Bekijk het origineel

Snelle afloop als der wateren - pagina 4

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Snelle afloop als der wateren - pagina 4

10 minuten leestijd

n e i ueyui iijuei Kraciii. De vüortreflijkste in hoogheid en de voortreflijkste in sterkte. Maar... snelle afloop als der wateren. Ruben zou de voortreflijkste niet zijn. Hij had zijn eerstgeboorterecht verzondigd. Hij had zijns vaders leger beklommen. Gen. 25 : 22. Daarom werd zijn eerstgeboorterecht hem ontnomen. Jozef kwam in zijne plaats wat de twee deelen der aardsche erfenis betrof, in het aandeel van Kanaan, en Juda ontving in geestelijken zin het eerstgeboorterecht, het leiderschap, om voorganger onder zijn broederen te wezen, I Kron. 5 ; 1—2 ; Gen. 47 : 8. God had de vaderen uitgeleid uit het diensthuis van synodale overheersching in 1834. Weinig mannen in getal. Maar getrouw aan de belijdenis der Waarheid en hare Gereformeerde voorstelling, hoezeer ook menschen met gebreken in onderscheiden opzicht. En God zegende hen en deed hen in aantal toenemen. Zij mochten weldra eene gansche kerkengroep vormen. Zij groeiden in gemeentental en beteekenis. Zelfs eene Hoogeschool voor de opleiding tot hun dienaren des Woords richtten zij op, en deze mocht tot bloei komen. Lagere scholen voor christelijk onderwijs hunner kinderen deden en hielpen zij verrijzen. Aan den arbeid der Zending gaven zij hunne krachten. Rehoboth mochten zij jubelen, de Heere heeft ons ruimte gemaakt, Gen. 26 : 22. Eene andere groep mannen werd in 1886 van het synodale dwangjuk bevrijd. Ook maar weinig mannen, hoewel aanzienlijker en geleerder dan die van 1834. Dezen ook wenschten trouw te zijn aan Gods Woord en de Gereformeerde belijdenis, en werden deswege evenzeer uitgebannen. En ook zij mochten in getal vermeerderen en tot eene belangrijke kerkengroep uitdijen. Zij hadden reeds eene Hoogeschool, zelfs eene Universiteit, al was deze nog maar klein. Den arbeid der Zending namen ook zij ter hand. God zegende ook hen en hun trouwen dienst van Hem. In onderscheiden opzicht wekten zij bewondering. De Heere heeft groote dingen bij ons gedaan, mochten zij juichen, Ps. 126 : 3. Deze twee kerkengroepen behoorden bijeen. Zij waren één in belijdenis en kerkregeering. Zij namen alle beide evenzeer de Heilige Schrift aan als het onfeilbare Woord van God. Zij beaamden beide van harte de Gereformeerde belijdenis, zooals die in de drie formulieren van eenigheid geformuleerd is, als zuivere vertolking van dat Woord. Beide wilden denzelfden Heere dienen, den Zone Gods, gekomen in ons vleesch, tot onze verzoening en behoudenis. Beide beleden van God met den apostel Paulus: uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen, Rom. 11 :36. En deze twee kwamen bijeen, en vormden samen eene beteekenisvolle, krachtige groep van kerken. Zij beroemden zich de meest zuivere kerken in deze landen te wezen. Hare kerkinrichting en hare kerkregeering waren naar den Woorde Gods. Men sprak van andere kerken als van scheurkerken, of van kerken van min-zuivere formatie, of ook van kerken onder het synodale juk, of ook van valsche kerk. Haar Theologische Hoogeschool bloeide. De Vrije Universiteit groeide. Haar Zendingsarbeid breidde zich zeer uit. God gaf zegen en gedijen. Er was ruime stof om den Heere te danken voor hetgeen Zijne genade wrocht. Doch toen Jeschurun vet werd, sloeg hij achteruit, Deut. 32: 15. De synodale regeering dezer kerken ontaardde weer in synodocratie, in synodale oppermacht, in synodale hiërarchie en tyrannic, waarbij de gebondenheid aan de samen overeengekomen kerkenordening wordt ontkend en niet gehandhaafd. De Synode is de kerken, wordt beweerd, in plaats dat zij zou zijn eene vergadering van afgevaardigden der kerken, die dus aan den lastbrief der kerken gebonden zijn, geene macht hebben, dan voorzoover de kerken hun macht gegeven hebben, en in hun arbeid en besluiten door de kerken naar Gods Woord, Gereformeerde belijdenis, en kerkenordening, mogen en moeten beoordeeld, en eventueel veroordeeld, of erkend en geprezen worden. De Synode is de kerken, zegt men. Dus mag de Synode van de kerkenordening afwijken, en die wijzigen, zonder eerst op behoorlijke wijze en in den goeden weg daarover de kerken te hebben geraadpleegd, en daarvoor van de kerken machtiging ontvangen te hebben ; nu afgezien van volstrekte noodgevallen.

