Bekijk het origineel

Vriendschap in de puberteit

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vriendschap in de puberteit

Met vallen en opstaan, een handreiking bij de opvoeding

8 minuten leestijd

Vrienden en leeftijdgenoten gaan in de puberteit een steeds grotere plaats in het leven van de puber innemen. In deze periode wordt de puber steeds zelfstandiger en gaat zijn eigen persoonlijkheid verder ontwikkelen. In dit proces spelen vrienden en leeftijdgenoten een belangrijke rol.

Jongeren zien gemiddeld genomen drie of vier leeftijdgenoten als hun vriend of vriendin. Voor zowel jongens als meisjes geldt dat iemand pas een "echte" vriend of vriendin als je hem of haar kunt vertrouwen en over (bijna) alles kunt praten en in alles kunt vertrouwen. Het is iemand met wie je vaak en intensief optrekt, iemand met wie je activiteiten onderneemt, iemand die je steunt en advies geeft. Vriendschappen spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de eigen persoonlijkheid. Je leert in het contact met vrienden veel over wie je zelf bent. Je beste vriendin kan tegen je zeggen dat je rok te kort ofte lang is, dat je haar "stom" zit, dat het met je puistjes echt wel meevalt of dat je een ontzettend misselijke opmerking hebt gemaakt. Jongeren zijn eerder geneigd hun hartsvrienden of -vriendinnen te geloven dan hun ouders of buitenstaanders. De reden hiervoor is dat er bij vriendschappen tussen jongeren onderling sprake is van "gelijkwaardigheid": ze zitten met dezelfde vragen over hun uiterlijk, dezelfde problemen met leeftijdgenoten of hun ouders, dezelfde zorgen over hun schoolwerk, omgang met anderen en hun toekomst, dezelfde vragen over het geloof, over seksualiteit en hoe ze overkomen op anderen. Een ander kenmerk van vriendschappen is dat er sprake is van tweerichtingsverkeer: een vriend(in) heeft één of meerdere dingen die de ander waardeert en omgekeerd. Daarnaast geldt dat vrienden sterk op elkaar betrokken zijn, eikaars vreugde en verdriet delen, iets voor elkaar over hebben en op elkaar kunnen rekenen.

Onzekerheid
Het hebben van één of meer vrienden of vriendinnen is het belangrijkst in de periode van 14 tot 16 jaar. Onzekerheid over het uiterlijk, het gedrag en de eigen identiteit is in deze periode het grootst. De steun van een vriend of vriendin is dan van groot belang. Een vriend(in) biedt een bepaalde veiligheid om dingen te ondernemen. Je kunt samen overleggen hoe je je moet gedragen en je weet je gesteund als je blundert. Samen sta je immers sterker dan alleen! Iemand hebben op wie je door dik en dun kunt rekenen, iemand die je accepteert zoals je bent, geeft een gevoel van zelfvertrouwen. Dit is een belangrijke voorwaarde om nieuwe dingen te onderzoeken, problemen op te lossen en zelfstandig eigen beslissingen te leren nemen. Wanneer je het gevoel hebt, geaccepteerd te worden, elkaar vertrouwt en je je gesteund weet door je vriend(in), ben je ook eerder bereid je houding en je gedrag bij te stellen. Jongeren leren zo de juiste houding bepalen tegenover hun leeftijdgenoten, al dan niet van het andere geslacht, en volwassenen.

