Bekijk het origineel

Twintig jaar

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Twintig jaar

5 minuten leestijd

„Mijn ziel gedenkt er wel terdege aan..." Klaagliederen 3 vers 20a

Twintig jaar Terdege, een jubileum. Een feit om bij stil te staan en er met verwondering en dankbaarheid aan te gedenken. Past daarbij nu een klaaglied? De klagende profeet (Jeremia) gedenkt terdege aan zijn ellende en ballingschap, aan de alsem en gal (vers 19). Het is een klacht over de algemene ondergang van zijn volk. Een klacht die ook nu terdege ons past! De profeet is tolk van zijn ellendige volk, dat zucht onder de rechtvaardige oordelen van God over hun zonden en de algemene godsverlating.
En is het dan niet zoals eens de Réveildichter het heeft uitgedrukt: „Verlaten wordt wat God verlaat, wat God verstoot, verstoten. Wel hoort men dagelijks stem op stem weerklinken: Geen nood, wij redden t zonder Hem. Maar die het zeggen, zinken! Het volk heeft God tegen, omdat God hen tegen heeft.
Nu is daar de roede van Zijn verbolgenheid. En de profeet, die steeds het volk zo trouw had gewaarschuwd tegen de zonde en haar gevolgen, verheft zich niet boven hen, maar buigt zich mede onder de oordelen. Hij is zó overweldigd door de ellende en de rechtvaardigheid van Gods oordelen, dat hij bijkans alle hoop laat varen (vers 18). Hij gedenkt terdege aan zijn ellende.
En toch, nee, hopeloos is hij niet. Hij merkt immers óók terdege op de goedertierenheden des Heeren, dat zij nog niet vernield zijn. Wat is s Heeren
trouw groot; hoe hebben Zijn barmhartigheden geen einde (vers 22, 23). Dat geeft de profeet nieuwe hoop. Het geeft hem moed om de Heere aan te roepen met de bede: „Gedenk aan mijn ellende en aan mijn ballingschap, aan de alsem en gal. Mijn ziel gedenkt er wel terdege aan! Al zijn nood werpt hij gelovig op de Heere, Die immers de mensenkinderen niet van harte plaagt of bedroeft, maar zo gaarne Zich ontfermt naar de grootheid Zijner goedertierenheden (vers 32). Aan dit alles gedenkt zijn ziel terdege.
Twintig jaar geleden werd Terdege opgericht, juist ook omdat men terdege gedacht aan de droevige geestelijke gesteldheid van ons volk. En aan het gebrek aan goede voorlichting. Terdege had daarom een missie. Terdege werd gedreven door dezelfde roeping als het Reformatorisch Dagblad (maar dan op de wijze van een familieblad): de roeping om ons volk en onze gezinnen terdege te doen gedenken aan de ellende van deze tijd, de zonde, de toenemende godsverlating, het ongenoegen Gods over zulk een volk waaronder eertijds het Licht van het zuivere Woord Gods zo rijkelijk had geschenen, maar dat bij alle afwijking weigert zich te bekeren. In die realiteit wil Terdege niet alleen maar op een verantwoorde wijze interessante en aangename lectuur verspreiden in onze gezinnen, naar de aard van een familieblad. Het wil ook niet alleen maar onverantwoorde bladen uit onze gezinnen weren. Het is vooral gedreven door de roeping om terdege de tijdgeest te ontmaskeren en te trachten een dam op te werpen tegen de geest van onze geesteloze tijd; om ons op dezelfde verootmoedigende wijze als Jeremia terdege te doen gedenken aan de ellende waarin de zonde ons heeft gestort. En bovenal om in de ellende van deze tijd een betere weg te wijzen: de weg naar Boven, de weg van onze tekst, het gebed tot de troon der genade: „Gedenk aan mijn ellende. Mijn ziel gedenkt er wel terdege aan.
De Hebreeuwse grondtekst kent het woord terdege eigenlijk niet, maar plaatst direct na elkaar tweemaal het woord gedenken, om het door deze herhaling kracht bij te zetten. Terecht is het dus vertaald met terdege gedenken.
Helaas moeten wij na 20 jaar Terdege zeggen dat de noodzaak om aan die roeping gestalte te geven alleen maar is toegenomen. Waarom? Heeft Terdege gefaald? Ach, wij kunnen hier alleen maar ons tekort belijden! Tegelijk mogen wij als volk, ook als gereformeerde gezindte, wel terdege gedenken aan onze eigen geestelijke hardhorendheid. Waar onze ziel niet terdege gedenkt aan de ellende, zal ook het noodgeschrei tot de ontfermende God om aan onze ellende te gedenken ontbreken. Wat terdege nodig is, ook juist in onze tijd, is grondige ontdekking aan onszelf en uitdrijving tot Hem, Die goed is voor degenen die Hem verwachten en voor de ziele die Hem zoekt (vers 25). Want God heeft beide Zijn rechtvaardigheid en barmhartigheid bewezen in Christus.
Mogen wij als volk, als gezindte en persoonlijk dáár terechtkomen, dan zal de missie van Terdege daarin gezegend zijn. Daarom: De Heere zegene ons familieblad en de lezers en make het terdege vruchtbaar voor ons volk in deze vervallen tijd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 8 oktober 2003

Terdege | 124 Pagina's

Twintig jaar

Bekijk de hele uitgave van woensdag 8 oktober 2003

Terdege | 124 Pagina's

PDF Bekijken