Bekijk het origineel

Scheepsjournaal van de Samuel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Scheepsjournaal van de Samuel

9 minuten leestijd

Maandag 1 september
De laatste dagen voor het vertrek stonden in het teken van afscheid nemen. Er kwamen ook kaartjes en andere leuke dingen aan op het postadres, allemaal van mensen die meeleven, de een met twijfel en de ander met veel moed. Op de laatste werkdag reed ik 's morgens om 8.00 uur in mijn busje naar de zaak om de sleutels en de laatste werkbonnen van de vorige dag in te leveren. Ik gaf mijn collega's een hand en werd door mijn chef naar huis gebracht. Toen hij wegreed, werd ik overvallen door een naar gevoel, afscheid van klanten, collega's, vrienden... Hierna reed ik naar de boot voor de laatste voorbereidingen. Na een tijdje bezig te zijn geweest, betrapte ik mij erop dat ik alles van die morgen alweer vergeten was. 's Middags om 16.00 uur nam Marijke afscheid van haar collega's. Op een groot bord hing een papier: „Marijke bedankt voor alles." Ze kreeg bloemen en cadeaus. Samen reden wij naar huis, weer met een gevoel waar wij niet direct een kant mee uit konden. Wij hielden van ons werk en hadden goede collega's en om daar zomaar afscheid van te nemen! Maar echt op onze plaats voelden wij ons ook niet. Door de jaren heen zijn wij in gaan zien hoe groot het wonder is dat God nog iets met ons van

doen wil hebben. Als je jezelf goed leert kennen en erachter komt wat voor grote zondaar je bent, begrijp je niet dat Hij Zijn Zoon aan het vloekhout heeft laten nagelen. Wij begrijpen wel meer niet van God. Op jonge leeftijd stierf mijn moeder. Zij werd weggenomen uit een gezin waarin zij onmisbaar was. Na daar een aantal jaren mee bezig te zijn geweest, ben ik erachter gekomen dat wij nooit zullen begrijpen waarom dit is gebeurd. Ik heb wel eens gedacht: „Wie is God eigenlijk, dat Hij dat kan doen?" Zoals wij ook wel eens zeggen: „Wie denk je wel dat je bent?" Maar in die onverschillige vraag schuilt eigenlijk ook het antwoord: God is zo groot dat Hij bepaalde dingen kan toelaten in een mensenleven. Nu, van die grootheid willen wij vertellen, wij willen er niet langs heen leven.

Donderdag 4 september
Een paar dagen voor vertrek zijn wij getrouwd, dat was de mooiste dag van mijn leven tot nog toe. Wij waren in de Urker klederdracht en omdat niet veel mensen hierin trouwen, hadden wij veel belangstelling. In de kerk vroegen wij Gods zegen en mochten wij knielen voor Zijn aangezicht. Maandag 8 september Om 07.00 uur ging de wekker. Wij hoorden de harde wind door het want blazen, waar wij niet bepaald blij van werden. Wij keken elkaar aan en zeiden: „Waar zijn wij aan begonnen." De boot werd in orde gemaakt, de stormfok werd aangeslagen en een tweede rif in het grootzeil gemaakt. Langzaam kwamen er meer en meer mensen op de kade. Emotioneel, maar toch ook versterkend want in mindere tijden zal het ons kracht geven als wij weten dat er veel mensen voor ons bidden. Het moment dat de touwen los gingen, was ook spannend voor ons. Wij lagen zeker niet gunstig afgemeerd, namelijk aan lagerwal, de kant waar de wind naartoe waait, met windkracht 6 uit het westen. Wij brachten een spring (touw) naar achteren en belegden die om een bolder. Marijke maakte hem van voren vast, mijn broer moest bij de bolder blijven staan om het touw na een roep los te gooien. Ik zette de motor (40 pk, Volvo penta) in zijn vooruit en gaf wat kracht op zijn schroef Het achterschop kwam los van de wal. Toen het ver genoeg van de kant was, zette ik de motor in zijn achteruit en gooide het roer om. Ik riep: „Jhoo" en Marijke liet snel de spring vieren. Mijn broer haalde het touw van de bolder, nam het snel op en wierp het naar ons toe, dit alles in enkele seconden. Wij waren los, een gejuich steeg op. Achter de oude visafslag in de havenkom hebben wij de zeilen gehesen. Het was een schitterend afscheid. We waren er warm van geworden maar werden meteen door een paar overkomende golven afgekoeld. Drijfnat zaten we in de kuip. Op Urk hadden wij al besloten dat het niet verstandig zou zijn om gelijk het ruime sop te kiezen. De voorspelde windkracht 7 a 8 Beaufort vonden we wat te veel van het goede. Kruisend koersten wij naar Enkhuizen om daar in de ankerbaai wat uit te rusten.

