Bekijk het origineel

Delen met anderen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Delen met anderen

Martien en Mies Bac: "Er ligt voor christenen een belangrijke taak in de pastorale zorg voor aidsslachtoffers"

9 minuten leestijd

Ze willen werken „zo lang het dag is”. Martien Bac (57) en zijn echtgenote Mies (55) hebben hun huisartsenpraktijk verkocht en keren na twintig jaar Nederland terug naar Zuid- Afrika. Om armen te helpen en kennis over te brengen. „Wat we in 35 jaar hebben gekregen, willen we delen.”

De woning is leeg, de laatste koffers zijn gepakt. Een container, gevuld met een aantal persoonlijke bezittingen én met tweedehands naaimachines, computers, kleding en speelgoed, staat al in Pretoria. Het echtpaar Bac was onder de indruk van de vrijgevigheid van hun vroegere patiënten, nadat ze kenbaar hadden gemaakt graag wat spullen te willen meenemen. „Mensen kwamen hier zelfs met kleding van overleden familieleden. Ik heb het regelmatig gehoord: ‘Als het met de dokter meegaat, is het goed, zou m’n man gezegd hebben’.” Een onderkomen is geregeld, werk heeft Martien Bac nog niet. „Ik heb wel gesolliciteerd, naar een baan als opleider van huisartsen aan de Universiteit van Pretoria. Als dat niet doorgaat, is er genoeg ander werk. Het heeft ons al die jaren nooit aan iets ontbroken.” Drie dagen na het gesprek stappen ze op het vliegtuig. Het helpen van de arme medemens loopt als een rode draad door hun leven. Meer dan dertig jaar geleden werkten Martien en Mies ook al in het meest zuidelijke land van Afrika, waarmee ze zich sinds die tijd verbonden weten. Bac wist al jong dat hij naar de tropen zou vertrekken. „Ik was geboeid door verhalen die ik als jochie hoorde tijdens zendingsavonden.” Zijn eveneens uit Moerkapelle afkomstige vriendin kon zich er niet aan onttrekken. „We hadden al jong verkering. Ik heb tegen Mies gezegd dat ze een opleiding moest doen waarmee ze ook in Afrika aan de slag zou kunnen.” Hij kreeg zijn zin, want Mies ging de verpleging in. Tijdens zijn studie medicijnen liep Martien enige tijd mee op de afdeling chirurgie van het toenmalige Refajaziekenhuis, ter voorbereiding op een gang naar de tropen.

Onervaren
Martien groeide op in Moerkapelle, in een bij de plaatselijke Gereformeerde Gemeente aangesloten gezin. Hij wist aanvankelijk niet naar welk land hij zou gaan. „Er waren geen zendingsorganisaties die op dat moment artsen vroegen.” Via ds. H. Rijksen kwam hij in contact met ds. L. Huisman, docent aan de bijbelschool in Mareetsane, die hem wees op een ziekenhuis in het Zuid-Afrikaanse thuisland Bophuthatswana. „Dat was ooit door de NG kerk opgezet, maar het werd later door de Staat overgenomen. Het was een groot hospitaal in Gelukspan, met wel duizend bedden. Een derde van de bedden was bestemd voor tbcpatiënten uit de wijde omgeving, nog eens een derde voor gehandicapte kinderen, die uit het hele land naar Gelukspan kwamen. Er was voor hen op andere plaatsen in de samenleving weinig ruimte. Ook was er een school voor kinderen met voornamelijk polio en aangeboren afwijkingen.” Bac ging er met Mies en hun haljaar oude baby naartoe en bleef er tien jaar. „Er waren drie operatiekamers en allerhande faciliteiten, maar er was geen enkele arts. Na een jaar werd ik er benoemd als directeur. We waren nog heel jong en onervaren. Later hoorden we eens zeggen dat ze de kinderen van de dokter op het terrein hadden zien lopen. Dat bleken we zelf te zijn.” De komst van Bac markeerde het begin van een stroom helpers uit Nederland. „Via persoonlijke contacten en vrienden in Nederland zijn er later tal van christelijke ontwikkelingswerkers overgekomen.” Bac begeleidde tal van medische studenten en deed onder meer onderzoek naar ondervoeding, de sterfte onder kinderen en de drinkwaterkwaliteit. In die tijd werd in Alma Ata een verklaring opgesteld over het wereldwijde recht op gezondheidzorg. Bac zette zich met die verklaring in de hand in voor de basisgezondheidszorg in Gelukspan. „Met steun van verschillende organisaties, waaronder Woord en Daad, zijn toen verschillende klinieken in dorpen in de omgeving gebouwd. Het mooie is dat die klinieken nog steeds functioneren.” Aan de Medunsa Universiteit in Pretoria promoveerde hij op een proefschrift over de efecten van ‘primary health care’ op de gezondheidstoestand van de Afrikaanse bevolking in het Gelukspandistrict.

