Bekijk het origineel

De smaadheid van Christus dragen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De smaadheid van Christus dragen

8 minuten leestijd

L. Westland

Zo laat ons dan tot Hem uitgaan, buiten de legerplaats, zijn smaadheid dragende. Hebr. 13 : 13.

Het lijden van Christus wordt hier aangeduid met het woord 'smaadheid'. En deze smaadheid heeft zijn inhoud vanuit vers 12: Daarom heeft ook Christus buiten de poort geleden. Het smadelijke van Christus' lijden is dat Hij buiten de poort geleden heeft. En de Hebreeën moeten dat goed verstaan. Daarin hebben ze Christus na te volgen.

Het was voor de lezers van de Hebreeënbrief niet vanzelfsprekend dat ze Christus in zijn lijdensweg zouden navolgen. Integendeel. Het leek er eerder op dat ze zouden bezwijken onder de druk van de beproevingen. Deze Hebreeën behoorden tot de tweede generatie van de christelijke kerk. In het romeinse wereldrijk begon de vervolging van de Christenen toe te nemen. En onder de druk van de omstandigheden leek het er op dat deze Hebreeën hun geloof zouden verliezen.

En nu worden ze in deze brief krachtig aangespoord om te volharden in het geloof, juist te midden van de verdrukking. Ook al brengt dat lijden met zich mee. Ook al zou hun leven er mee gemoeid zijn. In het voorafgaande gedeelte is aan hen de rij van 'geloofshelden' uit het O.T. voorgehouden, als voorbeeld van de volharding van het geloof, ondanks de zwaarste vervolgingen. En bovendien: ze mogen zien op de Leidsman en Voleinder van het geloof, de Here Jezus zelf. Het zicht op de Heiland mag hen de kracht geven om voort te gaan en niet te bezwijken. Hij zal hen staande houden op de weg van lijden en verdrukking.

Maar deze gerichtheid op Jezus Christus grijpt diep in. Het brengt smaadheid met zich mee. Het geloof is de verbinding met Christus, en Hij is de lijdende Christus, die smaadheid moest dragen En aan deze smaadheid van Christus zullen ze deel krijgen. Dat is onlosmakelijk verbonden met het geloof in Jezus Christus. En daarom worden deze Hebreeën aangespoord om

die smaadheid te dragen: Zo laat ons dan tot Hem uitgaan, buiten de legerplaats, zijn smaadheid dragende.

Het beeld, waarmee de smaadheid van Christus wordt aangegeven, stamt uit het Oude Testament. Voor de Hebreeën was dat duidelijk. Ze waren immers Ctiristenen, afkomstig uit de Joden. Daarom werden ze ook Hebreeën genoemd. Maar hun joodse achtergrond maakte het geloof in Jezus Christus er niet eenvoudiger op. Er was voor deze Hebreeën niet alleen de dreiging van de vervolging van buiten af, ook van binnen uit werd het geloof aangevochten. Want de vraag naar de betekenis van het Oude Testament bleef (en blijft ook nu!) dringen. Bijvoorbeeld: Hoe zat het met de spijswetten (vs. 9)? En onder de Hebreeën kwam de neiging op om terug te vallen in de joodse leefwijze.

De schrijver van de Hebreeënbrief weet dat en hij plaatst het O.T. in het perspectief van de vervulling door Jezus Christus. Daarbij wijst hij met name op het onvolkomene van de joodse cultus. Jezus Christus is de grote Hogepriester, die eens en voorgoed het offer der verzoening in het binnenste heiligdom volbracht heeft. De Hebreeën mogen niet terugvallen tot een leven volgens de joodse voorschriften. Daar hebben ze geen baat bij (vs. 9). Tegenover het joodse zondoffer staat het offer van Christus. Van het zondoffer mogen de joden niet eten, maar de christelijke gemeente wordt aan de maaltijd des Heren gevoed en gelaafd met de gekruiste Christus (vs. 10). Het offerdier werd op de Grote Verzoendag buiten de muren van Jeruzalem verbrand. Niets bleef er van over. Bij andere offers werd het vlees verdeeld tussen de priester en de offeraar, maar het vlees van het offerdier op de Grote Verzoendag werd buiten de legerplaats verbrand. Het bloed was het belangrijkste. In het Heilige der heiligen vond het eigenlijke plaats van de joodse offerdienst: de bloedstorting op het verzoendeksel. Maar het offerdier zelf was oiu-ein. Het was voor de joodse cultus waardeloos. En dit onreine kadaver is teken van de lijdende Knecht des Heren. Het ène offer der verzoening is volbracht buiten Jeruzalem, buiten de poort (vs. 12), buiten de legerplaats, (vs. 13). Het bloed der verzoening is niet gestort in het hart van het aardse Jeruzalem, maar daarbuiten, op Golgotha.

