Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zingen met het hart

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zingen met het hart

17 minuten leestijd

Kennis van het notenschrift is geen vereiste bij Crescendo. Nieuwkomers worden ook niet getoetst op stemvastheid. Enige voorwaarde is dat ze het verlangen kennen om door hun zang het Evangelie uit te dragen. „Deze mannen zingen zonder toeters en bellen, rechtstreeks uit hun hart.”

Met hulp van de boegschroef manoeuvreert de kapitein van de Allegro zijn schip naar de aanlegsteiger bij de Biesboschhaven van Werkendam. Zodra we aan boord zijn, maakt een bemanningslid de tros weer los. Vanuit de lounge van het cruiseschip komt het gerumoer van meer dan honderd Urkers ons tegemoet. Zangers van het christelijk Urker Visserskoor Crescendo, de meesten met echtgenote. Ze varen een week door Nederland, ter versterking van de toch al hechte band. Vanavond zal het koor een concert geven in de Sint-Catharinakerk van het Brabantse Heusden, ten bate van stichting Woord en Daad.

Voorzitter Hessel de Boer heeft zich met zijn Bijbel opgesteld bij de bar, voor de dagopening. Met gedragen stem leest hij Psalm 31 en aansluitend een meditatie. Dirigent Louwe Kramer, in het dagelijks leven uitbater van zalencentrum Irene op Urk, heeft plaatsgenomen achter de elektrische Kawai-piano. In spijkerbroek en met gymschoentjes aan de voeten. De middelvinger van zijn linkerhand mist het bovenste kootje, herinnering aan een bromfietsongeval in zijn tienerjaren.

„Roept u maar”, nodigt de dirigent van Crescendo als Hessel is uitgesproken. „Vierenvijftig!” klinkt een stem achter uit de salon. De favoriete nummers van de koorleden zijn verenigd in het bundeltje ”Houd het vuur brandend”. Terwijl de oevers van de Merwede voorbijglijden, heffen de opvarenden de lofzang aan, zoals alleen Urkers dat kunnen. Zingend op het zeetje. ”Grote God, wij loven U”.

Ruwe stormen

Kees Pasterkamp, collectant en hulpkoster in de christelijke gereformeerde Ichthuskerk op Urk, praat de liederen aan elkaar. De zanger met het syndroom van Down groeide uit tot de mascotte van Crescendo. Hij wil ook een gedicht laten horen. ”Laat mij een boom zijn, ruisend in Uw wind.” De Engelstalige bemanningsleden achter de bar kijken geamuseerd toe. „En dan zingen we nu: ”Ruwe stormen mogen woeden””, verordent Kees. Dat is aan geen dovenmansoren gezegd. Hoewel Louwe krachtig op de toetsen slaat en de volumeknop heeft opgedraaid, verdrinken de klanken van de Kawai in de aanzwellende zang.

„Door een nacht, hoe zwart, hoe dicht, voert Hij mij in ’t eeuwig licht.”

De gastvrouw van de Allegro neuriet zachtjes mee. „Zo’n gezelschap heb ik nog nooit gehad”, fluistert ze. „Geweldig, zoals die mannen kunnen zingen. Elke morgen is het een feest.”

De presentator staat te popelen om een nieuw nummer aan te kondigen. „Nou nog één versie, Kees”, roept Hessel. „Ja, oké, doe eerst maar je tweede gedicht.”

Eerste tenor

Crescendo werd in 1953 opgericht voor Urker jongens die vanwege hun leeftijd nog geen lid konden worden van het mannenkoor Hallelujah. Timmerman Louwe Kramer was bereid om te dirigeren. Twee jaar later nam zoon Meindert die taak van hem over. Onder diens leiding groeide Crescendo uit tot het grootste mannenkoor van Urk.

In februari 1999 droeg de gepensioneerde procuratiehouder de dirigeerstok over aan Louwe junior. „Als jongetje mocht ik al mee met mijn vader”, vertelt hij. „Met mijn zeventiende werd ik koorlid. Twintig jaar heb ik als eerste tenor gezongen. Toen zei mijn vader op een maandag: „Komende zondag sta jij ervoor.” Dat was me iets te snel. Ik wilde wel het mandaat van de koorleden hebben. Die waren unaniem voor. Mijn vader heeft zich nooit meer met de directie bemoeid, maar als ik een nieuw arrangement had gemaakt, liet ik het eerst aan hem zien. De meeste koorleden kunnen geen noot lezen. Ze leren de muziek al zingende.”

