Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kameraden in een bluspak

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kameraden in een bluspak

12 minuten leestijd

Bij brand, een ongeval of een hartstilstand belt de burger ijlings het alarmnummer. Luttele ogenblikken later komen hulpverleners in actie. Niet alleen beroepskrachten, maar ook vrijwilligers. „Vroeger moest je een stoere kerel zijn, nu mag je gerust een keer janken.

De brandweerkazerne van Garderen is precies groot genoeg voor het stallen van de bluswagen en een busje. Het gebouwtje achter de kazerne doet dienst als kantine en sociëteit. Hier ontmoeten de korpsleden elkaar in ieder geval om de veertien dagen, voor de tweewekelijkse oefening. En tussendoor als er een melding is. Na elke oefening of uitruk zitten ze aan de bar een poosje na te praten, onder het genot van een drankje. Een van de mannen gooit desgewenst wat snacks in het vet.
Zestien man telt het vrijwilligerskorps, onder wie vier bevelvoerders en twee brandweermannen in opleiding. Voorwaarde is dat ze in Garderen wonen en werken en elk moment van de dag hun stiel in de steek kunnen laten. Vooral de kleine zelfstandigen en zzp’ers zijn goed vertegenwoordigd. Commandant Dick van de Beek is eigenaar van de Spar in het dorp. Bevelvoerder Cees van den Brink, met 27 dienstjaren de nestor, heeft een productiebedrijfje in hekwerk. Ebbo van Engelen runt een slagerij en cateringbedrijf.
De bevelvoerders laten onderling weten wanneer ze het dorp uit zijn. Voor de overige spuitgasten is dat niet nodig. „Met acht man kunnen we elke klus klaren”, verklaart Van de Beek. „Bij een prio-1-melding gaan we rijden zodra we met zes man zijn. Die hebben we altijd beschikbaar.” De chauffeur die er het snelst is, klimt achter het stuur. De bevelvoerder zit naast hem, op de ‘bok’. De mannen die na het vertrek van het blusvoertuig arriveren, pakken de bus.

Lukasgat
Het schrille gesnerp van zijn pieper stuwt de adrenaline in het bloed van Ebbo van Engelen hoog op. Zeker als hij ziet dat sprake is van een prio 1. Met ruim een minuut staat de slager in de brandweerkazerne, waar hij razendsnel het bluspak over zijn daagse plunje aantrekt. Als eerst aanwezige bevelvoerder neemt hij plaats naast de chauffeur. Zodra de zesde man het portier achter zich heeft dichtgeslagen, scheurt de tankautospuit de stalling uit, richting Apeldoorn.
Het display van de pieper geeft aan dat op de A1 een ongeval heeft plaatsgevonden, ter hoogte van tankstation Lukasgat. De centralist van de regionale meldkamer in Arnhem heeft op afstand de TomTom van het blusvoertuig al ingesteld. De iPad in de cabine toont een digitale kaart, waarop de positie van de brandweerwagen en de eindbestemming staan aangegeven. Het scherm biedt bovendien een schriftelijke weerslag van het gesprek tussen de melder en de centralist. Dankzij het Crash Recovery System kan alle technische informatie over de bij het ongeluk betrokken voertuigen worden ingewonnen. „Waar de gascilinders zitten, de gordelspanners, de airbags... Dan weet je waar je kunt knippen.”
Via de mobilofoon vraagt Ebbo de meldkamer om aanvullende informatie. Het blijkt om een kop-staartbotsing te gaan, waarbij vier voertuigen betrokken zijn. Omdat er onduidelijkheid bestaat over de rijbaan, zijn ook de brandweerposten van Ugchelen en Uddel gealarmeerd. Het voertuig van Garderen is als eerste ter plekke. In de vangrail staat een fonkelnieuwe BMW, erachter een Opel Combo die al grotendeels is uitgebrand. De inzittenden lijken met de schrik te zijn vrijgekomen.
Terwijl de brandweermannen de laatste vlammen doven, worden de gedupeerde automobilisten medisch gecontroleerd door het personeel van de gearriveerde ambulances. De file achter de ravage groeit in nog geen twintig minuten aan tot twintig kilometer. Na het controleren of de gecrashte voertuigen stabiel staan, draagt Van Engelen de verantwoordelijkheid voor het vervolg van de operatie over aan politie en Rijkswaterstaat. Het wegslepen van de auto’s kan beginnen.

