Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Pleidooi voor een gezonde kruisbestuiving

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Pleidooi voor een gezonde kruisbestuiving

Hans Frinsel: „Veel evangelische christenen bedrijven evangelisatie als arminianen, maar bijbelstudie als gematigde calvinisten"

20 minuten leestijd

De grens tussen de evangelische beweging en de reformatorische kerken vervaagt. In meerdere verbanden is sprake van intensieve samenwerking. Gospelmuziek en alternatieve vormen van evangelisatie worden in de gereformeerde gezindte gretig overgenomen. Omgekeerd verdiept een evangelisch smaldeel zich in het reformatorisch erfgoed. Hoe moet het spontane samen-op-weg-proces binnen bijbelgetrouw Nederland worden beoordeeld? Op zoek naar het antwoord met woordvoerders uit de kerken en de evangelische stroming. Als eerste Hans Frinsel, evangelisch oud-zendeling in Guinee-Bissau: „Tot nog toe is de kruisbestuiving wat eenzijdig.

Zijn vroegste herinnering aan de kerk is die van een dominee op een kansel en statig psalmgezang. Hans Frinsel (48) hield er geen nare smaak aan over. Wel aan de reactie van de kerkelijke omgeving op de overgang van zijn ouders naar een pinkstergemeente. „Die ervoer ik bijna als een vervolging. Ik hoor nog het gescheld van een gereformeerd buurjongetje, na een ruzie. Vuile stromen-van-krachters!
Reden voor de overgang was voor Frinsel senior, oud-directeur van de vereniging Tot Heil des Volks, de theologische ontwikkeling binnen de Gereformeerde Kerken en het gebrek aan bewogenheid met verloren zondaren. Die vond hij wel in de opwekkingsbeweging. Toen hem na het bezoeken van een bijeenkomst van Stromen van Kracht de toegang tot het avondmaal werd ontzegd, nam hij afscheid van de Gereformeerde Kerken en ontwikkelde zich tot een bekend voorganger binnen de pinksterbeweging.
Hans keerde in zijn puberteitsjaren het christelijk geloof de rug toe. „Tussen mn vijftiende en mn negentiende jaar moest ik er niets van weten. Tot ik door God heel sterk bepaald werd bij de noodzaak van bekering en verlossing. Ik kon niet anders dan me aan Hem overgeven. In de aanvechting dat ik niet meer terug mocht komen, omdat ik het Evangelie verworpen had, heb ik uiteindelijk God mogen ontmoeten en vergeving ervaren in mn hart.

Veldleider
Na een korte loopbaan op een architectenbureau vertrok de afgestudeerde mtser naar het Schotse Missionary Training College, een evangelikale bijbelschool in Glasgow, gesticht door de Worldwide Evangelization for Christ (WEC). Op 23-jarige leeftijd vertrok hij voor dit Engelse zendingsgenootschap naar Guinee-Bissau, aanvankelijk alleen, na de eerste verlofperiode met zijn vrouw. De laatste jaren werkte hij er als veldleider. In 92 volgde Frinsel zijn vader op als directeur van Tot Heil des Volks. Vorig jaar kwam aan dit dienstverband door een arbeidsconflict een einde. De oud-zendeling, die een jaar zwaar overspannen was, vond een nieuwe betrekking bij het Indiase ICT-bedrijf Rolta.
Na zijn terugkeer naar Nederland sloot Frinsel zich aan bij een evangelische gemeente in zijn woonplaats Mijdrecht, van de CAMA-Parousia-groep, die nauwe contacten onderhoudt met de onafhankelijke baptisten. „Door de overstap van mijn ouders heb ik zelf een pinksterachtergrond. Ik ben ook vanuit een pinkstergemeente uitgezonden, maar we voelden ons in de Parousiagemeente meteen thuis. Mede vanwege de grote nadruk op zending.
Naast zijn dagelijks werk ging de directeur van Het Heil voor in pinkstergemeenten, onafhankelijke baptistengemeenten, Parousiagemeenten, gemeenten uit de Volle-Evangeliebeweging en vrije evangelische gemeenten. Door de intensiteit van zijn huidige baan zag hij zich gedwongen alle preekbeurten af te zeggen. „Ik kon kiezen tussen opnieuw overspannen raken of mn agenda schoonvegen. Het heeft me heel veel moeite gekost, maar ik moet ook voor mn gezin zorgen.

