Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De eed van God

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De eed van God

Lezen: Psalm 132

3 minuten leestijd

Psalm 132 telt twee delen: 1–10 en 11–18. Het eerste deel bevat een eed van David, het tweede deel een eed van de Heere. Davids eed beantwoordt God. Hij belooft zijn gebed te verhoren.

Het tweede deel bevat Gods eed. De inhoud daarvan is Gods belofte aan David in 2 Sam. 6–7 Deze hoofdstukken behoren tot de centrale delen van de Schrift. Verschillende psalmen, profeten en nieuwtestamentische schrijvers verwijzen ernaar. Psalm 132 benadrukt de betrouwbaarheid van Gods belofte aan David. Opvallend is dat Psalm 132 vooral het voortbestaan van Davids koningschap benadrukt. De dichter legt minder de nadruk op Gods belofte van nakomelingen aan David. Tot tweemaal toe belooft de Heere dat Davids troon tot in eeuwigheid blijft (11–12). Deze belofte haakt in op Davids eed in het eerste deel. Daar belooft David dat hij de ark naar Sion brengt. Deze ark is Gods troon (7–8). In het tweede deel van Psalm 132 valt de ark samen met Davids troon. Op deze troon plaatst God de Messias. Tempel en paleis gaan in dit messiaanse rijk in elkaar op, zo bezingt Psalm 132. Het fundament van dit koninkrijk is Gods verkiezing van Sion (13). In Zijn liefde rust Hij op deze door Hem begeerde plaats (14). Gods rusten herinnert aan Zijn rusten op de zevende dag. De rust van Psalm 132 volgt op Gods voltooiing van de herschepping. Met het verhoren van de gebeden (8–10) voltooit God Zijn herscheppende werk (14–16). Zijn volk verheugt zich in Hem en deelt in Zijn zegen (16). Een indringend gebed vergezelt Gods eed. Hierin onderscheidt de dichter David en de gezalfde (Messias). De Heere moet de Messias niet afwijzen omwille van Zijn verbond met David (10). Dit keert aan het slot terug. Dat beschrijft de toekomstige heerlijkheid van de messiaanse Koning (17–18). Eeuwen later bewijst Petrus op het tempelplein hoe deze psalm met de verhoging van Christus Jezus door God vervuld is (Hand. 2:30). Deze psalm sluit de bundel Hammaäloth af. De terugkeer tot Sion loopt uit op de aanbidding van God en Zijn Messias. „Eeuwig bloeit de gloriekroon, op het hoofd van Davids grote Zoon!”

Stelling: De bundel Hammaäloth bezingt de terugkeer van Gods volk tot Sion en het herstel van Gods Koninkrijk door de Messias.

Deze twee Bijbelstudies maken deel uit van een serie over de liederen Hammaäloth.

Ds. C.P. de Boer (43) is christelijk gereformeerd predikant te Sliedrecht. Hij is getrouwd en vader van negen kinderen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Wednesday 26 June 2019

Terdege | 186 Pagina's

De eed van God

Bekijk de hele uitgave van Wednesday 26 June 2019

Terdege | 186 Pagina's

PDF Bekijken