Reanimatie
Gemiddeld rukken de brandweermannen van Garderen zo’n honderd keer per jaar uit. Qua snelheid behoort het korps tot de top van Nederland. Tussen het afgaan van de pieper en het wegrijden van het blusvoertuig zit gemiddeld ruim twee minuten.
Het aantal woningbranden nam in de achterliggende decennia sterk af, door de verbeterde preventie. De meeste meldingen betreffen nu ongevallen, door stormwind omgevallen bomen, natuurbranden en personen met een hartstilstand.
Voor reanimaties maken de Veluwse spuitgasten gebruik van de bus. Vrijwel altijd arriveren ze eerder dan de ziekenauto. „Soms zijn we al op locatie als de melder de telefonist van 112 nog aan de lijn heeft. Wij beginnen met reanimeren, de ambulanceverpleegkundige bepaalt na aankomst of we moeten doorgaan.”
Een hoogtepunt in de historie van het korps was het blussen van een grote duinbrand bij Schoorl. „Dat deden de collega’s daar niet zo handig”, lacht Cees van den Brink. „Hun auto’s waren niet berekend op zo’n klus. Wij hebben een blusvoertuig met vierwielaandrijving en een plateau in de auto, waardoor we via een luik in het dak kunnen blussen.”

Vergoeding
De financiële vergoeding voor het zware en niet ongevaarlijke werk is beperkt. De beloning van de brandweermannen ligt volgens Van de Brink in de waardering die ze krijgen, de kameraadschap binnen het korps en de kick van een uitruk. „Je weet nooit wat je te wachten staat. We kregen eens een melding van een bromfietsbrand in Kootwijk. Dat stelt niet veel voor, denk je dan. Terwijl we onderweg waren, vroegen ze ons om haast te maken. De schuur waarin de brommer stond, brandde ook al. Even later riepen ze ons op om nog meer haast te maken, want de vlammen dreigden over te slaan naar het woonhuis.”
Bastiaan van Hierden, een schoonzoon van Dick van de Beek, noemt het toetreden tot het korps de beste beslissing in zijn leven. Het alarm van de pieper klinkt hem als muziek in de oren, ongeacht het tijdstip of de omstandigheden. „Als ik op een verjaardag zit, en hij gaat af, dan ben ik meteen weg. Dat kost mij geen moeite. De mannen van het korps zijn m’n beste vrienden.”
Een deel van de vergoeding voor het werk storten de brandweermannen in de kas van de Vereniging Vrijwillige Brandweer Garderen. Voor het bekostigen van de consumpties en de uitjes met familieleden. Om ook die gemotiveerd te houden, vooral de vrouwen. „Als die er niet achter staan, kun je het vergeten.”

