Bekijk het origineel

In de leer bij Van der Poel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

In de leer bij Van der Poel

Ouderling M. Dankers: „Het klimaat waarin je opgroeit, gaat in je genen zitten

17 minuten leestijd

Ds. Daan Overduin was voor Gerrit Dankers het einde van alle tegenspraak. Later nam ds. Johannes van der Poel die positie in. Marinus Dankers werd door de opvattingen van zijn vader diepgaand beïnvloed, maar combineert die met de mildheid die zijn moeder kenmerkte. „Ik zeg weleens: Van vader heb ik de leer geleerd, van moeder het leven.

Drie jaar was Marinus Dankers (75) toen de gebeurtenis plaatshad die zijn latere leven zou stempelen. Ds. Daniël Christiaan Overduin, predikant in Hardinxveld-Giessendam, verliet na een ernstig conflict met ds. G.H. Kersten de Gereformeerde Gemeenten.
Gerrit Dankers, in het dagelijks leven timmerman en doodbidder, koos net als zijn broers onvoorwaardelijk partij voor Overduin. Koosje Dankers-Boogaard was minder uitgesproken in haar waardering. „Moeder kwam van Sliedrecht en was opgegroeid onder christelijke gereformeerde predikanten als ds. Riekel. Ze had van huis uit meegekregen dat je ook met mensen voor wie je achting hebt best van mening mag verschillen. Opoe Boogaard zei: Dominee Daan is een godvrezende man, maar o wee als-ie in zn vlees staat. Zo werd daar in Sliedrecht over gesproken.
Vader Gerrit miste dat relativeringsvermogen. „Die wilde geen kwaad woord van dominee Daan horen. Kersten was de boosdoener. Dat was een gestaag weerkerend onderwerp in ons gezin. Moeder probeerde de zaak te sussen, maar pa liet zich niet afremmen, die ging maar door. Hij had drie punten van kritiek op Kersten. In de eerste plaats de oprichting van de theologische school. Die was volgens pa nergens goed voor. De Heere heb geen school nodig voor Zijn knechten. De tweede misser was de oprichting van de Staatkundig Gereformeerde Partij. Dat was al helemaal overbodig, want de Heere had ons Willemientje gegeven en Colijn, die konden Nederland prima regeren. Daar had de Heere Kersten niet bij nodig. Predikanten hoorden sowieso niet in de Tweede Kamer. De profeten zaten ook niet in de regering. Het laatste wat pa op Kersten tegen had, was de geldkwestie. Hij heeft een groot traktement, hij verdient een schuif met geld aan zijn Tweede-Kamerlidmaatschap en daarbij heeft hij ook nog De Banier. Tja, zo ging dat bij ons thuis.

Hersteld verband
De groep die met ds. Overduin uit de Gereformeerde Gemeenten was getrokken, had maar kort profijt van hun leraar. „Dominee Daan ging naar Rotterdam en liet het ploegje in Hardinxveld-Giessendam achter. Dat moest maar zien hoe het zich redde. Ze kwamen in een oude school terecht en gingen daar preeklezen. Als doordeweeks een predikant voorging, werd dat bij de predikbeurten in het nieuwsblad vermeld onder Gereformeerde gemeente h.v., een afkorting die voor hersteld verband stond. Later ontdekte ik dat ze dat hadden afgekeken van Geelkerken.
De predikanten werden uitgenodigd door ome Jakob, die was de baas. Hij liet de christelijke gereformeerde Van Minnen preken, de hervormde eerwaarde heer De Redelijkheid, dominee Koster van Montfoort. Van kerkverbanden hoefde hij zich niks aan te trekken, dat is het fijne als je h.v. bent.
Onze consulent was de oud-gereformeerde dominee Martinus Overduin uit Dordrecht, een veel zachtere man dan zijn broer Daan. Tinus Overduin heeft mijn broer Koos gedoopt. Hij bediende ook het Avondmaal en kwam doordeweeks catechisatie geven, op dinsdag na schooltijd. Mijn vader zei: Het is geen Daan, maar moeder ging daar altijd tegenin. Ik hoor het haar nog zeggen: Gerrit, hou toch op, hij heb toch dien Borg weer zo kostelijk verklaard. Dan bedaarde pa natuurlijk. Die Overduinen waren mensen die dicht bij de Heere leefden, en in de volle liefde stonden. Martinus Overduin kon op catechisatie zo ongelooflijk over de Heere Jezus vertellen, dat je Hem zo zou omarmen.