lurn vnj re iianaeien, jiioais zij nierenen, tiar yt-wensiut of noodzakelijk is. Zoo levert deze beschouwing der Synode de kerken over aan de willekeur der Synode, evenals op staatkundig gebied de beschouwing, dat het volk zijn vertegenwoordigers als zijn volstrekte gemachtigden verkozen heeft, en deze gemachtigden dus dat volk zelf zijn, dit volk overlevert aan de willekeur dier ,,volks"vertegenwoordigers. Bij de Hervormde Kerk is de Synode nog althans aan de Reglementen gebonden. En het kost heel wat moeite, verandering in die Reglementen aan te brengen. Bij genoemde beschouwing en handeling der Generale Synode van onze Gereformeerde Kerken krijgen we echter eene nog ergere Synodocratie of Synodale overheersching der kerken dan in de Hervormde Kerk, omdat hier dan alle binding der Synode aan de Kerkenordening wegvalt, en de loutere willekeur der Synode, hoezeer die dan ook steeds handelt naar haar beste inzicht en met goede bedoelingen, de zaken regelt, zonder dat daar met de kerkenordening in de hand tegen opgekomen kan worden. Want dan staat de Synode boven de kerkenordening. Is daar niet aan gebonden. Mag daarvan afwijken, en die wijzigen, in alle gevallen, waarin zij dit nuttig en goed, of noodzakelijk, mag oordeelen. Zoo is de Synode dan ongebonden, althans niet gebonden aan de Kerkenordening. De kerken zijn dan als weerloos aan de Synode onderworpen. Hebben goed te keuren, wat deze besluit, en zich bij haar en haar besluiten en uitspraken neer te leggen. Mogen dan alleen bij eigen kerkeraad eventueel bezwaren inbrengen, die dan langs Classis en Particulicreof Provinciale Synode ter volgende Generale Synode mogen komen, doch hebben zich alvast tot die volgende Generale Synode aan die besluiten en uitspraken te onderwerpen of conformeeren. Mogen ook de andere kerken niet inlichten omtrent haar bezwaren, om aldus den arbeid dier komende Synode, en de keus der afgevaardigden daarheen, voor te bereiden. Zij hebben te zwijgen, en zich aan die door de Synode gedane uitspraken en bepalingen te houden, en mogen op zijn hoogst hare bedenkingen inbrengen ter Classis enz. Of men dan al overtuigd is, dat die besluiten en uitspraken in strijd zijn met Godfe' Woord, Gereformeerde belijdenis, Kerkenordening, dat doet niets ter zake, dan moet men maar zoolang, tot eene eventueel andere uitspraak der volgende Synode, over zijn consciëntie heengaan, doen wat men overtuigd is, dat tegen Gods W o o r d ingaat en daar verboden