Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DIE REDAKTIONSGESCHICHTLICHE ME­THODE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DIE REDAKTIONSGESCHICHTLICHE ME­THODE

4 minuten leestijd

Joachim Rohde, DIE REDAKTIONSGESCHICHTLICHE ME­THODE, Einführwng xmd Sichtung des Forschungsstandes, 248 S., Furche Verlag, Hamburg, 1966.

Het is niet eenvoudig, de ontwikkeling van de nieuwtestamentische wetenschap bij te houden. Na de periode van het bronnenonderzoek kwam de formgcschiehtliche methode op, die vooral in de dertiger jaren een grote rol speelde, met name bij de bestudering van de synoptische evangeliën. Daarnaast en daarna vond na de tweede wereldoorlog een nieuwe methode ingang, t.w. de redaJctionsgeschichtliohe methode.

Terwyl de Formgesohichte aandacht gaf aan de kleine eenheden, de afzonderlijke pericopen, heeft men in het „redaktionsgeschichtliche" onderzoek vooral de evangeliën in hun geheel op het oog. De evangelisten worden niet meer alleen gezien als tradenten en verzamelaars, maar primair als theologen en „Schriftstellerpersönlichkeiten", die door hun werkwijze, de ordening en samenvoeging van de overgeleverde stof, door allerlei opzettelijke veranderingen en invoegingen, hun eigen theologie of de theologie van een bepaalde groep of richting in de oergemeente tot uitdrukking zochten te brengen. Uliteraard hangen Formgeschichte en Redaktionsgeschichte nauw samen.

Dit onderzoek naar de redactie van de evangeliën en de afzonderlyke delen van de evangeliën heeft een overvloed van publicaties opgeleverd, die zich bezighouden met een onderdeel of een totaaloverzicht van de theologie van Mattheüs, Marcus en Lucas.

Het is de grote verdienste van het boek van Rohde - een heruitgave van een deel van zijn dissertatie - dat het een uitvoerig en helder overzicht geeft van de belangrijkste publicaties op dit terrein. In kort bestek wordt de lezer ingeleid in de opvattingen van theologen als Bomkamm, Trilling, Marxen, Conzelmann, Vielhauer, Haenchen en anderen. Met name studenten en zij die uit vakwetenschappelyk oogpunt geïnteresseerd z^jn bij de ontwikkeling van het nieuwtestamentisch onderzoek zullen dit boek met vrucht raadplegen.

Daarvoor verdient de bekwame auteur onze grote dank en waardering. Een andere zaak is, dat we wel met de auteur verschillen inzake de waardering van de redaktionsgesehichtliche methode.

Zeker, allerlei accenten en details in het nieuwtestamentisch kerygma komen op deze wyzc naar voren, die alleen maar een verrijking betekenen voor de prediking. Ik denk b.v. aan de analyse die Bornkamm gegeven heeft van de pericoop Matth. 8 : 23-27. En het is goed om voortdurend b^j de prediking uit de synoptische evangeliën het eigen accent van elk evangelie in het oog te houden.

Maar dat is wat anders dan wanneer men methodisch het getuigenis van de evangeliën en de Handelingen der Apostelen gaat opsplitsen in een aantal elkaar weersprekende theologieën, die de neerslag vormen van allerlei situaties uit het leven van de eerste gemeente. Bij de

lezing van Bohdes boek kwam telkens weer de vraag bij m^j boven: wat blijft er op deze w^jze over van het openbaringskarakter van de Schrift?

Als het beeld, dat de evangeliën geven van Jezus' woorden en werken, geheel bepaald wordt door de situatie van de gemeente en de theologische visie van de redactor-evangelist, hoe is het dan met de historische betrouwbaarheid van de evangeliën ? Het kerygma dreigt volkomen losgemaakt te worden van de geschiedenis. Wij weten dan niet meer wat Jezus werkelijk gezegd en gedaan heeft. Wij weten alleen hoe de eerste gemeente en hoe de evangelisten de overlevering in hun situatie hebben verstaan, verwerkt en weergegeven.

Het kerygma van de evangeliën wordt dan bovendien uitgeleverd aan de willekeur van de onderzoekers, daar de in Bohdes boek behandelde methode de huidige redactie en vormgeving van de evangeliën verklaart uit allerlei hoogst hypothetische situaties. Het uitgangspunt waar de ene geleerde van uitgaat wordt door de andere zonder meer verworpen. Men heeft telkens weer het gevoel dat de tekst van het N.T. geperst wordt in een vooropgezet theologisch schema, en dat men op deze wijze verzeilt in een , , dogmatische exegese" van de ergste soort. De overlevering wordt grotendeels op rekening van do gemeente en de redactoren gezet en verliest daardoor haar karakter van gezaghebbende apostolische overlevering.

Obr.

A.N.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1967

Theologia Reformata | 67 Pagina's

DIE REDAKTIONSGESCHICHTLICHE ME­THODE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1967

Theologia Reformata | 67 Pagina's

PDF Bekijken