Zendingsopdracht
Hoe ziet u de evangelische beweging in kerkhistorisch licht?
„Als je de kerkgeschiedenis bestudeert, valt op dat aan de rand van de hoofdstroom van de kerk of daarbuiten regelmatig nieuwe groepen ontstaan, door het ontbreken of verdwijnen van bepaalde bijbelse elementen binnen de kerk. Ik denk dat dat ook voor de evangelische beweging geldt. In oorsprong is de evangelische stroming heel nauw verbonden met de zendingsbeweging. De Reformatie heeft gestreden voor de bijbelse leer. Daar ervaren we tot vandaag de zegen van. Wat te veel ontbrak, was aandacht voor de belangrijkste opdracht die de Heere Jezus Christus aan Zijn kerk gegeven heeft: Ga heen in de gehele wereld, en maak alle volken tot Mijn discipelen. Die zendingsopdracht is de belangrijkste motivatie achter een heel stuk van de evangelische beweging.

Kan gezien de veelheid aan groeperingen en stromingen gesproken worden over dé evangelische beweging?
„De diversiteit is groot, dat is duidelijk. Wel is het gevoel van onderlinge verwantschap veel sterker geworden. Vroeger werd heel sterk in hokjes gedacht. Je had de orthodox evangelische stroming, de vrije evangelische beweging, de Maranathabeweging (het Zoeklicht), de Pinksterbeweging, de Vergadering van Gelovigen... Dertig jaar geleden was het ondenkbaar dat iemand van de Vergadering een samenkomst van een pinkstergemeente bijwoonde. Nu spreekt Ouweneel op de pinksterconferentie van Opwekking in Walibi!
Er is meer oog gekomen voor dat wat alle evangelische groeperingen verbindt: het staan voor het belijden dat God zich in Jezus Christus geopenbaard heeft in Zijn Woord, als absolute maatstaf voor ons geloof en ons leven. Dat is het eerste en het belangrijkste. Een tweede gemeenschappelijk element is de nadruk op persoonlijk geloof, een persoonlijke relatie met God. Het derde wat ik zou willen noemen, is de betrokkenheid op het heil van de medemens, zowel geestelijk als lichamelijk.

Charismatische beweging
„Die drie elementen bepalen voor mij de grenzen van de evangelische beweging. In mindere of meerdere mate vind je ze overigens in vrijwel alle kerken terug, waarbij voortdurend verschuivingen optreden. Iets wat ondergesneeuwd is, kan weer omhoog gehaald worden. Wat de evangelische beweging betreft, zie je een fluctueren van de grenzen. Aanvankelijk was het een stroming buiten de kerken, vandaag lopen de evangelische beweging en de kerken vloeiend in elkaar over.
Aan de ene kant is dat een positieve zaak. Ik vind het heerlijk dat we hier in Mijdrecht met mensen van de Christelijke gereformeerde kerk kunnen evangeliseren. Aan de andere kant zie ik tendensen die me zorg geven. Met name het vervagen van grenzen met kerken waarin men een veel vrijere opvatting over de Schrift heeft. Dat is ook mijn zorg richting de charismatische beweging. Ik wijs niet het hele charismatische gebeuren af, maar met de Charismatische Werkgemeenschap Nederland kan ik absoluut geen binding meer voelen. Als je de gaven van de Geest gelijkstelt met paranormale gaven, open je een doos van Pandora.
Gelukkig schrikt een deel van de charismatische beweging voor die opvatting terug, maar je ziet ook daar dat de geestesgaven een heel eigen leven gaan leiden, waarbij allerlei uitingen niet meer getoetst worden aan de Bijbel. Dat is een zeer gevaarlijke ontwikkeling. In de pinksterbeweging van de jaren vijftig had je ook excessen, maar men liet zich wel terechtwijzen door Gods Woord. Dat is nu niet meer vanzelfsprekend.

Belijdenis
„De bezorgdheid daarover vind je door de hele evangelische beweging heen. Daardoor tekenen zich nieuwe contouren af, meer langs theologische lijnen. Als gevolg van het ontstaan van een buitenrand die vrijzinnige trekken krijgt, wordt het orthodoxe deel van de evangelische beweging naar elkaar toe gedreven. Vandaar dat ik uit gemeenten van allerlei groeperingen verzoeken kreeg om voor te gaan. Ik heb ook brieven gehad van mensen die zeiden: Broeder Frinsel, wordt het niet tijd om een duidelijke belijdenis neer te leggen waarin alle bijbelgetrouwe evangelischen zich kunnen vinden

Hoe beoordeelt u dat idee?
„Ik kan me daar wel in vinden. Tegelijk moet je er geen wonderen van verwachten. Er kleven ook gevaren aan. De evangelische beweging is moeilijk te vatten. De gemeenten die zon document onderschrijven, worden weer een apart groepje. En wie neemt het voortouw? De Evangelische Alliantie zie ik dat niet doen, uit vrees de evangelische beweging te verdelen. Zon stuk is hoe dan ook een reactie op een bepaalde ontwikkeling, net als de belijdenissen van Nicea, Chalcedon en Dordt. Die kunnen een plaats hebben, maar je moet wel de context waarin ze ontstaan zijn in het oog houden. Ik ben ervan overtuigd dat de opstellers Gods leiding hebben gevraagd en ook gekregen, maar ons profeteren blijft gebrekkig. Ten dele. Die bescheidenheid moet er altijd blijven. De belijdenis zoals we die formuleren is niet Gods Woord. We proberen erin te vatten wat God in dit tijdsgewricht tot ons zegt, vanuit ons verstaan van Zijn Woord.

