Bekijk het origineel

Eindeloos struinen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Eindeloos struinen

De Dwingelose en Kraloër heide vormen het grootste vochtige heidegebied van West-Europa

4 minuten leestijd

Heidevelden. s Zomers vol paarse dopheide, vennen en veentjes. In mei witgekleurd door het bloeiende veenpluis. Gevarieerde bossen, akkers en graslanden, omgeven door es- en brinkdorpen. Welkom in Nationaal Park het Dwingelderveld!

Het 3700 hectare grote Dwingelderveld, sinds 1991 Nationaal Park, ligt in Zuidwest-Drenthe, tussen de oude dorpen Ansen, Dwingeloo, Lhee, Lheebroek, Spier, Kraloo, Pesse en Ruinen. Vroeger was dit gebied een enorme vlakte met zand, hei en moerassig veen. De boeren woonden vaak in zogenoemde esdorpen. Op de akkers (essen) verbouwden ze voornamelijk graan. Esdorpen zijn gebouwd op een zandrug (hooggelegen, dus droog), in de buurt van een beekdal (voor het nodige water). Dwingeloo, Ruinen en Lhee hebben een fraaie dorpsbrink, een grasplein met bomen. Vroeger werd hier het vee verzameld. Behalve als weidegrond gebruikten de boeren de heide om te plaggen. Van de heidestruiken maakten ze borstels. Ook bijen waren een belangrijke bron van inkomsten (bijenwas en honing). De heide stond dan ook vol met bijenkorven, die aan het einde van een goed seizoen wel 40 kilo per stuk konden wegen. Ruinen gold als de ‘bijenhoofdstad’ van de regio. Schapenwol en -vlees waren slechts bijproducten. Het ging de boeren om de mest van de dieren. Tijdens de zogeheten potstalcultuur plagden de boeren de heide om, waarna ze het vermengden met schapenmest. Dat mengsel gebruikten ze vervolgens als meststof op de akkers. De heide bleef hierdoor vitaal, omdat jonge heideplanten steeds weer de kans kregen om te groeien.

Zee van dopheide
Tegenwoordig zorgen de beheerders van het park (Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en particulieren) ervoor dat dit bijzondere natuurgebied vitaal blijft. Plaggen gebeurt tegenwoordig machinaal. Na de komst van kunstmest werd door de boeren niet meer geplagd, wat verruiging van de heide tot gevolg had. Jonge bomen en taaie grassen zoals pijpenstrootje kregen de overhand. Om dit te voorkomen, worden sinds 1978 weer jaarlijks stukken heide geplagd. Ook worden Drentse heideschapen en runderen ingezet om vergrassing tegen te gaan. Het werkt, want dop- en struikheide zijn massaal teruggekomen, evenals klokjesgentiaan en zonnedauw. Dopheide en Klokjesgentiaan groeien in de natte slenken (lage delen). Van juni tot september is het gebied één grote paarsroze zee van bloeiende dopheide. Waar het grondwater naar boven borrelt, vinden we ook de gele beenbreek (een kleine leliesoort) en het in mei met prachtige witte pluizen bloeiende veenpluis. Vele soorten vlinders, libellen, waterjuffers, kevers, reptielen en amfibieën profiteren van deze rijke vegetatie. Ook struikheide is vertegenwoordigd. Het groeit op de drogere zandruggen. Tientallen vogelsoorten broeden in de heidevegetatie, waaronder de roodborsttapuit, de wulp en de boomleeuwerik. De Dwingelose en Kraloër heide vormen het grootste en best ontwikkelde vochtige heidegebied van West-Europa.

Vennen en veentjes
Niet alle heidegebieden hebben de potstalcultuur doorstaan. Waar te intensief is begraasd en geplagd, zijn stuifzanden ontstaan. In het Dwingelderveld is bijvoorbeeld het Lheebroekerzand zo’n gebied. Ook de Anserdennen vormden eens zo’n stuifzandgebied, voordat er (rond 1900) grove dennen werden geplant. De beheerders willen de productiebossen geleidelijk omvormen naar natuurlijker bos. Dode bomen mogen daarom gewoon blijven staan of liggen. Het dode hout herbergt vele larven, die door vogels gegeten worden, en biedt nestgelegenheid aan holenbroeders als de kleine en grote bonte specht. Naast heide en bos is ook water goed vertegenwoordigd in het nationale park. Meer dan zestig vennen en veentjes zijn er te vinden. Vennen zijn laaggelegen delen die voornamelijk worden gevoed met regenwater. Ze zijn voedselarm, waardoor hoogveen zich heeft kunnen ontwikkelen. Veen herbergt bijzondere planten, zoals veenmossen, beenbreek, veenbes en lavendelheide. Over de vennen zien we libellen en waterjuffers scheren. Amfibieën houden zich schuil tussen het riet. Een schaatsenrijder maakt zijn rondje over het water. En de Dodaars, de kleinste fuut, heeft in het Dwingelderveld zijn broedplek.

Schaapskooi
U kunt het park verkennen via fietspaden, wandelpaden, natuurpaden en ruiterpaden. Dan komt u misschien langs het Moordenaarsveen (in de Tachtigjarige Oorlog zou hier een Spaanse soldaat zijn vermoord), over de Postweg, de Esweg, de Drift (oude schapenroute) of over een ‘dijk’ (benaming voor een weg door drassig terrein). Bij Lheebroek staat nog een oud tolhuisje, want op doorgaande wegen werd vroeger tol geheven. Ook oude grafheuvels herinneren u aan de rijke cultuurhistorie, evenals havezaten en kleine kasteeltjes, zoals Oldengaerde en Westrup in Dwingeloo. Ongetwijfeld komt u onderweg runderen en Drentse heideschapen tegen. Het Dwingelderveld telt twee schaapskuddes die door een herder worden gehoed. Bij de schaapskooi in Ruinen kan men u alles vertellen over het Drentse heideschaap. Zorg dat u er rond 10.00 uur of tegen het einde van de dag bent. Dan kunt u de schapen zien vertrekken of terugkeren in de schaapskooi.

 



Bezoekerscentrum

Vanuit het bezoekerscentrum in Ruinen worden activiteiten georganiseerd in en rond het Dwingelderveld.

Er zijn ook een vlinder- en kruidentuin, een bijenstal en een bijenhotel.

Adres: Benderse 22, Ruinen,
Telefoon: 0522-472951.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 26 mei 2010

Terdege | 91 Pagina's

Eindeloos struinen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 26 mei 2010

Terdege | 91 Pagina's

PDF Bekijken