Bekijk het origineel

Herdersleven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Herdersleven

3 minuten leestijd

Na de winter van '95/'96 volgde de herfst. Een omgekeerd voorjaar dat even droog was als de winter, de herfst en de zomer daaraan voorafgaand. Er viel niet of zelden een druppel. Wat er aan vocht op het veld nederdaalde, was van mist of dauw afkomstig. Het hangwaterpeil daalde meters, zodat struikgewas en jonge aanplant kwijnden.
En toen er enkele dagen wat zonneschijn was, zette het verdorringsproces alleen nog maar verder door. Na de lammerentijd, vanaf begin maart, hervatte ik de graasrondes over de velden. Er viel tot eind mei maar weinig te knabbelen. Voor onze honderdzestig schapen sleepten we voor liefst duizend gulden extra voer aan. Op het veld vonden de schapen voldoende ruwvoer, takjes, boompjes, oude struikhei, maar voedingswaarde had het natuurlijk niet veel. Daarom moesten de dieren in de kooi extra fourageren. Het bleek handig om het bijvoer 's morgens voor de wandeling te geven. Dan hadden ze alvast iets verorberd en werd hun adrenaline-niveau lager gehouden. Dat remde de hevigste sprintdrang. Het bijvoer bestond aanvankelijk uit hooi. Maar we hadden er niet op gerekend dat we eind april nog hooi zouden moeten geven. We waren zachtjes aan door de wintervoorraad heen. Dus bestelden we brokken. Zo konden ze hun magen vol krijgen in de wildernis en "thuis" de nodige vitaminen, mineralen en eiwitten ontvangen.
De buitentemperatuur was en bleef tot in mei veel te laag. Dit was gunstig. Want als hogere temperaturen lommer en struweel tot uitlopen zouden hebben gelokt, was er vast en zeker sprake van een natuurramp geweest. Nieuw blad zou plant en boom verder doen verdrogen. Door de koude verscheen er geen fris groen en bleef het veldgewas als het ware geconserveerd in z'n pré-voorjaarsfase. Een ieder die bij het buitenleven is betrokken, zal met mij getuigen dat het ronduit een zegen is dat in de loop van de meimaand er weer neerslag kwam. Wat zijn we afhankelijk van wat de hemel ons geeft: letterlijk en geestelijk. In die droge en koude eerste maanden van dit jaar maakten mijn veldtochten me neerslachtig. Ik zag de schapen haastig rennen naar alles wat maar een beetje groen-inwording was. Lijsterbes, berk en bosbes en later ook wat zomereikjes, deze vier waren favoriet bij gebrek aan gras en jonge heide. Feestelijk bracht de vijfde maand een verandering, nog niet direct qua temperatuur maar wel qua vocht. Er begon weer volop gras te groeien. Maar denk nu niet dat de kudde daarmee een rustiger graasgedrag ging vertonen. Ik wou dat het zo was... De schapen bleven even loperig als in de droge maanden. Want op de vlakte is weinig verse jonge heide te vinden. Hele stukken zijn totaal verdord en niet van onderen weer uitgelopen. Met name oudere, hogere struikheide heeft "ingeleverd". Jongere heideplanten hebben het wat beter overleefd. Die worden dan ook grondig afgeknabbeld. Het algehele gedrag van de kudde is toch telkens weer sprinten van het ene groene veldje naar het andere, vele kilometers per dag. Je loopt als herder wat afin deze maanden. En dan de hond. Die loopt dezelfde route, maar in afstand maal vier. We moesten er dus flink tegenaan: kudde, herder en hond in het zogenaamde voorjaar van 1996.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 10 juli 1996

Terdege | 72 Pagina's

Herdersleven

Bekijk de hele uitgave van woensdag 10 juli 1996

Terdege | 72 Pagina's

PDF Bekijken