Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Nederlandse Bunyan

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Nederlandse Bunyan

Prof. dr. W.J. op 't Hof: „Theodorus Gerardus à Brakel werd gegrepen door de godzalige levenswandel en het vastenpatroon van zijn grootmoeder''

10 minuten leestijd

Er zullen niet veel lezers van dit blad zijn voor wie de naam À Brakel onbekend is. Wilhelmus à Brakel leeft in bevindelijke kring nog voort. Zijn hoofdwerk, Redelijke Godsdienst, werd een bestseller en bezorgde hem de naam vader Brakel. Dat de vader van deze vader Brakel eveneens een geliefde theoloog was, is wat minder bekend.

Het Nederlands Dagblad is een serie Protestantse klassieken gestart. Daarin wordt een heruitgave opgenomen van De trappen des geestelijken levens, waarvan in 1670 een eerste druk verscheen. Prof. dr. W.J. op t Hof, vanwege de Hersteld Hervormde Kerk buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit, kreeg het verzoek van de redactie om deze uitgave van een inleiding te voorzien

Theodorus Gerardus à Brakel was vader van vijf dochters en een zoon. Van alle kinderen wordt vermeld dat zij godvrezend waren. In bevindelijke kring zou men, als nu zou gebeuren dat een heel gezin tot bekering kwam, daarbij wellicht een vraagteken zetten.
„Dat was vroeger toch redelijk normaal. Denk aan Willem Teellinck. Al zijn kinderen werden bekeerd. Daarin zie je, menselijkerwijs gesproken, de waarde van gezinsgodsdienst. Die stempelde zon gezin. Het was vroeger toch meer regel dan uitzondering, ook dat de zoons de voetstappen van hun vader drukten en predikant werden. Denk aan de predikantengeslachten Van Laren, Immens en vele anderen. Laten we nuchter zijn: het heeft ook met de tijd te maken. De verleidingen zijn nu vele malen intensiever dan in die tijd. Wat komt er de gezinnen binnen via lectuur, internet, telefoon, ipod en noem maar op? Het waren toen totaal andere tijdsomstandigheden. Daarmee wil ik natuurlijk niet de waarden van toen devalueren, maar er waren in die tijd weinig prikkels van buitenaf.

Of werkte Gods Geest in die eeuwen krachtiger?
„Ja, dat denk ik wel. Maar À Brakel deed bij zijn godvrezende grootmoeder, de moeder van zijn moeder, zijn eerste indrukken op. Toen hij kind was, sprak zij veel met hem over de dienst des Heeren. Zijn er nu nog moeders en vaders in Israël die dat in die mate uitstralen? Hij werd gegrepen door haar vastenpatroon, door haar godzalige levenswandel. Hij had een grote schroom om belijdenis te doen. In die tijd stond dat gelijk aan toegang vragen tot het Heilig Avondmaal. Zo was dat historisch gezien, dat was een automatisme. Bij Theodorus à Brakel ging dat niet zo. Men had hoge opvattingen over het avondmaal, men durfde niet uit zichzelf.
De vader van À Brakel was rooms-katholiek, zijn moeder gereformeerd. Het was dus een oecumenisch huwelijk. Na het sterven van zijn vrouw is hij gereformeerd geworden. Wat heeft dat voor Theodorus betekend? In hoeverre speelde zijn rooms-katholieke achtergrond een rol in zijn mystieke denken? Ik ken geen vertegenwoordiger van de Nadere Reformatie bij wie het mystieke zo aanwezig is als bij hem, gekoppeld aan ascese, zoals het houden van vastendagen. Wat waren het voor boeken die zijn grootmoeder las en wie waren de auteurs daarvan?
Devotieboekjes van gereformeerde signatuur waren er nauwelijks. Teellinck schreef dat in zijn tijd allerlei laat-middeleeuwse devotieboekjes circuleerden die niet geheel vrij waren van rooms-mystieke gedachten. Het zou mij niet verwonderen dat Theodorus dit soort boeken tot zich heeft genomen. Je kunt met hem zo ontzettend mooi aantonen dat de gezinsgodsdienst eigenlijk zijn oorsprong heeft in het dagelijks met vespers en metten ritueel gevulde kloosterleven. Je kunt stellen dat het gezin eigenlijk de functie van het klooster heeft overgenomen. Dat kloosterleven is gedomesticeerd, verhuiselijkt. Het is ongelooflijk te zien welk dagschema à Brakel eropna hield: minstens zes, soms wel tien uur doorbrengen in gebeden en meditaties. Hij heeft nachten gehad dat hij heel weinig sliep. Deze man moet wel een ijzersterk gestel hebben gehad.

