Bekijk het origineel

Eerherstel voor Maccovius

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Eerherstel voor Maccovius

Drs. Gert van den Brink: „Het probleem zit niet in de onderscheidingen, maar in de foutieve invulling ervan''

10 minuten leestijd

Zijn naam is niet onbesmet. In Maccovius theologie zou sprake zijn van doorgeschoten scholastiek, zijn leven was volgens historici niet vrij van lichtzinnigheid. Wetenschappelijk onderzoek bracht drs. Gert van den Brink tot andere gedachten. „De beschuldigingen komen voornamelijk uit remonstrantse bronnen.

Het was prof. Willem van Asselt die Gert van den Brink op het spoor van Johannes Maccovius zette. Sinds jaren ijvert Van Asselt voor een herwaardering van de gereformeerde scholastici in de 17e eeuw. De opvatting dat zij roet in het gezonde voedsel van de Reformatie gooiden, doet volgens de kerkhistoricus uit Ede geen recht aan de feiten. Om dat te staven, nam hij het initiatief
een destijds befaamd werk van de gereformeerde scholasticus Maccovius te vertalen.
Onder hedendaagse gereformeerden is diens naam niet vrij van vlekken. Maccovius staat te boek als een theoloog bij wie leer en leven nogal uiteenliepen. In een artikel voor het Reformatorisch Dagblad over de universiteit van Franeker omschreef prof. W. van t Spijker hem als een „doorgewinterde logicus die buiten de collegezaal „kon vechten, drinken en zwetsen. Van den Brink, kandidaat in de Hersteld Hervormde Kerk, betwijfelt of dergelijke typeringen met feiten zijn te staven. „De man heeft geen zondeloos leven geleid, maar dat geldt voor ons allemaal. Oudvaders vormen geen uitzondering op die regel. Tegenover de beschuldigingen van Lubbertus en Amesius ten opzichte van Maccovius staat het loffelijk getuigenis van anderen. Comrie noemt hem een godzalig man.
Maccovius was een flamboyante Poolse edelman, die door zijn wijze van college geven zeer populair was onder de studenten. Veel populairder dan Lubbertus. Als je de feiten laat spreken, krijg je de indruk dat sprake was van broodnijd. Comrie zegt dat ook concreet. De vermeende losbandigheid van Maccovius is niet goed gedocumenteerd. De beschuldigingen tegen zijn persoon komen voornamelijk uit remonstrantse bronnen. De remonstranten hadden er baat bij hem als een gespleten figuur neer te zetten.

Goed luisteren
Een nadere reformator was Maccovius volgens Van den Brink niet. „Net zomin als Gomarus, Walaeus, Lubbertus en Bogerman, om er maar een paar te noemen. De Nadere Reformatie was een program voor levens- en volksheiliging. Maccovius hield zich als hoogleraar uitsluitend bezig met doceren en publiceren. Wel was hij een volbloed representant van de gereformeerde orthodoxie, of gereformeerde scholastiek. Hij was beroemd om zijn grondige kritiek op de arminianen.
Net als Van Asselt bepleit Van den Brink eerherstel voor de scholastiek, die lange tijd werd verguisd. „Belangrijk is dat we eerst eens goed luisteren. Wat bedoelden de gereformeerde scholastici met bepaalde uitdrukkingen en onderscheidingen? Het gevaar is dat mensen het zicht op de eigenlijke betekenis kwijtraken en een nieuwe interpretatie gaan geven. Dat zie je in de loop van de eeuwen ook gebeuren.
Wat Maccovius betreft: zijn scholastieke onderscheidingen heeft hij niet zelf bedacht, om het ingewikkeld te maken. Ze zijn in de loop van de kerkgeschiedenis ontstaan, vaak al in de oude kerk. Hij had ook absoluut niet de intentie om uniek of origineel te zijn. Zijn Distinctiones et Regulae biedt een overzicht van de onderscheidingen die elke theoloog in zijn tijd al gebruikte. Ook mannen als Rutherford en Voetius, die grote nadruk legden op de bevinding en de praktijk der godzaligheid. Die stonden voor hen blijkbaar niet op gespannen voet met de scholastiek. Integendeel.