Relatie
Het kunnen onderhouden van een hechte vriendschap heeft echter ook invloed op het kunnen aangaan van een relatie. Binnen een vriendschap leer je vertrouwen geven, het vertrouwen van anderen niet te beschamen, het uitwisselen van ervaringen en gevoelens en ervaar je een stuk intimiteit. Goed omgaan met een groep vrienden vraagt een scala aan sociale vaardigheden, die vaak onbewust in het contact met elkaar geleerd en geoefend worden. Je leert hoe je het gedrag van anderen moet interpreteren, hoe je op de juiste manier vragen moet stellen en hoe je op een goede manier discussieert. Juist doordat jongeren ook naar hun eigen vrienden een kritische houding hebben, leer je je mening formuleren, leer je duidelijk te maken wat je eigenlijk bedoelt, hoe je conflicten oplost en hoe je op moet komen voor jezelf. Vriendschap heeft voor zowel jongens als meisjes veel waarde, al is er duidelijk verschil op de wijze waarop deze vriendschappen ingevuld worden. Meisjes voeren eindeloze gesprekken over hun uiterlijk, school, de jongens die ze wel of niet leuk vinden, hoe het zou zijn om te zoenen en de veranderingen van hun lichaam. Ze oefenen hoe ze zich als "vrouw" moeten gedragen en gebruiken elkaar om contacten te leggen met jongens. Hartsvriendinnen stellen hoge eisen aan elkaar: ze moeten voortdurend paraat zijn, je moet er gezellig mee kunnen kletsen, winkelen en rondhangen, en van te voren overleggen welke kleding je draagt en hoe je je haar doet. Tussen meisjes zijn er sneller spanningen en is er eerder sprake van jaloezie, vooral als hun vriendin verkering krijgt. Jongensvriendschappen spelen zich meer in het openbaar af en worden gekenmerkt door activiteiten: samen vissen, sporten, weggaan en rondhangen. Je beste vriend is degene, die je iets van je onzekerheid durft te laten zien en voor wie je niet altijd de stoere vent hoeft uit te hangen. Vrienden krijg je niet zomaar. Om een echte, goede vriend te kunnen zijn, moet al op jonge leeftijd een basis worden gelegd. Van groot belang hierbij is de wijze waarop ouders met elkaar en met hun kinderen omgaan. Kinderen leren van deze voorbeelden. Daarnaast is het van belang dat kinderen leren luisteren naar elkaar, leren zeggen, wat ze denken, vinden en voelen, zich in leren leven in de gevoelens van anderen en leren om problemen op te lossen. Kinderen moeten ook leren dat je ondanks goede vrienden of vriendinnen, dingen alleen moet kunnen doen, zonder dat daar de vriendschap door verandert.

Conflict met ouders?
Veel ouders maken zich zorgen als ze zien dat hun zoon of dochter zich meer en meer op vrienden en leeftijdgenoten richt. Ze voelen de band met hun kind steeds losser worden en zijn bang aan de zijlijn te moeten staan. Maar ouders nemen in het begin van de puberteit een centrale positie in in het leven van jongeren. Met name wanneer er op school problemen zijn, wanneer jongeren moeten kiezen voor een vervolgopleiding of beroep of wanneer er problemen zijn in relaties met vrienden en vriendinnen. Als de zelfstandigheid van jongeren groeit, verandert de rol van de ouders. Ze volgen niet automatisch de adviezen van hun ouders op, maar denken er over na, betrekken de mening van vrienden erbij en vormen zo hun eigen mening.

Jongeren over vriendschap
„Onze vriendschap zou over zijn als Johan m'n vriendin af zou pikken."
„Ik vind, dat je om een echte goede vriend of vriendin „Hannie en ik waren vanaf groep 7 al vriendinnen. In de brugklas ging het nog goed, maar in de tweede kwam er een nieuw meisje in de klas. Zij heeft Hannie van me afgepikt. Het ergste vind ik dat Hannie me gewoon heeft la„Onze vriendschap is kapot gegaan toen Evert (17) verkering kreeg met een grietje, dat ik totaal niet mocht. Hij besteedde al z'n tijd aan haar. Toen het uitging kwam hij weer terug. Eigenlijk wilde ik niet meer. Maar ik wil niet kinderachtig zijn, dus hebben we het wel uit gepraat. Toch lijkt het wel of er nog steeds een soort barst is (Simon, 18)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 16 september 1998

Terdege | 84 Pagina's

Vriendschap in de puberteit

Bekijk de hele uitgave van woensdag 16 september 1998

Terdege | 84 Pagina's

PDF Bekijken