Bekijk het origineel

Het overdragen van waarden en normen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het overdragen van waarden en normen

6 minuten leestijd

Christenen gaan ervan uit dat zij liun kinderen waarden en normen leren aan de hand van de wetten uit het Woord van God. Wij geloven dat de Heere het algemeen besef in de mens heeft geschapen dat er een God is. Daardoor hebben mensen de mogelijkheid het onderscheid te leren tussen goed en kwaad. Ouders sluiten met het aanleren van waarden en normen op dit scheppingsgegeven aan.

In de psychologie wordt er anders over gedacht.Als uitgangspunt geldt dat waarden en normen regels van mensen zijn. Tevens veronderstelt men dat mensen gevoel voor regels hebben en dat een overtuiging afhangt van het innerlijk respect dat mensen voor de regels opvatten. De psycholoog Kohlberg ontwikkelde een theorie waarin hij uiteenzette hoe kinderen regels leren vanuit de groep waarbinnen zij worden opgevoed. Hij stelt dat regels van groep tot groep verschillen. Het kan van belang zijn de ideeën van Kohlberg te weten, het leert ons iets over het niveau van denken op een bepaalde leeftijd.

Vreemde wetten
Volgens Kohlberg leren jonge kinderen aanvankelijk luisteren naar de regels maar ze begrijpen ze nog niet. Vanuit het ritme van eten, drinken en slapen worden al snel nieuwe regels toegevoegd: „Stoute papa", zegt Jantje. „Nee, dat mag je niet zeggen", klinkt het uit de mond van de opvoeder. De kinderen leren luisteren, omdat er straf op volgt als de regel wordt overtreden. Kinderen voelen zich prettig bij regels waaraan ze zich moeten houden. Het maakt de grote onveilige wereld om hen heen beheersbaar. Ze maken zelf ook spontaan regels bij een spel. Ze denken echter nog niet zo bewust over regels na. Ze voelen zich één met de regels van de gezagsdrager: Mijn vader zegt:... Mijn moeder zegt:... En niet te vergeten: De juf zegt... Op een gegeven moment ontdekken kinderen wel dat zij zelf en de medemens twee verschillende personen zijn, die beiden regels kunnen maken. Toch zijn kinderen van 6, 7 en 8 jaar nog veel bezig met het streven naar eigen doelen, het volgen van de vastgestelde waarheden van de opvoeder waar zij zich prettig bij voelen.

Bewust gehoorzamen
Meestal komt daar rond het negende jaar verandering in. Kinderen proberen zich te verdiepen in de gedachtengang van die ander. Niet wat ze zelf vinden is alleen van belang, maar ze willen weten wat die ander ervan vindt. Ze proberen door overleg tot een gemeenschappelijk besluit te komen. „Dit vind ik ervan, dat vind jij ervan, ja maar..." De discussies over regels komen los. Ouders moeten steeds meer gemotiveerd hun standpunten uiteenzetten.

Groepsregels
Vanaf de bovenbouw van de basisschool onderhandelen kinderen niet met één persoon, maar met een groep. Groepsregels worden belangrijker dan de eigen regels, overgenomen van de ouders. Kinderen die een normale ontwikkeling doormaken, willen er graag bij horen en hebben de neiging zich aan te passen. Als ze zich niet houden aan de spelregels mogen ze niet meedoen en worden ze buitengesloten... Deze periode duurt soms tot de jong-volwassenheid. Het kan heel moeilijk zijn om in deze fase gezinsregels te laten gelden boven de groepsregels van leeftijdgenoten waar de kinderen mee omgaan. Hier ligt een grote taak voor de opvoeders. Het is noodzakelijk de kinderen te begeleiden naar een volgend niveau van denken. Kinderen moeten groepsnormen en hogere waarden (bijbelse normen) leren onderscheiden. Groepsregels moeten getoetst worden aan bijbelse regels die meer gezag hebben, waardoor er een persoonlijke overtuiging kan ontstaan. Kohlberg signaleert dat veel mensen nooit verder komen dan het slaafs navolgen van de groepsregels, om erbij te horen. Dit is ook een gevaar dat ouders en kinderen uit christelijke gezinnen bedreigt. Uitgangspunten als „Het hoort nu eenmaal zo..." of „Dat zijn we gewend" verlagen christelijke waarden en normen tot groepsregels.

