Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

In gesprek met Godzoekers

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

In gesprek met Godzoekers

Prof. dr. Marc de Vries: „We zijn te veel bezig met bijkomstigheden en prietpraatjes”

10 minuten leestijd

Religie mag weer, zolang het bij zoeken blijft. Dr. Marc de Vries schreef een boek voor mensen die God hebben gevonden en graag ook anderen bij Hem brengen. Wat zeg je tegen intellectuele Godzoekers? „De wetenschap is veel te beperkt om te bewijzen dat God wel of niet bestaat, en om levensvragen te beantwoorden.

Zijn kamer is groot en kaal, de inrichting sober. Passend bij de no-nonsensementaliteit van de Technische Universiteit Delft. Vier dagen per week doceert prof. dr. Marc de Vries hier de didactische en filosofische aspecten van de natuurwetenschap en techniek. Als orthodox christen.

Is aan de TU ruimte voor iets hogers dan de materie?
„Sinds enige tijd hebben we een klein gemeenschapje van christendocenten: Crux. Soms wordt fel naar christenen uitgehaald. Anderhalf jaar geleden vroeg een collega-wetenschapper zich in een column in het universiteitsblad af of die wel aan deze universiteit horen. In een reactie stelde ik dat zijn bijdrage getuigde van een ouderwets en positivistisch beeld van wetenschap, waar geen wetenschapsfilosoof meer in gelooft. Daar kwam een uitermate felle reactie op terug, sterk op de man gespeeld. Ik zou de leerstoel ‘smurfistische wijsbegeerte’ bezetten.”

Hoe gaat u met zo’n aanvaring om?
„Er kwamen verontwaardigde reacties van studenten, de decaan informeerde of hij er iets aan moest doen. Dat leek me niet verstandig. Ik heb de columnschrijver voorgesteld samen eens te gaan lunchen. Dat is gebeurd. Toen bleek ik een normaal iemand te zijn, die ook nog wel wat op zijn cv heeft staan. Sindsdien heeft hij nooit meer iets dergelijks geschreven. Dat laat zien dat je in zo’n situatie je opponent beter de hand toe kunt steken dan hem opnieuw van repliek te dienen.”

Tonen ook niet-christenen belangstelling voor uw colleges christelijke filosofie?
„Ze vormen een minderheid, maar zijn er wel. De overtuiging dat we de werkelijkheid niet kunnen reduceren tot materie, spreekt ook niet-christelijke studenten aan. Soms kies ik onderwerpen om juist hen te prikkelen. Eén college is helemaal opgehangen aan science-fictionfilms. Veel van die films stellen fundamentele filosofische en ethische vragen aan de orde, die ik vanuit een christelijke visie probeer te beantwoorden.”

U publiceerde onlangs een boekje voor christenen die in gesprek raken met Godzoekers. Komt u die vaak tegen?
„Regelmatig. Aan de ene kant zijn er christelijke studenten die door de wetenschap in verwarring raken. De algemene opvatting is dat je voor wetenschapsbeoefening je geloof buitenspel moet zetten. Als God de werkelijkheid al heeft gemaakt, heeft Hij dat vreselijk slecht gedaan. Mensen worden ziek, gaan dood, dieren maken elkaar af, er gebeuren natuurrampen. ‘Waar is die God van jou, die het allemaal zo mooi ontworpen heeft?’ Dat soort vragen kun je voor je kiezen krijgen.

Aan de andere kant zijn er nietchristelijke studenten die de natuurwetenschap willen gebruiken om de zin van het leven te vinden. Met dit boekje probeer ik duidelijk te maken dat de wetenschap een werkelijkheid bestudeert die niet meer is zoals God die bedoeld had. We zien naast het mooie van de schepping de gevolgen van de zonde. Zonder het licht van de Schrift kan de wetenschap je een eindje op weg helpen, maar ook niet meer dan dat. Hetzelfde geldt voor het bestuderen van de geschiedenis, religies en filosofische denksystemen. Die kunnen je er hooguit van overtuigen dat er een hoger iets of iemand moet zijn. Dat gevoelen leeft overigens breed onder studenten.”

Wat zegt u tegen studenten die God proberen te vinden via de natuurwetenschap?
„Dat die nooit zekerheid kan geven over het bestaan van God, omdat wetenschap veranderlijk is. Pas hoorden we over een deeltje dat sneller dan het licht zou gaan. Als dat waar is, komen veel theorieën op losse schroeven te staan. Er is al opgemerkt dat het consequenties voor dateringsmethoden kan hebben. Zo betrekkelijk is wetenschap dus. Als je daar je geloof op baseert, kun je het ineens kwijt zijn. Je hebt er een andere, onwankelbare basis voor nodig.”

