Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hoge gronden en waterland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Hoge gronden en waterland

De Kop van Overijssel

5 minuten leestijd

Ooit had de Zuiderzee vrij spel in de Kop van Overijssel. Totdat er dijken kwamen en polders ontstonden. Nu is een het een heel afwisselend gebied van "land, water en waterland." Met weren, ribben, weiden, moeras, houtwallen, riet, veel vogels en reeën. Mooi in elk seizoen. Een aanrader voor natuurliefhbbers en rustzoekers.

D e veengebieden in Noordwest- Overijssel zijn uniek en vergelijkbaar met enkele gebieden in Noord-Holland, die ook onder invloed stonden van de Zuiderzee. De hoger gelegen keileemruggen maken alles nog fraaier. Bos en heide op de Woldberg, een houtwallenlandschap tussen Steenwijkerwold en Oldemarkt en uitgestrekte moerassen, ingeklemd tussen het heuvelland bij Paasloo en Vollenhove. Zo'n 500 jaar geleden begon de mens met het vervenen. Het veen werd uitgebaggerd of gegraven en diende, na droging, als brandstof. Het hele moerasgebied ging op de schop. De turf raakte op en de veenwerkers vonden nieuw werk in de rietcultuur en in de agrarische sector Het gevarieerde natuurgebied van de Wieden en de Weerribben heeft zijn huidige landschapsvorm te danken aan menselijk ingrijpen. Het verdere ontginnen werd in de jaren zestig van de twintigste eeuw gestopt. Achter de oude zeedijk ligt nu het uitgestrekte polder- en veenweidelandschap dat overgaat in de natuurgebieden van de Weerribben en de Wieden met een riet- en kraggenlandschap. Dit riet- en kraggenlandschap omvat zowel moerassen, trilvenen als open water en ontstaat in de oude verveningsgebieden. Broekbossen met els en berk schieten op tussen de rietvelden, een heel nieuw natuurgebied ontstaat. Ook de houtwallen op de heuvels bij Paasloo zijn ontstaan door menselijk ingrijpen. Op deze hoge gronden vonden de agrarische activiteiten plaats, veelal een combinatie van landbouw en veeteelt. Wallen Stobben, soms honderd jaar, oud geven o.a. de koolmees nestgelegenheld. werden opgeworpen als erfafscheiding en om het verstuiven van de zanderige bovenlaag tegen te gaan. De wallen werden beplant met eik, hulst, els, sleedoorn, haagbeuk, vlier, enz. Dit hout diende als geriefhout (paaltjes, gereedschappen) en als brandhout voor de kachel. Ruilverkaveling en moderne vervangers van geriefhout en brandhout vormden een bedreiging voor de karakteristieke houtwallen. Gelukkig werd het landschappelijke belang tijdig ingezien, de houtwallen worden weer onderhouden. Rond Paasloo is dit landschapstype nog vrijwel geheel in haar oorspronkelijke staat.

Wieden en Wcerribben
De Kop van Overijssel kent veel open water, toch was dat niet altijd zo. Voor de vervening waren er in de Kop van Overijssel twee natuurlijke meren, het Giethoornsemeer en het Duiningermeer. Bij het baggeren van veen werd de bagger in bakken te drogen gelegd op legakkers. Deze legakkers werden veelal, tegen de regels in, te smal gemaakt en de uitgebaggerde delen te breed. Kreeg de wind vat op het open water, dan sloegen al spoedig de legakkers weg en ontstond er een groot open water, een "wiede". Als de Zuiderzee er dan nog een handje bij hielp liep het helemaal uit de hand. In de 18e eeuw waren er een aantal grote overstromingen en dijkdoorbraken. De grote watervlakten als de Beulaker- en Belterwiede zijn in die tijd ontstaan. De plaatsen waar de Zuiderzee na een dijkdoorbraak het achterland binnendrong zijn ook nog steeds zichtbaar; grote wielen (waterplassen) achter de dijk getuigen van een drama. Het gebied van de Wieden heeft veel open water door de ongecontroleerde vervening en de daarop volgende invloeden van natuurgeweld. Toen in de Wieden het veen op winplaatsen was uitgeput, werd noordelijker uitgeweken naar de Weerribben. Hier werd, door schade en schande wijs geworden, wel volgens de regels verveend. Uitgebaggerde veengaten, de z.g.n. petgaten of weeren werden niet breder gemaakt dan voorgeschreven en de legakkers, de z.g.n. ribben, werden ook op de juiste breedte gelaten. Het gebied van de Weerribben laat dan ook duidelijker het patroon van weeren en ribben zien dan de Wieden. Het mag duidelijk zijn dat de naam Weerribben is ontstaan uit een combinatie van weer (petgat) en rib (legakker). De Zuiderzee drong wel degelijk het gebied van de Weerribben binnen, maar verzwolg minder land dan in het zuidelijke deel van de Kop van Overijssel. Het landschap van het gebied van de Wieden en de Weerribben is ontstaan door menselijk handelen, de natuur heeft daarbij soms met harde hand geholpen. Toen in 1932 de Afsluitdijk werd gesloten werd de Zuiderzee het IJsselmeer. Buitendijks geen getij denwerking meer, het zoute water werd zoet. Tijdens de Tweede Wereldoorlog viel ook de noordoostpolder droog, zodat de Kop van Overijssel helemaal niet meer aan de kust lag.

Houtwallen en heuvelland
Het oprijzende heuvelland tussen Oldemarkt en Steenwijk herbergt een interessant houtwallenlandschap. Zand op keileem noodzaakte de bewoners houtwallen aan te leggen om verstuiving tegen te gaan. De afscheiding tussen diverse percelen was hiermee eveneens duidelijk. De landschappelijke waarde van deze houtwallen is groot. Houtwallen in een glooiend landschap zijn vooral in het voorjaar een lust voor het oog. Bloeiende sleedorrns vormen een witte sluier door het landschap nog voordat andere struiken blad dragen. Goudgeel verkleurend eikenblad siert de houtwal in de herfst. Hulst is altijd groen, maar de bessen kleuren de boom van de herfst tot ruim in januari mooi rood. De bessen van de hulst zijn weer voedsel voor vogels als merel, zanglijster, koperwiek en kramsvogel. Reeën vinden er een schuilplaats, egels overwinteren hoog en droog in opgehoopt dor blad en spreeuwen slapen er. In het voorjaar is de bodem van de houtwal geel van het speenkruid en vele wilde planten, waaronder de salomonszegel, sieren de houtwallen in de zomer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 14 februari 2001

Terdege | 103 Pagina's

Hoge gronden en waterland

Bekijk de hele uitgave van woensdag 14 februari 2001

Terdege | 103 Pagina's

PDF Bekijken