Woensdag 10 september
Op deze dag gingen we door de sluis richting Den Helder. Het was flink slingeren op zee door het gure weer van de vorige dagen. Het maakte ons allebei zeeziek. De eerste nacht op zee was best spannend. De wind viel wat weg en de stroom begon tegen te lopen. Wij schoten niet erg op. IJmuiden voeren wij maar langzaam voorbij. Wat verderop (de Noordzee in) zagen wij allemaal lichten van grote schepen die in de botenlijn voeren.

Donderdag 11 september
We zagen bij de Banjaard (ter hoogte van de Roompotsluizen in Zeeland) een reddingsboot over het water stuiven. Via de marifoon riepen wij hem op om de groeten van Jack Vader te doen, iemand die Marijke door haar werk heeft leren kennen. Wij melden ons aan bij het eerste traffic centre. Dat is een post die de scheepvaart in een bepaald gebied in de gaten houdt.
Het traffic centre plot ons op de radar en houdt ons in de gaten. Als er gevaar dreigt roepen zij ons op en geven ze instructies. Na een uurtje varen kwam er een groot schip van bakboord (links). Op de marifoon hoorden wij de kapitein de post oproepen met de vraag wat hij moest doen. Merkwaardig vond ik dat dit grote schip ons aan stuurboord (rechts) moest houden. Bij Rotterdam werden wij eens opgeroepen om uit te wijken voor een containerschip. Nu moest echter het grote schip voor ons uitwijken. Vijf minuten later riep de kapitein van het schip nogmaals de post op en vroeg of hij ons inderdaad aan stuurboord moest houden. Op dat moment liepen wij 9 mijl (9 zeemijl/uur) en hij moest iedere keer zijn koers wijzigen om ons aan stuurboordkant te houden. Het zag ernaar uit dat het schip op een gegeven moment met ons mee zou varen. Dat kon natuurlijk nooit de bedoeling zijn. Bij de reglementen die wij van mijn vader geleerd hebben, zit een reglement van hemzelf: „Geef alle mensen die voor hun brood op het water zijn voorrang." En dat hebben we gedaan. We gingen bijliggen (de zeilboot op een speciale manier in de wind leggen) en lieten de boot voorbij varen. De kapitein was ons dankbaar en liet dat weten over de marifoon. Voordat wij het radargebied verlieten, riepen wij de wachtpost op, meldden ons af en wensten hem een goede wacht. Later op de avond kregen we een stormwaarschuwing: windkracht 6. De boot werd gelijk klaargemaakt, stormfok op en 2e rif in het grootzeil. In de verte zagen wij een zeilschip nog onder vol tuig. Dan ga je denken en twijfelen. Ik hoorde de woorden van mijn vader: „Als je denkt dat je moet reven, dan moet je het doen, en laat een ander een ander, want als de wind ineens inslaat ben je te laat." En gelijk kreeg hij. Een uur later begon het te waaien uit de verkeerde hoek. Ik lag net te slapen om in de nacht de wacht te draaien toen Marijke mij riep. Zij kon geen goede koers meer varen, en wij overlegden wat wij zouden doen. Eerst maar richting Zeebrugge. Marijke ging naar de kooi, ik was toch al wakker. Maar het begon al harder te waaien en de zee begon al meer op te zwellen. Het werd donker. Marijke kwam uit de kooi, door al dat geslinger en geklap kon zij niet slapen. Om ons heen werd het al drukker met grote schepen. Ik zei tegen Marijke dat we vannacht beiden op moesten blijven, dit was geen windkracht 6 meer maar 7. Zij moest om de 5 minuten de positie in kaart zetten en tegelijk op de radar kijken of het wel goed ging met al die boten om ons heen.

Wordt vervolgd

Scheepsgroeten,

bemanning Samuel, Albert en Marijke Hoekstra

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 oktober 1997

Terdege | 100 Pagina's

Scheepsjournaal van de Samuel

Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 oktober 1997

Terdege | 100 Pagina's

PDF Bekijken