Emoties
Tijdens zijn eerste inzet als bevelvoerder, in 2009, werd Ebbo van Engelen bij een brand in een chalet geconfronteerd met een dodelijk slachtoffer. „Die jongen wilde nog een hondje redden en is door de rook gestikt. We vonden hem totaal verbrand over een balk van de zoldervloer.” De slager was er niet door uit het lood. „Belangrijk is dat je er met elkaar over kunt praten.”
Een van de heftigste ervaringen voor het korps was het bergen van het lichaam van een jonge vrouw die door een botsing met hoge snelheid uit de auto was geslingerd. Met warmtecamera’s verzamelden de brandweermannen de lichaamsdelen en organen, tot in een wijde omtrek. Op initiatief van de chef van dienst van de politie in Apeldoorn zaten alle betrokken hulpverleners een week later rond de tafel. Het delen van ervaringen en emoties voorkomt onnodige uitval, weet Dick van de Beek. Samen met Cees van den Brink maakt hij deel uit van het regionale bedrijfsopvangteam (BOT), dat na ingrijpende calamiteiten psychosociale ondersteuning biedt aan collega-hulpverleners. „Vroeger moest je een stoere kerel zijn, nu mag je gerust een keer janken.”
Vooral de vuurwerkramp bleef bij de brandweercommandant uit Garderen lang op het netvlies staan. „Op zondagavond is een peloton uit onze regio naar Enschede gestuurd om de collega’s daar af te lossen. Met een touringcar werden we het afgesloten gebied binnen gereden. In de eerste straat zag je verlaten huizen met hier en daar een kapot raam en wat dakpannen eraf. In de volgende straat waren alle ruiten gesneuveld. Ietwat verderop lagen een paar huizen in puin. In het centrum van het rampgebied stond geen huis meer overeind. De bewoners die de ramp overleefden, hadden in paniek alles achtergelaten. Je zag stromende douches, pannen op het fornuis, borden op tafel. Ook het materiaal van de collega’s die de dag ervoor waren omgekomen, stond er nog. Wij moesten de laatste branden blussen en mogelijke asbestdeeltjes met water neerslaan. De hele nacht reden grote shovels door de wijk om auto’s op te scheppen en op een open terrein te dumpen, zodat de ruimploegen met graafmachines hun werk konden doen. Heel bizar!”

Oefening
De grote oefening voor de gezamenlijke hulpdiensten in de regio is dit jaar bij Norschoten in Barneveld. Een explosie als gevolg van werkzaamheden aan een gasleiding, door monteurs van netwerkbeheerder Liander, heeft een enorme chaos veroorzaakt. Voor de ingang van het verpleeghuis ligt een gekantelde Renault met een Opel Combo ertegenaan, zodat de toegang geblokkeerd is. De centrale hal en de eerste verdieping staan vol rook. Vrijwilligers van Lotus, de Landelijke Opleiding Tot Uitbeelding van Slachtoffers, komen bebloed naar buiten. Sommigen schreeuwend, anderen in shock of achter een rollator. Een BHV’er van het verpleeghuis zit gehurkt naast een ernstig gewonde vrouw, zichtbaar ongeduldig. „Ik snap niet waar die ambulances blijven.”
Een deel van de brandweerploeg van Zwartebroek ontfermt zich over de gewonde automobilisten in de auto’s voor de entree. De rest trekt met gasmaskers, warmtebeeldcamera’s en zaklampen het pand in. De collega’s van Garderen sluiten zich bij de ploeg aan. Bij gebrek aan voldoende brancards dragen ze een jonge vrouw op de plank van een marktkraam naar buiten. Jan van Leeuwen, in het dagelijks leven vertegenwoordiger in machines voor weg- en bermonderhoud, houdt haar aan de praat, om te voorkomen dat ze in shock raakt. „Hoe heet u met uw voornaam, weet u dat? Kijk me eens aan, weet u dat nog?”

Blindelings
Een vrouwelijke arts bepaalt door het aanbrengen van polsbandjes welke slachtoffers het eerst hulp nodig hebben. In de ambulante commandopost, ondergebracht in een rode container, stemmen de officieren van dienst van de verschillende hulpdiensten, mensen van Liander en medewerkers van het Rode Kruis de werkzaamheden af. Om de meldkamer in Arnhem te ontlasten, is voor het mobilofoonverkeer een rijdende meldkamer ingezet. Leden van de Snel Inzetbare Groep ter Medische Assistentie (SIGMA) hebben in een gebouw naast het verpleeghuis een noodhospitaal ingericht. Slachtoffers met lichte verwondingen worden door leden van het Rode Kruis afgevoerd naar de Veluwehal.
De brandweermannen van Zwartebroek hebben inmiddels het dak van de gekantelde Renault weggesneden, om de beklemde automobiliste te bevrijden. Het portier van de Opel Combo wordt om dezelfde reden met pneumatische apparatuur verwijderd. Een brandweerman stut al meer dan drie kwartier het hoofd van de vrouw achter het stuur.
Burgemeester Van Dijk van Barneveld, met stok vanwege een kunstbeen, kijkt met zichtbare bewondering toe.
Ebbo van Engelen draagt met een collega een van de laatste slachtoffers naar buiten. De brand is onder controle, geen van de hulpverleners raakte gewond. Of erger. „Als een pand vol rook staat, is dat een reëel risico”, weet de Garderense slager. „Zeker dan is kameraadschap geweldig belangrijk. Je moet elkaar blindelings kunnen vertrouwen.”