Is dit boekje autobiografisch?
„Nee, ik ben opgegroeid in een christelijk gezin, waarbinnen ik God heb mogen leren kennen. De studie ben ik ingegaan met de overtuiging dat ik daarin geen dingen zou vinden die strijden met Gods bestaan. Gaandeweg word je ook wetenschaps- filosofisch steeds meer in die opvatting gefundeerd. De wetenschap is veel te beperkt om te bewijzen dat God wel of niet bestaat, en om levensvragen te beantwoorden. Hoe beter je dat ziet, hoe meer je de betekenis van de Heilige Schrift gaat waarderen. Alleen daaruit kunnen we God leren kennen.”

Hoe verklaart u dat de wetenschap u nooit aan het wankelen bracht?
„Dat is maar op één manier te verklaren: de Geest bewaarde me bij het Woord. Ik zeg altijd tegen christenstudenten: ‘Zorg dat je een nauwe band met God hebt en dat je die trouw onderhoudt.’ De beste manier om God kwijt te raken, is het laten verslappen van je bijbelstudie en je gebedsleven.”

Ook veel christenacademici stellen dat je door een periode van twijfel heen moet.
„Die mening deel ik niet. Er kan twijfel zijn, maar laten we die niet cultiveren en nog minder de satan voedsel geven voor twijfel.”

Aan het slot van uw boek geeft u aan dat Godzoekers uiteindelijk alleen door de Schrift de weg kan worden gewezen. Relativeert dat de betekenis van apologetiek?
„Zo zou ik het niet zeggen. Je kunt mensen duidelijk maken dat het bestaan van God, de schepping van de wereld en Gods trouw aan Zijn beloften in ieder geval niet tegen het verstand ingaan. Er zijn tal van argumenten die daarvoor pleiten. Maar nooit zal iemand alleen op grond daarvan tot geloof komen, omdat geloof niet in de eerste plaats intellectuele kennis is maar relatiekennis. Om God echt te leren kennen, moet je bij een andere bron zijn. De apologetiek is bedoeld om mensen daar te brengen. En om christenen te wapenen tegen ondeugdelijke pretenties van de wetenschap.”

Waar denkt u dan concreet aan?
„Bijvoorbeeld aan de aannames van de evolutietheorie over de ouderdom van de aarde. Gegevens uit een beperkte periode worden doorgetrokken op een schaal van miljarden jaren. Zo’n extrapolatie is elders in de wetenschap ondenkbaar. Ik verbaas me erover dat ook reformatorische theologen zich daardoor laten meevoeren, en discussiëren over de vraag of de dood er misschien toch altijd al is geweest. Dan denk ik: ‘Mensen, besef je wat voor uitverkoop je aan het houden bent? En ter wille waarvan? Om in het reine te komen met aanvechtbare theorieën van de natuurwetenschap?’ Ik lees soms dingen waarvan de haren me ten berge rijzen, en waardoor gemeenteleden en christenstudenten aan het twijfelen worden gebracht.”

Wat is uw advies aan deze theologen?
„‘Weet wat je zegt, en heb eens wat meer respect voor je eigen discipline.’ Het verhaal dat de gereformeerde theologen van Princeton anderhalve eeuw geleden ook niet zo’n moeite hadden met de evolutietheorie, is aantoonbaar onjuist. Dat geldt voor de eerste periode van de evolutietheorie, toen Darwin het uitsluitend over overgangen binnen soorten had. Toen hij over de afstamming van de mens begon, gingen gereformeerde theologen wel degelijk tegengas geven.

Als je de eerste hoofdstukken van Genesis eerlijk en onbevangen leest, kom je fundamenteel in aanvaring met de evolutietheorie. Dat geldt ook voor alles wat na Genesis 3 komt.”

Hoe beoordeelt u speciale diensten voor buitenkerkelijke zoekers?
„Het heeft iets sympathieks om in de vormgeving van zulke diensten een eind met hen op weg te gaan. Toch ben ik van mening dat de kerk juist daarin iets tegendraads moet hebben. Meer dan eens vertelden nietgelovige mensen me dat het bijwonen van een traditionele eredienst grote indruk op hen maakte. Ze voelden dat daar iets bijzonders aan de hand was. Dat maakte ze nieuwsgierig. Steek je de brug naar de wereld over, dan sta je zelf ook aan de andere kant en heb je veel van je identiteit al weggegeven. Bovendien moet je door de keuze voor wereldse vormen concurreren met mensen die daar veel beter in zijn. Dat ga je afl eggen. Wees een stad op een berg. Daar verwacht ik veel meer van. Ik ben ook steeds meer de waarde van de gereformeerde belijdenis en identiteit gaan zien. Zonder al het bestaande te verheerlijken.”

