Bekijk het origineel

Met een missie de wereld rond

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Met een missie de wereld rond

7 minuten leestijd

In de klassieke Urker trouwdracht stapten ze op 4 september in het huwelijksbootje. Vier dagen later betraden ze in aanmerkelijk sportiever kledij de Samuel. Na jaren van voorbereidingen was het grote moment daar. Uitgezwaaid door familie en vrienden begonnen Albert en Marijke Hoekstra aan hun missie: een zeiltocht rond de wereld, vanuit een bijbels ideaal. Terdege volgt hen op hun reis. Vandaag een introductie.

Tijd voor een interview was er eigenlijk niet meer. De agenda stond tot de laatste avond vol. Alleen op de trouwdag was er nog een gaatje, 's Morgens vroeg, als Marijke door de vrouw van haar werkgever zou worden omgevormd tot een ouderwets Urker bruidje. Albert zit al gereed in de keuken van z'n schoonmoeder, gehuld in de klassieke huwelijksdracht van de Urker visserman. Van enige spanning is niets merkbaar. „Alles is klaar, de Samuel ligt gereed. Vandaag willen we gaan genieten van onze trouwdag. En maandag vertrekken we. Daar zijn we echt aan toe." Zes jaar werkte de Urker bij GTI -Zephyr in Emmeloord, een onderneming in koeltechnieken. Marijke zat achter de telefoon bij de gebroeders Hakvoort, een internationaal opererend visverwerkingsbedrijf. Hun vrije tijd ging heen met de voorbereidingen voor een wereldreis, die op 8 september begon. Wat de omgeving aanvankelijk beschouwde als een luchtkasteel, groeide uit tot een weloverwogen plan.

Groepsreis
Het idee werd geboren tijdens een groepsreis door Israël, een kleine vier jaar geleden. „Het laatste weekend hadden we vrij. Samen liepen we bij Tel Aviv over het strand, toen ik in de verte een zeilbootje over het water van de Middellandse Zee zag glijden. 'Dat wil ik nou ook', zei ik tegen Marijke. 'Zeilend de Urk om Albert wereld over.' Vanaf die dag zijn we ermee aan de slag gegaan." Aanvankelijk dacht de verwoede zeiler aan een uit de kluiten gewassen huwelijksreis langs welvarende, exotische oorden. Geleidelijk veranderde de invulling van het plan. „Marijke verloor al jong haar vader. Ik heb geen moeder meer. Twee jaar geleden moesten we een zwager van onze leeftijd naar het graf brengen. Dan komt de vraag op je af: 'Wat doe ik nou eigenlijk met m'n leven?' We willen nu juist de armere gebieden op gaan zoeken, om daar zo mogelijk de aandacht te vestigen op het Evangelie."
Vader Hoekstra, directeur van de Visserijschool, was bereid zijn zoon en aanstaande schoondochter privé-lessen te geven. Met goed gevolg behaalden ze de benodigde diploma's: vaarbewijs 1 en 2, marifoondiploma, kustnavigatie en astronavigatie. In '95 vond Albert na lang zoeken een geschikt Zweeds zeiljacht, dat volledig werd aangepast aan de eisen die een wereldreis stelt. De mast moest ingekort, achterop kwam een zwemplateau, het benodigde instrumentarium werd ingebouwd. „Het is een reus van een schip geworden. Enorm zeewaardig. We hebben ermee gevaren op het IJsselmeer, de Waddenzee en de Noordzee en hij gedraagt zich overal geweldig." Over de omvang van de investering wil de Urker niets kwijt. „Dat is iets tussen Marijke, mij en onze Schepper. Dat willen we zo houden. Ik heb 'm Samuel genoemd. 'Van God gebeden'. Natuurlijk hebben we er hard voor gewerkt, maar daarachter zien we toch Gods hand. Als je op Hem vertrouwt, kom je erachter dat de Bijbel gewoon waar is."

Route
Om dezelfde reden wil de Urker niet weten van sponsors. „Dan steun je weer op mensen. Dat is niet te rijmen met het Evangelie. We willen alleen op God vertrouwen." Tegelijk is hij ervan overtuigd dat die opvatting zijn verantwoordelijkheid niet uitschakelt. Met Marijke bestudeerde hij een massa boeken, om zo min mogelijk met onvoorziene omstandigheden geconfronteerd te worden. Op grond van de geraadpleegde lectuur stelden ze een route vast, die nog vele malen werd aangepast. „Ik ben iemand die niet zo makkelijk bij een ander te rade gaat. Het liefst zoek ik alles zelf uit. Daar leer je het meest van." De geplande reis zal minimaal drie jaar in beslag nemen. Via de Azoren wil het jonge echtpaar naar de Kaapverdische eilanden zeilen. Vervolgens gaat het langs de kust van Brazilië, om Kaap Hoorn, naar het eilandje Juan Fernandez. Daarvandaan leidt de tocht langs Paaseiland, Samoa, Tonga, en de Fuji-eilanden naar Papoea Nieuw Guinea en Indonesië. Als de conditie van boot en opvarenden het toelaat, wordt de reis voortgezet via de Maladiven, Sri Lanka en India naar Zuid-Afrika. Bij de Kaapverdische eilanden valt dan de beslissing of de inmiddels bekende route naar Nederland wordt gevolgd, of dat nog de oversteek naar het Caribisch gebied wordt gemaakt. In het laatste geval koerst de Samuel via Bermuda naar Canada, om vervolgens huiswaarts te keren.

