Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Joden in Worms

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Joden in Worms

10 minuten leestijd

Eeuwenlang hebben joden in Worms een belangrijke rol gespeeld. Zó belangrijk, dat de stad vaak Klein Jeruzalem werd genoemd. Tegenwoordig komen mensen uit alle werelddelen naar Worms om er de vroegere jodenwijk, de synagoge, het joods museum en vooral ook de oudste joodse begraafplaats van Europa te bezoeken.

De Zwarte Adelaar, De Witte Geit, De Rode Appel... Het zijn namen van huizen in de vroegere jodenwijk van Worms. Elke woning had een naam, soms zelfgenoegzaam en hoog gegrepen: De Gelukkige Man, Het Gouden Zwaard, Het Paradijs. Soms ook simpel en zonder enige pretentie: Het Wiel, De Sleutel. De Knoflook. De huizen staan, dicht opeengedrongen, aan weerszijden van één lange straat. De joodse bewoners zijn er allang niet meer, maar de straatnaam is gebleven: Judengasse. Er waren voorheen slechts twee verbindingen met de rest van de stad. Ze werden overdag bewaakt en s nachts gesloten. De synagoge en de bijbehorende gebouwen bevonden zich in het centrum van de wijk.

Rokende puinhopen
Een wandeling door de Judengasse bracht ons bij de synagoge. Door de openstaande deuren zagen we hoe de sjammas, de koster, binnen rustig zijn krantje zat te lezen. Toen we zonder meer naar binnen wilden gaan, sprong hij evenwel onmiddellijk op en verzocht hij ons vriendelijk eerst een keppeltje op te zetten. Hij wees op een doos bij de deur, waar een hele voorraad zwarte kapjes in lag. We zochten er eentje uit en zetten die, een beetje onwennig, op het hoofd. De jongeman stelde zich voor en was meteen bereid ons het een en ander te vertellen over de joodse gemeenschap in de stad.
„Minstens duizend jaar, begon hij, „hebben joden een rol gespeeld in Worms. In 1933, aan de vooravond van de opkomst van de nazis, telde de stad nog meer dan duizend joden. Door allerlei antisemitische maatregelen liep dat aantal in de jaren daarna sterk terug. Berucht is de zogenaamde Kristallnacht in november 1938, toen aanhangers van het nationaal-socialisme joodse eigendommen in heel Duitsland plunderden en vernielden. In één nacht veranderden de synagoge en de bijgebouwen in rokende puinhopen. Veel joden ontvluchtten de stad. In 1939 was het aantal joodse burgers in Worms gedaald tot ruim driehonderd. In de jaren hierna werden de overgeblevenen weggevoerd naar concentratiekampen.
De joodse gemeenschap telt op het ogenblik nog geen honderd leden. Het zijn voornamelijk Russische joden, die sinds de jaren tachtig uit de voormalige Sovjet-Unie naar Duitsland zijn geëmigreerd. Ze wonen verspreid over de stad en in de wijde omtrek. Slechts een dertigtal bezoekt de wekelijkse samenkomsten in de synagoge. Dat is in het verleden wel anders geweest. Omstreeks 1600 was een op de zeven inwoners van Worms jood. Niet voor niets noemde men de stad vroeger wel Klein Jeruzalem.

Wormser Charter
In 1034 werd in Worms de eerste synagoge gebouwd en in 1076 was er al een joodse begraafplaats. De keizers van het Duitse rijk wierpen zich op als beschermers van de joden en verleenden aan hen belangrijke privileges. Zo kregen de joden van Worms, bij het zogenoemde Wormser Charter, omstreeks 1090 het recht om vrij rond te reizen in het hele rijk. Ook mochten ze handel drijven zonder de daarbij behorende belastingen te betalen. In Worms mochten ze zowel roerend als onroerend goed in eigendom hebben. Verder werd het verboden joodse kinderen met geweld tot het christendom te bekeren.
Voor joden onderling golden de joodse wetten. Ook konden ze hun eigen leider kiezen, een functionaris die later in de volksmond de joodse bisschop werd genoemd. Deze was voorzitter van een joodse raad, die grote bevoegdheden had bij het besturen van de wijk.
Deze en dergelijke voorrechten werden niet verleend uit menslievendheid. De autoriteiten beseften namelijk dat de joden met hun internationale handelsrelaties en met hun grote ervaring in de geldhandel van groot belang waren voor de welvaart van het rijk. Bovendien hadden de keizers en de vorsten voortdurend geld nodig voor hun hofhouding en voor hun oorlogvoeringen. In het kader van het gezegde vóór wat hóórt wat klopten ze dan aan bij de rijke joodse kooplieden. En zo konden de joodse gemeenschappen tot grote bloei komen. Niet alleen in Worms, maar ook in de naburige steden Speyer en Mainz.

