Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

BIBLISCHE THEOLOGIE DES NEUEN TESTAMENTS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

BIBLISCHE THEOLOGIE DES NEUEN TESTAMENTS

6 minuten leestijd

Peter Stuhlmacher, BIBLISCHE THEOLOGIE DES NEUEN TESTAMENTS Band 2, Von der Paulusschule his zur Johannesojfenbarung, 372 S., DM 72.00, ISBN 3-525-53596-1, Vandenhoeck & Ruprecht, Göttingen 1999.

Ruim zeven jaar na de verschijning van deel 1 heeft de Tübinger nieuwtestamenticus het tweede deel van zijn theologie voltooid.

De voltooiing van dit werk is een gelukwens waard. Het aantal detailstudies en de diversiteit aan onderwerpen en standpunten maken het schrijven van een overzicht tot een lastige zaak. Te meer omdat de auteur het aandurft tegen tal van gevestigde meningen in te gaan en zich niet schaamt standpunten in te nemen die door tal van zijn collega's als conservatief bestempeld worden. Alleen al het uitgangspunt: een theologie die het Oude en het Nieuwe Testament combineert door voortdurend te vragen naar de wijze waarop de nieuwtestamentische auteurs het Oude Testament en de

traditie uit de intertestamentaire tijd geïnterpreteerd iiebben, is omstreden. De auteur beweegt zich met zijn traditiehistorische aanpalc in de lijn die door Gese, Ctiiids en - zij het ooic met een andere uitwerlcing - door Hübner is uitgezet. Voorde auteur is het Nieuwe Testament samen met het Oude Testament als canoniek getuigenis het getuigenis van de zich in Israël en in Jezus Christus openbarende God. Met gebruiicmaking van de literaire en historische methoden geeft de auteur een prachtig specimen van theologische exegese. Uitgangspunt ook van dit deel is het feit dat alle schrijvers van het Nieuwe Testament de Schrift uitleggen met het oog op het heilshandelen van God in en door Jezus Christus.

Nadat in het eerste deel aandacht geschonken is aan de prediking van Jezus en de verkondiging van Paulus komen in dit deel de verkondiging in de tijd na Paulus, de synoptische evangeliën en de johanneïsche geschriften ter sprake, terwijl het laatste hoofdstuk gewijd is aan de problematiek van de canon en de vraag of de Schrift een centraal punt, een "Mitte" kent.

Ten aanzien van de brieven aan de Efeziërs, de Colossenzen en de Pastorale brieven gaat de schrijver er van uit dat zij weliswaar niet door Paulus zelf geschreven zijn, maar wel uit zijn school stammen. Dat betekent dat er eigen, van Paulus onderscheiden accenten gelegd worden, maar dat er niettemin een grote mate van continuïteit is tussen Paulus en de auteurs van genoemde brieven ten aanzien van de prediking aangaande Jezus Christus, de kijk op de kerk, de parakiese en de eschatologie. Wel zijn de accenten vanwege de situatie veranderd. Een tweede en derde generatie dient zich aan die de paulinische traditie herinterpreteert in een nieuwe context.

Dat alles leidt tot een positief beeld, dat gunstig afsteekt tegen de schrale wijze waarop in de kritische literatuur met name de pastorale brieven vaak behandeld worden als getuigenissen van een vroeg-katholicisme dat een schril contrast vormt tot wat men noemt de echte Paulus. Ook wie inzake de authenticiteit tot een andere oplossing komt dan Stuhlmacher zal toch met vrucht van dit uitgewogen betoog gebruik kunnen maken.

Ook de zogenaamde katholieke brieven krijgen een uitvoerige behandeling. Ten aanzien van de brief van Jakobus klinkt toch iets door van de lutherse beoordeling van Jakobus. Kun je werkelijk staande houden dat Jakobus tegen Paulus polemiseert of moet je zeggen dat hij zich teweer stelt tegen verkeerde gevolgtrekkingen die men uit de Romeinenbrief afleidde? Ik houd het zelf op het laatste. Temeer, omdat Stuhlmacher op bladzijde 69 zelf opmerkt dat we ons door Jakobus moeten laten waarschuwen vooreen vervlakt paulinisme.

