Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE NADERE REFORMATIE IN UTRECHT TEN TIJDE VAN VOETIUS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

DE NADERE REFORMATIE IN UTRECHT TEN TIJDE VAN VOETIUS

2 minuten leestijd

F.A. van Lieburg, DE NADERE REFORMATIE IN UTRECHT TEN TIJDE VAN VOETIUS. Sporen in de gereformeerde kerkeraadsacta. 172 blz., ƒ 34, 90, Lindenberg, Rotterdam 1989.

Een doctoraalscriptie, uitgegeven ter gelegenheid van de 40ste verjaardag van de uitgeverij als boekhandel en van de 400ste van Voetius, die jarenlang een stempel zette op het Utrechtse kerkelijke leven. Het eerste hoofdstuk geeft acht reformatieteksten, zoals deze in de kerkeraadsnotulen van de Utrechtse gemeente zijn weergegeven. Het zijn interessante teksten, die een indruk geven van het ideaal dat de kerkeraad voor ogen stond, of in ieder geval van de vele zonden op alle terrein, die hij wilde bestrijden. Het tweede hoofdstuk geeft bijzonderheden over de uitoefening van de kerkelijke tucht. Daarmee kijken we in de keuken om zo te zeggen. Eerst legde de kerkeraad zich toe op de leertucht, later verlevendigde hij het toezicht op het heilige leven. Het laatste hoofdstuk biedt een weergave van de kerkeraadsbemoeiingen met het Labadisme, en vooral met Anna Maria van Schuurman. Een enkele brief die gewisseld werd laat zien dat van beide kanten het standpunt vrijwel vastlag. Van Lieburg noemt zijn werk een onderzoeksverslag, waarvan hij de hoop uitspreekt, dat het bruikbaar zal zijn. Dit is zeker het geval, ofschoon het juist zo, naar zijn eigen woorden, een aansporing moet zijn tot 'meer en beter'. Hij moest zich een beperking opleggen, die verband hield met een termijn, samenhangend met de jubilea, die gevierd moesten worden. Het 'meer' zal dan vooral betrekking hebben op de verwerking van nog meer bronnen en op de bewerking ervan. Het 'beter' geeft de schrijver zelf reeds aan in een slotbeschouwing, waarin hij de wenselijkheid uitspreekt van een vergelijking van plaatselijke ontwikkelingen met de landelijke geschiedenis van de Nadere Reformatie. Het materiaal zoekt hij waar het inderdaad te vinden is, binnen handbereik, nl. in de Vier Zamenspraaken over ettelijke kerkelijke Zaaken, ingestelt door Christianus Parresius (Utrecht 1677). Daar zijn concepten te vinden uit de kring van Koelman en Van Lodenstein, die samen met hun te boek gestelde programma's, alsmede met dat van enkele anderen nog, het beeld aanvullen. Wat in Utrecht gebeurde stond niet op zichzelf. Het maakte deel uit van een grote beweging, die in de theologie geworteld, in heel de maatschappij uitstraalde en die het daarom verdient om in samenwerking van profaan-en kerkhistorici, verder onderzocht te worden. En wel naar alle kanten.

A.

W. v.'tS.

Dit artikel werd u aangeboden door: Theologia Reformata

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

Theologia Reformata | 374 Pagina's

DE NADERE REFORMATIE IN UTRECHT TEN TIJDE VAN VOETIUS

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

Theologia Reformata | 374 Pagina's

PDF Bekijken