Psalm 42 blijft het lievelingslied van de bescheiden dirigent. „Dat zingen we bij vrijwel ieder concert. Als we het eerste en vierde couplet hebben gehad, moduleren we een half toontje. Daarna trekken die mannen alle registers open en komt er een golf van geluid op me aan. „Maar de Heer’ zal uitkomst geven.” Gewéldig!”

Bezieling

Het geheim van het koor, dat zo’n 125 leden telt, schuilt volgens Kramer in de bezieling van de zangers. „Als je ze stuk voor stuk hoort, lijkt het nergens op. Staan ze bij elkaar, dan gebeurt er wat. Pas traden we op met een ander koor. Dat zong spatzuiver, maar het raakte je ziel niet. Daar gaat het ons om: de harten van de mensen bereiken.”

De jaren door bleek Crescendo daar steeds weer in te slagen. Er ging een massa platen en cd’s over de toonbank. Het koor trok zelfs de aandacht van de koninklijke familie. Vooral Juliana had een zwak voor de ruige zang van de Urker bonken. „Toen ze 75 werd, is ons gevraagd naar theater Spant in Bussum te komen. Bij die gelegenheid hebben we voor haar één keer in het Engels gezongen, samen met Vera Lynn, de bekende oorlogszangeres. ”We’ll meet again”. De laatste jaren zijn de contacten met het Koninklijk Huis wat minder. De muzikale voorkeur van Willem-Alexander en Máxima ligt op een ander terrein.”

Omdat vroeger vrijwel alle leden doordeweeks op zee waren, repeteert Crescendo op zondag. Tegenwoordig is het aantal vissers binnen het koor op de vingers van één hand te tellen. Willem Schraal behoort tot de laatsten. Het zingen ”onder de bak”, tijdens het slachten van de vis, is ook op Urk geschiedenis. Daarom doet hij het nu bij Crescendo. „Ik had veel eerder lid moeten worden”, bekent hij. „Ook geestelijk hebben we een goede band met elkaar. Alle denominaties zijn bij ons vertegenwoordigd, van gereformeerd vrijgemaakt tot oud gereformeerd, maar er valt nooit een onvertogen woord.” Van de tatoeage op de onderarm van een van de zangers of het belletje in het oor van sommige koorleden maakt niemand een punt. Dat hoort bij Urk.

Lichtstad

Slechts een enkeling zoekt zo nu en dan het dek op; meest mannen die een sigaret willen roken. De rest blijft liever in de lounge, waar de gespreksstof niet op lijkt te drogen. Een van de opvarenden is de Canadese Tony Kranendonk, die Crescendo in 2009 naar Canada en Amerika haalde voor het promoten van de Bonisa Zending. De vriendschap die ontstond had tot gevolg dat Tony en zijn vrouw voor de uitjes van Crescendo naar Nederland komen vliegen.

Ook Klaas Weerstand, al 43 jaar lid van Halleluja, is steevast van de partij. Vanwege een tekort aan tweede tenoren ging de Urker rijwielverkoper in 1982 mee met een evangelisatiereis van Crescendo naar Hongarije. Sindsdien voelt hij zich bij dit koor net zo thuis als bij Hallelujah. „We hebben hetzelfde doel: zingend het Evangelie uitdragen. Ik zie ernaar uit om vanavond weer eens naast deze vrienden te staan.”

Kees en Gerian Kwakernaak, eigenaars van een tuinplantenkwekerij in Sommelsdijk, hoorden Crescendo zes jaar geleden voor het eerst, tijdens een concert in Maasluis. De zang maakte een onuitwisbare indruk op het herstelde hervormde echtpaar uit Nieuwe-Tonge. „Deze mannen zingen zonder toeters en bellen, rechtstreeks uit hun hart”, verklaart Gerian. Ter gelegenheid van hun 35-jarig huwelijksjubileum lieten de fans van Crescendo het koor vorig jaar optreden in de hersteld hervormde kerk van Sommelsdijk. „Die heeft 800 zitplaatsen, maar er waren 1150 bezoekers. De mensen zaten tot op de kanseltrap. De rest moest naar huis.”

„Het was ongekend”, lacht Riekelt de Boer, een oudere broer van Hessel. „Klaas Jelle Kaptein, toen nog predikant van Sommelsdijk, heeft op de valreep geregeld dat we ook ”Lichtstad met uw paar’len poorten” zongen.” Louwe is een oom van hem, dus daar kan hij wel een potje bij breken.”