Grenst dat niet aan wetticisme?
„Nergens zegt hij dat mensen moeten nadoen wat hij deed. Dat is een sterk argument tegen de meer gehoorde bewering dat hij zo wettisch zou zijn geweest. Als dat zo zou zijn, dan had hij dat wel voorgeschreven. Dat deed hij niet

Zon ascetisch leven van zes tot tien uur gebed en meditatie kan ten koste van pastoraat en studie gaan.
„Het probleem is dat je daarover niets kunt vinden in de biografische gegevens. Integendeel, er zijn aanwijzingen dat juist toen zijn gemeente in Makkum is gaan groeien en bloeien, terwijl er voor zijn komst sprake was van een armzalig gemeenteleven. Hij was zeker niet iemand die uitsluitend in zijn bidvertrek zat en nooit zijn hoofd buiten de deur stak. Hij moet pastorale contacten hebben gehad, dat kan niet anders. Hij was ook niet wereldvreemd; hij liet 2000 gulden na in obligaties die te maken hadden met kerkelijke goederen en een stenen sluis in Makkum.

Het boek over de trappen van het geestelijke leven is op zijn verzoek pas na zijn dood verschenen. Uit vrees voor kritiek of uit bescheidenheid?
„Zeker niet uit vrees voor kritiek. Hij zal er eerder niet aan toegekomen zijn. En wellicht had hij er ook niet zoveel behoefte aan. Theodorus was soms behoorlijk verstrooid. Er is een herdenkingsboek over de kerk in Makkum verschenen waaruit dat blijkt. Hij noteerde zelf dat hij vergat de namen van nieuwe lidmaten in te schrijven en zelfs dat hij het namenbriefje kwijt was! Zoiets werpt een leuk licht op iemands persoonlijkheid.

Zijn de door hem beschreven trappen vergelijkbaar met de standen in het genadeleven?
„Het zijn niet alleen trappen, treden of stadia. Ik ben het met collega De Reuver eens, die stelt dat de trappen uiteindelijk niet zozeer chronologisch zijn, maar een verdieping betekenen, een kwestie van intensivering. Ik denk dat deze door À Brakel beschreven trappen te maken hebben met middeleeuwse achtergronden. Hij was bepaald geen systematicus. Behandelt hij echt stadia in het leven der genade? Nee. Het gaat er in feite om dat alles al in het kindschap zit, in zuigelingen. Met verdieping van gevoelens en beleving bij jongelingschap en vaderschap, zoals ook Paulus leert. De begrippen trappen en standen zijn hier zeker synoniem. Ik zou ook niet weten wat erop tegen is om de standen in het genadeleven te preken. Dat mag je er gerust bij zetten. Wie dat ontkent, ontkent het hele bevindelijke leven!

Was À Brakel de eerste die over de standen heeft geschreven?
„Dat zou ik zo direct niet weten. Willem Teellinck kent wel allerlei belevingsschemas als een proces en daar zit dat aspect natuurlijk wel in. Ook kom je datzelfde bij de Engelse puritein William Perkins tegen, door wie Teellinck beïnvloed werd. Bij hen zie ik sterk terug hoe de Heere een mens bekeert, vooral in de koppeling wet en evangelie.

Van der Aa beweert dat À Brakel aan de universiteit van Franeker heeft gestudeerd, terwijl een andere bron, T.A. Romein, meedeelt dat hij geen academische studie heeft gevolgd.
„Hij heeft geen academische opleiding gevolgd, daar ben ik stellig van overtuigd. Wel doorliep hij de Latijnse School in Enkhuizen. Je zou hem nu met een HBO-student kunnen vergelijken. Hoewel praktisch alle oudvaders universitair gevormd waren, was de academie geen verplichting. Denk aan artikel 8 van de Dordtse Kerkenorde, aan de zogenaamde Duitse klerken.

À Brakel droeg zijn boek op aan enkele vooraanstaande personen. Ook aan prinses Albertina van Oranje-Nassau. Was dat niet wat hoog gegrepen?
„Nee. Albertina was juist een heel vrome prinses. Jammer is dat ze later gekozen heeft voor het bevindelijke deel van de coccejanen. Maar in À Brakels tijd was ze voluit voetiaans. De Nassaus resideerden in Leeuwarden, er waren contacten. Zon opdracht kon men eigenlijk alleen maar doen als er sprake was van persoonlijk contact. Anders was het maar al te zeer de vraag of men zon opdracht apprecieerde. De Friese tak van de Nassaus heeft godvrezende mensen voortgebracht. Denk aan graaf Jan van Nassau, die al heel vroeg overtuigd gereformeerd was. Dat geslacht leefde veel minder werelds dan bijvoorbeeld Maurits en Frederik Hendrik. Stadhouder Willem Frederik was ook zon piëtist. Uit egodocumenten zoals dagboeken weten wij dat hij daarin onder invloed van ds. Adrianus Hasius heel eerlijk zijn zonden van wellust en hoererij beschreef en beleed. Op nieuwjaarsdag maakte hij een verbond met God om tegen zijn zonden te strijden.

