Bekijk het origineel

Bronstige bultrug in beeld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bronstige bultrug in beeld

Acrobatische walvis massaal terug in kustwateren van Australië

7 minuten leestijd

De bultrug is terug van weg geweest. En hoe. Voor de oostkust van Australië krioelt het de laatste jaren van deze acrobatische walvissen. De jagers die indertijd verantwoordelijk waren voor het uitdunnen van de populatie, zijn nu de gidsen die toeristen inwijden in de geheimen van de humpback. Deinend op de Stille Oceaan maakte verslaggever Jan van Klinken kennis met deze even atletische als kolossale zoogdieren.

De fonkelnieuwe Spirit of Migloo glijdt zachtjes de haven van het Australische Southport uit. Het lijkt een kalm tochtje te worden maar eenmaal buitengaats voert kapitein Adrian Nelson de snelheid drastisch op. Hij weet dat de verwachtingen van ons als passagiers hoog gespannen zijn. Zijn er geen bultruggen te zien, dan krijgen we ons geld terug. We trefen het deze morgen. De cruiser doorsnijdt nog maar net de kustwateren van Noord-Queensland of een kilometer verderop spuit het water meters omhoog. Dat moeten de eerste walvissen zijn. Als deze dieren hun warme adem uitblazen, ontstaat er condens dat oogt als een fontein. Kapitein Nelson doet er nog een schepje bovenop. Hij hoeft niet bang te zijn dat de walvissen zich door zijn boot laten verjagen want de Spirit of Migloo is uitgerust met stille motoren. Het schip is genoemd naar de enige witte bultrug die zich hier ooit heeft vertoond en die de naam “migloo” meekreeg.

Als bij toverslag
Binnen de kortste keren zijn we op de plek waar de bultruggen zich zojuist lieten zien. Boven het wateroppervlak steken af en toe bruine ruggen uit. De dieren glijden soepeltjes door de golven. Een moeder met haar kleintje, oordeelt de spreekstalmeester van de “Migloo”. De bemanning wil de rust van het duo niet verder verstoren en speurt onderwijl met verrekijkers de omgeving af. We gaan nu op volle snelheid de Stille Oceaan op. Zo rustig als de naam doet vermoeden, is de zee overigens niet. Als echte landrot moet ik me goed vasthouden aan de railing. De neus van het schip duikt telkens diep de golven in om daarna hoog te worden opgestuwd. “his is great”, schreeuwt de man naast me met overslaande stem naar zijn vrouw. Ja, dit is inderdaad genieten. Dan, als bij toverslag, verrijzen twee reusachtige kolossen uit het water. „Ahhhh”, roepen de tientallen passagiers verrukt uit. De gashendel gaat meteen in de ruststand. „De humback”, jubelt onze gids ten overvloede in de microfoon. Twee walvissen met donkere ruggen en witte borstvinnen verhefen zich op nog geen 100 meter afstand metershoog uit de golven om met daverend geraas terug te keren naar waar ze vandaan kwamen. Een kolkende massa water spat op. Het lijkt wel een ingestudeerd circusnummer. Het schip vaart nu evenwijdig aan de twee bultruggen mee. Af en toe laten ze zich zien en dat had de man aan de microfoon al voorspeld. Walvissen zijn zoogdieren en moeten toch wel om het kwartier adem halen. Dan herhaalt zich het spectaculaire schouwspel maar nu nog dichterbij. Opnieuw voeren de twee hun gezamenlijke show met veel machtsvertoon op. Camera’s klikken doorlopend tot de gevaarten met een dofe klap in zee verdwijnen. Alleen wat schuim verraadt nog heel even hun aanwezigheid. Kort daarna komen hun staarten weer boven het wateroppervlak. Daarmee geven de twee vervaarlijke klappen. Ook zwaaien en slaan ze met hun meterslange vinnen. Spontaan wuiven enkele Japanse bezoekers terug. Maar de groet van de bultruggen is niet voor hen bedoeld. De gids schat in dat we van doen hebben met twee jonge mannetjes die uit zijn op een afspraak met naburige wijjes. Walvissen staan erom bekend dat ze geluiden van elkaar op kilometers afstand kunnen waarnemen. Vandaar dat deze bronstige mannetjes het zo maar niet opgeven. Een volgroeide bultrug kan 15 meter lang worden en weegt dan net zoveel als elf uit de kluiten gewassen olifanten, zeg maar 30.000 kilo. De jonge exemplaren met wie wij kennismaken, hebben nog even te gaan. Ze zullen nu een meter of tien zijn en op de weegschaal 20 ton doen.

