Bekijk het origineel

Het mag geen naam hebben? (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het mag geen naam hebben? (2)

6 minuten leestijd

Vorige keer hebben we stilgestaan bij het feit dat er per 1 januari 1998 ingrijpende wijzigingen komen in het naamrecht. We zagen dat de naamgeving een inzetting van de Heere is en dat zij bedoeld is als merkteken ter onderscheiding van elkaar, maar ook dat de naamgeving in bijbelse tijd gebruikt werd om de afhankelijkheid van de Schepper uit te drukken. We concludeerden dat het huidige naamgebruik daar schril tegen afsteekt en vooral nog slechts onderhevig is aan allerlei mode-invloeden. Ten slotte legden we de vinger bij het droeve feit dat nu zelfs de naamgeving gebruikt wordt om goddeloze praktijken nog meer te verdoezelen en te wettigen. In dit tweede artikel willen we er nogmaals over nadenken of de gevolgen van deze wetswijziging 'geen naam mogen hebben'. Is kritiek op deze wetgeving niet gezocht? Wat we aan de kaak stellen, is toch immers een middelmatige zaak, waarover we in de Bijbel toch eigenlijk niet zoveel lezen? Dergelijke vragen komen boven wanneer we ons verdiepen in deze materie. Het geeft meteen ook aan hoe moeilijk het vaak is om als christen-politicus te onderkennen of en, zo ja, hoe Gods Woord in het geding is.

Achternaam
In de bijbelse tijd was ten aanzien van de naamgeving sprake van alleen een voornaam, maar naarmate de eeuwen vorderden ontstond het gebruik van bijnamen. Een voorbeeld: de zoon van Sabbas, Jozef Barsabbas, was een "rechtvaardig" man blijkens zijn bijnaam "Justus" (Hand. 1: 23) en Pontius Pilatus is hetzelfde als Pontius "met de speer". Naamsonderscheid werd steeds noodzakelijker doordat er steeds meer mensen kwamen en zeker ook doordat de mens steeds reisvaardiger werd. De Romeinen waren de eersten die het gebruik van de bijnaam als geslachtsnaam invoerden. Onder de christenen in die tijd ontstond de gewoonte van de doopnaam. De oude naam, met veelal een heidense, goddelijke betekenis, moest men verliezen als men zich (als volwassene) liet dopen en dus overging tot een heilig leven. Met het verval van het Romeinse Rijk kwam echter ook het geslachtsnaamgebruik weer in de vergetelheid en gebruikte men tot de Middeleeuwen vrij algemeen een bijen soms een scheldnaam. De Roomse Kerk zette wel het gebruik van de "doopnaam" voort. Dat leidde er in Frankrijk toe dat ruim 90% van de bevolking vernoemd werd naar een heilige of heilig verklaarde. Wellicht was het mede daardoor dat koning Frans I in Frankrijk reeds in 1539 wilde dat iedereen een geslachtsnaam zou krijgen. In ons land zou dat pas in de tijd van Napleon (1810) verplicht worden.

Het 'waarom'
Het gebruik van een geslachts- of achternaam is dus niet zo heel oud. Is er dan wel reden om ons druk te maken over de wetswijziging die begin volgend jaar in werking treedt? Is het verkeerd, zondig om naar de veelal ongehuwde, samenwonende, soms zelfs praktiserend homoseksuele moeder genoemd te worden? Ik meen van wel. De Bijbel spreekt op verschillende plaatsen over de erve of erfenis van de vaderen en niet van de moeders. Denk maar aan het gebruik van de stamnamen. Zo lezen we in Num. 26:53 dat de HEERE dat gebruik bekrachtigt: Het land moest uitgedeeld worden ter erfenis, „naar het getal der namen". Namen van de vaderen, die daarvoor juist geteld waren. Er zijn echter nog andere redenen. Als we het waarom van de wens van de regering beschouwen, wordt wel duidelijk dat Gods geboden met voeten getreden worden. Uitgangspunten zijn namelijk: gelijkstelling van man en vrouw, gelijkstelling van andere samenlevingsvormen met het huwelijk, gelijkstelling van kinderen die zijn geboren uit buitenhuwelijkse relaties met die uit huwelijkse relaties en meer keuzevrijheid. Kortom, allemaal zaken die Gods Woord anders leert. We zijn uiteraard de laatsten die zouden willen beweren dat wat we vroeger "onechte" of "onwettige" kinderen noemden, veroordeeld moeten worden tot een achterstandspositie. Integendeel. Maar de door God ingestelde orden omdraaien is zeer kwalijk. Misschien wel daardoor was maar liefst 12 jaar nodig om deze wetswijziging bekrachtigd te zien. In 1984 werd namelijk een eerste wetswijzigingsvoorstel teruggewezen om advies in te winnen van een vijftiental organisaties. In 1991 werd het aangepaste wetsvoorstel door de Tweede Kamer opnieuw teruggewezen en werd nader advies gevraagd van de Raad van State. Alleen al uit dit verloop is af te lezen hoe gevoelig en moeilijk deze materie ligt, en toch zette men door! Kosten (vele miljoenen) noch moeiten werden gespaard. Met Psalm 2 zien we de beraadslagingen van de vorsten, die tegen de HEERE en Zijn Gezalfde opstaan en zeggen: „Laat ons Hun banden verscheuren en Hun touwen van ons werpen.

Nieuwe naam
Wel beschouwd zien we dus een steeds verder gaande godverlating. Omdat wij aan de kennis van 's Heeren wegen geen lust hebben, ontbreekt meer en meer het besef welk kwaad wij onder mooie termen als antidiscriminatie en emancipatie over ons halen. Zo denkend over de naamgeving en het met voeten treden van Gods inzettingen, gaan onze gedachten ook naar wat Johannes optekent over degene die oren heeft om te horen wat de Geest tot de gemeenten zegt: „...en Ik zal hem geven een witten keursteen, en op den keursteen een nieuwen naam geschreven, welken niemand kent, dan die hem ontvangt." Een nieuwe naam van Godswege voor het volk, het geslacht, dat Hem vreest, ligt bij Hem van eeuwigheid vast. Die naam is onwijzigbaar vast. Dat jong en oud er zich ook in onze naamgeving -al is de burgerlijke wet veel ruimer- aan spiegelen en mogen weten dat het een onberouwelijke keuze is als wij in alles weten „onze hulp is in de Naam des HEEREN".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 oktober 1997

Terdege | 100 Pagina's

Het mag geen naam hebben? (2)

Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 oktober 1997

Terdege | 100 Pagina's

PDF Bekijken