Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit het kerkelijk leven.

4 minuten leestijd

Kerkelijke belasting.

De Haagsche kantonrechter verklaarde onlangs een vordering tot betaling van zijn hoofdelijken omslag in de kerkelijke belasting van de Ned. Herv. Kerk, aldaar, tegen den heer B. v. H., niet ontvankelijk op grond dat hij niet tot die kerkelijke gemeente behoort, daar doop en aanneming hem niet wettig konden binden, de doop als zijnde buiten zijn wil geschied, de aanneming omdat hij toen als minderjarige de bekwaamheid miste om zich te verbinden.

Donderdag heeft de Haagsche Rechtbank dit vonnis vernietigd. Zij verwierp de stelling van de kerk dat dit geen burgerlijk rechtelijk, doch een godsdienstig kerkelijk vraagstuk zou zijn en dat de kerk zelf krachtens haar autonomie bij haar reglement beslist wie haar leden zijn, hierin slechts gebonden door de perken welke zedelijkheid en de eerbiediging van godsdienstvrijheid stellen!

De Rechtbank was integendeel van oordeel dat hier slechts een beroep kon worden gedaan op een contractueelen band tusschen partijen; al is het waar dat de toetreding tot een kerkgenootschap niet is te noemen een civielrechtelijk contract, neemt dit niet weg dat wie zoodanigen band van Godsdienstigen aard aanknoopt, zich bewust behoort te zijn dat naar omstandigheden die band kan medebrengen verplichtingen van vermogensrechtelijken aard, die mitsdien met de inlijving in het kerkelijk verband geacht moet worden stilzwijgend te zijn aanvaard.

De vraag nu of de omstandigheden waaronder gedaagde toetrad zoo liggen, dat hij geacht moet worden in de vermogensrechtelijke gevolgen die uit de toetreding konden voortvloeien op naar burgerlijk recht bindende wijze te hebben aanvaard, beantwoordde de Rechtbank toestemmend; uit art. 2 van het Reglement van de Hervormde Gemeente van 1852 (K. B. 23 Maart 1852) volgt dat reeds de doop den band met de Kerk legt en dat wanneer daarop volgt de aanneming, de eens gelegde band niet wordt vervangen doch versterkt. Hieruit volgt, dat indien gedaagde meerderjarig zijnde, zich had doen doopen, hij ook naar burgerlijk recht gehouden zou zijn na te komen de vermogensrechtelijke verplichtingen. Is zulks ook het geval nu het gedaagde's vader was, die hem deed doopen ? De Rechtbank ziet in den doop onder deze omstandigheden de wilsverklaring van den vader om zijn zoon in te lijven in het kerkelijk verband, en beschouwt het doen doopen van een kind als een maatregel van opvoeding, uitvloeisel van de zorg voor zijn zoon, wat niet wegneemt dat ten aanzien van de gevolgen van burgerrechtelijken aard, die voor het kind hieraan verbonden zijn, de vader moet worden geacht te zijn opgetreden als des kinds vertegenwoordiger naar burgerlijk recht. Ged.'s vader was, ook naar burgerlijk recht, bevoegd zijn zoon op geldige wijze in het kerkelijk verband te doen opnemen, en daardoor is gedaagde op wettige wijze dier overeenkomst onderworpen aan de statuten van de kerkelijke gemeente. Hij is dus gebonden zijn aanslag te voldoen.

Evenredige vertegenwoordiging in de N. H. Kerk.

De Algemeene Synode heeft in haar zitting van den 19 Augustus bij zuivere partijstemming, links tegen rechts, met 10 tegen 9 stemmen aangenomen, om in de reglementen der kerk bepalingen in te voegen, waardoor het mogelijk zal zijn het beginsel der evenredige vertegenwoordiging toe te passen. Aan de Synodale Commissie werd opdracht verleend, een reglement te ontwerpen, waarin dit beginsel belichaamd zou worden. Bij de beraadslaging zeide toen reeds een der leden van de Synode, dat hij de Commissie beklaagde, omdat zij een arbeid zou moeten verrichten, die door de Kerk toch zou worden teniet gedaan.

Thans meldt de Kerkelijke Courant, dat de Commissie besloten heeft, eerst een systeem te ontwerpen en in enkele artikelen te formuleeren, en dit dan later in een ontwerp van reglement te belichamen, als de Synode het voorloopig aanneemt en de Kerk, die er dan over gehoord moet worden, er haar goedkeuring aan hecht.

„Wij zullen ons wel niet vergissen, " merkt [ het Weekblad van de Vrijzinnige Hervormden op, „als wij meenen dat de Synodale Commissie dit besluit heeft genomen om zich de moeite te besparen een reglement samen te stellen, dat toch niet wordt aangenomen. De samenstelling der Synode zal n.l. het volgende jaar van dien aard zijn, dat niet anders verwacht kan worden dan dat bepalingen omtrent de toepassing der evenredige vertegenwoordiging zullen worden verworpen."

Deze zaak geeft weer eens een helderen kijk op den onpractischen, onvruchtbaren en vergeefschen arbeid, die door de Synode onzer Kerk jaar op jaar verricht wordt.

Men praat en beraadslaagt en men weet van te voren ... dat er toch niets van komt.

De Modernen geven ook hierin een schitterend voorbeeld, dat zij liefst de dingen op sleeptouw houden en niets uitvoeren.

De rechtzinnigen mochten hierdoor wel worden aangespoord om overleg te plegen en den arbeidstijd, die aanstaande is in de jaren 1911, 1912 en 1913, nuttiglijk te besteden !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 1910

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

PDF Bekijken