Karikatuurvorming
De weerzin tegen de scholastiek getuigt voor de theoloog uit Bunschoten van gebrek aan theologisch inzicht. „Je hebt onderscheidingen nodig, onder meer om je kritiek tegenover dwalingen te kunnen formuleren. Ze zijn ontstaan om de katholieke leer te verdedigen en te verhelderen. Het probleem zit niet in de onderscheidingen, maar in de foutieve invulling ervan. Neem het scholastieke onderscheid tussen de inwendige en uitwendige roeping. Dat onderscheid roept vandaag nogal eens het gevoel op: het gaat om de inwendige roeping, de uitwendige roeping doet er niet zo veel toe. Die gedachte kom je bij iemand als Maccovius nergens tegen.
De breed levende gedachte dat het theologisch denken van de Poolse hoogleraar werd beheerst door de predestinatie, berust volgens Van den Brink op een foute interpretatie van zijn opvattingen. En karikatuurvorming. „Zijn Distinctiones et Regulae telt 22 hoofdstukken. Het eerste en tegelijk langste hoofdstuk gaat over de Heilige Schrift. Het hoofdstuk dat er qua lengte op volgt, behandelt de persoon en het werk van Christus. Het hoofdstuk over de predestinatie telt slechts een bescheiden twaalf bladzijden.

Moederbelofte
De beeldvorming over Maccovius verkiezingsleer staat voor Van den Brink niet los van de oppositie van Lubbertus. „De remonstranten hebben diens beschuldigingen gretig overgenomen. Maccovius zou een determinist zijn en God tot auteur van de zonde maken. Verdiep je je in zijn werken, dan is daar geen enkele grond voor te vinden. Veelzeggend is dat geen van de vijftig beschuldigingen van Lubbertus tegen Maccovius uiteindelijk is erkend. In Maccovius visie op de samenhang tussen Gods besluiten en de menselijke verantwoordelijkheid vind je geen spoor van determinisme. De menselijke verantwoordelijkheid laat hij volledig staan. God heeft niet alleen de uitkomst besloten, maar evenzeer de middelen.
De 18e-eeuwse hypercalvinist John Gill, die zich veelvuldig op Maccovius beriep, spande hem ten onrechte voor zijn eigen kar, constateert Van den Brink. Hetzelfde geldt voor Comrie met betrekking tot zijn visie op de rechtvaardiging van eeuwigheid. In een artikel voor het blad Theologia Reformata toonde de hersteld hervormde kandidaat aan dat ook deze theoloog geen recht doet aan wat Maccovius werkelijk zegt. „Voor Maccovius had de rechtvaardiging niet plaats in de eeuwigheid, maar toen God de moederbelofte gaf.

Rechtvaardiging
Van den Brink ontkent dat ook daarmee de bijbelse leer van de rechtvaardiging door het geloof onder druk komt te staan. „Maccovius maakt de oude onderscheiding tussen dadelijke en lijdelijke rechtvaardiging. Met het eerste bedoelt hij de daad van Gods rechtvaardiging: God rechtvaardigt. Met het tweede het feit dat de zondaar wórdt gerechtvaardigd. Die twee horen voor hem bij elkaar. Vervolgens zegt hij dat de dadelijke rechtvaardiging plaatsvindt in de belofte of, breder getrokken, in de prediking. Wordt verkondigd dat er geen verdoemenis is voor degenen die in Christus Jezus zijn, dan klinkt daarin de vrijspraak. Maar om gerechtvaardigd te wórden, is het geloof nodig. Niemand deelt in de gepredikte belofte dan hij of zij die in geloof de belofte omhelst.
De opvatting van Comrie is principieel anders. Die stelt dat de uitverkorenen van eeuwigheid af dadelijk gerechtvaardigd zijn. Zij die nog niet geloven, zijn gerechtvaardigd zonder dat ze het zelf weten. Hij beweert zelfs dat niet al Gods kinderen het in dit leven te weten krijgen. De lijdelijke rechtvaardiging is voor hem een nadere weldaad. Dat is voor Maccovius ondenkbaar. Niet alleen het beroep van Gill maar ook dat van Comrie op Maccovius is onterecht.
In de loop van de 20e eeuw heeft het onderscheid tussen lijdelijke en dadelijke rechtvaardiging een nog weer andere interpretatie gekregen. De dadelijke rechtvaardiging wordt gezien als een onbewuste, innerlijke vernieuwing aan het begin van het geestelijke leven. De lijdelijke rechtvaardiging als een bijzondere, bijna visionaire ervaring. Dat vind je al helemaal niet bij gereformeerde scholastici als Maccovius. De hedendaagse afkeer van scholastiek staat niet los van zulke misvormingen van oude onderscheidingen. Vandaar onze oproep: keer terug naar de bronnen en laat de scholastici voor zichzelf spreken.