Lauwerkrans

De goedlachse Urker zit al 52 jaar op het koor. Bij zijn 25-jarig jubileum ontving hij een scheepje, bij het 40-jarig jubileum een oorkonde, bij het 50-jarig jubileum een bronzen Urker zanger met een muziekmap in de handen. „Als ik de zestig jaar haal, krijg ik denk ik een trap tegen mijn achterste. Ik ben veertig jaar eerste tenor geweest, maar in Canada kon ik niet meer bij de hoge tonen. Nou ben ik tweede bas.” Klaas Bakker en zijn broer Jelle staan met 54 en 55 jaar lidmaatschap aan de top. „Ik hoef geen onderscheiding meer”, zegt Klaas. „Als ik de lauwerkrans maar krijg. Begrijp je?”

De gebroeders Cor, Johan en Auke Mazereeuw behoren tot de jonge generatie. Johan kwam bij Crescendo door zijn huwelijk. Vader Mazereeuw, al veertig jaar koorlid, adviseerde hem voor de receptie gebruik te maken van zalencentrum Irene. „Dan kon ik me na het maken van de afspraken met Louwe meteen aanmelden voor het koor. Dat heb ik gedaan.” Hij had er geen dag spijt van. Het repeteren op zondagavond ervaart de gereformeerd vrijgemaakte huisschilder als het rustpunt van de week. „Even uit de drukte van het gezin; lekker samen zingen. Dat is voor alles goed, ook voor je geloof.”

„Wij zijn groot geworden met die versjes”, zegt broer Cor, net als Auke werkzaam in de visverkoop. „Vierstemmig klinken de psalmen nog mooier dan in de kerk.”

Microfoon

Tegen halfeen verkast het gezelschap naar het restaurant van het cruiseschip, voor een diner met schnitzel of koolvis. Tijdens de maaltijd meert de Allegro aan bij Heusden. De rest van de middag kunnen de opvarenden op eigen gelegenheid het Brabantse vestingstadje bekijken. Om vijf uur zijn de laatsten terug. Een deel van de mannen gaat zich al omkleden. Aan het eind van de avondmaaltijd geeft Hessel de laatste instructies, waarna hij de microfoon aan Willem Schraal overhandigt. Die zal besluiten met Schriftlezing en gebed. „Dat ding tegen je mond houden, Willem!” roept een koorgenoot. „Zo verstaan we er niks van.”

De zangers die hun daagse plunje nog aan hebben, zoeken na het gebed hun hut op, om zich in de klassieke Urker dracht te hijsen. „Piet Baarssen, in zijn jonge jaren fanatiek sporter en verschillende keren kandidaat bij het kampioenschap voor de sterkste man van Nederland, wordt geassisteerd door echtgenote Nellie. Eerst reikt ze hem de rode boezeroen aan, dan het zwarte jasje, vervolgens de zwarte broek. „Er hoort een blauwe katoenen onderbroek onder, maar dat is me te warm”, zegt Piet. Hij heeft er weer zin in. „Willem las net dat we alles ter ere Gods moeten doen. Daar gaat het om. Ik ben jaren solist geweest, maar ik voel me niets meer dan de andere koorleden. Omgekeerd heb ik nooit iets van jaloezie gemerkt. Klaas Bakker, de vorige solist, was mijn steun en toeverlaat. Dat is de kracht van dit koor. Het is één grote vriendenclub.”

Storm op zee

Officieel geef Crescendo maximaal zes concerten per jaar. In de praktijk worden het er zomaar tien. Van plankenkoorts hebben de mannen geen last. Halfacht marcheren ze relaxed over de loopplank van de Allegro naar de vaste wal. „Kan ik nog even de aardappels afgieten?” vraagt een oude baas aan Hessel.

Als een bende geuzen trekt het koor door de spaarzaam verlichte vestingstad naar de Grote Kerk. Pal na de ingang is een tafeltje geplaatst voor de verkoop van de cd’s. De bezoekers stromen binnen. Pieter Heykoop, de vaste organist bij uitvoeringen, klimt naar de orgelzolder om de registerknoppen voor de samenzang uit te trekken. Voor de begeleiding van Crescendo zal hij het koororgel en de vleugel voor in de kerk gebruiken.

Aan inzingen doen de mannen niet. Klokslag acht uur lopen ze naar voren, stellen zich op en gaan ze er zonder ”warming up” tegenaan met een van hun lievelingsliederen. ”Ere zij God in den hoge”.