Apartheid
Mies was die jaren als vrijwilliger actief. Ze zette eerst de apotheek op poten en was vervolgens werkzaam onder tbc-patiënten. „Om het gebruik van gezonde voeding te bevorderen, leerde ik hen groenten te verbouwen, geiten te melken en kippen te houden. Verder gaf ik les in naaien en het maken van kaarsen en stenen. Een praktische invulling van gezondheidsbevordering, gericht op voedsel, water en hygiëne.” Ze had veel mogelijkheden om te evangeliseren. „Ook al gingen het ziekenhuis en de bijbehorende klinieken over naar de Staat, er werd ons nooit een strobreed in de weg gelegd.” In die tijd was president Botha aan de macht en werd het apartheidsbeginsel nog volop in praktijk gebracht. „Toen wij voor de eerste maal in Nederland vertelden dat we naar Zuid-Afrika gingen, verklaarden sommigen ons voor gek. Straks barst daar de bom, werd ons voorgehouden. Anderen vonden het moreel niet verantwoord in zo’n land werkzaam te zijn. We zouden door onze aanwezigheid het apartheidsregime steunen. Wij hebben dat altijd anders gezien. We gingen om te helpen en waren vooral bezig met moeders en kinderen die de dupe waren van armoede en misstanden. Ieder kind was er één.” In die tijd had de aidsepidemie het land nog niet bereikt, maar was wel de kindersterfte enorm. „Wij waren dat niet gewend. In de begintijd stierven er wel drie of vier kinderen per week onder je handen. Vreselijk.”

Soepkeuken
Na Gelukspan volgden drie jaar aan de Medunsa-universiteit in Pretoria. „Dat was de universiteit voor de zwarten, die daar werden opgeleid voor functies in de gezondheidszorg”, aldus dr. Bac, die er werkte als docent menselijke voeding. Hij spande zich in om zwarte artsen te bewegen na hun studie naar hun geboortestreek terug te keren of zich elders op het platteland te vestigen. „Nog steeds is dat een probleem. Tot op de dag van vandaag trekken veel afgestudeerde artsen naar de steden of gaan ze naar het buitenland.” Mies was er druk voor HospiVision en bezocht patiënten in ziekenhuizen. Tot haar verwondering kan ze dit werk, na een onderbreking van twee decennia, nu voortzetten. Toen ze vorig jaar Zuid-Afrika bezochten, kwam ze in contact met een vertegenwoordiger van Operatie Mobilisatie (OM), die bezig was met een project voor met aids besmette mensen. „Er is een soepkeuken opgezet. Iedere dag wordt aan deze mensen, die van heinde en verre naar het ziekenhuis en de poliklinieken komen, een maaltijd verstrekt en wordt praktisch pastorale hulp gegeven, meestal in de vorm van kleding, een gesprek en gebed. Ik kan er direct aan de slag.”