Wat zou anders mogen?
„De centrale vraag is hoe God het wil hebben. In mijn leven, de eredienst, de verkondiging, de liturgie, het gemeente- zijn… Zo kijk ik naar nieuwe vormen, maar ook naar onze psalmberijming, om maar wat te noemen. Wil God als opperwezen worden aangesproken? Ik denk het niet. Hij openbaart zich met een Naam. Wil Hij dat wij het pad der deugd betreden? Ik denk het niet. Hij wil dat wij Zijn wet gehoorzamen. Dat is toch echt iets anders.”

Soms lijkt het alsof de gemeente zelf niet meer het vertrouwen in het Woord en de Geest heeft, stelt u aan het slot van uw boek. Hoe komt dat?
„Ik vrees dat de dagelijkse omgang met het Woord voor veel gemeenteleden geen vanzelfsprekendheid meer is. Je schrikt soms van wat catechisanten je vertellen. In het tanen van de huisgodsdienst ligt de wortel van heel veel problemen in de gemeente. Ook van het tekort aan ambtsdragers.”

Hoe redt u het om naast al uw besognes ook nog ouderling te zijn?
„Ik had al nee gezegd, maar daar heeft de Heere een stokje voor gestoken. Er ontstond zo’n onrust, dat ik wel ja moést zeggen. En nou blijkt het ook te kunnen. Als je je in toewijding overgeeft aan God, geeft Hij wat nodig is. Hij moet in ons leven de eerste zijn. Als dat niet meer het geval is, verliezen we onze werfkracht. Daar zit het echte probleem. We zijn te veel bezig met bijkomstigheden en prietpraatjes. We moeten terug naar de basis.”

N.a. v. ‘God vinden. In gesprek met zoekers’, door dr. Marc J. de Vries; uitg. Groen, Heerenveen;
160 blz., prijs € 12,50

 


Zoeken en gevonden worden
Door ‘God vinden. In gesprek met zoekers’ wil dr. Marc J. de Vries christenen toerusten voor het gesprek met zoekende medereizigers die ze op hun weg ontmoeten. In de bijdrage aan de Artios-reeks, een initiatief van de Gereformeerde Bond, schetst de auteur verschillende wegen waarlangs mensen in de eenentwintigste eeuw op zoek zijn naar God. Na de inleiding volgen hoofdstukken over het zoeken van God in de schepping, de geschiedenis, de religie en de filosofie. Slotconclusie is dat deze wegen zoekers wat verder kunnen brengen, maar niet meer dan dat. Na een hoofdstuk over mensen die zich welbewust van God afkeren, sluit het boek af met een hoofdstuk over het zoeken van God in Zijn Woord, het gebed en de gemeente. Al in het voorwoord maakt De Vries de lezer deelgenoot van zijn overtuiging dat het vinden van God het gevolg is van Gods zoeken van zondaren. „Niet wij hebben Hem uitgekozen om Hem te zoeken, maar Hij heeft ons uitgekozen om Hem te vinden.”

 


Natuurkundige en filosoof
Marc de Vries (53) specialiseerde zich na de studie natuurkunde in de didactiek van het vak. Aan de Technische Universiteit Eindhoven deed hij promotie-onderzoek op dit gebied. Aansluitend was hij betrokken bij het opzetten van een opleiding voor docenten techniek in het middelbaar onderwijs. In 1990 werd hij door de Technische Universiteit Eindhoven benoemd tot universitair docent filosofie en ethiek van de techniek. In 2003 volgde hij aan de Technische Universiteit Delft professor Egbert Schuurman op als bijzonder hoogleraar in de reformatorische wijsbegeerte (nu christelijke filosofie). Daar is hij vanaf 2008 ook hoogleraar in de didactiek van de bètavakken. De Vries is gehuwd, vader van vier kinderen en grootvader van twee kleinkinderen. Sinds 2010 is hij lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond.

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 9 november 2011

Terdege | 148 Pagina's

In gesprek met Godzoekers

Bekijk de hele uitgave van woensdag 9 november 2011

Terdege | 148 Pagina's

PDF Bekijken