wordt, of nalaten, wat door dat Woord geboden wordt, en aldus de Gereformeerde belijdenis verloochenen. Dat is de leer en het systeem dezer verkeerde Synodale beschouwing, alsof de Synode de kerken ware, niet gebonden aan de Kerkenordening, geene vergadering van afgevaardigden der kerken, die aan hun lastbrieven gebonden zijn, en verantwoordelijk aan hun lastgevers, die over hun doen en laten, besluiten en uitspraken te oordeelen hebben naar Gods Woord, Gereformeerde belijdenis en Kerkenordening, Dat is echter geheel in strijd met Hand. 5 : 29, met art. 7 van onze Nederl. Geloofsbel., met art. 31 K.O. Dit laatste artikel schrijft uitdrukkelijk voor, dat wat in de meerdere kerkelijke vergaderingen met de meeste stemmen besloten is, voor vast en bondig gehouden zal worden, als het niet strijdt met Heilige Schrift en Kerkenordening : ,,tenzij dat het bewezen worde te strijden tegen het Woord Gods, of tegen de artikelen in deze Generale Synode besloten, zoo lang als dezelve door geene andere Generale Synode veranderd zijn". Dat is de onderlinge afspraak der kerken bij het aangaan van hare samenleving. Maar de stelling : „de Synode is de kerken" plaatst de Synode boven de Kerkenordening, maakt haar daarvan los, leert hare ongebondenheid ten aanzien van die Kerkenordening, sluit in zich de leer van de oppermacht der Synode over de kerken, onderwerpt de kerken aan de Synode, maakt van de Synode een opperbestuur over de kerken, schuift art. 31 K.O. en art. 7 Nederl. Geloofsbel. en Hand. 5 : 29 aan den kant, bevat in zich de leer der Synodocratie of opperheerschappij der Synode over de kerken, en dat, zooals gezegd werd, in nog erger mate, dan de Synode der Hervormde Kerk over die kerk heerscht. Want die is althans nog aan de slechts uiterst moeilijk te wijzigen Reglementen gebonden, maar de Synode onzer Gereformeerde Kerken ware ongebonden met betrekking tot de Kerkenordening, vrij om in ieder afzonderlijk geval te handelen en te besluiten naar haar beste inzicht en goedvinden op dat oogenblik, met voorbijgang en opzij schuiving ook van Kerkeraad, Classis, Particuliere- en Provinciale Synoden. Snelle afloop als der wateren. Nog maar ruim eene eeuw, en nog maar ruim eene halve eeuw, vrij geworden van het Synodale dwangjuk, en deze Kerken zitten weer onder een ander, nog erger. Synodale dwangjuk, in strijd met haar Gereformeerde karakter, in strijd met Gods Woord, in strijd met hare Kerkenordening, art. 85, 30 en 31 K.O. En