Dat is de smaadheid van Christus. Hij is onbruikbaar voor het zelfgerechtvaardigde jodendom. 'En die voorbij gingen lasterden Hem, schuddende hun hoofden'. Voor de godsdienstige mens, die met zijn eigen godsdienst zich voor God wil handhaven, is deze Knecht des Heren niet acceptabel. Volstrekt niet. 'Hij was veracht en de onwaardigste onder de mensen'. Onrein, als het kadaver van de Grote Verzoendag. De Hebreeën worden opgeroepen om tot deze versmade Heiland uit te gaan. 'Zo laat ons dan tot Hem uitgaan, buiten de legerplaats, zijn smaadheid dragende'. Om zo het hoofd te kunnen bieden aan die tweeërlei aanvechting: de judaïstische dwaalleer en de vervolging van buiten. Willen de Hebreeën staande blijven in het geloof, dan moeten ze tot Hem uitgaan. Tot Christus, de gesmade en verachte Heiland. Niet passief maar afwachten, hoe het zal gaan onder de dreiging van de vervolging. Niet met

heimwee terugdenken aan en terugkeren tot de joodse levenswijze. Nee, ze moeten er op uit. Uit de legerplaats en Christus' smaadheid te dragen.

Wat wordt met de legerplaats bedoeld? Daar is vanuit vers 12 de verbinding met 'buiten de poort' Buiten Jeruzalem, buiten de gevestigde orde van het jodendom. Maar er klinkt wellicht nog meer mee, voor Christenen die uit de joden afkomstig zijn. De legerplaats, dat is een herinnering aan de woestijntijd (Ex. 33 : 7). In de woestijn moesten de Israëlieten uit hun eigen tent, uit hun woonsituatie, uitgaan om de HERE te zoeken; om Hem te ontmoeten bij de tent der samenkomst. Als je bij Christus wilt behoren, als je in het geloof wilt volharden, dan moet je uit de legerplaats wegtrekken. En betekent dat niet eenvoudig wegtrekken uit de plaats waar je gelegerd bent, waar je je gemak voelt?

In Hebr. 13 wordt aan de Hebreeën duidelijk gemaakt dat het uittrekken tot Christus smaadheid meebrengt. In het begin van hoofdstuk 13 zijn de kenmerken van het christenleven hun voorgehouden (gastvrijheid vs. 2, respect voor het huwelijk, vs. 4, geen bezitsdrang vs. 5). Door die aparte leefwijze zullen de Hebreeën gesmaad en veracht worden.

En het woord uit Hebr. 13:13 komt naar ons toe. Uittrekken uit de legerplaats tot Christus en zijn smaadheid dragen. Wij zijn gewend om over Christus en zijn verzoenend sterven te spreken. Maar hebben wij ook ontdekt dat Christus een 'gesmade' Heiland is? Leven uit de verzoening in Christus brengt smaadheid mee. Zijn smaadheid dragen. Dat wil niet zeggen dat wij in het geloof op hetzelfde niveau smaadheid zullen dragen als Christus. Hij is als Gekruiste in zijn smaadheid uniek. Hij is immers gesmaad als Knecht des Heren. Door de leiders van het joodse volk werd Hij veracht. Hij was onbruikbaar als Messias. En daarin zijn wij solidair met hen.' 't En zijn de joden niet. Heer Jesu, die U kruisten'. Nog altijd doen wij Hem smaadheid aan, als wij in de praktijk van ons leven aan Hem voorbij gaan, in ontrouw en schuld. Daarom is de Christus' smaadheid uniek. Vanwege het unieke ambt van Middelaar.

En toch, in de verbondenheid van het geloof gaan we zijn smaadheid dragen. Want in het geloof mag er gemeenschap zijn met Christus. De smaadheid van Christus dragen betekent daarom: In verbondenheid met de gesmade Christus zelf ook smaadheid ondervinden. Het messiaanse lijden zet zich voort in de volgelingen van de Messias. En het gebeurt door weg te trekken uit de legerplaats.

Wegtrekken uit de legerplaats. Weg uit de plaats waar we ons zo op ons gemak voelen, in de wereld van vandaag. Wellicht ook ons theologische wereldje. Dat is toch een onneembaar bastion geworden. We hebben ons er in teruggetrokken, en we voelen ons er veilig. Maar beleven we in een gesloten denksysteem de smaadheid van Christus? Een knellende vraag voor ieder van ons!

Zo laat ons dan tot Hem uitgaan! Maar we durven eigenlijk het risico niet aan om uit onze legerplaats weg te trekken! Beseffen we het wel? Er dreigt

het gevaar van zelfgenoegzaamheid, ingekeerdheid in ons zelf, zoals bij de joden in de tijd van de Hebreeën. Maar Christus is buiten de legerplaats, een gesmade Heiland. Hij alleen houdt ons staande als de verdrukking dreigt. Hij, de overste Leidsman en de Voleinder van het geloof I

Willen we de smaadheid van Christus dragen? Dat is de konsekwentie van het geloof, in de wereld vandaag! Zijn Naam uitdragen brengt smaadheid mee. Vanwege het andere leven ben je niet meer in tel. Of voelen we ons nog happy in de zekerheid van onze west-europese samenleving, in de veiligheid van onze traditie? Vaak lijkt het er op dat we aan écht geloofs-leven niet toe komen. Zijn we geestelijk bereid en in staat de smaadheid van Christus te dragen?

In ieder geval: De Geest activeert ons door deze oproep: Laat ons dan tot Hem uitgaan

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 maart 1980

Theologia Reformata | 80 Pagina's

De smaadheid van Christus dragen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 maart 1980

Theologia Reformata | 80 Pagina's

PDF Bekijken