Bekijk het origineel

Galapagos-eilanden: toonbeeld van evolutie of creatie?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Galapagos-eilanden: toonbeeld van evolutie of creatie?

8 minuten leestijd

Wonderlijk, heel wonderlijk is een bezoek aan de Galapagos-eilanden. Niet alleen is het landschap heel bizar, maar daarbij is het gedrag van de dieren verbazingwekkend: ze zijn niet bang voor mensen. Tot op een afstand van een meter kun je bij de zeeleeuwen, de leguanen, de reuzenschildpadden en de vogels komen, zonder dat ze wegvluchten. Charles Darwin kwam hier op het idee van de evolutietheorie.

De Galapagos is een groep van ongeveer dertig eilanden die lang geleden door vulkanische uitbarstingen zijn ontstaan. Ze liggen heel eenzaam op zo'n duizend kilometer uit de kust van Ecuador in de Stille Oceaan. Die eenzaamheid heeft gezorgd voor de wonderlijke tamheid van de dieren. Doordat ze hier eeuwen lang hebben geleefd zonder natuurlijke vijanden, zijn ze het verleerd bang te zijn. Ook voor het grootste "roofdier" aller tijden, de mens, tonen ze geen enkele angst. Heel vreemd.

Zeldzaam
En dan is er nog wat merkwaardigs met de Galapagos-eilanden aan de hand. Er leven hier bepaalde soorten reptielen en vogels die nergens anders ter wereld voorkomen. Zoals de nietvliegende aalscholver, de zeeleguaan, de galapagosbuizerd, de galapagospinguin, de galapagosduif, de lavameeuw en diverse soorten reuzenschildpadden. Stuk voor stuk dieren die alleen op de Galapagos-eilanden voorkomen.
Ook is er een aantal vinkensoorten die je nergens anders ter wereld aantreft. Vooral die vinken heeft Charles Darwin in 1835 tijdens zijn vijfweekse verblijf op de Galapagos-eilanden intensief bestudeerd. De beestjes vormden de aanleiding tot zijn theorie van natuurlijke selectie en tot het boek "The origins of species" (Het ontstaan der soorten), dat hij jaren later schreef In dat boek ontvouwde Darwin zijn fameuze evolutietheorie. Een theorie die een enorme opschudding veroorzaakte omdat ze niet uitging van God als Schepper van alles wat leeft.

Darwinvinken
Op een terrasje van een van de schaarse hotelletjes op de Galapagos is het moeilijk het je voor te stellen dat die kleine vinkjes de oorzaak zijn geweest van zoveel opschudding. Net als alle andere dieren op de Galapagos zijn ze helemaal niet schuw en zonder enige terughoudendheid komen ze op je bord zitten om onder je neus mee te genieten van de crackers met boter die je voor je ontbijt hebt gekregen. Wegjagen helpt niet: ze kijken alleen een beetje schuin en verwonderd naar de opgeheven hand die boven hun kleine kopjes zweeft. Dat die hand hun kwaad zou kunnen doen, komt niet in die kopjes op. Darwin heeft daar in zijn theorie van natuurlijke selectie wel een verklaring voor Bij dieren op het vasteland heeft de eigenschap om schuw te zijn zich in de loop der eeuwen sterk ontwikkeld. Dieren die die eigenschap niet hadden, vielen gemakkelijk ten prooi aan roofdieren en waren dus ook niet in staat nakomelingen te verwekken. Zodoende ontstond er een natuurlijke selectie: de dieren met de angsteigenschap bleven in leven; de dieren zonder die eigenschap legden het loodje. Behalve dan op eenzame eilanden zoals de Galapagos, waar de dieren die er leefden geen natuurlijke vijanden hadden. Hier kreeg het proces van natuurlijke selectie wat dat betreft geen kans: ook de dieren zonder angsteigenschap bleven in leven en zorgden voor nakomelingen. Met als gevolg dat ze je nu ongelovig aankijken wanneer je op een meter afstand een agressieve houding aanneemt.

Evolutie
Tot zover lijkt de theorie van Darwin helemaal niet zo gek. Maar hoe is hij nu van het idee van natuurlijke selectie op evolutie gekomen? Daar hebben ook de Darwinvinken een grote rol in gespeeld. Darwin constateerde dat op ieder eiland van de Galapagos-groep de dieren iets anders waren. De vinkjes verschilden van elkaar in bijvoorbeeld de vorm van hun snavel en de manier waarop ze aan hun voedsel kwamen. Op het ene eiland hadden ze sterke, dikke snavels om noten en zaden te kraken, op een ander eiland hadden ze veel kleinere snavels, waarmee ze insecten konden eten. En op weer een ander eiland was de snavel aangepast aan een dieet van vruchten en bloemen. Darwin kwam hierdoor op de gedachte dat de vinken afstammen van één basissoort die duizenden jaren geleden op de Galapagos is terechtgekomen. De nakomelingen van deze eerste vinken hebben zich verspreid over de verschillende eilanden en hebben zich in de loop des tijds aangepast aan de situatie van het eiland waarop ze zich bevonden. Ze hebben zich geëvolueerd. Onder invloed van de omstandigheden (veel zaden op een eiland of juist veel insecten) en het mechanisme van "survival of the fittest" (de sterkste blijft in leven) hebben zich volgens Darwin nieuwe soorten ontwikkeld.