Dieptepunten
De eerste kruistocht, in 1096, vormde een tragisch dieptepunt in de geschiedenis van de joodse gemeenschap. Het was niet het min of meer geordende kruisleger, maar gepeupel van allerlei allooi dat, op weg naar het Heilige Land, de Duitse Rijnstreek binnentrok. Door de vele ontberingen tijdens dagenlange voettochten waren de kruisvaarders hongerig en uitgeput. Vergiftigd door antisemitische predikers, die de joden bestempelden als de moordenaars van Christus, drongen ze de jodenwijken binnen. Ze vermoorden daar mannen, vrouwen en kinderen, roofden hun bezittingen en staken hun huizen in brand.
De meeste Europese woelingen gingen aan Worms niet voorbij. Berucht is de periode van de pestepidemie halverwege de veertiende eeuw. Een kwart van de Europese bevolking stierf eraan. Als schuldigen werden de joden aangewezen. Zij zouden bronnen en waterputten hebben vergiftigd om de christenen uit te roeien. Een ongekende jodenhaat brak uit. Sommige joden vluchtten de stad uit, de anderen werden door een hysterische meute beroofd en vermoord.
Toch herstelde het joodse leven in Worms zich na deze ramp. Wetenschap en cultuur kwamen in de groeiende gemeenschap opnieuw tot grote bloei.

Museum
Achter de synagoge staat het Rashi-Haus, waarin het joods museum is gevestigd. Op de benedenverdieping geeft het de bezoeker inzicht in de rijke historie van de joodse gemeenschap in Worms. Opvallend is de maquette van een gezin dat op seideravond, de eerste avond van het joodse paasfeest, de uittocht uit Egypte viert. Allerlei attributen, van de ongezuurde broden tot en met de lege stoel voor Elia, worden getoond en beschreven.
In de kelder wordt de expositie vervolgd met informatie over de joodse feestdagen, met onder meer een prachtige maquette van het loofhuttenfeest. Verder komt ook het dagelijkse godsdienstige leven in al zijn facetten aan de orde.

Heilig Zand
De joodse begraafplaats ligt aan de andere kant van de oude binnenstad. Deze ligging, zo ver mogelijk verwijderd van de Judengasse, hangt samen met het geloof van de joden dat de dood iets met onreinheid te maken heeft.
Dat zien we ook als we de begraafplaats bezoeken. Rechts voor de ingang staat het zogenaamde lijkenhuis, waar de lichamen werden gewassen voor ze begraven werden. Vlak daarbij staat een waskom opgesteld, waarin bezoekers bij hun vertrek de handen kunnen wassen. Ook dit gebruik houdt verband met het geloof dat iemand onrein kan worden als hij in contact komt met dode mensen. De begraafplaats, die door de joden zelf Heiligen Sand genoemd wordt, is de oudste van Europa. De oudste grafsteen dateert van 1076.
Als we door het houten hek de dodenakker betreden, zien we twee opvallende grafstenen vlak naast elkaar. Opvallend, omdat er tientallen steentjes met papiertjes op liggen. We hebben hier te maken met de graven van twee vooraanstaande joden in de middeleeuwen: rabbi Meir van Rothenburg en Alexander ben Wimpfen. Van rabbi Meir wordt verteld dat hij in 1286 door de keizer gevangen werd gezet om een heel merkwaardige reden. In die dagen wilden veel joden namelijk emigreren naar Palestina. De keizer was daar niet zo gelukkig mee, want hij verloor daarmee een belangrijke bon van inkomsten, de zogenaamde jodenbelasting. De keizer hoopte dat de hechtenis van een zo vooraanstaande rabbi de joden ervan zou weerhouden te emigreren.
In 1293 stierf rabbi Meir in de gevangenis. De joodse bevolking wilde hem op gepaste wijze begraven, maar zijn stoffelijk overschot werd niet vrijgegeven. De autoriteiten eisten daarvoor een hoge losprijs. Het duurde veertien jaar voordat de joden erin waren geslaagd het losgeld bijeen te brengen. Het kwam voor een belangrijk deel van een rijke koopman, die bereid was alles wat hij bezat te geven. Hij stelde daarbij echter één voorwaarde: hij zou naast rabbi Meir begraven moeten worden. En zo gebeurde het. Korte tijd later stierf de rijke koopman en sindsdien liggen beide mannen zij aan zij op Heiligen Sand.  Talloze bezoekers hebben een steen met een papiertje op de grafstenen gelegd. Op die briefjes staan persoonlijke wensen, verzoeken en beden, net als bij de Klaagmuur in Jeruzalem.
Ook op andere grafstenen worden door de bezoekers vaak steentjes gelegd. Als bewijs van verering en respect of als symbool van een stil gebed. Men zegt dat dit eeuwenoude ritueel terugwijst op de tocht van de Israëlieten door de woestijn. Toen werden de graven van de gestorvenen bedekt met stenen, om te voorkomen dat roofdieren de lijken zouden opgraven.
Als door een wonder is de joodse begraafplaats, die tot 1912 in gebruik was, in zijn oorspronkelijke staat bewaard gebleven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 28 juni 2006

Terdege | 84 Pagina's

Joden in Worms

Bekijk de hele uitgave van woensdag 28 juni 2006

Terdege | 84 Pagina's

PDF Bekijken