Dief
Op zondag moest de gemeente zich behelpen met overjarig koren, dat bijeen werd geraapt door de ouderlingen. „De grote man was ome Jakob. Onze tweede ouderling was Leentje Dubbeldam, een zandschipper met een dichte zwarte baard. Daar maakte toen niemand spul van. Daarnaast hadden we twee diakenen: Adam Trapman, een handelaar in aardappelen en griendhout, en Maurits Boom. Dat Maurits werd afgekort tot Maus, liefst in de verkleinvorm. Mausie Boom moest de preek lezen. Op zaterdagavond ging ome Jakob op de fiets de preek voor de volgende morgen bij Mausie brengen, want de ouderlingen lazen niet. Jakob is een man met een ander leven, zei pa, maar hij heb geen gave om te lezen. Leentje Dubbeldam maakte er helemaal niks van.
In zijn opvattingen was ome Jakob niet minder uitgesproken dan zijn broer Gerrit. „Een catechismusverklaring werd niet gelezen. Van Reenen was van de gergem, dat kon je niet doen, en van Smytegelt hielden ze niet. Ome Jakob zei eens tegen me: Smytegelt zegt dat je een dief bent als je steelt, maar wij hebben geleerd dat je steelt omdat je een dief bent. Nou ja, ga er maar aan staan. En al die kenmerken hoorden ook niet in een preek thuis. Verder alle achting voor Smietegelt, maar zn preken werden niet gelezen.
Het omgekeerde gold voor Krummacher. „Mausie Boom heeft tàchtig zondagen Krummacher staan lezen. Veertig preken over Elia, veertig over Elisa. Als kind pikte je er niks van op. Wat ik me nog wel herinner, is de keer dat ome Jakob moest lezen, omdat de vrouw van Mausie was overleden. Halverwege kon hij door de emoties niet verder en barstte hij in tranen uit. Je zat aan je bank genageld.

Gezelschapsvrouw
Hoewel de band met zijn moeder teerder was, kreeg Marinus Dankers bij het ouder worden ook voor zijn vader respect. „In geestelijk opzicht was die man uitermate gezond. Hij had een geweldige theologische kennis en daarbij een feilloos gevoel voor echt en onecht.
In ons dorp streken nogal eens mensen van elders neer. In de crisisjaren om werk, in de oorlogsjaren vanwege de bombardementen op Rotterdam, in 44 en 53 vanwege het water in Zeeland. Op een gegeven moment kregen we iemand uit Zeeuws-Vlaanderen over de vloer, een echte gezelschapsman. Mn moeder was daar wel gevoelig voor. Tijdens een zomermiddag werden mn broertjes en ik naar binnen geroepen, want die man ging een stukje lezen. Psalm 42: De afgrond roept tot den afgrond, bij het gedruis Uwer watergoten. Dat maakte toch wel indruk, zo midden op de dag. Nadat hij een gebed had gedaan, mochten we weer gaan spelen.
Onze bezoeker stond mn moeder net gedag te zeggen, toen mn vader met de fiets achterom kwam. Die hoorde hem tegen moeder zeggen: Ik kom morgen afscheid nemen, hoor Koosje, maar eerst moet ik nog naar Cor en Mar en Jo. Nadat hij was vertrokken, viel mn vader uit: Allemaal vrouwen waar hij naartoe moet. Ik begreep als jochie niet waar het over ging. Bovendien was mn moeder zo zuiver als glas, net als de andere vrouwen met wie ze over t leven praatte, zoals ze dat noemde. Maar dat pa die kerel niet vertrouwde, kan ik me nu goed voorstellen. Als er een was die besefte dat we ook na ontvangen genade tot alle kwaad geneigd zijn, dan was het mn vader. Daarin had hij een helderder kijk dan moeder. Mijn opoe uit Sliedrecht was een echte gezelschapsvrouw. Pa kwam uit de traditie van de afgescheidenen, en was een man van de kerk. Ik zeg altijd: Van vader heb ik de leer geleerd, van moeder het leven.