Eenvoudige antwoorden
Critici van de scholastiek verwijten de scholastici een overschatting van het verstand. Alsof een mens met de ratio de geheimenissen van het Evangelie zou kunnen doorgronden.
„Dat kun je Maccovius in ieder geval niet verwijten, vindt Van den Brink. „Hij zegt dat goddelijke zaken niet volgens het menselijke verstand, maar overeenkomstig Gods verstand moeten worden beoordeeld. Nadrukkelijk stelt hij dat wij God niet kunnen begrijpen. Maar voor de theologie moeten we ons verstand gebruiken. Als wij iets over God zeggen, moet het juist en helder zijn. De rede fungeert volgens Maccovius binnen de theologie niet als een bewijs, maar als een instrument. De Heilige Schrift is helder, niet dankzij ons verstand, maar dankzij Gods verlichtende genade.
Het pleidooi voor rehabilitatie van de scholastiek is voor Van den Brink niet een louter academische kwestie. Hij weet zich ook heel persoonlijk door het onderwerp gegrepen. „In mijn eigen leven ging de zoektocht naar rust en vrede gepaard met een zoektocht naar helderheid over de bijbelse leer. Ik denk dat dit bij velen zo is. Scholastiek maakt de leer niet moeilijk, maar eenvoudig en helder. Als je door de moeilijke vragen heen bent gekropen, kom je bij de eenvoudige antwoorden uit. Dan leidt de scholastiek er ook niet toe dat je de ene bijbelse waarheid met de andere weg gaat poetsen. Je laat ze beide voluit staan. Maar wel met een duidelijk besef van het bijbelse kader waarin ze een plaats hebben.''


Een omstreden scholasticus
Johannes Maccovius (Jan Makowsky) kwam in 1588 ter wereld in Lobzenica, een plaats in de omgeving van de Poolse stad Poznan. Zijn ouders behoorden tot de Poolse aristocratie. Vanaf 1604 studeerde hij aan het gymnasium van Danzig, het huidige Gdansk. Rector Bartholomaeus Keckerman, die zelf in Heidelberg had gestudeerd, zette daar een stempel op zijn filosofisch en theologisch denken.
Door studie aan verschillende universiteiten in Europa bekwaamde Maccovius zich verder in theologie en filosofie. In 1614 promoveerde hij aan de in 1585 opgerichte universiteit van Franeker tot doctor in de theologie. Promotor was de dertig jaar oudere Friese hoogleraar Sibrandus Lubbertus. Het jaar daarop werd Maccovius benoemd als collega van Lubbertus. De studenten, onder wie veel buitenlandse, waren enthousiast over zijn colleges.
Zowel vanwege Maccovius theologische inzichten als vanwege zijn levenswijze veranderde zijn promotor in zijn opponent. In 1618 stelde de classis Franeker Lubbertus, die tal van beschuldigingen tegen zijn collega had ingebracht, in het gelijk. Voor Maccovius was dat reden om zich op de synode van Friesland te beroepen. De zeven Friese predikanten die advies moesten uitbrengen, kwamen niet tot overeenstemming. Vandaar dat de zaak-Maccovius op de agenda van de Dordtse Synode belandde. Die sprak hem vrij van elke vorm van ketterij. Wel werd hij vermaand zich meer aan de klare taal van de Schrift te houden. Een van zijn medestanders op de Dordtse Synode was de puritein William Amesius, die niet lang daarna werd benoemd tot hoogleraar aan de universiteit van Franeker. Daar kwam hij, net als eerder Lubbertus, al snel in conflict met zijn Poolse collega.
Maccovius trad drie keer in het huwelijk. Zijn eerste vrouw was Antje van Uylenburg, een zus van Rembrandts vrouw HYPERLINK "http://nl.wikipedia.org/wiki/Saskia_van_Uylenburgh" \o "Saskia van Uylenburgh" Saskia van Uylenburgh. Fysiek was hij niet sterk. Naast tal van andere kwalen had hij de laatste jaren een ernstige leverafwijking. Hij stierf op 24 juni 1644. De grafrede werd uitgesproken door Johannes Coccejus, die kort ervoor bij hem was gepromoveerd.
Maccovius liet slechts één kind na (een naamgenoot), maar verschillende geschriften. Zijn Distinctiones et Regulae werd recent in het Engels vertaald en door het Instituut voor Reformatieonderzoek uitgegeven onder de titel Scholastic Discourse. In de 17e eeuw gold dit werk als hét theologisch handboek voor leerstellige onderscheidingen. Aan tal van universiteiten in Europa werd het gebruikt. Prof. dr. W.J. van Asselt, hoogleraar aan de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven, tekende voor de ruwe vertaling. Die schaafde hij in de achterliggende jaren bij met drs. G.A. van den Brink. Michael D. Bell, hoogleraar van Westminster Theological Seminary in Philadelphia, vergeleek de Latijnse tekstedities en verzorgde de verwijzingen naar andere werken van Maccovius. De classicus dr. Rein Ferwerda spoorde de verwijzingen naar kerkvaders en klassieke auteurs in het boek van Maccovius op, en verwerkte die in voetnoten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 10 juni 2009

Terdege | 92 Pagina's

Eerherstel voor Maccovius

Bekijk de hele uitgave van woensdag 10 juni 2009

Terdege | 92 Pagina's

PDF Bekijken