Wat de behandeling van de synoptische evangeliën betreft is het opvallend hoezeer Stuhlmacher in de lijn van Hengel en Riesner de continuïteit in de traditie beklemtoont. Met goede argumenten toont hij aan dat de evangelisten allen een 'hoge' christologie voor staan. Mij trof met name de analyse van Marcus 1, waarbij de auteur het citaat uit Jesaja 40 verbindt met vs I. Marcus l:2b-3 betuigen datirom de preëxistentie van Jezus en zijn Zoonschap in de diepe zin van het woord.

Uitermate geboeid heb ik het uitvoerige hoofdstuk over de johannëische geschriften gelezen. Stuhlmacher neemt als auteur en leider van de johanneïsche school de presbyter Johannes aan, die hij ziet als tradent en spreekbuis van de in het evangelie genoemde 'geliefde discipel' die hij als ik hem goed begrijp met de apostel Johannes gelijk stelt. Voor de prediking uit het evangelie, de brieven en de openbaring van Johannes draagt dit deel waardevolle bouwstenen aan. Trouwens dat geldt voor het geheel van deze theologie, waarin de auteur in een enkele alinea ons verrast door waardevolle exegeses van kernteksten. Anders dan bijvoorbeeld ten onzent Ridderbos betrekt de schrijver Johannes 6:26-58 op het avondmaal. In een laatste paragraaf van dit deel worden Paulus en Johannes naast elkaar gezet, waarbij de schrijver naast verschillen ook tal van overeenkomsten ziet. Al krijg je wel de indruk dat Paulus en dan met name de Paulus van de Romeinenbrief voor

Stuhlmacher het kriterium is.

Dat brengt me bij het laatste hoofdstuk. Boeiend is de wijze waarop Stuhlmacher het proces van de vorming van de canon schetst en de betekenis uiteenzet voor theologie en kerk.

De behandeling van het brede spectrum aan getuigenissen binnen die ene canon roept dan voorts de vraag op naar het centrale moment: 'die Mitte der Schrift'. Dat midden wordt gevormd door het getuigenis van de heilsdaden van God in Christus' komst en werk, zijn kruisdood tot verzoening, zijn opstanding en verhoging, alsmede het werk van de Geest, de heiliging en de navolging. In het verlengde van dit midden dat de eenheid van het getuigenis uitmaakt in de verscheidenheid ligt het spreken van de oude kerk over de regula fidei. Anders dan Kasemann voor wie de ene canon niet de eenheid maar de verscheidenheid fundeert, legt Stuhlmacher nadruk op de eenheid in het getuigenis. Het sola schptura is daarom voor de schrijver geen illusie. Boeiend is ook de wijze waarop hij als Lutheraan zich wil laten corrigeren door Calvijns visie op het ene verbond. De laatste paragraaf bevat een pleidooi voor een exegetische praktijk die niet alleen de historische dimensie laat gelden, maar de Schrift leest als openbaringsgetuigenis. De bijbelse visie op de inspiratie maakt de weg vrij om de Schrift als een door en door menselijk maar tegelijk als een door en door goddelijk boek te lezen en daarbij open te staan voor de ervaring dat dit Woord van God niet slechts hoorbaar werd in het verleden, maar ook voor de generatie van vandaag gezaghebbend is. Theologische uitlegmaatstaf van de geïnspireerde heilige Schift is de door de bijbel zelf gefundeerde apostolische geloofstraditie. Voor wie een waardenvrije bijbelwetenschap bepleit waarbij de bijbelboeken gelezen worden als antieke documenten zal dit alles veel te vooringenomen klinken. Naar mijn mening is de visie van Stuhlmacher voluit legitiem als we tenminste de Schriften willen lezen en verstaan zoals zij zich aandienen. Natuurlijk is het laatste woord met dit boek niet gesproken. Maar voor mij ligt de grote waarde van deze theologie niet alleen in wat de schrijver inhoudelijk biedt voor de prediking, maar vooral ook in de wijze waarop hij zoals op biz. 335 blijkt wetenschap en vroomheid in de zin van de vreze des Heren verbindt. Wie zich deze twee delen aanschaft kan heel wat 'eendagsvlinders' ongelezen laten.

E.

A.N.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 2000

Theologia Reformata | 283 Pagina's

BIBLISCHE THEOLOGIE DES NEUEN TESTAMENTS

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 2000

Theologia Reformata | 283 Pagina's

PDF Bekijken