Job
Een doordeweeks uitstapje van Teunis en Gerrit Dankers leidde tot een totaal nieuwe periode voor de Gereformeerde gemeente h.v. van Hardinxveld-Giessendam. „In een zaaltje in Sliedrecht preekte een betonwerker uit Bolnes, ene Van der Poel. Pa en ome Teunis waren er totaal van ondersteboven. Ze gingen meteen naar ome Jakob en zeiden: Nou hebben we toch een ventje gehoord in Sliedrecht, dat moet je ook eens laten preken. Op een gegeven moment kwam die Van der Poel, zeg. En nog een keer. Ergens in 1937 kwam pa opgetogen thuis en vertelde tegen mn moeder: Ko, we gaan dat ventje beroepen, op de zak. Hij is gekomen als lerend ouderling, een jaar later is hij tot predikant bevestigd door ds. Van t Hoog uit Utrecht. Ik was intussen elf jaar.
De catechisaties waren al eerder overgenomen door de gewezen betonwerker. „Ik hoor het dominee Tinus Overduin nog zeggen: Volgende week zal ik jullie overdragen aan jullie nieuwe leraar. Die kon zo mogelijk nog beter catechisatie geven dan Overduin. We hingen aan zijn lippen. Mn broers en ik hebben vreselijk met Van der Poel gedweept. Wel wat te hard. Alle dominees mat je aan hem af. Hij kon ook geweldig preken, dat hoorde je al als jochie van twaalf jaar.
Achteraf zie je dat hij in die tijd nog met grote geestelijke vragen worstelde. Tinus Overduin was een gerijpt gelovige. Die man was klaar voor de hemel. Van der Poel was als Job: Ga ik voorwaarts, ik zie Hem niet, ga ik achterwaarts, ik bemerk Hem niet. Dat heb ik hem honderden keren vanaf de kansel horen zeggen. Tegelijk kon hij, net als Overduin, op een weergaloze manier het Evangelie verkondigen. Hij had iets van Andreas, die tegen zijn broer Simon zei: We hebben de Messias gevonden. Hij leidde ons naar de Heere Jezus. Meer dan eens zei hij aan het eind van een preek: Ik heb de Christus voor jullie uitgestald, je moet over Hem heen stappen, wil je verloren gaan. Onvergetelijk waren ook de Avondmaalsdiensten. Ik zie hem nog het brood uitreiken aan vrouw Vlot met haar witte muts, terwijl hij sprak: Smaakt en ziet dat de Heere goed is. Dan was de hemel dichtbij.

Stukken leer
In de loop der jaren maakte de blinde verering van de oud-gereformeerde predikant bij Marinus Dankers plaats voor dankbare hoogachting, waarin ruimte kwam voor de nuancering die opoe Boogaard haar kinderen bijbracht. „Toen Van der Poel naar Hardinxveld kwam, had ik nog te weinig gelezen om een exegetische en dogmatische maatstok langs zijn preken te kunnen leggen. Dat kwam pas in mijn huwelijk. Na het vertrek van Van der Poel gingen we ook wel eens bij mensen als Leen Vroegindeweij en Van Sliedregt kerken, en bij christelijke gereformeerden als Smits, Tanis en Slagboom. Daardoor ging je een aantal zaken toch wat anders zien dan je ze altijd van Van der Poel had gehoord.
Zijn vrouw vond Marinus Dankers, tot leedwezen van vader Gerrit, in de Gereformeerde gemeente van Hardinxveld-Giessendam. „Haar vader was niet meegegaan met dominee Daan, dus dat was bepaald geen pluspunt voor pa. Toen ze eenmaal bij ons over de vloer kwam, keerde hij al snel om. Ze konden het geweldig met elkaar vinden. Bij mn vrouw thuis kwam ik tot de ontdekking dat er ook nog zoiets was als een Nederlandse Geloofsbelijdenis en Dordtse Leerregels. Van iemand uit haar familie kreeg ik de Korte lessen over het Kort Begrip van ds. Kersten. Van der Poel hield niet van dogmatiek. Toen wij wat ouder werden, ontstond in de Gereformeerde Gemeenten de strijd over het aanbod van genade. De vrijmoedigsten op de catechisatie, en daar hoorde ik ook bij, wilden wel eens van Van der Poel horen hoe dat nou zat. Zijn antwoord was: Als je op die manier gaat lopen strijden over de leerstukken, worden het stukken leer. Timmer die maar onder je schoenen. Dat was Van der Poel ten voeten uit.
We hebben in de Oud Gereformeerde Gemeenten de kwestie rond ds. Hennephof gehad. Dat was een rechtvaardigmakingsdrijver, zoals we dat later zijn gaan noemen. Daarin stond hij haaks op Van der Poel. Dat was typisch een man voor de bekommerde kerk. Wij stonden natuurlijk helemaal achter Van der Poel. Als ik één ding wist, dan was het wat de bekommerde kerk is. Tot ik na mijn trouwen het boekje van Goedhart uit Delfshaven in handen kreeg. Die liet van dat begrip niets heel. Toen is het weer een beetje op de schop gegaan.