Overtuiging
Kohlberg kwam tot de conclusie dat een goed moreel besef zich ontwikkelt als de jongere na verloop van tijd ontdekt dat er in elke groep groepsregels zijn, maar dat er regels bestaan die een hogere waarde hebben dan groepsregels. Deze regels waarvan hij of zij overtuigd is dat ze voor iedereen zouden moeten gelden, worden leefregels voor de betrokken persoon. De hoogste vorm van de ontwikkeling van de moraal is volgens Kohlberg als iemand op basis van overtuiging in staat is om eigen regels na te volgen, ook als de groep waartoe hij behoort die afkeurt. De
hoogste vorm van de ontwikkeling van de moraal is. Zou iemand die inziet dat het om een groepsnorm gaat, waarvan hij zelf op basis van het Woord van God niet overtuigd is, maar deze uit liefde voor de groep waarin hij wil leven navolgt, niet nog hoger ontwikkeld zijn?

==

Moeder zit in de kamer. „Heerlijk, even een kopje koffie, en even het tijdschrift doornemen dat de post net bracht." Doortje, haar dochtertje van vier, kruipt eensgezind naast moeder op de bank. Zij heeft het boek van de speelgoedwinkel te pakken. „Mama, Ik wil dit", zegt ze. Haar vingertje wijst nadrukkelijk naar een bladzij met de meest wonderlijke wezens. „Nee", zegt moeder, „daar beginnen we niet aan." „Waarom niet? Ik vind het stoer." „Stoer is niet leuk", zegt moeder. „Ik vind stoer wel leuk", zegt Doortje. „Mama houdt er niet van. Wij houden van de Heere, en dit gaat over vechten en rare mannetjes. Dat past niet bij elkaar", zegt moeder en ze probeert zich weer te verdiepen in haar lectuur. „O..." Doortje denkt even na. „Steven heeft wel zulke mannetjes", zegt ze. „Steven zit ook bij ons in de kerk. Zijn moeder houdt echt veel van de Heere hoor, zijn papa ook wel denk Ik." Er komen denkrimpeltjes boven haar ogen.... Na een poosje zegt ze: „Stoer Is niet leuk!" Ze blijft echter verlangend kijken naar de bladzij met die vliegende griezelmeneertjes. Doortjes moeder kijkt even opzij, ze zucht...

===

Tips
•Opvoeders moeten zich aan de hand van het Woord van God bezinnen op de vraag In welke gevallen het om groepsregels en in welke gevallen het om bijbelse normen gaat.
•Kinderen moeten al heel jong weten dat bepaalde gewoontes en regels geen regels van mensen zijn, maar dat ze afgeleid zijn van het Woord van God. 
•Wees voorzichtig met de stereotiepe uitspraken: „Dit of dat mag niet van de Heere." Als het om gebruiken of gewoontes gaat, geldt deze regel niet. Het kan afstotend werken. Beter is een gemotiveerd: „Wij vinden dat het niet mag, omdat..."
•Probeer rekening te houden met de leeftijd van het kind als u uw gezinsregels motiveert. Jonge kinderen zijn niet gebaat bij ellenlange discussies. De bovenstaande informatie zou u hierbij van dienst kunnen zijn. 
•Laat de noodzaak van de persoonlijke bekering altijd de meeste aandacht krijgen. De vernieuwing van het hart leidt tot de beste overtuiging voor jong en oud om tot naleven van de bijbelse regels te komen. Dan is er een bulgen voor de wetten uit het Woord van God.Levensvragen worden dan beantwoord met een biddend de Bijbel lezen en het komen tot de vraag; „Heere, wat wilt U dat ik zal doen?"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 11 juni 1997

Terdege | 80 Pagina's

Het overdragen van waarden en normen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 11 juni 1997

Terdege | 80 Pagina's

PDF Bekijken