Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Overlijden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Overlijden

4 minuten leestijd

Afgelopen zomer was ik met een nichtje en een neefje in het Aardhuis, binnen het Kroondomein het Loo bij Hoog Soeren. Het houten gebouw heet Aardhuis omdat het op de Aardmansberg staat. Het is door koning Willem III gebouwd als een rustplaats voor de jagers. Zijn schoonzoon prins Hendrik (de echtgenoot van koningin Wilhelmina) gebruikte het als jachtchalet.
Een gids vertelde in geuren en kleuren allerlei wetenswaardigheden over het chalet, met schitterende inventaris, en het wildpark. In het vuur van haar rede vertelde ze dat Prins Hendrik in 1934 doodging en het Aardhuis in verval raakte, maar later een museum werd. Toen ze ons naar de zwijnen en reeën in het park bracht – daar hoef je niet eindeloos (en soms tevergeefs) op te wachten tijdens een stille avond – sprak ze met deernis over een of andere ree die onlangs overleden was. Ik wilde de gids niet in de rede vallen maar haar toch zeker aanspreken over haar woordkeus: volgens haar was de prins doodgegaan en de ree overleden.

Tijdens het vervolg van de tocht, met name bij het voeren van de zwijnen, bezinde ik me. Wist ik wel zeker dat de prins was overleden? Dat was bij die ree wel het geval. Maar de prins... Overlijden betekent toch ‘over het lijden heen’? Dat geldt toch alleen Gods volk. Die rijke man uit de gelijkenis ging toch niet over het lijden heen maar sloeg zijn ogen op, zijnde in de pijn... Is doodgaan trouwens alleen iets wat de dieren doen? Onbekeerden gaan bij het sterven toch naar de tweede, d.w.z. de eeuwige dood?
Nee, ik spreek geen oordeel uit over de prins en ik doe ook geen suggestie dienaangaande. Gezien zijn levenshouding moeten we echter ‘al of niet over het lijden heen’ in het midden laten of, beter gezegd, aan God overlaten.
In ieder geval kon ik er niet meer toe komen om de gids op haar taal aan te spreken. Achteraf had ik dat wel moeten doen vanwege het fatsoen. De gids had toch ook het woord sterven kunnen gebruiken. Trouwens ook wel het woord overlijden. Overlijden blijkt namelijk helemaal niet ‘over het lijden heen’ te betekenen. Het is afkomstig van het oud-Hollandse woord ‘overliden’. En dat woord ‘liden’ had destijds niet de betekenis van ‘lijden’ maar van ‘gaan’.
We kunnen dat lezen in de middeleeuwse fabelbundel Esopet, dat aan het eind van de dertiende eeuw het licht zag. In die bundel komt de volgende zinsnede voor: „Een muus wilde tenen tiden (tenen tiden = eens) over ene riuier (lees voor een u een v) liden.” Dat is in het huidige Nederlands vertaald: Een muis wilde eens over een rivier gaan. Als ‘liden’ ‘gaan’ betekent, dan is de betekenis van ‘overliden’ ‘overgaan’. Men kan overgaan in een andere staat des levens, zoals dat wel gezegd wordt wanneer een predikant het ambt neerlegt en in het bedrijfsleven stapt, wat volgens artikel 12 van de Dordtse kerkorde onbetamelijk is. Misschien heeft Demas wel zo iets gedaan. Men kan ook overgaan van de tijd naar de eeuwigheid, zoals bij het sterven gebeurt.

Overliden werd op den duur overlyden, zoals we het ook wel tegenkomen bij onze oude schrijvers. Doormijmerend op de fabel van de muis die de rivier overging, zoals we die zin citeerden uit Esopet, kunnen we ook zeggen: Overliden (overlyden of overlijden) is overgegaan over de doodsjordaan. Zeker is dat, wanneer men overgaat naar de eeuwige zaligheid, men ook over het lijden heen is.
Luther schreef vanaf de Coburg een brief naar zijn vader Hans, die op sterven lag. Hij schreef hem omdat hij daar grond voor meende te hebben, omdat zijn vader op de vraag of hij geloofde in de gronden die zoonlief predikte, antwoordde: „Een schurk is hij die er niet aan gelooft!” „Sterven is een uurtje slapen om straks bij Christus te ontwaken.” Zulk overlijden is wel een zalig ‘overliden’.

Ds. M. van Kooten, Elspeet

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 april 2015

Terdege | 110 Pagina's

Overlijden

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 april 2015

Terdege | 110 Pagina's

PDF Bekijken