Nietig schepseltje
Hoewel het hele traject grondig is bestudeerd, wil Hoekstra er zich niet op vastpinnen. „Als we de geplande route systematisch afwerken en de reis nergens uitbreiden, hebben we drie jaar nodig. Maar het kan ook een paar jaar langer worden. Daar hebben we nog geen zicht op. Je weet niet wat je tegenkomt. Het kan zijn dat er op de Azoren zo veel te doen is, dat we aan de rest van de trip niet meer toe komen. Ik ben zelf vrij technisch. Misschien kan ik de mensen helpen met elektriciteit, met water, met gas, met de visserij. Dat geeft tegelijk een goede ingang om bijbels of andere lectuur uit te delen."
Vrienden en familie leverden verder schriften, pennen en speelgoed aan. „We hebben precies voldoende gehad. De boot ligt keurig op z'n waterlijn." Daarnaast werd het tweetal bedolven onder goede raadgevingen en waarschuwingen voor monstergolven, cyclonen en piraten. „We hebben er echt alles aan gedaan om ongelukken te voorkomen", zegt Albert. „Er is een halve boot aan materiaal en instrumentarium bij gekomen. We weten precies hoe we ons in een storm moeten gedragen. Maar op zee blijf je een nietig schepseltje. Veel mensen vergeten alleen dat je aan wal ook niets te vertellen hebt. Zelfs de adem die we uitblazen moeten we krijgen."

Halve dokter
Bij een supermarkt is voor twee jaar proviand ingeslagen, voornamelijk rijst, bami, pasta's en blikvoedsel. Verse waar wordt onderweg aangekocht door Marijke, die behalve Engels, Frans en Duits behoorlijk Spaans spreekt. Naast mondvoorraad is een vracht medicijnen aan boord gebracht. Met zijn verloofde bestudeerde de zeezeiler meerdere medische boekwerken, om ziekteverschijnselen indien nodig snel te kunnen plaatsen. „Als je zo'n trip gaat maken, moet je een halve dokter zijn." Om de achterban te informeren over het wel en wee op zee, houdt het tweetal op de daarvoor aangeschafte computer een dagboek bij. In de havens die ze aandoen, zullen ze het verslag per E-mail naar een broer van Albert zenden, die voor de verdere verbreiding zorgt. „In het begin vond de familie het helemaal niks, maar nu alles klaar is wil iedereen mee." De Urker zelf is blij dat aan de voorbereidingen eindelijk een eind is gekomen. „Eerst moest alle apparatuur ingebouwd. Dan ga je proefvaren en kom je allerlei dingen tegen die verbeterd kunnen worden. Kladblokjes vol. Wel vijf keer hebben we gedacht dat we klaar waren en steeds kon het nog beter. Nu zijn we er echt aan toe om uit te zeilen. Lekker varen."

Nuchter volkje
Weinig echtparen zitten na de bruidsdag zo dicht op eikaars huid. Het jacht is nog geen twaalf meter lang en drie en een halve meter breed. Op die beperkte ruimte speelt het dagelijks leven van de jeugdige echtelieden zich af. Zonder de mogelijkheid om na een woordenwisseling even een straatje om te lopen.
Voor Hoekstra is dat geen probleem. „Je zit wel dicht op elkaar, maar er is heel wat te doen aan boord. Je moet je navigatie in de gaten houden, je bent bezig met zeilen, met het weer, met alles. Daarbij moeten we elke dag verslag maken en wil ik van Marijke nog Spaans leren. Als je zoiets onderneemt, ben je helemaal op elkaar aangewezen. We gaan niet weg om ruzie te maken. Dat zit ook niet in ons. We hebben eigenlijk nooit woorden gehad." Over de vraag of hij na een jarenlange wereldreis nog in staat zal zijn om op Urk een burgerlijk bestaan te gaan leiden, maakt de pionier zich voorlopig niet druk. „Dat zien we dan wel weer. Wij Urkers zijn een nuchter volkje. Dat moet goed komen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 oktober 1997

Terdege | 99 Pagina's

Met een missie de wereld rond

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 oktober 1997

Terdege | 99 Pagina's

PDF Bekijken