Plurale kerk
Hebt u zelf het ontbreken van een gemeenschappelijk geloofsdocument binnen de evangelische beweging als een gemis ervaren?
„Aanvankelijk niet zozeer. Voor ik de zending in ging, lagen de inhoudelijke grenzen van de evangelische beweging heel duidelijk. Daardoor had je niet zon behoefte aan een belijdenis. Door het vervloeien van de evangelische beweging ontstaat die wel. Je ziet mensen kanten op gaan waarvan je denkt: Dit kan overal eindigen. Dan krijg je behoefte aan een centraal punt. In deze situatie leggen we dit neer als de kern van ons belijden. Ik denk dat het een goede zaak zou zijn als dat ook werkelijk gebeurde.

Hoe beoordeelt u in dit verband het feit dat de Evangelische Omroep heeft besloten dat ook niet-protestanten zitting moeten kunnen hebben in de ledenraad?
„Wat zijn de criteria voor het lidmaatschap? Dat is voor mij de vraag. Iemand zit daar niet als vertegenwoordiger van de Rooms-Katholieke Kerk of een van de protestantse kerken. Laten we eerlijk zijn, er zitten ook gereformeerde en hervormde broeders in de ledenraad van de EO. De synodaal Gereformeerde Kerken en de Nederlandse Hervormde Kerk zijn officieel plurale kerken. Dat heb ik altijd een héél vreemde zaak gevonden. Wie Jezus niet belijdt als de Zoon van God, spreekt vanuit de geest van de antichrist, zegt Gods Woord. Als je de plurale kerk erkent, geef je daarmee aan dat in die kerk ruimte moet zijn voor de antichrist. Dat heb ik nooit kunnen plaatsen, maar daarmee plaats ik nog geen vraagteken bij personen die binnen die kerken in gehoorzaamheid aan de Schrift Christus belijden.

Arminianisme
Hoe wezenlijk is de volwassendoop voor het evangelische belijden?
„Die heeft daar zeker een plaats in, maar niet op zichzelf. Het is de buitenkant van iets wat eraan ten grondslag ligt, namelijk de kijk op de toeëigening des heils, om het met een reformatorische term te zeggen. De nadruk op de noodzaak om met een persoonlijk antwoord in te gaan op de uitnodiging tot het heil. De volwassendoop wordt daar heel sterk door gestimuleerd, maar is er niet per definitie aan verbonden. De WEC bood ruimte voor mensen die de kinderdoop voorstonden. Binnen heel wat gemeenten van de wijdere evangelische beweging is dat altijd het geval geweest.

Vanuit reformatorische kring wordt de evangelische beweging vaak arminianisme verweten. Terecht?
„Ik zou de evangelische beweging eerder wesleyaans noemen. Een groot deel heeft veel meer van het calvinisme meegekregen dan men vermoedt. Een oproep tot bekering wordt al snel arminiaans genoemd. Op zichzelf is dat natuurlijk helemaal niet het geval. Zelf wist ik voor ik naar Schotland ging niets van de tegenstelling tussen calvinisme en arminianisme af. Op het Missionary Training College kwam je beide opvattingen tegen. Hoewel de wortels van deze bijbelschool in de arminiaans getinte heiligingsbeweging liggen, was het theologisch klimaat er gematigd calvinistisch. Een beetje geënt op Spurgeon. In het lesprogramma namen de boeken van de gereformeerde Amerikaanse dogmaticus Louis Berkhof een belangrijke plaats in. We lazen er ook de puriteinen.

Geestesgaven
„Bij veel evangelische christenen zie je iets dubbels. Ze bedrijven evangelisatie als arminianen, maar bijbelstudie als gematigde calvinisten. Zonder dat ze zich daarvan bewust zijn. Ik kan dat dubbele wel plaatsen. Puur arminiaans denken vind ik link. Aan de andere kant kan een doorgeslagen calvinisme je in een kramp brengen, een verlamming. Een probleem van de theologie is, dat het grootste deel van de dogmatische boeken vol geschreven is met datgene waarover de Bijbel het minst zegt. We vinden het als mensen heel moeilijk om ogenschijnlijk totaal tegenstrijdige dingen naast elkaar te laten staan, zoals Paulus dat deed. Steeds maar weer proberen we de achterkant van Gods borduurwerk te ontleden en te doorgronden. We moeten leren om ruimte te laten voor het mysterie.