Huisartsenbestaan
In 1991 keerde het gezin Bac terug naar Nederland. Martien, peinzend: „Er was niet één doorslaggevende reden, maar ik liep toen al wel tegen de veertig. Als ik in Nederland nog iets wilde beginnen, kon het niet al te lang wachten. De kinderen, we hebben vier jongens, werden groter en zouden wel het leger in moeten. Het was de vraag of we dat wel wilden, gezien de politieke ontwikkelingen. Daarbij kwam een aantal privéredenen, zoals ziekte in de familie. We gingen echter naar Nederland met het idee om, als dat ons gegeven zou zijn, er ooit terug te keren.” Toen het gezin terugkeerde in Nederland was er via familie een onderkomen in Moerkapelle geregeld, maar had Martien nog geen werk. „Binnen een week kon ik al aan de slag als vervanger van een zieke huisarts in Hoek van Holland. Na een jaar kwam deze praktijk in Leerdam vrij.” Ondanks zijn ervaring in management en het ontwikkelen van gezondheidsprogramma’s zag Bac af van een ziekenhuisbestaan in Nederland en koos hij voor een huisartsenpraktijk. „Daar heb je direct contact met mensen. Bovendien kon ik blijven samenwerken met Mies.” De laatste jaren begon het te kriebelen. De kinderen werden ouder en verlieten één voor één het ouderlijke nest. Bac: „We zijn vaak in Zuid-Afrika terug geweest, hielden contact met het ziekenhuis in Gelukspan en hebben een band met het ontwikkelingswerk. De trigger was echter het sterven van mijn broer, drie jaar geleden. Hij was twee jaar ouder dan ik. Dat versnelde het nemen van een besluit over ons vertrek. Je wordt bepaald bij de eindigheid van het leven. Als ik nog iets wil, moet ik het wel nu in gang zetten, heb ik gedacht. We kregen hier vaak studenten en huisartsen in opleiding en ik ben in de gelukkige omstandigheid geweest dat ik zelf mijn opvolgers heb mogen uitkiezen. Twee christelijke artsen hebben het werk in Leerdam overgenomen, het is nu een duopraktijk.”

Niet stil zitten
Op de vraag hoe lang ze in Zuid- Afrika denken te blijven, heeft het echtpaar geen antwoord. „Er wordt daar veel langer doorgewerkt dan hier. Bovendien zijn wij geen mensen om stil te gaan zitten. We werken zo lang het dag is.” Voorop staat bij Martien Bac dat hij zijn kennis en ervaring, opgedaan in en buiten de huisartsenpraktijk in een periode van ongeveer 35 jaar, graag wil doorgeven aan jonge mensen. Het politieke klimaat in hun nieuwe vaderland is sinds hun vorige verblijf ingrijpend veranderd. Pas na hun vertrek kwam er echt een einde aan de apartheid, Mandela kwam aan het bewind toen het gezin weer in Nederland terug was. Of de invloed van de politieke veranderingen op de gezondheidszorg erg groot is geweest, betwijfelt de arts-ontwikkelingswerker. „De ontkenning van aids als een gigantisch gezondheidsprobleem heeft wel voor veel narigheid gezorgd. Er zijn nu goede medicijnen beschikbaar. Christenen en de kerken hebben naar mijn idee een belangrijke taak in de pastorale zorg voor de slachtoffers van aids.”

Webcam
Mede door hun optreden is in de hervormde gemeente van Leerdam een aidswerkgroep opgericht en zijn verschillende jongeren tijdelijk actief in Afrika. Bac was ook betrokken bij het sluiten van een overeenkomst tussen het Utrechtse Julius Center met de universiteit in Pretoria voor het uitwisselen van stages voor huisartsen in opleiding. „Graag wil ik een brugfunctie vervullen”, aldus de arts, die zich als voormalig voorzitter van CMF-Nederland inzette voor de komst van het ICMDA wereldcongres voor christelijke artsen in 2014 in Rotterdam. Het loslaten van de band met de Leerdamse patiënten en vooral het ontstaan van een fysieke grens tussen de eigen kinderen en twee kleinkinderen zijn het lastigst. „Dat is een beetje dubbel, de kleinkinderen hebben op de datum van ons vertrek een smiley met een lach en een traan geplaatst. De traan vanwege ons vertrek, de lach omdat we daar andere kinderen gaan helpen. Het is een beetje dubbel. Maar de communicatiemogelijkheden zijn gelukkig enorm verbeterd. We hebben allemaal al geoefend met skype en de webcam staat klaar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 7 juli 2010

Terdege | 84 Pagina's

Delen met anderen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 7 juli 2010

Terdege | 84 Pagina's

PDF Bekijken