Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uitverkiezing preken? (3)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uitverkiezing preken? (3)

5 minuten leestijd

De Heere Jezus zette, toen Hij Zijn prediking begon, niet de uitverkiezing voorop. Hij begon met: „Bekeert u en gelooft het Evangelie." Wie wel en wie niet uitverkoren zijn, is ons niet bekend. Daar zijn wij ook niet verantwoordelijk voor. Waar wij wel verantwoordelijk voor zijn, is dat de Heere ons roept en bidt en dringt en dwingt.

De opdracht van de Heere aan Zijn dienstknechten is: „Dwingt ze om in te komen!" De belofte van het Evangelie moet aan alle volken en mensen, tot wie God naar Zijn welbehagen Zijn Evangelie zendt, worden verkondigd en voorgesteld met bevel van bekering en geloof. Je bent daarom buitengewoon bevoorrecht als je leeft onder de verkondiging van het Evangelie. Je wordt tot de hemel toe verhoogd. God roept jou ernstig en welmenend. Hij laat jou uit Zijn Woord horen wat Hem aangenaam is. Dat is dat jij tot Hem komt. En hij belooft jou met ernst, als jij tot Hem komt en gelooft in Christus, de rust voor je ziel en het eeuwige leven. Dat mag je moed geven. Dat moetje aansporen om tot Christus te komen met je nood, je dood, je schuld. Jij wordt geroepen, ernstig, welmenend, door de Heere Zelf. Laat dat goed tot je doordringen.

Schuld
Wie heeft nu de schuld öls jij, hoewel je geroepen wordt, niet komt en je niet bekeert? In elke bijbels verantwoorde prediking is dat glashelder. Als je een prediking hoort waarin stilzwijgend of openlijk de indruk wordt gewekt dat God de schuld heeft, is dat een godslasterlijke prediking. En als je God ook maar enigermate begint te kennen, dan besef je dat het onrecht bij de Almachtige nooit gevonden wordt. Als jij, hoewel jij zo indringend en welmenend geroepen en gebeden wordt om tot Christus te komen, niet komt, dan ligt de schuld daarvan niet in het Evangelie. Als het Evangelie maar bijbels en zuiver verkondigd wordt. Dan ligt de schuld ook niet in Christus, Die jou door het Evangelie wordt aangeboden. De Zaligmaker sprak: „Hoe menigmaal heb Ik uw kinderkens bijeen willen vergaderen..." Dan ligt de schuld ook niet in God, Die jou door het Evangelie roept en je verschillende gaven meedeelt. Nee, de schuld ligt voor honderd procent bij jezelf. Jij bent de vijand, jij bent de onwillige. Jij verzet je tegen zoveel goedheid van God. Jij slaat geen acht op zo grote zaligheid. En bij al je grote en gruwelijke zonden voeg je de allerergste, die van je ongeloof. „Hoe zult gij ontvlieden, indien ge op zo'n grote zaligheid geen acht geeft." Laat dat staan! Doe daar niets van af! Want zo ligt het! Je ongeloof is geen lot, maar het is je zonde, je grootste zonde. Je bent geen slachtoffer, maar je bent dader, ja de misdadiger. Je grootste misdaad is je ongeloof. De Heilige Geest zal de wereld overtuigen van zonde. „Van zonde, omdat zij in Mij niet geloven." Daarom zal in de rechte prediking het ongeloof niet beklaagd worden, niet vergoelijkt worden, niet geaccepteerd worden. Maar het zal bestraft worden met de grootste ernst en bewogenheid. En je zult met alle liefde en klem bevolen worden in Christus te geloven.

En God zal Zijn Woord zegenen. Als Hij spreekt, is het er. Als Hij gebiedt staat het er. Dat veronderstelt geen enkele gewilligheid of geschiktheid in jou. Integendeel. Maar het laat zien de alles overwinnende kracht en liefde van het Woord van God als instrument van de Heilige Geest. Want als je dan wel tot God komt en in Christus gelooft? Daar is niets, maar dan ook helemaal niets van jezelf bij. Integendeel. Je bent één stuk verzet tegen het Evangelie. Je bent één stuk afkeer tegen Christus. En als je dan toch stukbreekt onder de verkondiging van het Evangelie. Als je dan je verzet opgeeft en er komt een overgave. Als je dan innerlijk wordt ingewonnen en overwonnen. Als je dan met berouw je zonde belijdt en beweent. Als je dan eerlijk gaat zeggen dat God geen onrecht doet als Hij je voor eeuwig wegdoet. Als het dan toch schreeuwt in je binnenste: „O God, wees mij de zondaar genadig!" Als je ogen dan opengaan voor de waarde en de schoonheid van die gezegende Heere Jezus. Als je dan daadwerkelijk gelooft in Hem, ja, echt gelooft dat Hij ook voor jou gekomen is. Als je echt gelooft dat Hij ook jouw zonden aan het vloekhout gedragen heeft. Als dan de liefde en de vrede van God in diepe verwondering je hart vervult. Aan wie dank je dat? Aan jezelf? Nee, nooit! Dat dank je alleen aan Hem, Die jou heeft liefgehad met een eeuwige liefde. En als Hij je daarvan de zekerheid geeft in je hart, blijft er maar één verlangen over: „Mijn God, U zal ik eeuwig loven. Omdat Gij het hebt gedaan!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 12 februari 2003

Terdege | 88 Pagina's

Uitverkiezing preken? (3)

Bekijk de hele uitgave van woensdag 12 februari 2003

Terdege | 88 Pagina's

PDF Bekijken