Komisch
Zo is volgens Darwin ook de soort van de niet-vliegende aalscholvers ontstaan. Het zijn merkwaardige vogels. Ze zijn zo zwaar dat tijdens het zwemmen alleen hun koppen boven het water uitsteken: een komisch gezicht. De vogels hebben heel kleine vleugeltjes, die volstrekt ongeschikt zijn om mee te vliegen. De niet-vliegende aalscholver gebruikt ze alleen als een soort roer wanneer hij onder water op vissen jaagt. Duiken kan hij als de beste. De vogel is in staat tot grote dieptes te gaan op jacht naar de lekkerste vis.
Natuurlijke selectie en aanpassing aan de omstandigheden hebben er volgens Darwin voor gezorgd dat deze aalscholvers zijn zoals ze nu zijn. Tijdens hun honderden jaren lange verblijf op de Galapagos hebben ze verleerd te vliegen, omdat dat niet nodig was. Er waren geen vijanden waarvoor ze weg hoefden te vliegen en voedsel konden ze volop vinden door in het water te duiken. Langzaam heeft hun lichaam zich aangepast: ze werden zwaarder en van de vleugels zijn alleen wat stompjes overgebleven.

Reuzenschildpadden
Tot de indrukwekkendste dieren op de Galapagos-eilanden behoren de reuzenschildpadden. Zij kunnen een gewicht bereiken van wel 250 kilo. Ook van deze reuzenschildpadden kent de Galapagos verschillende soorten, afhankelijk van het eiland waarop ze leven. Onder andere verschillen ze in de lengte van hun nek. Volgens Darwins theorie is de soort met de lange nek 'ontstaan' op eilanden waar weinig voedsel was: alleen de dieren met een lange nek waren in staat op die eilanden in leven te blijven, omdat zij beter bij de bladeren van de weinige planten konden komen. Op andere eilanden, waar voldoende voedsel was, zijn de soorten met de korte hals overgebleven.

Oervorm
Voortbordurend op de ideeën van natuurlijke selectie kwam Darwin op de gedachte dat al het leven op aarde zich uit één oervorm ontwikkeld moet hebben. De grote verscheidenheid aan soorten is een gevolg van het zich aanpassen aan de omstandigheden waarin de dieren zich bevonden. Een probleem voor Darwin was de vraag hoe een soort nu kan veranderen als die verandering niet in de genen, het erfelijk materiaal, van een dier ligt opgeslagen. Wetenschappers in de genetica (erfelijkheidsleer) hebben daar later een antwoord op gegeven. Doordat tijdens de voortplanting wel eens foutjes plaatsvinden in het overdragen van de genetische code, kunnen er mutaties (veranderingen) in die code optreden. Deze mutaties in combinatie met het systeem van natuurlijke selectie zorgen er volgens de biologen voor dat op een gegeven moment een andere soort ontstaat.

Creationisten
De theorie van Darwin heeft grote invloed gekregen en geldt al meer dan honderd jaar als de belangrijkste verklaring voor het ontstaan van de soorten. Desondanks zijn er nog steeds wetenschappers met een andere opvatting: de creationisten. Zij geloven dat de enorme veelheid aan dieren en planten niet is ontstaan door evolutie maar door creatie, door schepping. Volgens hen heeft God de aarde, met alles wat daarop is, geschapen. Precies zoals het in het bijbelboek Genesis wordt beschreven: God schiep ieder dier naar zijn aard. De creationisten zijn het wel eens met Darwin dat er in de natuur een proces van natuurlijke selectie heeft plaatsgevonden en nog steeds plaatsvindt. Dat vinden ze een grote ontdekking van Darwin. Binnen een diersoort kunnen er veranderingen optreden doordat bij bepaalde dieren een eigenschap wegvalt, bijvoorbeeld de angsteigenschap. Op een eenzame plaats als de Galapagos-eilanden kan een soort overblijven die op andere plaatsen allang is weggeselecteerd, zoals de niet-vliegende aalscholver. Maar om van hieruit op de evolutietheorie te komen, vinden de creationisten een stap te ver. Darwins theorie werkt volgens hen alleen op soortniveau, verder niet.

Geloof
Volgens de Darwin-aanhangers is ook de mens ontstaan door evolutie: van de allereerste levende schepselen, de microben, heeft er een geleidelijke ontwikkeling, een evolutie, plaatsgevonden naar de mens. De creationisten geloven daar niet in. Voor een dergelijke ontwikkeling is zo'n enorme informatievermeerdering nodig, dat je die niet kunt verklaren uit mutaties. Een mutatie waarbij er erfelijke informatie bij komt, is volgens de creationisten nog nooit aangetoond, noch in de natuur, noch in het laboratorium. In feite vraagt de evolutietheorie van haar aanhangers een forse portie geloof je moet geloven dat de enorme veelheid in dieren en planten ontstaan is via mutaties en natuurlijke selectie. Harde bewijzen zijn er niet voor. Ook het creationisme is gebaseerd op geloof Maar dan geloof in de Bijbel, waarin wordt beschreven dat dieren en planten en ook de mensen zijn ontstaan door een scheppingsdaad van God. Dat geldt ook voor de zeldzame soorten die op de Galapagos-eilanden voorkomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 2 oktober 1996

Terdege | 88 Pagina's

Galapagos-eilanden: toonbeeld van evolutie of creatie?

Bekijk de hele uitgave van woensdag 2 oktober 1996

Terdege | 88 Pagina's

PDF Bekijken