Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE NADERE RE­FORMATIE IN UTRECHT TEN TIJDE VAN VOETIUS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

DE NADERE RE­FORMATIE IN UTRECHT TEN TIJDE VAN VOETIUS

4 minuten leestijd

F.A. van Lieburg, DE NADERE RE­FORMATIE IN UTRECHT TEN TIJDE VAN VOETIUS, Sporen in de gereformeerde kerkeraadsacta, 172 blz., Lindenberg, Rotterdam 1989.

De jonge historicus Van Lieburg heeft een 'bijvakscriptie' van een dermate omvang en niveau geschreven, dat er een publicatie uit voortgekomen is, die als een waardevolle bijdrage aan het onderzoek van de Nadere Reformatie kan worden beschouwd. De schrijver heeft de kerkeraadsnotulen van de Utrechtse Gereformeerde gemeente van 1658 tot 1675 onderzocht op het punt van wat de Nadere Reformatie in de practijk van het gemeenteleven betekende. Met deze methode van onderzoek wil hij een z.i. noodzakelijke aanvulling geven op wat tot nu toe in dit opzicht gedaan is, omdat dit beperkt is gebleven tot het beschrijven van het leven en werken van de 'oude schrijvers'.

In het eerste hoofdstuk neemt de auteur zijn uitgangspositie in een achttal 'reformatieteksten', dat door de Utrechtse kerkeraad in die jaren is opgesteld en handelt over de noodzakelijke verbetering van de levenspractijk in de gemeente. Het is de kerkeraad te doen om 'de reformatie der zeden'. Daarin komen vrijwel alle aspecten van het gemeentelijke leven in al zijn relaties naar voren, vanaf de meest persoonlijke tot de ruimste levenskringen toe. Het tweede hoofdstuk is hiervan een nadere uitwerking, maar dan vooral toegespitst op de kerkelijke tucht. In het derde hoofdstuk komen die aspecten van het gemeenteleven aan de orde, die te maken hebben met de toene­ mende verontrusting van een groep gemeenteleden, van wie Van Lieburg aanneemt, dat zij door het in die tijd ontstane Labadisme zijn beïnvloed. Het boek besluit met een nadere bezinning over het begrip 'nadere reformatie' op grond van het verrichte onderzoek en grenst daarbij zijn visie af ten opzichte van anderen.

Het waardevolle van deze studie is vooral, dat zij een schat van gegevens aanreikt, waardoor aan de beweging van de Nadere Reformatie een concrete inhoud wordt gegeven. De aard van deze gegevens was al wel bekend uit de bestaande literatuur, maar zij krijgt hier een belichting en invulling vanuit de concrete gemeentelijke situatie, waaruit duidelijk wordt hoe en in welke mate het ideaal van de Nadere Reformatie tot realiteit werd. En omdat de Utrechtse gemeente als het centrum van deze landelijke beweging kan worden gezien, zijn deze gegevens van meer dan plaatselijke betekenis. Met de schrijver kunnen wij het dan ook eens zijn, als hij stelt, dat een soortgelijk onderzoek in andere plaatselijke gemeenten van waarde kan zijn voor de kennis van de Nadere Reformatie in haar geheel.

Toch komt uit deze studie ook de beperktheid van deze aanpak naar voren. Met name in het derde hoofdstuk over het Labadisme wreekt zich het feit, dat er geen theologische beschrijving van het Labadisme wordt gegeven. Daardoor worden de concrete gegevens over b.v. de weigering om kinderen te laten dopen niet voldoende, d.w.z. vanuit hun theologische context belicht. Trouwens de vraag kan ook worden gesteld, of het in wat in dit hoofdstuk wordt

aangereikt om labadistische invloed gaat. Stellig zullen er raakvlakken zijn geweest, maar dan blijven toch nog voldoende verschilpunten aanwezig, die het moeilijk maken om hier zonder meer van Labadisme of beginnend Labadisme te spreken. De hier uitdrukkelijk ter sprake gebrachte Van Lodenstein is daarvan wel het duidelijkst bewijs. Daarmee wil ook gezegd zijn, dat de schrijver zich enigermate verkijkt op wat het ideaal van de Nadere Reformatie heeft beoogd. Het heeft ongetwijfeld zijn concrete spits gehad in een 'reformatie der zeden', maar deze moet worden verstaan inderdaad als een toespitsing op de levenspractijk van een spiritualiteit, waarin leer en leven, innerlijke geloofservaring en ethische uitleving niet alleen een eenheid vormden, maar waarin de eerste bepalend was voor de tweede. Het is juist de bestudering van dit theologisch-spirituele karakter van de Nadere Reformatie, die dit verdiepende inzicht verschaft en aan een onderzoek als het onderhavige zijn onmisbare dimensie verschaft.

Een technisch puntje is, dat de overzichtelijke paragraafindeling van hoofdstuk 2 node gemist wordt in het tweede gedeelte van het eerste hoofdstuk.

G.

C.G.

Dit artikel werd u aangeboden door: Theologia Reformata

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

Theologia Reformata | 357 Pagina's

DE NADERE RE­FORMATIE IN UTRECHT TEN TIJDE VAN VOETIUS

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

Theologia Reformata | 357 Pagina's

PDF Bekijken