In hoeverre behoort de visie op de bijzondere Geestesgaven tot de kern van het evangelische denken?
„Van oorsprong is die niet kenmerkend voor de evangelische beweging. De aandacht voor de Geestesgaven is ontstaan binnen de holiness-pentacostal movement. Inmiddels is de openheid voor de Geestesgaven veel breder geworden, en zie je die ook in gemeenten waar men aanvankelijk bedenkingen had. Op de pinksterconferentie van Opwekking komen nu mensen uit de hele evangelische beweging. Ook dat is iets wat ik tweeledig beoordeel. De aandacht voor de Geestesgaven is een goede zaak, maar in hoeverre onderwerpt men dat wat er gebeurt aan de toets van Gods Woord

Kruisbestuiving
De grenzen tussen het behoudende deel van de evangelische beweging en orthodox reformatorische kerken en groeperingen zijn eveneens aan het vervagen. Hoe beoordeelt u dat?
„Positief. Voor mij ligt de nadruk op het gemeenschappelijke: het belijden dat God Zich geopenbaard heeft door Zijn Woord en in Zijn Zoon, Die voor ons is gestorven en opgestaan. Vanuit die kern van het belijden voel ik een heel sterke verbondenheid met reformatorische christenen. Ook op het punt van de toeëigening van het heil –Christus belijden als je persoonlijke verlosser– is de laatste jaren veel meer herkenning ontstaan. Daarnaast blijven er bepaalde verschillen, al zijn die niet zo makkelijk aan te geven. De ene reformatorische kerk is de andere niet en de ene evangelische gemeente is de andere niet. In het algemeen denk ik dat men in reformatorische kring evangelischer is gaan denken over de toeëigening van het heil, terwijl behoudende evangelischen in hun zorg over ontwikkelingen in eigen kring aansluiting en herkenning vinden bij reformatorische christenen. Die kruisbestuiving vind ik een goede zaak.

Waarbij de invloed van de evangelische beweging binnen de reformatorische kerken groter lijkt dan omgekeerd?
„Dat gevoel heb ik ook. Ik vind het wel eens jammer dat sommige reformatorische kerken niet wat soepeler omgaan met vormen die een onnodige blokkade vormen voor evangelische christenen. Daardoor is de kruisbestuiving tot nog toe wat eenzijdig. Als evangelischen hebben we te weinig in de gaten wat we van reformatorische zijde kunnen leren, omdat de buitenkant het meest in het oog loopt. Als die afstoot, kom je er vaak niet toe om te zien wat achter die façade zit. Ik herinner me nog goed dat ik tijdens mn opleiding in Schotland voor het eerst in een gemeente van de Free Church kwam. Wat daar verkondigd werd, kwam sterk overeen met wat we op de WEC hoorden. Dat was voor mij een eye-opener.

Griezelige zaak
„Ik heb het gevoel dat in reformatorische kringen een grotere bereidheid bestaat om wat van het evangelische te proeven dan omgekeerd. Vooral door de EO hebben reformatorische christenen meer zicht gekregen op het denken van evangelischen. Omgekeerd is dat nauwelijks het geval, mede door het gebrek aan historisch besef binnen de evangelische beweging. Dat vind ik jammer. We hebben grote behoefte aan een stuk diepgang in kennis en studie van Gods Woord. Wat we ook een beetje kwijtraken, is het besef van Gods majesteit en de nadruk op heiliging. Op die punten zou de evangelische beweging een heel positieve invloed vanuit de reformatorische hoek kunnen ondergaan. Helaas zie ik dat nog niet zo gebeuren. Ik waardeer het werk van de George Whitefieldstichting, maar ik heb niet de indruk dat het in de evangelische wereld echt aanslaat.

Voorziet u op langere termijn een samengaan van de reformatorische kerken en de evangelische beweging?
„Ik weet het niet. De tijd zal het leren. Zelf juich ik het alleen toe zolang wel de vormen maar niet de normen vervagen. Dat laatste zie ik ook gebeuren. Het een hoeft niet noodzakelijkerwijs met het ander samen te gaan, maar in de praktijk zie je nogal eens dat mensen normen en vormen met elkaar verwarren en met het een tegelijk het ander loslaten. Dat vind ik een griezelige zaak.

Volgende keer: dr. C.A. van der Sluijs.

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 2 augustus 2000

Terdege | 72 Pagina's

Pleidooi voor een gezonde kruisbestuiving

Bekijk de hele uitgave van woensdag 2 augustus 2000

Terdege | 72 Pagina's

PDF Bekijken