Bijna uitgestorven
Pakweg vijftien jaar geleden zou de reder die deze walviscruise verzorgt het niet in zijn hoofd hebben gehaald om de passagiers te garanderen dat ze hun geld terugkrijgen als ze geen walvis zien. In de jaren negentig (van de vorige eeuw) was het een zeldzaamheid als je in de wateren van de Australische oostkust een bultrug kon spotten. De jacht op deze reuzen was er de oorzaak van dat de populatie steeds verder uitdunde. Gevreesd werd zelfs dat deze bijzondere verschijning zou uitsterven. Dankzij wereldwijde inspanningen is de jacht op de walvis zo goed als verboden. Dat is de redding van de humpback geweest. Inmiddels is hij bezig aan een sterke opmars. Zo wordt de bultrugpopulatie momenteel geschat op minstens 15.000. In de maanden december tot en met mei vertoeven ze in groten getale in de wateren van Antarctica. Daar doen ze zich voornamelijk te goed aan plankton. Dat is daar volop aanwezig en dat is maar goed ook want een beetje walvis verorbert per dag al gauw 1500 kilo.

Eind mei, begin juni trekken ze massaal naar de kustwateren van het Australische Queensland, om daar in alle rust te bevallen en hun jongen te zogen. Nu de populatie weer op sterkte is, zijn ze een toeristische attractie geworden Vandaar dat er tegenwoordig in het seizoen dagelijks cruises worden georganiseerd. Ze duren enkele uren en succes is verzekerd, al is er de ene keer meer te zien dan de andere. Een spectaculaire show is niet gegarandeerd. Daar moet je een beetje geluk voor hebben. Van alle walvissen is de bultrug niet alleen de bekendste maar ook de meest acrobatische. Daarover kunnen de passagiers van he Spirit of Migloo op deze ochtend in juni enthousiast meepraten. Ze hebben geen spijt van de 90 Australische dollar (circa 55 euro) die ze voor de tocht hebben neergelegd.

Hummeltjes
Als de boot aanstalten maakt om naar de haven terug te keren, laten zich plotseling wat jonge dolijnen zien. Ze zwemmen rond het schip maar halen geen kunsten uit. „Voedertijd”, weet de man van de microfoon, voor wie het zeeleven in deze wateren weinig geheimen kent. Veel van deze mensen waren ooit walvisjager. Nu verdienen ze hun geld door hun vakkennis als gids uit te dragen. De passagiers hebben nauwelijks belangstelling voor de dolijnen. Het is jammer voor deze sympathieke tuimelaars maar vergeleken bij de bultruggen zijn ze maar hummeltjes.

 


Bultrug ook aan onze kust
Ook Nederland heeft de afgelopen jaren kennis gemaakt met bultruggen, waarvan de meeste helaas in levenloze toestand verkeerden. In 2003 spoelde een dode bultrug aan op de Maasvlakte, na eerder door Rijkswaterstaat uit de vaarroute voor de kust te zijn weggesleept. Het was de eerste in een reeks. Een paar maanden later konden de inwoners van Katwijk er een bewonderen. Wel ontbrak zijn staart, wat erop duidde dat hij in een net terecht was gekomen. Op 22 juni 2004 strandde een jonge, dode bultrug op de Vliehors aan het Noordzeestrand van Vlieland. Om zijn vinnen zat een nylontouw gewikkeld. De Leidse experts van Naturalis zagen kans het skelet te prepareren. Precies een jaar later spoelde op dezelfde plek een volgend exemplaar aan. Zijn skelet is te zien op Ecomare. De eerste levende bultrug werd in mei 2007 gesignaleerd door een patrouilleboot van de marine. De bemanning ontdekte hem in het Marsdiep tussen Den Helder en Texel. Later dook hij op in de buurt van IJmuiden. Begin 2009 was het weer raak. Een marinehelikopter zag vanuit de lucht een volwassen exemplaar van 15 meter in de buurt van Den Helder.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 oktober 2010

Terdege | 116 Pagina's

Bronstige bultrug in beeld

Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 oktober 2010

Terdege | 116 Pagina's

PDF Bekijken