Aan de leiband van een pieper
Na zes weken rondlopen met een pieper van de brandweer van Garderen weet ik hoezeer zo’n attribuut je leven beheerst. Op elk mogelijk en onmogelijk moment kan hij afgaan. Onder de kerkdienst, in je eerste slaap, tijdens een avondje met goede vrienden waar je al weken naar uitzag, op het hoogtepunt van een belangrijke vergadering, in een winkel waar je net een broek staat te passen.
Van de zes meldingen die ik meemaakte, waren er twee de moeite waard: allebei ongevallen met letsel op de A1. De overige vier hadden weinig om het lijf. Een brandende struik, een loos gerucht, een gedetineerde die in een cel van de Majoor Mulder Kazerne in Stroe te enthousiast met deo had gespoten in de buurt van een brandmelder...
Daarnaast was er elke maandagmiddag het testalarm. En twee keer vals alarm, vanwege een storing van het alarmeringsnetwerk P2000. Keer op keer kreeg ik bijna een hartverzakking door het allesdoordringende gesnerp uit het zwarte apparaatje. Niets dan lof voor de mannen die dit jaar na jaar volhouden. Vrijwillig!


Veiligheidsregio’s
Tot 1 januari 2014 was de burgemeester verantwoordelijk voor de brandweerzorg binnen zijn gemeente. Probleem daarvan was dat een deel van de branden de grens van de gemeente of de capaciteit van het brandweerkorps overschreed. Sinds 2014 kent de brandweer daarom 25 veiligheidsregio’s. Het bestuur van een regio wordt gevormd door de gezamenlijke burgemeesters binnen het gebied.
De directeur veiligheidsregio of regiocommandant is verantwoordelijk voor de operationele aansturing in het totale gebied. Tussen de regiocommandant en de plaatselijke ploegcommandanten staan clustercommandanten. Afhankelijk van de omvang van een brand vindt vanuit de meldkamer opschaling plaats, door meer korpsen bij de bestrijding te betrekken.
Alleen de grote steden in Nederland kennen beroepsbrandweer. In de middelgrote en kleine gemeenten bestaat de brandweer gedeeltelijk of geheel bij de gratie van vrijwilligers. Vooral in forensendorpen wordt de bemensing overdag een steeds groter probleem. Intensieve werving en slimme samenwerking tussen de lokale brandweerposten moet de brandweerzorg ook in de toekomst op peil houden.


Brandweerman in opleiding
Een eerste vereiste voor nieuwkomers bij de vrijwillige brandweer is dat ze binnen de club passen. Passeren ze de ‘ballotagecommissie’, dan neemt de Veiligheidsregio het stokje over. Als de zware medische keuring positief uitvalt, volgt een driejarige opleiding tot manschap A bij de Stichting Brandweeropleidingen BOGO.
De training gaat daarna door, binnen het korps. De tweewekelijkse oefeningen zijn gebaseerd op het oefenplan van de Veiligheidsregio. Die organiseert ook de grootschalige oefeningen, waarbij meerdere korpsen betrokken zijn. Een keer per jaar wordt een grote calamiteit nagebootst. Aan die oefening nemen ook politie en ambulance deel. Door periodiek preventief medisch onderzoek wordt de fysieke conditie van de brandweermannen regelmatig gecontroleerd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Wednesday 22 July 2015

Terdege | 92 Pagina's

Kameraden in een bluspak

Bekijk de hele uitgave van Wednesday 22 July 2015

Terdege | 92 Pagina's

PDF Bekijken