Aanwinst
De groeiende interesse van de jonge Marinus Dankers, die inmiddels bij de Marine diende, voor andere kerken, kon Van der Poel maar matig waarderen. „Als ik nogal enthousiast was over een hervormde dominee of een dominee van de Gereformeerde Gemeenten, zei hij tegen me: Als ik jou een zwart jasje aantrek, preek jij ook zo. Toen ik dat tegen mijn moeder vertelde, was haar reactie: Dat vind ik niet zo leuk van de dominee. Hoezeer ze ook van hem hield, ze vergoodde hem niet.
Een gunstige uitzondering was voor Van der Poel de toen nog jonge Arie Vergunst. „Ik was mn vrouw tegengekomen, we hadden een paar keer een stukje om gefietst en mekaar een zoen gegeven en zo. Toen zeg ik: Aanstaande woensdag kom ik bij jullie naar de kerk, dan is er een student die Vergunst heet. Die woensdagavond stond ik achterin te wachten op een plekje, tot een zus van mn vrouw wenkte dat er in de familiebank nog een plaats over was. Ik struinde naar voren en kwam te zitten naast mn meisje, sinds een paar dagen. Aan de andere kant zat mn aanstaande schoonvader. En wie zie ik even later, voorafgegaan door de koster, naar voren lopen? Van der Poel, mijn dominee. Die kreeg een plek vlak achter de ouderlingen.
Vergunst preekte uit het Hooglied. Ontwaak noordenwind en kom, gij zuidenwind, doorwaai mijn hof. Kostelijk. Die jongen stond in zn eerste liefde.
Voor mij was het een buitengewone gebeurtenis. Voor het eerst met mn meisje in de kerk, de aanwinst van mn leven, en dan zon preek. Misschien wel 25 jaar later vroeg ik aan Van der Poel of hij zich die dienst nog kon herinneren. Hij was de preek ook nooit vergeten. Vergunst was voorgoed in zn hart gevallen.

Vrije genade
Als marineman ging Dankers, ouderling van de vrije oud-gereformeerde gemeente van Den Helder, de traditie waarin hij was opgegroeid nog sterker relativeren. Hij kerkte op Curaçao onder de vrijgemaakte predikant K. Deddens, bij de Papoeas van Nieuw-Guinea onder zendelingen van allerlei snit, met zijn beide broers bezocht hij de Westminster-conferentie om dr. Martyn Lloyd Jones te horen. Maar in dat alles verloochende hij zijn wortels niet.
„Het klimaat waarin je opgroeit, gaat in je genen zitten. Er zijn mensen die door hun persoonlijke ontwikkeling het ouderlijk milieu onder kritiek zijn gaan stellen, soms zelfs op een cynische manier. Door Gods genade heb ik dat nooit gehad. Bij alle ellende en narigheid die ik in eigen kring heb meegemaakt, heb ik altijd oog gehouden voor Gods werk onder al het menselijk gedoe. Wel heb ik mn catechisanten vaak voorgehouden: Denk erom, ook door iemand die oprecht de Heere vreest, kun je onheus bejegend worden. Bekeerde mensen hebben echt niet altijd gelijk.
Je hebt die verheerlijking van Gods volk gekregen. Gods volk leert het zus en Gods volk leert het zo. Het is een bijna mythisch begrip geworden. Voor mij is Gods volk iets heel anders. Je komt er van alles onder tegen. Sympathieke mensen, maar ook mensen die je niet graag als vriend zou hebben en mensen die dingen doen die niet door de beugel kunnen. En toch is het Gods volk, dankzij vrije genade. Uiteindelijk heb ik dat allemaal van Van der Poel geleerd. Niet dat hij het zo expliciet verwoordde, maar het lag in zijn prediking opgesloten. Tenminste, volgens mij. Mn vrouw zegt wel eens: Jij hoort dingen die hij helemaal niet zei. Dan zeg ik: Dat kan wel zijn, maar het zat er toch in.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 mei 2002

Terdege | 100 Pagina's

In de leer bij Van der Poel

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 mei 2002

Terdege | 100 Pagina's

PDF Bekijken