem pas toen hij lachte. Yohannes had malaria gehad en was heel mager. Kwaad was Tobia niet op haar zoon. Ze was boos op zichzelf omdat ze zo arm is. Ze schaamt zich dat ze niet voor haar kind kon zorgen. Yohannes bleef niet lang. Hij wilde zijn moeder niet tot last zijn en op haar zak teren, al vroeg ze hem in Dessie te blijven. Tobia vraagt zich af waar haar zoon nu is. Ging hij naar Addis, en heeft hij een baan? Ze weet het niet.

Ex-soldaat
Wondosson, ex-soldaat, is 39 jaar. Hij vocht vier jaar tegen de Eritrese opstandelingen in het noorden van Ethiopië. Tobia was in die periode alleen en kreeg geen geld. Wondosson raakte gewond in de strijd. Hij heeft nu nog steeds last van zijn arm, die gebroken was. Na de oorlog raakte hij zijn baan in het leger kwijt, en dus ook zijn inkomen. Nu is hij dagloner. Gelukkig wordt er momenteel een kantoor gebouwd, en is hij ingehuurd als bouwvakker. Daarmee verdient hij vijftien bir per dag (ongeveer / 3,75). Tobia heeft geen werk, omdat ze kleine kinderen thuis heeft. Ze verkocht soms wel wat lokaal bier, maar daar is ze mee gestopt omdat ze niet veel verkocht. Bij haar tweede man kreeg ze vijf kinderen. Hun oudste zoon, Tesfaye, is elf jaar. Hij gaat naar de overheidsschool in Dessie. Hun tweede zoon, Mogos, is zes jaar. Hij zit al twee jaar op de kleuterschool van Hope Enterprises. De vijfjarige zoon Workalemahu en de driejarige dochter Mekedis gaan niet naar school. De jongste dochter Hara is vier maanden oud. Moeder Tobia vindt dat ze te veel kinderen heeft gekregen. Ze vindt het moeilijk om voor het hele stel te zorgen. Maar haar man wilde graag veel kinderen, zodat die hem kunnen vervangen als hij oud wordt of sterft. En Wondosson is de baas, vindt Tobia, want hij verdient het geld. Toch houdt ze van haar kinderen, ondanks haar bezwaren. Ze is blij dat de wijk hen in 1993 uitkoos voor de school van Hope Enterprises. Haar zoon Mogos was toen vier jaar, precies de goede leeftijd om naar de kleuterschool te kunnen. Het gezin krijgt, sinds Mogos op school zit, elke maand veertig bir om eten van te kopen.

Oud
De tienjarige Jemila Ibere zit ook op de school van Hope Enterprises. Ze is enig kind en woont met haar vader en moeder in Dessie. Jemila's moeder Fatuma Yemam is 35 jaar. Zij trouwde elf jaar geleden met Ibere Amede. Ibere was al eerder getrouwd geweest, maar zijn eerste vrouw overleed. Hij was taxi-rijder, met paard en wagen. In 1984 ging het paard dood en zat Ibere zonder werk. Het gezin had geen inkomen. Nu kan Ibere helemaal niet meer werken. Hij ligt al twee jaar op bed. te oud om op te staan. Zijn vrouw Fatuma schat dat hij 160 jaar is. De mensen in Ethiopië weten zelden hoe oud ze zijn. Jemila's moeder verdient af en toe wat geld met de verkoop van groente. Ze koopt aardappels en wortels van boeren op het platteland, en moet daarvoor een paar kilometer lopen. De groente verkoopt ze op de weekmarkt in Dessie. Daarmee verdient ze ongeveer twee bir (twee kwartjes). Soms verdient Fatuma ook nog wat birren met spinnen. Dat geld gebruikt ze voor de huur, de elektriciteit, eten, water en brandhout. De stokoude, bedlegerige vader Ibere kan niet meer voor zijn kind zorgen. En moeder Fatuma verdient te weinig om rond te kunnen komen. Daarom koos de plaatselijke overheid hen uit voor de school van Hope Enterprises.

Liedjes
Een sociaal werker van de school ging in 1993 bij het gezin op bezoek. Aanvankelijk voelde Fatuma niets voor het aanbod om haar kind naar deze christelijke school te sturen. Zij zijn moslim en moslims gaan niet naar een christelijke school. In 1994 kwam de sociaal werker opnieuw. Nu legde hij Fatuma uit dat haar dochter geen christen hoeft te worden om naar de school van Hope te kunnen gaan. Fatuma zwichtte. Jemila zit nu een jaar op de school. Voor Fatuma is het geen probleem meer. Jemila leert op school zelfs christelijke liedjes over God, de Heere Jezus en de hemel. Jemila zingt ze ook graag thuis. Moeder Fatuma kent de liedjes niet en ze zingt ze ook niet mee, omdat ze moslim is. Maar ze vindt het goed dat Jemila de versjes zingt. Fatuma gaat zelf elke vrijdag naar de moskee, om te bidden. Haar dochter kan dan niet met haar mee, omdat ze op school zit. Thuis doet Jemila wat klusjes. Ze is verantwoordelijk voor het eenpersoonsbed waar haar moeder en zij samen in slapen. Ze maakt de vloer schoon en ze zet koffie. Op zaterdag vlecht ze haar haren voor een hele week en helpt ze haar moeder met water halen en wassen. Haar schoolkleren wast Jemila zelf Tegenwoordig kan moeder Fatuma de huur, de elektriciteitsrekening en het eten betalen voor haar dochter, haar man en haarzelf Fatuma is blij met de steun die ze vanuit Nederland krijgt. Ze bedankt alle mensen die haar en haar gezin helpen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 mei 1996

Terdege | 88 Pagina's

Elke dag hoopte ze dat haar ouders de tent zouden binnenstappen, vier jaar lang...

Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 mei 1996

Terdege | 88 Pagina's

PDF Bekijken