Hoogtepunt van de avond is ook nu weer Psalm 42. Met het priemen van zijn vingers, het vormen van een oog met duim en wijsvinger, brede armgebaren of het wijd open spalken van zijn mond leidt Louwe Kramer de stemmen zoals hij wil. Van gedempt via vol gezang naar een overweldigend gebulder. De gastvrouw van de Allegro zit met open mond te luisteren.

Mooie avond

De van Urk afkomstige ds. K. Hoefnagel, voor de mannen van Crescendo Klaas, mediteert over de storm op zee. Hij had de geschiedenis van Tabitha voorbereid, maar de zang van de Urkers deed hem van gedachten veranderen. Aan het eind van de avond heeft hij nog een persoonlijk woord voor Piet Baarssen. Dan is het feest achter de rug. Tenminste, bijna. Zodra Pieter Heykoop als uitleidend orgelspel de Ambrosiaanse lofzang laat horen, beginnen de koorleden die naar de uitgang lopen spontaan weer te zingen. ”Grote God wij loven u”. Een van hen slaat lachend de maat.

„En wat kost die?” vraagt een vrouw bij de cd-tafel.

„Vijftien euro”, laat de bebaarde verkoper haar weten.

Louwe Kramer wist zich het zweet van het voorhoofd. Ds. Hoefnagel is druk met handen schudden. De band met Urk laat zich niet gemakkelijk verbreken. „Het was weer een mooie avond”, stelt Hessel de Boer tevreden vast. „En nou terug naar de boot.”

Kijk op terdege.nl/crescendo


Naam: Piet Baarssen

Leeftijd: 58 jaar Beroep: eigenaar van een groothandel in vis

Kerkverband: christelijk gereformeerde gemeente Eben-Haëzer

Positie binnen Crescendo: lid en voormalig solist

Zangstem: bariton Lid sinds: 1989

„Van mijn zestiende tot mijn dertigste heb ik gevist. We zongen veel aan boord, maar je muzikale ontwikkeling staat dan op een laag pitje. Toen ik in 1987 aan de wal kwam, groeide het verlangen om op termijn mijn vader op te volgen. Dat was ook zijn wens. Daarom heb ik een cursus voor amateur-koordirigent gevolgd.

Mijn vader had een heel eigen manier van dirigeren. Die heb ik niet van hem overgenomen, maar verder is er weinig veranderd. We zingen nog steeds het eenvoudige geestelijke lied. Dat doet wat met mij en met het koor. Die wisselwerking is bijzonder. Wij Urkers hebben het zingen in de genen zitten. De meeste arrangementen maak ik zelf, omdat ik weet welke hoogte en diepte mijn mannen aankunnen. Gerrit de Wit, een van de leden, maakte nieuwe teksten. Hij is van beroep scheepsbouwkundig ingenieur en kan geen noot lezen, maar hij heeft heel veel taalgevoel.

We repeteren op zondagavond. Dat stamt uit de tijd dat bijna alle koorleden nog visserman waren. Op zaterdagmorgen kwamen we thuis. Daarna moesten de netten nog worden hersteld. Zaterdagavond had je voor je meisje. Zondag twee keer naar de kerk en ’s avonds zingen van halfacht tot kwart voor negen. De meisjes en de vrouwen kwamen hun vriend of man ophalen. Dat is nog steeds zo. Ik kan me geen zondag voorstellen zonder de afsluiting met het koor.”


Naam: Louwe Kramer

Leeftijd: 60 jaar

Beroep: eigenaar-beheerder van zalencentrum Irene op Urk

Kerkverband: hervormd (PKN) gemeente De Bron

Positie binnen Crescendo: dirigent

Zangstem: eerste tenor

Lid sinds: 1974

„Vanaf mijn vijftiende jaar zit ik op zee. Gewoon als matroos, nu op een pulskorschip. Door mijn werk ben ik pas laat op het koor gekomen. Als vrienden van Crescendo me ervoor vroegen, zei ik: „Dat is niets voor mij, je zit elke keer met die uitwedstrijden.” Met de meeste concerten kan ik niet mee.

In het halfjaar dat ik niet viste, heb ik me aangemeld. Omdat het me aan wal niet beviel, ben ik toch weer naar zee gegaan. Het vrije leven, hè. Er zit daar niet telkens iemand op je handen te kijken. Maar ik ben lid gebleven van Crescendo. Wat me trekt, is de saamhorigheid. Er zijn zó veel kerkelijke richtingen op Urk, maar die vallen op het koor weg. Daar hebben we allemaal hetzelfde doel: Gods naam zingend grootmaken. Daar heb je persoonlijk ook wat aan. Meindert Kramer, onze vorige dirigent, zei altijd: „De eerste zegen is voor jezelf”. Persoonlijk zing ik het liefst psalmen, maar er zijn ook mooie gezangen. Hopelijk maken we mensen die ons horen jaloers. Dat is het voornaamste doel van Crescendo. Dat staat zelfs in de statuten.