T^erm^ uir a e oe^weging ~vctn~iooD nog~wFi ncKcna, cn locn

zoo fel door Dr A. Kuyper Sr. en de andere ,,doleerenden" afgekeurd —•. W e zijn hiermee wel ver afgeweken van het Nederlandsche Gereformeerde Kerkrecht. Het moge een Kerkrecht zijn naar het Hervormde Synodale Kerkrecht en het moge een Kerkrecht zijn naar dat der vroegere Fransche Gereformeerde Kerken, waartegen, naar Dr A. Kuyper zegt, ,,Calvinisme, oorsprong en waarborg onzer Constituoneele vrijheid", 2en druk, blz. 49 en 74, no. 100, Calvijn zijn bezwaren had, en naar dat van de Engelsche Presbyterianen en naar de Westminster Assembly en Westminster Confessie. Maar een kerkrecht naar ons Nederlandsche Gereformeerde Kerkrecht, en naar onze Kerkenordening, is het niet. Daarmee is het geheel in strijd. Ook is het in strijd met 's Heercn woord in Matth. 20 : 25—26 : Gij weet dat de oversten der volkeren heerschappij voeren over hen, en de grooten gebruiken macht over hen. Doch alzóó zal het onder u niet zijn. De Gereformeerde Kerken hebben hare voortreflijkheid in dezen weer verloren. Datgene, waarop zij zich tegenover de Hervormde Kerk beroemen konden, is te niet gedaan. In dezen is het genadewerk des Heeren van 1934 en 1886 weer gebroken. Nog iets ergers dan het toen verworpene, heeft over onze Gereformeerde Kerken weer de heerschappij gekregen. Snelle afloop als der wateren. Ruben, gij zult de voortreflijkste niet zijn. Daarbij komt nog iets. Eene tweevoudige zaak. De Synode van 1939—1943, en die van 1943—1944 hebben als leer voorgeschreven, wat niet is naar Gods Woord, maar in strijd met de Heilige Schrift en de Gereformeerde belijdenis en Liturgische geschriften. En zij verbiedt te leeren wat volgens de Heilige Schrift is. Geen van beide wordt door de Synode van de Hervormde Kerk gedaan. Die schrijft geene bepaalde leer voor, ook geen dwaalleer. En die verbiedt niet eene bepaalde leer, ook die der Waarheid van Gods Woord niet. Die laat ieder vrij in zijne leer. Dat is zeer verkeerd. Want in 's Heeren Kerk mag alleen Zijn Woord en Evangelie geleerd worden. Zoo wil Hij het, en heeft Hij het verordend. Maar in elk geval beveelt de Synode der Hervormde Kerk niet om eenige dwaalleer te leeren. Ook verbiedt zij niet, Gods Woord recht te prediken, de leer der Waarheid uit te dragen. Maar deze laatste Synoden van onze Gereformeerde Kerken doen beide wel. Die stellen eene onware leer vast, en willen, dat die geleerd zal worden. En die verbieden, de leer der Waarheid of die van Gods Woord en onze Gereformeerde belijdenis en Liturgische geschriften ter zake te leeren. Zij verbieden n.l. iets te leeren, dat niet ten volle in overeenstemming is met de leeruitspraken van 1905 en 1942. En ook alzoo, in dat bevelen om onwaarheid te leeren, en in dat verbieden om de Waarheid te leeren, zijn deze Synoden erger dan de Synode van de Hervormde Kerk. Zoo tasten zij aan de reine predikatie des Evangelies, en gebruiken de kerkelijke tucht niet om de zonden te straffen. En van haar begint daarom te gelden wat onze Belijdenis, art. 29, van de valsche kerk zegt, die zich en haren ordinantiën meer macht en autoriteit toeschrijft dan den Woorde Gods, zich aan het juk van Christus niet wil onderwerpen, de Sacramenten niet bedient, gelijk Christus in Zijn Woord verordend heeft, zich meer op menschen grondt, dan op Christus, en vervolgt degenen, die heilig leven naar het Woord Gods, en die haar bestraffen over hare gebreken, gierigheid en afgoderijen. Snelle afloop als der wateren. Wie had zulks een eeuw na 1834 verwacht, wie had zoo iets eene halve eeuw na 1886 vermoed, wie had zulks vóór enkele jaren nog mogelijk geacht. Icabod, de eer is weggevoerd uit Israël, I Sam. 4:22. Helaas. In 1905 en enkele jaren tevoren was er veel beroering en soms heftige strijd in onze Gereformeerde Kerken over enkele dogmatische punten, verschillende voorstellingen der Gereformeerde geloofsleer. Maar de Synode van 1905 bracht vrede en rust. Zij gaf zekere verklaringen omtrent de in geding zijnde punten, en toen kwam stilte en vrede. Zij gaf geene lecruitspraken, geene confessloneele bepalingen, waarmee de kerken haar geloof beleden zouden hebben, en aan welke dienaren des Woords en andere ambtsdragers en de verdere geloovigen gebonden zouden zijn op straffe van schorsing, afzetting, uitbanning. In het geheel niet. Dat willen de leiders der Synoden van 1939—'43, 1943 e.v.j. er nu wel van maken. De Synode van 1905

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1944

Vrijmakingsbrochures | 10 Pagina's

Snelle afloop als der wateren - pagina 4

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1944

Vrijmakingsbrochures | 10 Pagina's

PDF Bekijken