Ziet u overeenkomsten tussen de werken van Theodorus en die van zijn zoon Wilhelmus?
„Er is een doorgaande lijn wat de gereformeerde theologie betreft. Ook in de godsvrucht van beiden. Maar bij Wilhelmus kan men niet van mystieke adem spreken. Wilhelmus was veel meer Nadere Reformatie dan zijn vader. Theodorus zou ik ook geen man van de Nadere Reformatie willen noemen; voor mij is hij gewoon een gereformeerde piëtist. In mijn inleiding op het uit te geven boek noem ik hem de Nederlandse John Bunyan. Zij hadden veel gemeen: geen wetenschappelijke opleiding, hun geschriften sloegen aan bij het gewone volk. Literair gezien stond Bunyan veel hoger - hij sprak ook een ontwikkeld publiek aan - terwijl Theodorus meer schreef voor mensen die naar stichting hunkeren.

U citeert Theodorus à Brakel in uw preken?
„Ik citeer nooit op de preekstoel, ik schrijf mijn preken ook niet uit. Soms beveel ik een oudvader of oudvaders in het algemeen in een preek aan. Ik lees ook nooit preken over de tekst die ik behandel. Wel gebruik ik commentaren bij de voorbereiding. Als je academisch gevormd bent, moet je het met de grondtekst kunnen doen. Of ik dat met schaamrood op mijn kaken moet zeggen, moet de lezer maar uitmaken...


Een gave Gods
Theodorus Gerardus à Brakel - zijn eigenlijke naam was Dirk Gerrits - werd in 1608 in Enkhuizen geboren. Rond zijn 28e jaar deed hij geloofsbelijdenis. In 1638 werd hij predikant van twee naburige gemeenten, Beers en Jellum. In 1652 vertrok hij naar Den Burg op Texel. Een jaar later werd hij predikant in Makkum.
Hij was getrouwd met Margaretha Homma, „een parel in godsvrucht en een sieraad onder de vrouwen in haar tijd. Het gezin telde vijf dochters en een zoon, Wilhelmus. Theodorus overleefde al zijn dochters. Een dubbele slag trof hem toen zijn op een na oudste dochter bezweek aan de tering. Terwijl de familie gereed stond om haar lichaam uit te dragen, kwam er een bode binnen met de droeve tijding dat een andere dochter bij Stavoren door het omslaan van een schip met nog tien anderen in zee verdronken was. Na zeven dagen werd haar lichaam gevonden. Theodorus was bedroefd, tot stervens toe. Enige tijd heeft hij geen woord kunnen uitbrengen. Het eerste wat over zijn lippen kwam was: „Ik had niet gedacht, dat God mij zo hard en met zulke bezoekingen zou hebben bezocht.
Een halfjaar voor zijn heengaan kreeg hij een ernstige inwendige longbloeding. Daardoor werd zijn lichaam afgebroken. Op 13 januari 1669 preekte hij voor het laatst, s morgens over Openbaring 7:13-17 en s middags over Zondag 3. Toen hij thuiskwam na de dienst, zei hij tegen zijn vrouw: „Nu heb ik gedaan. Op 5 februari zei hij vanaf zijn sterfbed tegen Wilhelmus: „Tien dagen, zoon! Tien dagen. Inderdaad overleed hij op de tiende dag.
Een enkele dag voor zijn sterven nam hij afscheid van de hele kerkenraad. Hij hield hen enkele kentekenen voor van een goede en een slechte herder en vroeg hen daarop te letten bij het verkiezen van zijn opvolger.
Op zondag 14 februari 1669 kwam zijn levenseinde, vlak voor Wilhelmus het Heilig Avondmaal in de gemeente van zijn vader zou bedienen. Zijn zoon stond nog in dubio: of de gemeente laten wachten, wat nog wel enige tijd kon duren, of zijn vader niet zien sterven. Toen hij afscheid nam om toch te gaan preken, hoorde hij zijn vader zeggen: „De Heere zij met u en met ons allen. Op dat moment trad de dood in.
„Hij was met recht een Theodorus, een gave Gods, een kostbaar en dierbaar geschenk des Heeren aan Zijn kerk in die tijd, aldus het boek Hollandse geloofshelden over de schrijver van De trappen des geestelijken levens.


Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 19 augustus 2009

Terdege | 76 Pagina's

De Nederlandse Bunyan

Bekijk de hele uitgave van woensdag 19 augustus 2009

Terdege | 76 Pagina's

PDF Bekijken