Op zondagavond heb je door de repetitie de sociale contacten. Dan spreek je deze, dan die. Dat is het mooie van de zang.

Van de negen kinderen zijn er nog vier thuis. Helaas heb ik alleen de oudste zoon meegekregen naar het koor.”


Naam: Hessel de Boer

Leeftijd: 59 jaar

Beroep: monteur installatietechniek

Kerkverband: hervormd (PKN) gemeente De Bron

Positie binnen Crescendo: voorzitter

Zangstem: eerste tenor

Lid sinds: 1982

„Visserman ben ik nooit geweest, maar ik kom wel uit een vissersgezin. Mijn vader had een eigen schip. Van zijn zeven zonen, hebben er vijf gevist. Ik ben één keer meegeweest en toen goed zeeziek geworden. Als ik had doorgezet was het misschien overgegaan, maar dat leven op zee trok me niet zee.

Vijfendertig jaar geleden ben ik bij Crescendo gekomen. M’n broer Riekelt zat al veel langer op het koor. Ik heb voor Crescendo gekozen omdat daar familieleden zaten. En ik voel me er thuis.

Vrienden van me zeiden destijds: „Wie gaat er nou bij zo’n koor? Daar kunnen ze niet zingen.”

„Dat is juist de reden”, heb ik geantwoord. „Ik kan ook niet zingen.” Het vriendschappelijke staat bij ons centraal. Door het zingen wordt de kameraadschap nog versterkt. Dan vallen de kerkelijke muren weg. Dat ervaren we allemaal zo. Het valt me altijd op dat zingen ook in de Bijbel zo’n grote plaats heeft, zelfs bij oorlogen. Pas heb ik er in mijn openingswoord bij een bestuursvergadering op gewezen dat het volk voor het ten oorlog trok de lofzang moest aanheffen. Alsof de overwinning al was behaald.

Als voorzitter mag je een belangrijke taak vervullen. Ik verzorg de opening bij de repetities. Soms ook bij concerten, waarna ik nog een enkel woord toevoeg. Als je dan de zegen van de Heilige Geest ervaart, geeft dat grote dankbaarheid.”


Naam: Willem Schraal

Leeftijd: 63 jaar

Beroep: visser op de UK 87

Kerkverband: christelijk gereformeerde gemeente Eben-Haëzer

Positie binnen Crescendo: lid

Zangstem: eerste bas

Lid sinds: 1989

„Mijn vrouw maakte in 1989 met haar koor Laus Deo een reis naar Hongarije; ik mocht mee. Dirigent van dat koor was Frits Bode. Hij had Meindert Kramer, destijds dirigent van Crescendo, meegevraagd voor de begeleiding. Op een gegeven moment was Kramer in een kerk een beetje aan het oefenen op het orgel. Op verzoek van een paar mensen die erbij waren, heb ik in m’n eentje ”De heilige stad” gezongen. Klaas Bakker, vóór mij solist van Crescendo, heeft me daarna gevraagd hem op te volgen. We zijn nog steeds vrienden.

Nu zing ik nog maar zelden solo. Omdat ik het tegenwoordig wat rustiger heb, kan ik vaker met mijn vrouw op reis. Zodoende ben ik niet bij alle concerten. Daar komt bij dat m’n ene long het niet goed meer doet. Toen ik in 2003 aan de haven van Urk een ruzie probeerde te sussen, heeft iemand me door de buikslagader en het middenrif heen in die long gestoken. Ik ben goed hersteld, maar als solist zingen kost me sindsdien meer moeite. En voor alles is een tijd. Een enkele keer doe ik het nog; meestal wanneer het wordt gevraagd vanuit het publiek. Als Louwe me een knikje geeft, stap ik naar voren. Momenteel ben ik bezig met het opleiden van twee nieuwe solisten: Meindert de Boer en Hendrik Weerstand. Een tenor en een bariton. Ook autodidacten. Mooi toch!”

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 december 2017

Terdege | 194 Pagina's

Zingen met het hart

Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 december 2017

Terdege | 194 Pagina's

PDF Bekijken